Pastorale omgang met mensen dié lijden onder een laag zelfbeeld
DE MENS ALS ZONDAAR OF ALS SCHEPSEL? [3]
Het vorige artikel was inzichtgevend van aard als het gaat om lage zelfwaardering. Oorzaken en gevolgen werden geschetst. Met name één gevolg werd uitgewerkt: lage zelfwaardering maakt kwetsbaar in die zin datje ontvankelijk wordt voor het ontwikkelen van depressieve gedachten en gevoelens. In dit artikel zal ik iets vertellen over de pastorale omgang met hen die lijden onder lage zelfwaardering. Het gaat om een pastorale omgang, dat wil zeggen dat het om gesprekken gaat waarbij de bijbelse boodschap aan de orde komt én waarbij aanvaarding en verwerking van die boodschap van doorslaggevend belang zijn. Het doel van de pastorale gesprekken is dat de lage zelfwaardering omgebogen wordt in de richting van een positiever zelfbeeld zodat de kwetsbare plek in het innerlijk verstevigd wordt. Het zal duidelijk zijn dat God de bijbelse boodschap niet gegeven heeft om lage zelfwaardering om te buigen. Wel is het zo dat deze boodschap in alle opzichten heilzaam is voor mensen die door de kracht van de Heilige Geest deze goede boodschap aanvaarden en verwerken in hun leven. Ervaring leert dat mensen wier zelfbeeld niet al te zeer beschadigd is door lage zelfwaardering door deze pastorale gesprekken echt een stuk kunnen opknappen. Voor mensen die professionele hulp nodig hebben en die in therapie zitten kunnen de pastorale gesprekken therapie-ondersteunend zijn. Kortom: Lage zelfwaardering kan door gelovige aanvaarding en verwerking van het Evangelie (verder) worden afgebroken en (meer) wo den omgebogen in de richting van een positiever zelfbeeld.
Eerherstel voor de verloren zoon
De verloren zoon uit de gelijkenis uit Lukas 15 is iemand die zijn vader beledigt en verwondt. Hij overtreedt Gods geboden en laadt schuld op zich. In het vergelegen land heeft hij daar geen last van. Totdat hij ontwaakt uit zijn roes en ontdekt wat hij misdaan heeft ten opzichte van zijn vader, vers 17. Hij besluit zijn vader om vergeving te vragen. Deze jongen heeft echter niet alleen last van schuldgevoelens. Immers, door de honger gedreven verhuurt hij zich als varkenshoeder. Dat is zo ongeveer het ergste wat je als joodse jongen kan overkomen. Bovendien wordt hem niet toegestaan het varkensvoer te eten. Daarmee wordt hem impliciet duidelijk gemaakt dat hij minder is dan een varken. Het laatste restje zelfrespect wordt hem ontnomen. Rembrandt is intensief bezig geweest met deze gelijkenis en heeft een aangrijpend schilderij gemaakt over de ontmoeting tussen de vader en de zoon. Hij schildert de jongen met een uitgemergeld gezicht en een kaal geschoren hoofd. Het lijkt alsof hij net uit een concentratiekamp ontslagen is. Daar scheert men de gevangenen ook kaal als teken dat ze beroofd zijn van hun eigenheid. Zó maakt Rembrandt duidelijk dat deze jongen zijn zelfrespect en zelfwaardering verloren heeft. Is deze interpretatie geen inlegkunde? De jongen zegt in vers 21: 'Vader ik heb gezondigd tegen de Hemel en voor u, en ik ben niet meer waard uw zoon genaamd te worden'. Hij belijdt schuld, maar erkent ook dat hij het kindschap verspeeld heeft. Daaruit blijkt dat Rembrandts interpretatie juist is. De jongen worstelt óók met een laag zelfbeeld. De vader beseft dat deze jongen niet alleen geholpen is met vergeving, maar dat hij ook nodig heeft om opnieuw aanvaard te worden als zoon. Hij krijgt daarom een ring r-aan zijn hand als teken van het herstelde zoonschap.
In deze gelijkenis maakt Jezus duidelijk dat Gods genade méér inhoudt dan alleen vergeving. Hij schenkt ook herstel van het kindschap. De jongen krijgt eerherstel. Die twee aspecten komen in de prediking zeker aan de orde. Wanneer er gepreekt wordt over het herstel van het kindschap van God, dan wordt er echter slechts zelden een praktische doorvertaling gegeven in de richting van het gehavende zelfbeeld van gemeenteleden. Dat is jammer, want de geloofswetenschap datje door genade weer kind van God mag zijn zou juist heilzaam kunnen zijn voor mensen met een lage zelfwaardering.
Eerherstel en zelfbeeld
In de pastorale omgang met mensen die worstelen met lage zelfwaardering lezen we deze gelijkenis. Ik benadruk bij de uitleg vooral het aspect van het eerherstel in die zin dat de Heere ons bij de wederkeer tot Hem opnieuw aanvaardt als kind van Hem én als erfgenaam van zijn stralende Toekomst. Vervolgens proberen we samen te ontdekken wat deze geloofswetenschap betekent voor je zelfbeeld. Heeft deze geloofswetenschap niet tot gevolg dat je anders over jezelf mag gaan denken? Heeft dat niet als consequentie dat je jezelf als een waardevol mens mag gaan zien? De pastorale omgang beperkt zich in deze fase dus tot het benadrukken van een bepaald aspect uit de gelijkenis en tot het trekken van consequenties hieruit. Het is namelijk van belang dat deze gemeenteleden eerst goed zicht krijgen op de zaak van het eerherstel en de consequenties die daaraan verbonden zijn voor hun zelfbeeld. Je kunt immers dingen pas anders gaan beleven als je ze eerst anders bent gaan zien. Het je houden aan deze volgorde is belangrijk evenals het feit dat je gemeenteleden de tijd moet gunnen om zich te heroriënteren wat betreft hun zicht op dit eerherstel. Haastige spoed is zelden goed, maar zeker niet bij het begeleiden van geestelijke en psychische veranderingsprocessen. Snelle oplossingsgerichtheid is hier echt fnuikend. Het is in deze fase noodzakelijk om in het gebed samen te bidden om de uerlkhting van de Heilige Geest. Alleen Hij kan je ogen openen voor aspecten van het Woord van God die tot nu toe voor jou onder het stof verscholen lagen. Alleen Hij kan je verstand verlichten zodat je, op grond van de bijbelse boodschap, ook anders over jezelf gaat denken.
De inwoning van de Heilige Geest
Anders gaan denken over jezelf is van essentieel belang. Maar daarmee is er nog geen doorvertaling tot stand gékomen naar het beschadigde zelfbeeld, naar een positiever beleven van jezelf. Hoe komt het nu tot die doorvertaling, tot een positiever ervaren van zichzelf? Die doorvertaling komt niet gemakkelijk tot stand. Zelfbeleving heeft niet te maken met de emotionele bovenlaag van mijn persoonlijkheid, maar wortelt in de diepere existentiële lagen van mijn menszijn. Wil er echt sprake zijn van verandering van zelfbeleving dan is er een vernieuwing nodig van wat de bijbel ons hart noemt. Hoe komt het in de pastorale omgang nu zover dat anders denken óver jezelf anders beleven van jezelf wordt? Die ve andering zal moeten plaatsvinden in het hart van een mens, in de grondstructuur van het menszijn. In dat kader lees ik met deze gemeenteleden stukken uit het Johannesevangelie. Jezus zegt over de Heilige Geest, dat deze niet slechts bij maar zelfs in zijn leerlingen zal blijven, Joh. 14 : 17. Het gaat om de inwoning van de Heilige Geest in het hart van de gelovige. Volgens de apostel Petrus heeft deze inwoning als consequentie dat de gelovige deel krijgt aan de goddelijke natuur, 2 Petrus 1: 4. Zo serieus neemt hij de aanwezigheid van de Heilige Geest. Het gaat daarbij duidelijk niet om een éénwording. God en mens smelten door de inwoning van Geest niet samen. Petrus bedoelt echter wel dat de intimiteit tussen God en de gelovige veel diepgaander is dan in.de meest innige relatie tussen mensen onderling mogelijk is. Deze intimiteit, waardoor ik letterlijk deel krijg aan de levende Here Jezus Zelf, is een mysterie. Wanneer je deze intimiteit echt serieus neemt, dan heeft zij vérstrekkende gevolgen voor je ervaren en beleven van jezelf. Deze intimiteit raakt immers je hart, waar je zelfbeleving wortelt. De bloedvloeiende vrouw raakte Jezus en ervoer dat er kracht van Hem uitging, zie Lucas 8, 43-48. Diezelfde ervaring kun je vandaag als gelovige opdoen. Door de inwoning van de Heilige Geest is de aanwezigheid van de levende Here Jezus in je hart zo reëel datje Hem door je in het geloof aan Hem toe te vertrouwen kunt aanraken en kunt ervaren dat er kracht van Hem uitgaat. Kracht waardoor er een doorvertaling plaatsvindt van anders denken over jezelf naar anders ervaren van jezelf. We komen hier in aanraking met het geheimvolle werk van de Heilige Geest door wie je in aanraking met de levende Heere Jezus en door wiens krachtje negatieve zelf- I
beleven wordt omgevormd in de richting van een positiever ervaren van jezelf. In de pastorale omgang worden deze dingen uitgelegd en wordt erop aangedrongen om in het geloof deze inwoning van de Geest werkelijk serieus te nemen. Net zoals Petrus heeft gedaan. Wie de inwoning van de Geest werkelijk ernstig neemt en de consequentie daarvan voor zijn zelfbeeld serieus overweegt die zal in de geloofsovergave aan de Here Jezus 'gaandeweg' merken dat het eerherstel doorvertaling krijgt naar een positiever beleven van zichzelf.
De Heilige Geest als bruggenhoofd
Deze verandering van zelfbeleving re-aliseert zich 'gaandeweg'. Het is een misverstand om te denken dat de Heilige Geest een soort knop omdraait in mijn hart, waardoor ik van het ene moment op het andere plotseling mezelf anders ga beleven; In dat geval zou de mens zelf met zijn of haar verantwoordelijkheid worden uitgeschakeld. We kunnen de Heilige Geest op dit punt het best vergelijken met een bruggenhoofd. Wanneer er van God uit een bruggenhoofd geslagen wordt in mijn hart betekent dat een geweldige doorbraak ten góede. Vanuit dit bruggenhoofd kan ik immers het gevecht tegen mijn lage zelfwaardering des te beter aangaan. Maar tegelijk betekent het bruggenhoofd dat ik mij zelf moet inspannen om van daaruit ook echt de strijd aan te gaan. Daarin komt mijn menselijke verantwoordelijkheid aan bod. Juist in de weg waarin fk mij inspan om aan dit bruggenhoofd een leidende positie te geven, kom ik verder in de strijd tegen mijn negatieve zelfbeeld. In de pastorale omgang betekent dit concreet dat ik na het bijbellezen over het eerherstel en de inwoning van de Heilige Geest met dit gemeentelid het boekje van Wil Doornenbal 'Leven met jezelf ....en anderen', lezen en bespreken. In dit boekje gaat zij uitvoerig in op de psychologische kant van (lage) zelfwaardering. Zij geeft praktische aanwijzingen als het gaat om het gevecht tegen lage zelfwaardering. Vanuit het bruggenhoofd kunnen deze aanwijzingen des te effectiever gebruikt worden in het gevecht tegen het beschadigde zelfbeeld. Gaandeweg gaat dit gemeentelid dan niet alleen anders denken maar ook anders voelen en wordt lage zelfwaardering omgebogen in de richting van positiever denken over zichzelf. Daardoor wordt de kwetsbare plek in het innerlijke van deze mens verstevigd en is dit gemeentelid minder ontvankelijk ga voor het ontwikkelen van depressieve gedachten en gevoelens. En dat is pure winst.
H. G. DE GRAAFF, MAARSSEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 2001
De Waarheidsvriend | 11 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 2001
De Waarheidsvriend | 11 Pagina's