Het geestelijk leven van Groen van Prinsterer
PRESENTATIE 'TOT EEN VOORBEELD ZULT GIJ BLIJ OP 15 SEPTEMBER IN BARNEVELD
Het is de charme van Groen van Prinsterer, dat men uit zeer onderscheiden politieke en kerkelijke stromingen aan zijn baard ivil hangen, terwijl niemand hem echt helemaal kan claimen. GPV-ers en RPF-ers - vandaag ChristenUniërs, SGP-ers en CDA-ers met christelijk-historisch besef, vrijgemaakten en vrijgeraakten, afgescheidenen en hervormden, daaronder conjessionelen en Gereformeerde Bonders, ze scharen zich bij zijn tweehonderdste geboortejaar eerbiedig om zijn tombe. Ik zeg zijn tombe, wa zijn leven heeft hij zich vaak gepasseerd en miskend geweten.
PRESENTATIE 'TOT EEN VOORBEELD ZULT GIJ BLIJ OP 15 SEPTEMBER IN BARNEVELD
Dr. Roel Kuiper heeft het gewaagd om vandaag aan het vele, dat over Groen geschreven is, een biografie toe te voegen. Hij voert met dit boek de pretentie iets wezenlijks toe te voegen aan het vele, dat over Groens leven en werk is geschreven, namelijk de belichting van Groen als persoon, als mens in zijn religieuze en sociale gedragingen, in zijn verwerking van tegenslagen, in zijn omgang met anderen. Een 'intellectuele biografie' met Groen zeifin het middelpunt, noemt Kuiper het zelf. Mij dunkt dat Kuiper in die opzet ten volle is geslaagd. Naast alles wat we vanuit de bronnen, die Kuiper uiteraard ook gebruikt, van Groens arbeid kennen, zien we in dit boek Groen in het hart. Groen zelf maakt dit ook mogelijk, al was het alleen maar door de vele briefwisselingen, die hij onderhield. De auteur had voor zijn boek, dat hier vandaag wordt gepresenteerd, geen betere titel kunnen bedenken dan Tot een voorbeeld zult Gij blijven, de voorspelling, die Isaac da Costa deed in 1854, toen Groens politieke carrière leek dood te lopen. De herlevende belangstelling vandaag is er een bewijs van.
In de korte tijd, die mij is toegemeten, vraag ik kort aandacht voor één aspect van Groen als persoon, dat mij in hoge mate intrigeert, namelijk zijn geestelijk leven. Het is niet nieuw wanneer Kuiper, zegt, dat Groen in zijn geloofsleven een ontwikkeling doormaakte: van 'de overtuiging van het verstand' - het 'historisch geloof dat hij van huis uit had meegekregen - naar 'de geloofszekerheid van het hart'. Zijn geloofsgang in deze bracht hem zelfs op spanning met zijn ouderlijk huis. Ik ben dan ook geneigd de gang van Groen in deze kortheidshalve aanduiden met ontwikkeling naar bevindelijk geloofsleven. Hier valt echter dan wel de vraag te stellen hoe het woord 'bevindelijk' dan zou moeten worden geduid. Dat lijkt mij daarom van belang, omdat Groen zo breed wordt geclaimed als het gaat om zijn politieke overtuiging of ook om zijn VEN' visie op het herstel van de kerk. Neemt men dan zijn geestelijke leven op de koop toe? Heeft men ook daar affiniteit mee?
Van tijd tot tijd, zegt ook Kuiper, kerkte Groen bij de afgescheidenen, hoewel hij 'mijlenver' bij hun kerkelijk standpunt vandaan stond. Ds. A. Brummelkamp trad bij zijn graf spontaan naar voren om hem namens 'de Christelijke Gereformeerden' te eren. Groen had respect bij de afgescheide- nt nen, bij omdat hij het voor hen opnam en omdat hij beslist stelling nam, - zegt Kuiper - als het ging om de handhaving van de gereformeerde leer in de Hervormde Kerk, zonder zich overigens een 'confessionalist' te tonen. Groen dateerde bijvoorbeeld Dordt en achtte in zijn tijd, in de strijd met de modernen, de fronten elders te liggen dan in de thematiek, die Dordt aan de orde stelde.
Maar waar het mij nu om gaat is Kuipers betoog, waarin hij tot uitdrukking brengt, dat de Groens niet meegingen met 'de bevindelijke geloofsbeleving die omstreeks 1830 een opleving kende'. Hoezeer Groen en zijn vrouw zich ook aangetrokken wisten tot 'de vroomheid van de gewone man en vrouw' uit de kringen van de afscheiding, het 'onderscheiden van allerlei stadia van zielsaandoeningen ging er bij hen niet in.' Betsy, de vrouw van Willem Groen, schreef aan Willem de Clercq: 'Wij kennen weinig van dat soort bevindelijke godsdienst... maar ik zie waarlijk niet in Gods Woord van al die trappen van bevinding.' Ze liet ook weten 'met verwondering' het leven van John Bunyan te lezen. 'Hij zal 't zeker naar waarheid hebben geschreven, maar of het nuttig is alle verzoekingen, alle somtijds zoo zonderlinge gewaarwordingen op te schrijven en te laten drukken, daaraan, dunkt mij, mag men twijfelen.' En verder: Groen stak zijn teleurstelling over 'de dogmatische haarkloverijen en kleingeestigheden bij de afgescheidenen niet onder stoelen of banken'.
Maar daarom nog eens het bevindelijke, dat vandaag adjectief is voor een stroming. Bevinding laat zich moeilijk omschrijven, is in ieder geval geen locus in de dogmatiek. Hoe moeten we nochtans Groens 'geloofszekerheid van het hart' duiden? Ik refereer hier aan de bijdrage van dr. W. Aalders 'Ontwikkeling tot christen-staatsman' in het boek Vonken van heilig vuur, dat recent ook ter gelegenheid van Groens tweehonderdste geboortedag werd uitgegeven, onder auspiciën van de SGP, c.q. de Tweede Kamerfractie van de SGP. Aalders citeert daarin Groen letterlijk als hij zegt: 'Ik hoop en bid, dat, door Gods genade, mijn bloot verstandelijke en historische overtuiging een toepassing op mijzelf, een wezenlijke toeeigening moge zijn'. Aalders zegt dan, dat Groen, 'vooral door vertrouwelijke omgang met ingeleide (curs. van mij, v.d.G.) christenen', geloof als persoonlijk geloof en daardoor de eeuw van de Reformatie 'en de zielsuitingen van de Nederlandse geloofshelden in het martelaarstijdperk leerde verstaan'.
We moeten die ingeleide christenen - een uitdrukking uit het bevindelijke taaleigen - voornamelijk zoeken in de
Reveilkring. Maar als er dan sprake is van distantie van Groen tot het bevindelijke gedachtegoed uit de kring van de afscheiding, is de vraag op z'n plaats waar dan toch het geheim ervan ligt, dat vandaag Groen in zo'n brede kring tot een voorbeeld is gebleven. Op die vraag heb ik na lezing van Kuipers boek geen afdoend antwoord gekregen. Maar Kuiper prikkelde mij wel om deze vraag onder ogen te zien. Misschien prikkelt mijn vraag hem nog eens tot een artikel.
Ik sluit af. Kuiper legde een prachtige persoonsbeschrijving van Groen op tafel. Het is te hopen dat mede door zijn boek de vonken van heilig vuur zullen blijven overspringen op een nieuwe generatie en dat Groen tot een voorbeeld voor velen zal blijven: in politieke kring, in de contekst van de huidige ont-waarding van het publieke leven, en in kerkelijke kring, om de belijdenis onbekrompen en ondubbelzinnig te handhaven.
Ik feliciteer de auteur en de uitgever van harte met dit boek.
v.D.G.
N.a.v. dr. R. Kuiper, Tot een voorbeeld zult Gij blijven, Uitgave Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 223 pag., ƒ 42, 85.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's