Pastoraat rond huwelijk en echtscheiding
(SAMENVATTING LEZING AMBTSDRAGERS- VERGADERINGEN GEREFORMEERDE BOND IN WORMERVEER EN HARDINXVELD)
Intro
Pastoraat bestrijkt een breed terrein. Crisispastoraat beweegt zich tussen nood en schuld, vanwege de gebrokenheid van het bestaan door de zonde. Soms liggen persoonlijke nood en persoonlijke schuld dicht bij elkaar, soms ver van elkaar. Maar altijd heeft de kerk (gemeente) een pastorale roeping in de nood en de schuld van mensen, zowel vanuit het ambt als vanuit de gemeenschap der heiligen. Bij de pastorale benadering spelen recht en barmhartigheid een principiële rol. Dat geldt ook rondom huwelijk en echtscheiding.
Aanvechting
Het huwelijk staat in onze cultuur onder zware druk. Vele huwelijken eindigen vroeger of later in echtscheiding. Vandaag wordt al gesproken van flitssechtscheidingen of impulsechtscheidingen: van de ene dag op de ander via geregistreerd partnerschap.
Na de sexuele revolutie van de zeventiger jaren is er een diepgaande verschuiving ingetreden van de sexuele moraal, die ook op het huwelijk ingrijpt. Samenwonen is (mede daardoor) ook meer en meer binnen kerken geaccepteerd, zo blijkt uit een recent onderzoek van de Evangelische Alliantie in Engeland. De media spelen in dit alles een ingrijpende rol.
Gezinsvorming onderging ook een grote verschuiving (we 'nemen' kinderen). Het meest ingrijpend is het zicht van de overheid op het huwelijk, blijkens het homo'huwelijk'. De definitie van het huwelijk bij de overheid en bij de kerken in de traditie is niet meer gelijk.
Bijbelse basis
Het huwelijk heeft een hechte bijbelse verankering. Het is een scheppingsordinantie, gekoppeld aan de voortplanting (Gen. 1: 27, 28). Daarom kan echtscheiding binnen de christelijke gemeente in feite niet (Mt. 19 : 6). Het huwelijk echter nochtans huwelijk buiten het paradijs. Vanwege de hardigheid des harten gaf Mozes daarom 'nochtans' een scheidbrief (Deut. 24:1). Hret Nieuwe Testament houdt in lijn met het Oude Testament het huwelijk hoog. Jezus grijpt in het Nieuwe Testament op het huwelijk als inzetting van God terug (Markus 10 : 6-8). Het eerste wonder (water in wijn) deed Jezus op een bruiloft. De manvrouw verhouding wordt door Paulus opgevoerd als beeld voor de verhouding van Christus tot Zijn gemeente (dienende liefde) en is ook zelf van die verhouding een afspiegeling. Christus heeft in het huwelijk Zijn plaats in de verbondsrelatie; het huwelijk staat in het kader van het verbond.
Primaat
Het huwelijk is bij Rome met een beroep op Ef. 5 : 22-33 e e n sacrament; het is niet alleen van een natuurlijke orde, ook van een bovennatuurlijke orde. De Reformatie benadrukte dat het huwelijk een afspiegeling is van Gods verbond met zijn volk en heeft er vanuit de scheppingsorde een algemene rechtsgrond aan gegeven. Daarom dient de overheid het huwelijk te beschermen. Ook Vanwege het ambt van de overheid is in de traditie van de Reformatie het burgerlijk huwelijk primair, de kerkelijke 'inzegening' is secundair. De kerk bevestigt het ja-woord dat t.o.v. de overheid is gegeven. De vraag is vandaag, nu de overheid een andere definitie van het huwelijk hanteert dan de kerk, of het primaat van de huwelijkssluiting door de overheid niet een nadere bezinning verdient binnen de kerken. De kerken blijken op dit punt overigens (helaas) zwaar verdeeld, als we denken aan de kerkordevoorstellen binnen SoW-kerken om homorelaties te 'zegenen', een kwestie waarover ter synode ongetwijfeld er zwaar zal worden gediscussieerd.
Profetisch
De profetische roeping van de kerk tegenover de overheid vraagt vandaag in concreto extra aandacht. In 1952 gaf de hervormde synode een herderlijk schrijven uit over hret huwelijk. Dat is op dit punt zelf bijna profetisch. Letterlijk wordt gezegd: 'Van Reformatorisch standpuint gezien, is tegen deze ontwikkeling (het primaat van het b huu> elijk, v.d.G.) niets in te brengen, hoewel w ons bewust blijuen uan de moeilijkheden die zouden ontstaan, wanneer de huwelijkswetgeving palingen maakte, die lijnrecht tegen de huwelijksen fjezinsethiek naar schnjtuurlijke opvatting ingingen. De taak der Kerk zou dan zijn de te herinneren aan het gebod van God ten aanzien uan de huwelijksorde.'
Pastoraat
Pastoraat vindt plaats in de gebrokenheid van het leven. In onze tijd zijn meer dan ooit nodig huwelijkspastoraat en pastoraat na echtscheiding, met name aan de kinderen van gebroken gezinnen, huwelijkscatechese (ook voor verloofde stellen) en aandacht in de prediking. De overheid heeft t.o.v. het huwelijk geen pastorale taak, de kerk destemeer. De kerk houdt het ideaal hoog: geen echtscheiding. Maar pastoraal heeft juist de kerk juist met de gebrokenheid te maken (zie intro). De leden der gemeente zijn ook beinvloed door de cultuur-verschuivingen inzake het huwelijk. Dan moet niet het ideaal worden bijgesteld, wel de pastorale benadering. Echtscheiding binnen de gemeente (ook onder predikanten) is geen zeldzaamheid meer.
De 'hardigheid' des harten vraagt vandaag een contextuele benadering. Alleen echtscheiding op grond van 'hoererij' of'overspel? '. En als het huwelijk een hel is geworden? Dan heeft zich de echtscheiding al binnen het huwelijk voltrokken. In Maleachi 2 zegt de profeet, dat God het verlaten haat (vs. 16). Calvijn benadrukt bij dit Schriftgedeelte het huwelijk als verbond - God is de Insterller van en Getuige bij het huwelijk - maar zegt intussen, dat de overheid wordt 'genoodzaakt vele dingen, die zij niet goedkeurt, toch te verdragen'. Hij voert op dat mannen hun vrouwen soms kwellen en haar nochtans bij zich laten en hen verhinderen van hun recht op scheiding gebruik te maken.
Als urgerlijk dit 'verdragen' van het niet ideale voor de ij overheid geldt, rijst de vraag of dit ook niet voor de kerk moet gelden als zij het primaat be- van de burgerlijke huwelijkssluiting stelt; maar dan ook als ze haar eigen definitie (en ideaal) aangaande het huwelijk handhaaft, overheid waardoor de kerkelijke huwelijkssluiting belangrijker zou worden dan de burgerlijke. Dat 'verdragen' is dan nog iets anders dan aansluiten bij de cultuurtrend. De kerk in haar pastoraat de tijd. Het huwelijk heeft echter ook principieel een contextuele kant: In Matthheüs 19 spee de joodse context: het volk draagt kennis van de wet en het verbond. In 1 Kor. 7, met de op het eerste gezicht 'negatieve' benadering van het huewlijk door Paulus), gaat het om een heidense context, met alle verwording van dien, waarom Pauluis zegt dat het te verkiezen is om ongetrouwd te blijven.
Daarom mag ook vandaag de culturele context meewegen in het pastoraat (Douma).
Conclusie: ook en juist in tijden van devaluatie van het huwelijk houde de kerk het ideaal hoog maar in de gebrokenheid van het bestaan (het helaas ook meer en meer gaan ontbreken van hechte gezinsstructuren) vraagt de hardigheid des harten om nieuwe interpretatie: geënt op recht en barmhartigheid.
Wel staan pastorale beslissingen altijd in verband met schuldbelijdenis (bijvoorbeeld bij huwelijk na echtscheiding). Ook al is er geen directe schuld er is altijd impliciete schuld.
Voorlopig
Het huwelijk heeft een eigen plaats binnen het verbonden zo binnen het Koninkrijk Gods. Het heeft daarom tekenkarakter. Maar het huwelijk is ook voorlopig, binnen de voorlopigheid van het Koninkrijk, dat 'reeds en nog niet 'is. Wanneer het rijk in voplkomenheid is aangebroken, wordt niet meer gehuwd. Vanwege de voorlopigheid moet ook de hardigheid des harten meewegen. Maar in het 'ideale' huwelijk ligt ook de verwachting van het volkomene van het Rijk.
J. VAN DER GRAAF, HUIZEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's