Over oorzaken en gevolgen van een laag zelfbeeld
DE MENS ALS ZONDAAR OF ALS SCHEPSEL [2]
Anne Pais heeft in een voorgaand artikel geschreven over de wijze waarop in prediking de verhouding tussen schepsel- en zondaar-zijn aan de orde dient te komen Wanneer dat niet op de goede manier gebeurt dan heeft dat kwalijke gevolgen voor sommige gemeenteleden. De kern uan zijn artikel is dat schepsel-zijn en zondaar-zijn niet geïdentificeerd mogen worden.
De mens als schepsel valt niet samen met de mens als zondaar. Na de zondeval is de mens schepsel gebleven. Na de zondeval blijft de mens, dankzij Gods trouw en genade, versierd met vele goede gaven. Mij is gevraagd om nader in te gaan op de vraag hoe gemeenteleden die mede beschadigd zijn geraakt doordat zij onder een prediking opgroeiden waarin de genoemde verhouding scheef getrokken werd, in het pastoraat geholpen zouden kunnen worden. In een tweetal artikelen wil ik het toespitsen op gemeenteleden die door bepaalde oorzaken op een negatieve manier naar zichzelf zijn gaan kijken én die door een prediking waarin schepsel-zijn en zondaar-zijn niet goed onderscheiden werden (nog) dieper beschadigd zijn geraakt. Het eerste artikel is meer inzichtgevend van aard. Oorzaken en gevolgen van lage zelfwaardering zullen worden geschetst. In het tweede artikel zal nader worden ingegaan op de pastorale omgang met hen die worstelen met deze problematiek.
Lage de zelfwaardering . is een kwetsbare plek in je innerlijk
In het pasto'raat kom ik regelmatig in aanraking met mensen die te maken hebben met depressieve klachten. Ik constateer bij een aantal van deze gemeenteleden dat lage zelfwaardering hen ontvankelijk heeft gemaakt voor het ontstaan van deze donkere gedachten en gevoelens. Op grond van pastorale ervaring deel ik de mening van de psychiater P. J. Verhagen. Hij schrijft: 'De kwetsbare plek (nl. voor het ontwikkelen van depressieve gedachten en gevoelens) is onze zelfwaardering', ('Depres viteit en depressie, een christelijke handreiking', Leiden 1990, blz. 53). Lage zelfwaardering betekent datje niet bevriend bent met jezelf, dat je niet van jezelf houdt. Je schaamt je voor jezelf omdat je negatief denkt over je persoonlijkheid en je mogelijkheden. Wanneer gevraagd zou worden een portret van je innerlijk te tekenen, zou je veel zwart gebruiken omdat je veel donkere plekken bij jezelf ontdekt. Je tekent daarmee geen reëel en genuanceerd beeld van jezelf. Iemand met een laag zelfbeeld zegt niet: 'Ik ben wel niet zo intelligent als mijn broer, maar ik ben creatief ingesteld en ik ben in staat uit wat anderen oude rommel noemen iets leuks te fabriceren'. Iemand met negatieve zelfwaardering heeft geen aandacht voor de fijne nuances in zijn of haar persoonlijkheid maar is geneigd om sterke kanten, goede eigenschappen en positieve si- mogelijkheden over het hoofd te zien. Wie eenmaal op dit spoor zit gaat on-
jewust een stapje verder door die doncere plekken uit te vergroten. Je gaat di warte plek, die toch al wat overheer- ; end is, opblazen zodat alle andere asjecten van je persoonlijkheid nog neer overschaduwd worden. Met als gevolg dat je het idee krijgt dat heel je innerlijk zwart is. Het is juist deze negatieve zelfwaardering die je kwetsbaar maakt als het gaat om het ontwikkelen van depressieve gevoelens. Een negatief voorval zoals een sterfgeval, een overbelasting, een oplopende spanning, een ontslag, een verbroken vriendschap etc. kan dan gemakkelijk de concrete aanleiding vormen voor het feit datje daadwerkelijk depressieve gevoelens gaat ontwikkelen.
Hoe maakt iage zelfwaardering je kwetsbaar?
Lage zelfwaardering is er de oorzaak van dat iemand eigen positieve mogelijkheden onderschat en uitdagingen uit de weg gaat. Je twijfelt immers aan je mogelijkheden en capaciteiten. Kenmerkend voor iemand met een laag zelfbeeld is de neiging om datgene wat lukt in het leven toe te schrijven aan de gunstige omstandigheden en de oorzaak voor datgene wat misgaat bij zichzelf te zoeken. En juist dót maakt kwetsbaar! Vanwege je lage zelfbeeld ben je geneigd om de oorzaak van het verbreken van een vriendschap, de spanningsvolle relatie met je kind, van de slechte relatie met je partner alléén bij jezelf te zoeken. Dat is niet realistisch, want voor een relatie zijn altijd twee mensen verantwoordelijk. Doordat je de oorzaak voor het misgaan van de relatie helemaal alleen bij jezelf zoekt en je de schuld enkel bij jezelf neerlegt, belast je jezelf zwaarder dan noodzakelijk is. Je verdubbelt de zwaarte van de innerlijke problematiek en juist die overbelasting doetje door de vloer heen zakken.
Omdat je zo weinig vertrouwen hebt in je eigen mogelijkheden en omdat je vreest voor mislukking durf je de verwerking van je innerlijke wonden niet op te pakken.
Na een sterfgeval durf je het rouwproces niet in te gaan. Je gaat er omheen in plaats van dóórheen. Het verwerkingsproces stagneert. Zo wordt inzichtelijk dat een laag zelfbeeld een mens ontvankelijk kan maken voor het ontwikkelen van depressieve gedachten en gevoelens.
Oorzaken e van negatieve zelfwaardering
Aan het ontstaan van lage zelfwaardering ligt nooit één oorzaak ten grondslag. Het is een kluwen van oorzaken die in elkaar grijpen en die elkaar versterken. Duidelijk is datje er vanuitje karakterstructuur een zekere 'aanleg' voor moet hebben. Erfelijkheid speelt hier een rol. Wanneer je er van 'binnenuit' aanleg voor hebt dan kunnen bepaalde gebeurtenissen ertoe bijdragen datje ook daadwerkelijk zo'n laag zelfbeeld ontwikkelt. Mijn ervaring is dat een van de voornaamste oorzaken het vroegtijdig verlies van een van de o is. Sommige mensen ervaren dit verlies als een in de steek gelaten worden. Zij leggen dit verlies (onbewust!) uit als: 'Ik ben zeker niet geliefd en daarom laat mijn vader of mijn moeder mij in de steek'. Ook het feit dat één van de ouders langdurig afivezig is door b voorbeeld een opname in een (psychiatrisch) ziekenhuis, vanwege een verblijf in het buitenland of vanwege het altijd op de studeerkamer verblijven, kan bij een kind het gevoel oproepen van in de steek gelaten worden. Het feit dat ik onder oudere Scheveningers relatief gezien meer mensen aantrof met depressievè klachten dan onder de ouderen in Maarssen heeft vermoedelijk te maken met het gegeven dat vissers vroeger langdurig op zee verbleven en nauwelijks thuis waren. Het feit dat op dit moment veel kinderen opgroeien in eenoudergezinnen zou voor een aantal van hen wel eens tot psychische schade kunnen leiden bij het opgroeien.
Iemand die er vanuit zijn of haar persoonlijkheid 'aanleg' voor heeft zal het wegvallen of langdurig afwezig zijn van een van de ouders ervaren als in de steek gelaten worden én niet geliefd zijn. Het gevolg is dat deze mens niet van zichzelf kan en durft te houden, zichzelf zal afwijzen en moeilijk positieve zelfwaardering zal ontwikkelen. Kortom: lage zelfwaardering. Een uitlo kende gebeurtenis kan tot gevolg hebben dat men daadwerkelijk depressief wordt.
Een prediking die bijdraagt tot lage zelfwaardering
Een prediking waarin schepsel-zijn en mens-zijn samenvallen draagt helaas bij tot het verder ontwikkelen van een laag zelfbeeld en maakt mensen nog kwetsbaarder voor het ontwikkelen van depressieve gedachten en gevoelens. Aleid Schilder wekt in haar bekende boekje 'Hulpeloos maar schuldig' de indruk dat een bepaalde leer of prediking mensen depressief maakt. Ik weiger dat te geloven. Opgroeien onder een bepaald soort prediking kan zeker een rol spelen bij het ontwikkelen van depressieve gevoelens, maar kan nooit als enige oorzaak worden genoemd. Er liggen altijd méér oorzaken aan ten grondslag. Wanneer in prediking, catechese en (geloofs)opvoeding ongenuanceerd wordt overge- uders dragen dat een mens 'onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad' is, dan zal dit tot gevolg hebben dat de lage zelfwaardering bij deze gemeenteleden verder verdiept wordt. In dfe zin is deze prediking niet heilzaam voor mensen die 'van binnenuit' de ijaanleg hebben om een laag zelfbeeld te ontwikkelen. Het is dan ook van groot belang dat predikers, catecheten en opvoeders een helder onderscheid maken tussen schepsel-zijn en zondaar-zijn. Wij zijn na de zondeval onbekwaam tot enig zaligmakend goed, dat wil zeggen dat wij met onze humaniteit de breuk tussen God en ons niet kunnen helen. Wij blijven als zondaren echter ménsen die begiftigd zijn met vele goede gaven. Wij blijven na de breuk met God ménsen die over positieve eigenschappen en mogelijkheden beschikken. Ook na de zondeval zijn wij in staat tot medemenselijkheid. Naar het woord van de Heere Jezus zijn aardse (en dus zondige) vaders in staat hun kinderen goede gaven te geven, zie Lukas 11:13. Wanneer dat onderscheid niet helder wordt gemaakt en er geleerd wordt dat een mens tot werkelijk niets goeds in staat is, dan wordt de kwetsbare plek in het innerlijk van sommige gemeenteleden nog zwakker en zullen zij eerder ontvankelijk zijn voor depressieve gevoelens. In die zin draagt genoemde prediking bij tot k een mogelijk verdere beschadiging van deze gemeenteleden. In die zin is deze prediking dan ook niet heilzaam voor deze gemeenteleden. En dat kan toch nooit de bedoeling van het Evangelie zijn? Gods goede boodschap heeft toch ook het (eeuwig) behoud en het geestelijk en psychisch welzijn van deze gemeenteleden op het oog? Daarom wil ik in een volgend artikel nader ingaan op de vraag hoe je samen met deze beschadigde gemeenteleden in het pastoraat een weg kan gaan waardoor de kwetsbare plek in hun innerlijk verstevigd wordt en zij dus minder ontvankelijk zijn voor het ontwikkelen van depressieve gedachten en gevoelens.
H. G. DE GRAAFF, MAARSSEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's