Wolfgang Simson, | Muizen die de wereld veranderen. De gertieente als een grote geestelijke familie. Organisch, niet georganiseerd. Onderling betrokken niet formeel. Uitgave Gldeon,356 blz. ƒ 42.50.
DcufSrijver voert eetM^arm pleiSfraj vogp'\ 'huiskerken', dat wil zeggen voor geSwSr ten die niet samenkomen in grote kerkgebouwen, maar in de huizen van individuele gelovigen. Of beter, hij voert niet alleen een warm pleidooi, maar hij meent dat huiskerken bijbelgeboden zijn. Huiskerken zijn goedkoop, ze hebben geen dure kerkgebouwen met meubilair en orgel nodig, ze hebben ook geen dure voorgangers; men komt eenvoudig als gelovigen samen bij elkaar thuis. In zo'n huiskerk kent men elkaar, is omzien naar elkaar, is men niet zo formeel en vormelijk bijeen, iets wat in de officiële kerken, volgens de schrijver, allemaal ontbreekt. Een huiskerk moet niet groter zijn dan vijftien a twintig personen. Zodra die grens is bereikt splitst ze zich. Zo was het volgens de schrijver in de begintijd van de kerk en zo had het moeten blijven. Zo alleen gaat er werfkracht van een gemeente uit, want een huiskerk heeft grote aantrekkingskracht en verdubbelt zich, zegt de schrijver, eens in de zes a negen maanden. Terwijl allerlei evangelisatiepogingen van de gevestigde kerken weinig uitrichten en de zending van die kerken voornamelijk betekent overplanting van de kerkelijke structuren. Als de gemeenten weer werkelijk, 'naar Gods bedoeling', huiskerken zouden zijn zouden ze in staat zijn om een gehele bevolking te bereiken. De schrijver zet zich dan ook op bijna elke bladzijde tegen de officiële kerken af: die zijn veel te groot en onpersoonlijk, niet aantrekkelijk, er heerst bureaucratie, men vindt nauwelijks geloof, beginnende gelovigen vinden er geen aansluiting, men heeft de priesters of predikanten overgenomen van de heidense godsdiensten of in het gunstigste geval van het jodendom, God trekt zich terug als beroepskrachten zich tussen Hem en het volk indringen, het kerkelijk systeem moet totaal worden omgegooid wil de kerk niet in religieuze vergetelheid raken, enz. De Hervorming (Luther) heeft wel veel betekend wat de inhoud van het Evangelie betreft, maar veranderde niet de grondstructuur van de kerk, die sinds Constantijn de Grote gekenmerkt is door fundamentele scheefgroei. Nodig is de derde en waarschijnlijk laatste reformatie, die een reformatie moet zijn van de structuren. Daar roept de schrijver dan ook toe op, waarbij hij, naast het model van radicale verandering, vijf overgangsmodellen geeft om gelovigen te brengen tot het stichten van huiskerken.
Ik moet zeggen dat ik geenszins door de schrijver overtuigd ben. Het is ook niet waar wat de schrijver allemaal van de kerk te berde brengt. Eerder maakt hij de ene karikatuur na de andere. Het is ook niet de bijbelse lijn. Natuurlijk spreekt het Nieuwe Testament op verschillende plaatsen van huisgemeenten. Maar bracht dat de begintijd van de kerk niet met zich mee? Wijst de verkiezing van 'de zeven' (Hand. 6) niet op een grotere gemeente in Jeruzalem dan vijftien a twintig? En de vele namen van gemeenteleden in Rome die Paulus Iaat groeten (Rom. 16)? En het woord 'gemeente' in het enkelvoud in de brieven aan de zeven gemeenten in Azië (Openb. 2 en 3)? Hoe ziet een huiskerk er volgens de schrijver uit? Men komt op een ongedwongen manier in de huiskamer bijeen, zit bij elkaar rond de tafel, praat met elkaar, leert van elkaar en bidt met elkaar. Wordt de groep te groot, dan splitst hij zich, en zo ontstaat de ene huiskerk na de andere. Elke huiskerk heeft een oudste. Daarnaast is er een vijfvoudige bediening die geldt voor verschillende huiskerken samen: apostel (die het geheel overziet en leiding geeft), profeet (die profetische gaven heeft), evangelist (die naar buiten treedt), herder (voor het pastoraat en de onderlinge relaties in de gemeente) en leraar (voor de evangelieverkondiging).
Ik moet zeggen, dat ik weinig geloof heb in wat de schrijver allemaal naar voren brengt. Ik weet dat in landen waar verdrukking of vervolging heerst (o.a. China), huiskerken tot grote zegen zijn of zijn geweest. Maar het moet nog bewezen worden dat huiskerken de groei van de christenheid zouden verzekeren. Trouwens, is het niet al te pretentieus, dat huiskerken een gehele bevolking, ja zelfs de wereld zullen veroveren? De schrijver en verschillende vrienden van hem hebben daar een visioen voor gehad, maar laten we maar oppassen met visioenen. Daar zijn in de geschiedenis heel wat vergissingen door ontstaan.
Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat er in de kerken ontsporingen en gebreken zijn en zijn geweest. Met name in een tijd van kerkelijke teruggang mogen we ons er bijvoorbeeld op bezinnen of de gemeente werkelijk een gemeenschap is, of onze kerkgebouwen en kerkelijke goederen niet te duur en te groot zijn en of er bijbels geloof en leven is. Maar is er op een huiskerk niets aan te merken? Is daar geen sprake van 'de stille uittocht van mensen die door de voordeur binnenkwamen en met teleurstelling door de achterdeur verdwijnen', zoals de schrijver zegt dat dat in de gevestigde kerken het geval is? Kan er ook sprake zijn van een post-huiskerk-depressie, zoals de schrijver spreekt van een post-John-Wimber- of post-Willow-Creek-depressie? Eerder zou ik willen pleiten voor een goede kerkelijke gemeente, die vele honderden leden (en meer) groot mag zijn, waar naast de zondagse erediensten ontmoeting is in kringwerk en waar een goed omzien naar elkaar is. Zulke gemeenten zijn er gelukkig ook, en meer dan de schrijver denkt, al zijn kritiek ten spijt.
Dit boek wil een handleiding voor het stichten van huiskerken zijn. Het is maar het beste daar niet aan te beginnen. Eerder heeft het boek iets sektarisch als het alle kritiek die maar op de gevestigde kerk(en) te bedenken (of te verzinnen) valt bladzijde na bladzijde spuit, en de huiskerk verabsoluteert. En van het sektarisme heeft: de geschiedenis niet veel goeds laten zien.
H. VELDHUIZEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's