Ik geloof het wel...
IkgelooJ het wel, is de titel van een onderzoeksrapport, geschreven door dr. H. P. de Roest in opdracht uan de hervormde visitatoren-generaal, naar de verminderde deelname van oud-kerkenraadsleden aan de kerkdienst.
Wat blijkt namelijk? Dat oud-ambtsdragers na hun ajtreden uit de kerkenraad minder bij de kerk betrokken zijn. Ze raken uit het zicht en komen minder in de kerk. Het onderzoek van dr. De Roest, praktisch theoloog te Utrecht probeert een antivoord te geven op de vraag: tvaar blijven de oud-ambtsdragers? In dit artikel ivil ik enkele opmerkelijke zaken uit het rapport naar voren halen. Het is de bedoeling dat kerkenraden na de zomer een samenvatting van het rapport zullen ontvangen.
Aanleiding voor het onderzoek
Het College van visitatoren-generaal, dat als samenbindend orgaan algemene leiding geeft aan de kerkvisitatie, komt in bespreking bijeen. Op de agenda staat een rapport van de kerkvisitatie in de provincie Noord-Holland. Dit rapport maakt, naast allerlei andere bevindingen, melding van een punt, dat de opstellers ervan grote zorgen baart. In verschillende gemeenten blijkt het voor te komen, dat er onder degenen die gedurende een aantal jaren een ambt hebben uitgeoefend en als zodanig deel hebben uit gemaakt van de kerkenraad, verscheidenen zijn die nooit meer in de kerk komen. Wat is het geval? Gedurende een periode van vier, acht, of twaalf jaar is iemand lid van de kekenraad, vervult het ambt van diaken, ouderling of ouderlingkerkvoogd. Hij/zij neemt deel aan de vergaderingen van de kerkenraad en de afzonderlijke colleges, is soms lid van één of meerdere commissies, heeft in een enkel geval de taak op zich genomen van het scribaat of is voorzitter. Men gaat trouw naar de kerk. Dan is het moment aangebroken waarop de zittingstermijn afloopt. Er
wordt afscheid genomen van de kerkenraad.
Dan, in de tijd die dan volgt, doet zich het fenomeen voor. Kortere of langere tijd na het afscheid komt er bij een aantal oud-kerkenraadsleden 'de klad in de kerkgang'. Waar het de opstellers van het provinciale visitatierapport om gaat, is dat dit verschijnsel zich in meerdere gemeenten voordoet. Terwijl de ontwikkeling van de kerkverlating op zichzelf reeds zorgwekkend is, komt er een dimensie bij. Nu blijkt immers, dat ook mensen die gedurende een aantal jaren deel hebben uitgemaakt van de leiding van de kerk en als zodanig in het 'centrum' van de gemeente functioneerden, 'afhaken'. Niet alleen het visitatierapport van Noord-Holland, maar ook rapporten uit andere provincies maken melding van dit verschijnsel.
Het College besluit dat nader onderzoek nodig is. Om hoeveel mensen gaat het nu eigenlijk?
En, vooral, wat zouden de redenen zijn die mensen hebben om na een tijd meegedraaid te hebben in de leiding van een gemeente niet meer participeren in de kerkdienst?
• • • Is het een verschijnsel dat 'past' in de algemene tendens van kerkverlating? Hoort het bij de secularisatie? Of gaat het om specifiek te onderscheiden motieven, waarbij het inzicht daarin uiterst leerzaam kan zijn voor de lokale kerkgemeenschappen en hun kerkenraden?
Als onderzoeksgebied werd gekozen voor de hervormde gemeenten in Gelderland, omdat die provincie tamelijk representatiefis voor het gehele land. Van de 262 aangeschreven kerkenraden reageerden er 150. Van hen zei de helft het probleem te herkennen.
Paul Simons schrijft in Kerkinformatie van juli/augustus 2001 alsvolgt over de resultaten van het onderzoek: 'Opmerkelijk is dat de kerkenraden op die vraag: 'waar ligt het aan als oudambtsdragers afhaken? ' andere antwoorden geven dan de oud-ambtsdragers zelf. De kerkenraden denken dat het te maken heeft met negatieve ervaringen met de kerkenraad. Bijvoorbeeld het zakelijke klimaat ervan of problemen met de leiding van de kerkenraad. Ook menen de kerkenraden dat het afhaken soms veroorzaakt
wordt door de zwaarte van het ambt. Voor oud-ambtsdragers zelf liggen de redenen om af te haken breder. Enerzijds speelt het negatieve klimaat in de kerkenraad mee, zoals de sfeer van onveiligheid en een gering vertrouwen van de leden in elkaar. Mensen met afwijkende meningen of met minderheidsstandpunten voelden zich vaak in de kerkenraad niet serieus genomen. Anderzijds ervoeren oud-ambtsdragers ten aanzien van de gemeente als geheel ook vaak een verschil van identiteit en modaliteit, waardoor zij zich er minder thuis gingen voelen'.
Aanbevelingen
Het interessante en goed leesbare rapport van De Roest eindigt met een hoofdstuk aanbevelingen voor beleid. De aanbevelingen worden onderscheiden in twee categorieën: 1. Aanbevelingen die worden gedaan met het oog op hen die ambtsdrager zijn of worden. Deze aanbevelingen hebben ook betrekking op 'gemeente-zijn' in den brede. 2. Aanbevelingen die worden gedaan met het oog op hen die geen ambtsdrager meer zijn.
Volgens De Roest leert een eerste ronde door de aanbevelingen, dat gemeenten het probleem niet slechts neerleggen bij de oud-ambtsdragers, maar beseffen dat er in de aanpak van de problematiek iets moet gebeuren voordat de betreffende personen oudambtsdrager zijn. Met andere woorden: in de periode van het ambtsdrager-zijn moet er gewerkt worden aan het voorkomen van de gesignaleerde problemen. Een overgrote meerderheid van de aanbevelingen heeft betrekking op het 'open communiceren' en het aangaan van gesprekken, voor, tijdens en na de ambtsperiode. Ook 'betrokkenheid' is een begrip dat veel terugkeert: oud-ambtsdragers moeten actief betrokken blijven worden bij het gemeente-zijn. Een belangrijke en ook regelmatig voorkomend gegeven is de aanbeveling dat er binnen de kerkenraad meer ruimte moet worden gecreëerd om persoonlijk met elkaar te spreken over de beleving van het geloof en de betekenis ervan voor het eigen leven. Dit wordt ervaren als iets wat samenbindend werkt binnen het geheel van de kerkenraad. Hiervoor worden verschillende aanduidingen gebruikt, zoals 'persoonlijk geloofsge-
sprek', 'bezinning' en 'geloofsontmoeting' en 'geestelijk contact'. Het wordt als heel belangrijk ervaren om te ontkomen aan een soort 'verzakelijking' van het ambtelijk contact. De gezamenlijke beleving van het geloof lijkt een bron te zijn om de oorzaken voor afhaken te verminderen.
Gemeenten met een sterk 'orthodoxe' kleur formuleren de aanbevelingen in sterk theologische termen. Hierbij wordt vooral 'gereformeerde prediking' en 'gereformeerde ambtsvisie' naar voren gebracht als aanbeveling om met de gesignaleerde problematiek om te gaan.
Ten slotte zetten we nog een aantal van belang zijnde aanbevelingen op een rijtje. Werving van ambtsdragers: • talentgericht zoeken; • de motivatie om ambtsdrager te worden aan de orde stellen (inclusief de ambtsvisie); • aan de gemeente meer kerkbesef en aandacht voor gemeente-zijn bijbrengen; • de lengte van de ambtstermijn beperken.
Toerusting, taakinvulling en taakbeleving uan ambtsdragers • bezinning, toerusting en begeleiding voor de taken; • talentgericht werken en duidelijke invulling van taken; • berperking van taken (niet te ambitieus zijn); • voortgangsgesprekken houden.
Ambtsdrager-zijn en communicatie • goede sfeer in de kerkenraad en werken aan eenheid en gemeenschap(pelijkheid); • openheid in de communicatie binnen en buiten vergaderingen; • persoonlijke geloofsontmoeting en geestelijk contact binnen de kerkenraad; • zorgvuldigheid betrachten in de besluitvorming rond gevoelige onderwerpen.
Begeleiding na de kerkenraadsperiode • evaluatiemoment bij het afscheidnemen, waardering bij afscheid; • het persoonlijke gesprek blijven aangaan en trouw (pastoraal) contact; • ontmoetingsmomenten scheppen tussen kerkenraad en oud-ambtsdragers voor uitwisseling van infoi matie, en het geven van wederzijds advies; blijven betrekken bij concrete activiteiten van de gemeenten en het gemeente-zijn in het algemeen.
AART PETERS, ARNHEA COÖRDINATOR AFD. KERKOPBOUV RDC GELDERLANI
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's