De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Begin van een emancipatieproces

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Begin van een emancipatieproces

BIJ VIJFTIG JAAR CSFR

9 minuten leestijd

Op bijgaande foto treft men de tweede generatie studenten uit de gereformeerde gezindte, die deel uitmaakten van de Civitas Studiosorum in Fundamento Reformato (CSFR), ojwel de vereniging van studenten op reformatorische grondslag. Met tweed generatie bedoel ik de lichting die aantrad, na de mensen van het eerste uur. Oprich waren o.a. de amici Gé(rard) van Leyenhorst, Reinier Plomp, Yp Verwet/, Henk Pau Cor de Jong, Gerrit Stolk, Leen van der Waal, Kees van Dijk en anderen; personen, die later vanwege hun maatschappelijke positie een zekere bekendheid kregen.Het geplante stekje was, blijkens bijgaande jöto, al snel uitgegroeid tot een boompje De tweede generatie telt vele studenten, die vanwege hun academische opleiding in k en samenleving een bepaalde positie zijn gaan innemen, waarmee ze soms ook bekendheid hebben gekregen. Zo'n foto is een aardig zoekplaatje. Men treft er op aan studenten, die predikant werden (de amici Kees Tukker, Goris Voordijk, Jan Jongenee Jan Vroegindeweij, Jan Maasland, Wim Gerritsen, Klaas van der Sluijs, Paul den Butter) ojin de politiek hun plaats gingen innemen (Bas van der Vlies, Ge' van Leyenhorst, Kees van Dijk en later Leen van der Waal) of op andere wijze publieke aandacht gingen trekken (Johan Blaauwendraad, Chris Janse, Bert Scholten, Rita va Harmeien, Maarten Burggraaf, Henk Wolleswinkel).

Herinnering

Ik begin met een persoonlijke herinnering. Direct na mijn aantreden als landelijk preses moest ik, met het hele bestuur in vol ornaat de vereniging vertegenwoordigen bij een lustrum van de Sorietas Studiosorum Reförmatorum (SSR), de gereformeerde studentenvereniging, die in 1886, het jaar van de Doleantie in Leiden met vijf studenten was begonnen onder de naam Hendrik de Cock en vooral ging wortelen in het gedachtegoed van Abraham Kuyper, die op alle terreinen des levens organisaties stichtte of daartoe stimuleerde. SSR - in 1900 interkerkelijk geworden - was in mijn (onze) beleving de vereniging waar de 'grote' mannen

in kerk en samenleving hun vorming hadden gekregen en ook toen nog kregen. Daarvan was men zich binnen SSR ook zeer bewust. Bij het betreffende bezoek gierden mij de zenuwen door de keel, want ik moest daar een groetwoord aan het bestuur, een felicitatie uitspreken ten overstaan van een naar mijn gevoelen hoogwaardig gezelschap. Onder de toehoorders bevond zich bijvoorbeeld de (later) vermaarde G. Puchinger. We voelden ons een klein, amechtig volkje vergeleken bij de (aantredende) upperten uit de kring van de Doleantie, uit de hoek van 'de parade der mannenbroeders'. Wij kwamen pas kijken. En dat liet men vanuit de SSR, soms zelfs met een zeker studentikoos dédain ook wel merken. SSR bleek intussen in zoverre al in haar nadagen te zijn, dat de crisis binnen de gereformeerde wereld al zichtbaar werd. SSR zou niet lang daarna een afsplitsing krijgen van studenten, die zich niet meer konden vinden in de (doorvertaling van) de gereformeerde identiteit van de vereniging (SSR-Nu). Veel later vertrouwde dr. Puchinger me een keer zijn zorgen en teleurstelling toe over de teloorgang van het gereformeerde leven in zijn kring en liet hij zijn affiniteit blijken met de kring(en), waaruit de CSFR was voortgekomen.

Emancipatie

De CSFR was overigens geen afsplitsing van de SSR, De CSFR was de voorhoede van wat men zou kunnen aanduiden als de emancipatiebeweging van de gereformeerde gezindte in engere zin. Slechts één student kwam uit de Gereformeerde Kerken: mijn enkele jaren geleden in Amerika overleden amice van het Rotterdamse dispuut, Kees Baas. Er was aversie tegen de gereformeerde gearriveerdheid en triomfantelijkheid en het heersende cultuuroptimisme bij de nazaten van de Doleantie.

De emancipatie begon ermee dat vanuit de gereformeerde gezindte jongeren naar middelbare scholen gingen. De CSFR van het eerste uur bestond nog vooral uit jongens; de eerste generatie vooral in Delft, want technische studie leek minder 'gevaarlijk' voor de gereformeerde identiteit dan andere studierichtingen. Later vindt men de studenten over het brede spectrum van studierichtingen en stijgt ook het aantal vrouwelijke studenten fors. De emancipatie kan men aftneten aan de breedte van het studieveld en de instroom van vrouwelijke studenten.

Onbesproken moet hier blijven de verdere emancipatie, die zich binnen de gereformeerde gezindte voltrok op het terrein van het maatschappelijke en kerkelijke organisatieleven, beginnend bij het onderwijs en verder vertakt naar de pers en allerlei maatschappelijke verbanden van eigen identiteit, waarvoor ook de CSFR de mensen leverde. Dat die emancipatie spanning met zich zou meebrengen ligt voor de hand: 'de spanning tussen assimilatie (aanpassing) en persistentie (volharding) bij de emancipatie van de bevindelijk gereformeerden' (proefschrift dr. C. S. L. Janse).

Feit is, dat afgestudeerden van universiteiten (maar ook van andere onderwijsinstituten) verantwoordelijke posten gingen bekleden in de samenleving, waarbij ook vrouwen hun plaats gingen innemen. Die emancipatie is nu wel voltooid, in die zin dat voortgezet onderwijs algemeen is en hoger onderwijs of uriiversitair onderwijs normaal is geworden.

Idealen

De idealen in de beginjaren van de CSFR waren hoog. Vanuit het theocratisch levenbesef - de zeggenschap van God over het hele leven - werd de roeping gevoeld om breed in kerk en samenleving te gaan participeren. Die participatie kon niet waardevrij plaatsvinden. Of er dan 'christelijke' wetenschap bestond? Eerder werd gesproken van het werken als zuurdeeg in de wetenschap en in de samenleving. Een nieuwe zuil, zeg de reformatorische zuil, lag in die jaren nog ver buiten het blikveld.

Een theoloog als A. A. van Ruler oefende grote invloed als het ging om het stimuleren van de theocratische gedachte en de (latere) deelname aan het leven in de politiek en de cultuur, zonder dat daaraan cultuuroptimisme ten grondslag lag, zoals bij de 'de dolerenden'.

Dr. F. de Graaffwas als cultuurfilosoof een graag geziene gast en graag gehoorde spreker. Hij had vooral een boodschap voor de Delftse techneuten, die een cultuur- en techniek-kritische levensbeschouwelijke inbreng bij hun vakstudie goed konden gebruiken.

De hoogleraar dr. R. J. Hooykaas, die aan de Vrije Universiteit geschiedenis van de natuurwetenschappen doceerde, bracht de zo zeer gewenste verbinding aan tussen geloof en wetenschap. Zo kregen wetenschappers uit andere kringen dan de gezindte, waaruit de studenten stamden, invloed en derhalve betekenis voor de emancipatie, die op gang was gebracht. Er zouden veel meer namen kunnen worden genoemd. Ik beperk me tot het eerste uur, tot de eerste en de tweede generatie. We droomden onze dromen met betrekking tot de doorwerking van het breed gereformeerde gedachtegoed in de samenleving.

Theologie

Er was bij dit alles een grote honger naar theologische bezinning. De theologische interesse werd mede bevorderd doordat in Utrecht studenten in de theologie lid waren van de CSFR. (Later is dat ten gevolge van de tweefasenstructuur van het universitair onderwijs helaas minder geworden.) Dat leverde enerzijds bevruchting op, anderzijds van tijd tot tijd spanning. In het jaar, waarin ondergetekende preses was, liepen de spanningen hoog op. Amice Klaas van de Sluijs - de latere (mede)oprichter van de Evangelische Volkspartij - zwaaide om uit Delft, waar hij zeven jaar had gestudeerd, naar de theologiestudie in Leiden, waar hij in de kortste keren zich ontwikkelde tot een fervente Barthiaan. De vereniging heeft het geweten. Als één man stonden op een kerstvergadering de amici Chris Janse, Kees Tukker, Jan Jongeneel en Bert Scholten op om het bestuur tegen zijn aantijgingen in bescherming te nemen. Later zou ds. K. van der Sluijs een van de felste opponenten zijn tegen Het Getuigenis, opgesteld door prof. dr. G. C. van Niftrik (oktober 1971): 'niet ik ben veranderd, Van Niftrik is veranderd'.

Maar theologisch sloeg de CSFR de vleugels breed uit. Elke student kwam in aanraking met amici uit andere kerkelijke kringen en zo ook met theologen uit andere kerken of kringen dan waartoe men zelf behoorde. De ontmoeting met andersdenkenden heeft in hoge mate bijgedragen aan de vorming, soms ook aan het slijpen van de eigen identiteit.

Ik denk hier met name ook aan de bezinning op de wezenlijke noties van het gereformeerd belijden: verbond en verkiezing, wet en Evangelie, zonde en genade en dan ook de bevindelijke dimensie bij dit alles. Daar waar het verbond onderbelicht was binnen de gezindte, waaruit de studenten kwam gingen door de inbreng van sprekers, die wortelden in de Reformatie, vensters open, zonder dat dit ten koste ging van het bevindelijke element. Prof. dr. G. van der Leeuw zei eens, dat elke Nederlander een beetje theoloog is: 'de ene helft leest 's avonds Barth, de andere helft leest Bartje'. Zo was het ook wel binnen de CSFR. Juist ook daarom bewaar ik aan de CSFR kostbare herinneringen. Vooral het devies Ad jbntes, terug naar de bronnen (van de Reformatie), heeft voor menigeen in zijn of haar denken over het geestelijk leven, de kerk en de maatschappelijke vragen grote betekenis gehad en scheefgroei binnen de (verdeelde) gereformeerde gezindte gecorrigeerd.

Oecumenisch

Over de kerk, met name over de schuldige verdeeldheid en de bijbels-noodzakelijke eenheid van de kerk, werd veelvuldig gesproken. Er bloeide iets op van gereformeerde 'oecumene'. Over grenzen en muren van kerken heen ontstond herkenning. Er werden zo ook vriendschappen voor het leven gesmeed. De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat de herkenning van het gereformeerde leven in andere kerken ook heeft geleid tot nogal wat kerkelijke overgangen. De gereformeerde gezindte buiten maar ook in de Hervormde Kerk kwam in beeld. Ooit had Groen het ideaal gehad van de Gereformeerde Gezindheid. Binnen de CSFR werd dit ideaal hoog opgevoerd, in de hoop dat het nog een keer tot grotere eenheid tussen kerken en bewegingen van gereformeerde confessie zou komen. Daaruit ontstond zelfs ooit een appèlschrift, dat breed werd gedragen.

Met name inzake kerkelijke eenheid werden echter.de idealen later bijgesteld. Velen, die binnen de CSFR indringend, soms zelfs hartstochtelijk met de kerkvraag bezig zijn geweest,

stuitten na hun studietijd al spoedig op de weerbarstigheid van de kerkelijke praktijk. Diegenen, die in hun studententijd schouder aan schouder stonden, in alle verscheidenheid overigens, zijn zelf (mede) leiding gaan geven in hun eigen kerkelijke compartiment en kwamen soms zelfs, in een op gang gekomen proces van polarisatie of herzuiling, tegenover elkaar te staan. Die bittere ervaring is er ook. Er is ook een bittere ervaring aan de andere kant. Lang niet ieder, die in de CSFR werd 'gevormd', bleef gereformeerd. Lang niet ieder ook bleef kerkelijk betrokken. Met Demas hebben sommigen ook de tegenwoordige wereld lief gekregen. Een onderzoek naar kerkelijke betrokkenheid van afgestudeerden zou best een onthullend re-sultaat te zien geven.

Niet gedoofd

Het vuur van het eerste uur is nog niet gedoofd, al hebben in kerk en samenleving de ontwikkelingen niet stil gestaan en heeft zich ook in de organisatie van het studentenleven een nieuwe opsplitsing voorgedaan. Bij lezingen op de huidige disputen valt het me echter op hoe vandaag nog dezelfde (theologische) vragen leven als 'vroeger'. Wel is er ook sprake van een andere context, waarin de vragen aan de orde komen: de geseculariseerde samenleving en de nieuwe zuilen, die zijn ontstaan.

Ook vandaag oefent de CSFR onmiskenbaar invloed uit op de vorming van een nieuwe generatie studenten. De CSFR van het eerste uur was gekenmerkt door theocratische en katholieke allure. Ik wens de huidige studentenpopulatie toe, dat dit vuur mag blijven branden en dat studenten van nu straks met het elan van Groen van Prinsterer in kerk en samenleving mogen staan: elkaar over grenzen van kerken heen herkennend en aangevuurd door het adagium Er staat geschreven en er is geschied.

v.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2001

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Begin van een emancipatieproces

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2001

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's