De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Inzameling van de gaven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Inzameling van de gaven

DE EREDIENST

7 minuten leestijd

Het gebeurde het afgelopen voorjaar in de vergadering van de Tweede Kam Op de agenda stond een debat over de sociale-zekerheidspositie van politieke ambtsdragers. In dat verband merkte SGP-kamerlid mr. J. T. van den Berg op dat oo bij predikanten nog het een en ander ualt te verbeteren. Die opmerking ontlokte een discussie met zijn collega uan GroenLinks, ds. A. Harrewijn, waarbij ook minister De Vries uan Binnenlandse Zaken een duit in het zakje deed: 'Voorzitter! Ik stel uoor dat wij nu een collecte houden!' De dominee uan GroenLinks kreeg het laatste woord: 'Je kunt zien dat de minister zeer christelijk is opgevoed en dat het belangrijkste uan de kerkgang hem is bijgebleven. De collecte is in elk geval het meest oecumenische Die is overal gelijk.'

De collecte is overal gelijk, zo concludeerde Ab Harrewijn. Dat zou betekenen dat minder dan op de andere onderdelen van de eredienst inzake de dienst der offeranden bezinning nodig is. Wie dat denkt, honoreert niet dat het delen van de gaven van meet af aan essentieel is in de samenkomsten van de nieuwtestamentische gemeente. In één adem wordt de onderlinge liefde van de eerste christenen, tot uiting komend in het alle dingen gemeen hebben, genoemd met het krachtige getuigenis door de apostelen van de opstanding van de Heere Jezus. 'En er was grote genade over hen allen.' (Handelingen 4 : 32 en 33).

Avondmaalstafel

Wie de oorsprong van de collecten uit de Schrift wil aflezen, komt allereerst bij de liefdemaaltijden terecht. Het tweede hoofdstuk van het boek Handelingen beschrijft dat de broeders en zusters volharden in de gemeenschap. Aan allen werd uitgedeeld, 'naar dat elk van node had.' Voordat er overgegaan werd tot de verkiezing van zeven diakenen, functioneerde het diaconaat al binnen de gemeente. Huisgenoten van het geloof mochten delen in de rijkdom van de ander. Ook hier zien we het verband met de groei van de gemeente, zowel naar binnen als naar buiten: 'En dagelijks eendrachtig in de tempel volhardend, en van huis tot huis brood brekend, aten zij tezamen met verheuging en eenvoudigheid des harten; en prezen God, en hadden genade bij het ganse volk. En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden.'

Wie aan de liefdemaaltijd deelnam, bracht zelf een gave mee. De inzameling van de gaven aan onze avondmaalstafel komt voort uit dezelfde gedachte. Het is daarom goed als diakenen in deze tijd hiermee bij de bestemming van deze gaven rekenen. Vanuit en rondom het avondmaal vormde zich de eredienst van de apostolische gemeente. Behalve schriftlezing en schriftuitleg, de geloofsbelijdenis, het gebed en het zingen was er het geven van de gaven voor de armen, er. door dr. W. Aalders 'de kus der heilige, onderlinge verbondenheid ge- k noemd.'

Toetssteen voor toewijding

Al gauw ontstaat er tussen de gemeenten ook een betrokkenheid op elkaar. Wat van God ontvangen is, mag en . moet gedeeld worden. Ook hier ligt de grond van het delen in Christus' werk. 'Want gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden.' (2 Korinthe 8) Paulus vraagt de gemeente van Korinthe de beurs te legen voor de broeders in Jeruzalem. Hij houdt hen eerst de situatie in Macedonië voor, waar zowel de verdrukking als de zeer diepe armoede de mildheid van de christenen heeft bevorderd. Voor ons en onze welvaart: er is dus een relatie tussen grote armoede c.q. overvloedige rijkdom en de bereidheid tot delen. Delen van je bezit - en wat heb je dat je zelf niet ontvangen hebt - is een toetssteen voor je toewijding aan God. In die zin is de dienst van de offerande een geestelijke thermometer.

De gaven moeten dus ook bestemd worden voor andere gemeenten. Het ; feit dat we samen deel uitmaken van het lichaam van Christus, betekent ook verantwoordelijkheid voor elkaar. In onze dagen is die betrokkenheid er wereldwijd! Het is waar, de armen hebben we altijd met ons. En de media brengen de einden der aarde in onze huiskamer. Het kan het gevoel geven dat zelfs een grote collecte niet meer is dan een druppel op een gloeiende plaat. Maar dit gevoel bedriegt, want wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, zal Hij zitten op de troon en zullen voor Hem alle volken vergaderd worden. Tot degenen aan Zijn rechterhand zal Hij dan zeggen: Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven. Wat u aan een van Mijn minste broeders gedaan hebt, hebt u aan Mij gedaan. Geen druppel die direct verdampt, maar een beker koud water in Christus' naam.

Het delen van de gaven komt niet alleen op uit Zijn verzoeningswerk, maar houdt ook een belofte in voor Zijn toekomst.

Welvaren

De Reformatie heeft deze lijn vastgehouden. Zondag 38 van de Heidelbergse Catechismus antwoordt op de vraag wat God in het vierde gebod gebiedt dat 'ik op de rustdag tot de gemeente Gods naarstig kome, om Gods Woord te horen, de Sacramenten te gebruiken, God de Heere openlijk aan te roepen en de armen christelijke handreiking te doen.' Zo had Paulus het ook bepaald voor de gemeenten in Galatië: 'Op elke eerste dag van de week, legge eenieder van u iets bij zichzelf weg, vergaderende een schat, naardat hij welvaren gekregen heeft'

(I Korinthe 16 : 2). Zo heb ik het vroeger nog gehoord van oudere mensen, die de crisis en de oorlog doorstonden: het beschikbare loon moest verdeeld worden in een busje voor de bakker, voor de kruidenier, voor de huishuur. Op het eerste busje, voor de dienst aan God, werd nooit beknibbeld.

Wanneer de eredienst op geestelijke wijze beleefd wordt als de ontmoeting tussen God en Zijn gemeente, zal het bijbelse zicht op de dienst aan de naasten niet ontbreken. Dan zullen soms voorkomende discussies over de hoeveelheid diaconale en kerkvoogdelijke inzamelingen hopelijk verstommen. Want ook de instandhouding van de eredienst is een geestelijke zaak en in het verlengde daarvan onze gaven voor de zending. Maar principieel is wel de volgorde dat de gemeente zich eerst in de beoefening van de barmhartigheid richt op wie geen helper heeft, wie honger lijdt.

De gemeente in de eredienst is zo ook diaconale gemeente. Het gaat om haar handeling. Ik maak nog wel eens mee dat er voor de dienst gebeden wordt voor de diakenen, die de gaven zullen inzamelen. Maar het gaat niet om hen. Het gaat om de gemeente, in wie de liefde woont en wier brandend hart in dienstbetoon omziet naar de ander. Daartoe hebben de diakenen de gemeente voor te gaan en te stimuleren. In onze tijd van overvloedige informatie en legio verantwoorde doelen denken we dan aan het gericht onder de aandacht brengen van concrete projecten. Zo wordt allereerst in de kerkelijke weg hulp geboden, ook via stichtingen die we als verlengde arm van de gemeenten kunnen zien.

Afzonderen

In veel gemeenten vindt de inzameling van de gaven direct voor de preek plaats, door dr. A. Noordegraaf vanwege het doorbreken van de eenheid tussen schrifdezing en prediking een 'liturgisch monstrum' genoemd. Het kan zijn dat deze gewoonte gegroeid is in de tijd dat de overheid de maximale lengte van de eredienst bepaalde en er daarom na de preek maar zo weinig mogelijk meer moest gebeuren. In het verleden werd er gehengeld met collectezakken aan lange stokken, wat zo tijdrovend was dat de diakenen er tijdens de preek mee doorgingen. Belangrijker argument om de dienst van de offeranden na de preek te laten plaatshebben, is dat de gemeente antwoordt op de verkondiging van Gods Woord' Zij doet dat zowel door voor de noden in de gemeente en in de wereld te bidden, als door het afzonderen - een wat ouderwets, maar betekenisvol woord - van haar gaven. Ook hier gaan haar woorden en daden samen op. Zo is er een doorgaande lijn naar de samenleving, is de gemeente in haar dienst gericht op de wereld en vervult ze haar roeping om in haar diaconale handelen barmhartigheid en rechtvaardigheid te betrachten. 'Wat eist de Heere van u, o mens, dan recht te doen, weldadigheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God' (Micha 6).

Zo staat de gemeente wekelijks in dienst van Hem, Die de hemel en de aarde geschapen heeft, Die de verdrukte recht doet en Die de hongerige brood geeft.

P. J. VERGUNST, APELDOORN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 2001

De Waarheidsvriend | 11 Pagina's

Inzameling van de gaven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 2001

De Waarheidsvriend | 11 Pagina's