Geldingsdrang en 'niet goed in je vel zitten'
De MENS ALS ZONDAAR OF ALS SCHEPSEL? [4]
Ter inleiding
Veel bijbelse personen hebben een toepasselijke naam verbonden aan hun eigenschappen. Nu is dit nog zo, maar dan in de vorm van een bijnaam die iets weergeeft van het gedrag van de persoon die de bijnaam draagt. Zo herinner ik me nog iemand uit mijn jeugd met de bijnaam 'Piet Oorlog'. De reden hiervan was dat het bijna onmogelijk was om met hem geen ruzie te krijgen. Dit is natuurlijk een extreem voorbeeld maar ook in de kerk komen we mensen tegen die er niet veel moeite voor hoeven te doen irritatie op te wekken en mogelijk conflicten te veroorzaken. Paulus geeft voor de omgang met anderen duidelijke richtlijnen. Toch is hij nuchter als hij zegt 'Indien het mogelijk, is met alles wat in u is, houdt vrede met alle mensen' (Rom. 12 : 18). Les Parrot beschrijft in zijn boek 'Moeilijke mensen; Hoe ga je daarmee om? ' hoe je met 'moeilijke mensen' het beste om kunt gaan. Hij geeft echter wel de volgende vuistregel: 'Het probleem dat u ervaart met onm gelijke mensen, wordt veroorzaakt door uw relatie met die persoon en niet door de persoon zelf. Nu zijn er natuurlijk mensen die bij anderen veelal in ongenade vallen als 'moeilijk persoon' omdat deze personen hier duidelijk aanleiding toe geven. Het gaat dan meestal over mensen die 'niet zo lekker in hun vel zitten'. Hiermee ben ik gekomen bij een uitdrukking die in deze tijd steeds meer klinkt, namelijk 'niet goed in je vel zitten'.
Geldingsdrang
Het veroorzaken van conflicten kan uiteraard zonde zijn van de bovenste plank, maar toch kan dit alles ook te maken hebben met hoe iemand in zijn 'schepselmatige vel' zit. Mensen die altijd moeten scoren om 'iemand' te zijn, doen dit niet vanuit een positief zelfbeeld als sturende bron van eigen gedrag. Mensen die zich overmatig willen laten gelden in het kerkelijke leven doen dit meestal niet vanuit een ootmoedige houding en een sterke identiteit. Deze geldingsdrang verraadt veelal een lage zelfwaardering die hiermee ogenschijnlijk opgewaardeerd wordt. Als we als christenen ontdekt zijn aan ons eigenzinnige, autonome, zondige bestaan, valt onze geldingsdrang ook hieronder. De vraag waarom christenen er zo weinig verlost uitzien en ze zo op hun strepen staan, snijdt dus diep in ons vlees. Toch zijn er christenen die weet hebben van vrede met God waarbij ze al hun geldingsdrang ingeleverd hebben en toch een 'moeilijk mens' blijven. God kan natuurlijk mensen in een punt des tijds veranderen, maar de oude mens steekt regelmatig zijn kop op. De vraag is of dit alleen maar de oude mens - der zonde is. Als iemand niet 'goed in zijn vel zit' waardoor hij telkens met zijn geldingsdrang zijn waardigheid moet compenseren tot irritatie van anderen, heeft dat dan niet meer te maken met zijn gebrek aan zelfwaarde dan met zijn onwaardigheid vanuit zijn oude mens?
Diepe verlangens en verkeerde strategieën
Bovenstaand kopje staat in een boek van Larry Crabb, Van binnenuit, werkelijke verandering is mogelijk. Hij vraagt af op welke wijze spanningen veroorzaakt worden in een mensenleven. In bovengenoemd boek doet hij een diepteboring naar het hart van de mens waarbij hij de zonde op een diepgaande manier aan de kaak stelt met alle overlevingsstrategieën. Vanuit Jeremia 17 maakt hij duidelijk dat de zonde met een ijzeren griffel in het hart van het zondige volk is gegrift (vers 1). Het hart is zo arglistig, meer dan enig ding, ja dodelijk is het, wie zal het kennen? (vers 9). Voldoende kennis van het eigen hart is er bij het volk en ook ons niet, alleen God doorgrondt het (vers 10), waaruit blijkt dat we voor zelfkennis de Heere God zelf nodig hebben. Vanuit deze bijbelse diepteboring laat hij heel concreet zien hoe mensen zich uiten en dat de manier waarop mensen 'in hun vel' zitten, voeding geeft aan een verkeerde manier van omgaan met anderen. Crabb maakt duidelijk aan de hand van Jeremia 2 : 13 dat mensen de Bron van levend water verlaten hebben en zichzelf gebroken bakken uithouwen die geen water houden. Dit betekent dat mensen bezig zijn met onzinnige dorstlessers. Hij trekt hieruit twee conclusies: Mensen hebben dorst en kunnen deze dorst ten diepste alleen bij God lessen. De dorst op zich is iets waar God vanuit gaat. Het verlangen naar relaties zonder spanningen, waarin we bemind en geaccepteerd worden en zelfs iets voor anderen betekenen is prima. De mensen zoeken het water waarmee ze hun dorst willen lessen op de verkeerde plaats. Ze doen net of God niet van hun dorst afweet en staan er zelf op naar vervulling te zoeken. Ze lopen van hot naar her om hun leven in de hand te houden. Men is doodsbang om gekwetst en gekrenkt te worden, en wil koste wat het kost zijn onafhankelijkheid bewaren.
Ds. H. Smit vat in een boekbespreking de visie van Crabb samen door de mens te typeren in zijn volmaaktheidswaan waaruit de dorst opwelt. De mens zet krampachtige maskers op zich waarbij deze volmaaktheidswaan bondgenoten vindt, namelijk ontkenning en verdringing die hij typeert als 'weg der werken', compensatie en een eisende houding. Als deze maskers afvallen, blijft er niets anders over dan een zielig hoopje mens - niet goed in zijn vel - , die zichzelf niet meer ziet zitten. Ds. H. Smit trekt hierna lijnen naar het belang van het ontdekt worden aan al die maskers naar vr./antw. 117 van de Heidelbergse Catechismus, namelijk dat wij 'onze nood en ellende recht en grondig kennen, om ons voor het aangezicht van Zijn majesteit te verootmoedigen'. Bij 'verdringing en ontkenning' besparen we onszelf het zicht op onze diepe nood en ellende. Bij onze eisende houding staan we te veel op onze vermeende strepen en kunnen we moeilijk buigen. Bij compensatie maken we de zegeningen los van de Zegenaar. Men leze zelf het boek om deze diepteboring op het spoor te komen. Niet voor niets geeft bovenstaande levenswandel ook schaduwen over het geestelijk leven. Als we als christen het hart op de goede plaats hebben, maar we regelmatig in botsing komen met anderen vanwege ons hanteren van verkeerde dorstlessers, geeft dit veelal schuldgevoelens. Deze schuldgevoelens geven soms veel aanvechtingen. Ik acht het niet onmogelijk dat een predikant met een negatieve zelfwaardering, schuldbesef en aanvechting een grote plaats geeft in de prediking. Zijn eigen levenswandel waarbij hij dorstlessers nodig heeft om zichzelf overeind te houden, geeft spanning die zich weer kan uiten in ongezond schuldbesef. Ontsporingen in eigen 'geestelijk' leven kunnen de prediking stempelen.
De mens als schepsel
Dat een mens 'niet goed in zijn vel' zit, staat natuurlijk niet los van zijn relatie met God zoals we net aan de hand van het boek van Larry Crabb zagen. Toch is dit boek zo ontdekkend dat de therapie niet alleen gericht is op herstel van de relatie met God in verticale zin. Het mes gaat ook diep in het functioneren van de mens als schepsel. Een mens die zichzelf waardeloos vindt moet wel manieren vinden om te overleven. In de vorige artikelen is duidelijk ingegaan op wat de gevolgen van
een negatief zelfbeeld kunnen zijn. Wanneer we dit toespitsen op het omgaan met conflicten, wordt duidelijk dat veel conflicten hun basis vinden in dorst die gelest wordt met geldingsdrang. Als toegeven betekent datje zelfwaarde onderuitgaat, is dit een riskante bezigheid. Wanneer iemand weet wat hij waard is en zijn minder sterke kanten en beperkingen rustig onder ogen ziet, is het niet nodig zich te laten gelden. Het hoofd buigen is dan geen schande. Iemand die dus een positieve relatie heeft met zichzelf, hoeft minder geldingsdrang ten toon te spreiden in het omgaan met anderen, waardoor er minder snel conflicten ontstaan. Een negatief zelfbeeld kan tevens een bron zijn van negatieve gedachten waardoor conflicten ontstaan die schijnbaar uit het niets opduiken. Gedachten zoals: 'hij zal me niet aardig vinden', of'hij zal mij wel weer moeten hebben' of'dat is tegen mij gericht', berusten veelal niet op feiten, zodat er niet-reële reacties ontstaan. De mens als schepsel van God die zichzelf liefheeft en vanuit deze positie de ander ook liefheeft, loopt minder kans zich in onnodige conflicten te storten. Deze mens heeft meer evenwicht in zijn leven en het leven van heiliging ondervindt minder weerstand. Het is waar, als God werkt, wie zal het keren? Het werk van God gaat niet buiten het schepselmatige om. Er zijn soms 'moeilijke mensen' die als oprecht christen dagelijks worstelen met hun gebrek aan zelfwaardering, die hen dorstig maakt en gebroken bakken doet uithouwen.
Terug naar de prediking
Een mens is geen 'wegwerpelijk kleed', al zijn vermeende gerechtigheden wel. Een diepteboring in ons leven is van belang om alle onzuiverheden op te sporen. We hebben een diepe prediking nodig om de neigingen van ons arglistig hart bloot te leggen. Ook hebben we een diepe prediking nodig om te laten zien wie we als waardevol schepsel mogen zijn zodat we niet allerlei schadelijke dorstlessers nodig hebben. In het leven van heiliging is het nodig dat de prediking de Wijnstok aanwijst waarmee we verbonden mogen zijn om vruchten te dragen. Tevens is het van belang dat er aandacht geschonken wordt aan de noodzaak van een evenwichtig zelfbeeld als schepsel van God die met gaven versierd is. Te weinig besef van onze gaven en ons schepsel-zijn kan ervoor zorgen dat het leven van heiliging te veel in de knop blijft. Prediking en pastoraat in trinitarisch perspectief geeft evenwicht en tegengas in ons post-moderne tijdperk waarbij ook het nihilisme hoogtij viert.
A. PALS, BLESKENSGRAAE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's