De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Cultuurtheologie  voortdurend de verdwijning nabij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Cultuurtheologie voortdurend de verdwijning nabij

8 minuten leestijd

'En voorbijgaande zag Hij een mens'. Deze tekst uit Johannes 9, waarover ajgelopen zondag in onze wijkgemeente het Woord werd bediend, lijkt me een goede opstap voor het verdere van dit artikel. Jezus had die ene blindgeborene op het oog. Na die genezing en zijn daarop volgende geloofsbelijdenis zei Jezus, dat Hij tot een oo de wereld was gekomen: 'opdat degenen, die niet zien, zien mogen, en die zien blind worden'. Het Evangelie van Christus is persoonlijk gericht. Wordt dat echter in theologie en prediking wel altijd gepraktiseerd en toegepast?

Het is al weer even geleden, dat ik in deze kolommen aandacht gaf aan een interview in Woord en Dienst met prof. dr. N(ico) T. Bakker, bij diens afscheid als kerkelijk hoogleraar Dogmatiek aan de Universiteit van Amsterdam. Prof. Bakker vertelde, dat hij, toen hij in de zeventiger jaren, na zeven jaar voor de zending in Afrika te hebben gewerkt, in Nederland de draad weer oppakte (als studentenpredikant), hij links georienteerd was. Het ging hem om (verandering van de structuren van de samenleving. Het was in de tijd, dat de bevrijdingstheologie of de revolutietheologie breed om zich heen greep en overigens even breed werd bestreden. Bakker kwam bij zijn afscheid tot de eerlijke bekentenis, dat de mens als persoon over het hoofd werd gezien. Hij sprak er in sobere bewoordingen zijn spijt over uit, dat hij in die dagen geen oog had voor het persoonlijke, het op de mens als persoon gerichte element in de theologie en in de verkondiging. Het ging in die jaren over de kernbewapening, over de bevrijding van Zuidelijk Afrika, over politieke boycots en grote demonstraties. Omdat velen in de maatschappijkritische theologie gestempeld waren door de marxistische ideologie, lag het grote onrecht in de communistische landen, met name ook de onderdrukking van de kerk in die landen, buiten het blikveld. Het Getuigenis van 1971 keerde zich tegen die marxistisch bepaalde theologie. In dat verband zei prof. dr. G. C. van Niftrik een keer ter synode, dat op het sterfbed een mens geen baat heeft bij een folder op zijn nachtkastje over de Boycot-Outspanactie (tegen sinaasappelen uit Zuid Afrika), wel bij zondag 1 van de Heidelberger: wat is uw enige troost, beide in leven en in sterven?

Prof. dr. M. den Duik

Bij het ophanden zijnde afscheid van prof. dr. M. den Duik, na 1980 rector van het Hervormd Seminarium en sinds 1991 hoogleraar Praktische Theologie in Leiden, klinken nu in de pers zelfde geluiden als bij het afscheid van Bakker. In Trouw vertelde Den Duik over zijn elf jaren predikantschap. Ik citeer:

'Het was midden in de radicale jaren zestig. (...) In die tijd was alles klassenstrijd, al het andere kon je daaronder begrijpen. Je had een vader, een moeder, broers en zusters, maar het belangrijkste was het socialisme. In mijn prediking zat een verborgen claim, Iedereen moest links zijn, anders liepen ze achter bij het verstaan van de bijbel, Jazeker, van mij moest elk gemeentelid een IKVaffiche (tegen de kernwapens) achter het raam hebben hangen. Dat zei ik niet hardop, maar dat liet ik wel merken.'

Den Duik zegt verder, dat hij werkelijk dacht dat het rijk Gods nabij was en hij verbond dat rijk Gods met het socialisme, gepraktiseerd in Rusland en op Cuba. Hij preekte ook de revolutie. Nu beseft hij, dat hij een heel belangrijk deel van het leven heeft ontkend en dat er bij hem sprake was van 'ideologische verblinding'. Die verblinding is nu weg en hij verlangt er ook niet meer naar terug. Maar, zegt hij: 'ik ga me niet in mijn eentje zitten schamen over die tijd'. Uit deze zinsnede zou kunnen worden opgemaakt, dat Den ns Duik weet dat hij zelf deel uitmaakte rdeel van een in collectief, te weten van de maatschappijkritische theologen. De tijd van die theologie is voorbij, komt (in zijn leven althans) niet meer terug en schaamte ervoor 'in je eentje' hoeft dan ook weer niet.

In de NRC pakte echter J. L. Heldring deze kwestie op en stelde aan Den Duik de vraag of er nu echt sprake is geweest van een Paulusbekering of dat er eventueel morgen ook weer een andere 'omwenteling' kan komen. Heeft hij zijn schapen in die jaren dan niet tekort gedaan? , vraagt Heldring.

Cultuurtheologie

Ik gan nu niet door op het interview met Den Duik. De eerlijkheid in zijn verhaal valt te waarderen. Ik ga ook niet door op het commentaar van Heldring, al zijn diens vragen niet uit de lucht gegrepen. Het zou echter kunnen zijn dat Heldrings commentaar op de 'linkse' jaren van Den Duik is ingegeven door 'rechtse' sympathieën, die op zichzelf ook geen verband houden met een eigen, existentieel verlangen naar een persoonlijk gerichte Evangelieverkondiging. Want, laten we eerlijk wezen, in de jaren waarover Den Duik spreekt, lag de maatschappijkritische theologie en daarin de kerk in haar 'politieke' spreken, niet alleen onder vuur bij diegenen, die van binnenuit van oordeel waren, dat de gemeente werd tekort gedaan. Ze lag ook zwaar onder kritiek bij anderen, die weinig met de kerk hadden maar wel anti-marxistisch en op een bepaalde wijze 'rechts' waren.

De vraag is echter wel wat cultuur(-bepaalde) theologie waard is. De bevrijdingstheologie is al jaren uit en ervaringstheologie is vandaag in. De tijd van harde maatschappelijke actie heeft plaats gemaakt voor een vaak 'softe' maatschappijvisie, met het zogeheten poldermodel. De ene modieuze theologie maakte zo ook plaats voor een andere. Vandaag moet de kerk zich vooral 'bescheiden' opstellen, nu echter ook op punten waar het Evangelie uitgerekend wèl om profetisch spreken vraagt, omdat normen en waarden, die door het Evangelie worden bepaald, in het geding zijn. Daarom is de vraag wel gewettigd wat de diepste motieven van maatschappij-kritische theologen uit de zeventigerjaren zijn wanneer ze nu kritisch tegen hun eigen verleden aankijken. Is dat ingegeven door een diep verlangen om mensen persoonlijk, in hun nood en schuld, aan te spreken of is dat gewoon omdat het theologisch spectrum is verlegd naar de cultuur zoals die zich nü voordoet? Modieus dus? 1 Cultuurtheologie duurt zolang ze duurt, maar ze is - vanwege de wisselende gestalten van de cultuur - voortdurend de verdwijning nabij. Theologie, die de eeuwen door vanuit de Schriften (ook in relatie met de tijd) is beoefend, is geen dagvlinder, maar heeft voortdurend een doorgeeffunctie naar volgende geslachten.

Lessen

In het verleden hebben leden der gemeente zich, daar waar zich de maatschappij-kritische theologie in prediking doorvertaalde, beklaagd over het ontbreken van een persoonlijke boodschap. Uit het recente verleden mogen we daarom de les trekken, dat de prediking niet gedicteerd mag worden door de cultuur; in onze tijd dus ook niet door het postmodernisme, dat bepaald wordt door twijfel en onzekerheid. Dat laat onverlet dat de mens moet worden opgezocht in de schuilhoeken, waar hij zich bevindt, dus ook in de schuilhoeken van de cultuur, waardoor hij is omgeven, waarin hij zich heeft genesteld en waarin hij

ademt. Als zodanig kan prediking nooit tijdloos zijn. En de tijdgeest zelf zal ook aan de orde komen. Maar dwars door alle culturen heen blijft recht overeind staan, datjezus, zoals bij het verhaal over de blindgeborene, de enkele mens op het oog heeft. Elk menselijk leven voltrekt zich tussen geboorte en dood: 'waar kom ik vandaan en waar ga ik heen? ' En dan ook: hoe is het leven daartussen, persoonlijk en in de verbanden van mensen samen? Als die spits naar persoonlijk leven ontbreekt, heeft de kerk in feite geen boodschap meer, omdat het hart niet wordt geraakt.

Elke prediker draagt grote verantwoordelijkheid ten aanzien van 'de mens', die hij zondag aan zondag voor zich heeft onder de verkondiging. Hoogleraren in de theologie hebben daarbij nog een extra verantwoordelijkheid in de opleiding van dienaren des Woord. Prediking is geen cultuurpraatje maar worsteling om 'de stad mensenziel' (John BunyanJ. Als zodanig heeft prediking, bij wisselende stijlen en taaivelden in het voortgaan van de geschiedenis en het kantelen van culturen, iets boven-tijdelijks. De vraag 'Wat is uw enige troost...? ' is van alle tijden en plaatsen. Heb ik Christus, als de enige Weg, wel voldoende gepreekt? , was de aanvechting van een reeds jaren overleden predikant? En soms komt het voor, dat een predikant in een (b.v. hervormdgereformeerde) gemeente, die hij ooit in zijn leven diende, op een bepaald moment in zijn leven publiekelijk zegt, dat hij de gemeente tekort heeft gedaan, doordat hij haar het volle Evangelie niet had gepredikt of omdat hij een bepaald 'leerstuk' zo had laten domineren, dat de ruif voor de hoorders te hoog werd gehangen. Als zodanig mag best de vraag aan de orde komen of maatschappij-kritische theologen van weleer beseffen wat ze vroeger hebben aangericht in hun gemeenten. Elke generatie leeft maar één keer en staat dan voor een beslissende keuze. Als in de prediking die keuze niet aan de orde komt en het persoonlijk appèl, gebaseerd op de roeping van Godswege en gericht op voortleiding op de weg van geloof, ontbreekt, dan verarmt de gemeente.

Ooit zei prof. dr. H. Berkhof, dat de prediking in hervormd gereformeerde kring cultuur-arm was. Voor velen is de theologie uit onze kring dan ook niet interessant. Als dat betekent, dat de prediking tijdloos of goedkoopstichtelijk is, is er alle reden tot zelfonderzoek. Komt dit echter voort uit het besef, dat elke mens een uniek schepsel is voor God, op weg naar zijn eeuwige bestemming en daarom iets boven-tijdelijks heeft, dan mag daarvan hopelijk een appèl uitgaan op allen, die gespitst zijn op cultuurtheologie en navenante prediking maar de mens-voor-God tekort doen.

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Cultuurtheologie  voortdurend de verdwijning nabij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2001

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's