Gevormd tot leidinggeven
Wat betekenen CSFR-studenten voor de gemeente? Mijn eerste reactie is: heel veel! Elk jaar heb ik in Wageningen een aantal belijdeniscatechisanten. Wat mij heel vaak treft, is dat ze tot bewust geloven zijn gekomen in hun periode op de CSFR. Vooral de bijbelkringen werpen rijke vruchten af. Met de blijdschap van deze zegen gaan ze niet van de kerk weg, maar dragen het binnen. Menigmaal heb ik ambtsdragers die bij deze catechisanten op bezoek gingen in verband met hun verzoek openbare belijdenis van het gebofte mogen doen, horen zeggen na het bezoek: 'Ik wilde wel, dat ik vroeger zo belijdenis had gedaan!' Kortom, via de CSFR vormt de Heere leidinggevenden, die tot zegen zijn voor de gemeente. Toen ik in Wageningen kwam, hebben wij een Jonge lidmatenkring opgericht. De start was na Pasen. Normaal gaat winterwerk dan sterk afnemen. Deze kring groeide.
Bij de start was één van de eerste vragen: 'Bent u als predikant van plan om alle inleidingen alleen te doen? ' Die vraag is mij nog nooit gesteld in de vorige gemeenten. Dat ik het verzorgde, was veelmeer uitgangspunt. Kortom, er is veel kader, ervaren met inleidingen op de kringen. Dat willen ze ook graag inbrengen in de gemeente. Graag wil ik zeggen dat ik geniet van hun inleidingen en nabesprekingen. Er is ook een gevaar. Maak je er een grote groep van, dan kan het gesprek heel snel erg filosofisch worden. Je hebt er altijd bij die veel zien in een 'punt of komma'. Dit komt bij de plaatselijke jongeren niet over. Die vertrekken dan, waardoor je een intellectuelenclub krijgt. Zetje ze in kleine groepen, dan durft de plaatselijke jeugd ze wel aan, en helpt zij de student van filosofie naar praktijk. Die wederzijdse beïnvloeding is van groot belang. Het moet gaan om geheel de gemeente en niet om een 'veredelde gemeente'.
Het is van groot belang dat de studenten deel van de kerkenraad uitmaken, bijvoorbeeld promovendi. Het liefst in elk college een of twee broeders. Een promovendus kan meestal één ambtsperiode vervullen. Dat is vormend voor hem en voor de kerkenraad. Wij hebben bijv. veel baat van hen gehad bij het maken van beleidsplannen. Als gemeente moetje niet zeggen: 'Ze blijven maar vier jaar en dan zijn ze weg!' Als gemeente in een universiteitsstad draag je ook verantwoordelijkheid voor de vorming van ambtsdragers, die in andere gemeenten zullen dienen. Ruim kerkelijk denken is van groot belang. Ten slotte, de doorstroom van jongeren geeft de gemeente bok iets heel levendigs. Het is als een stroom fris water, waaraan 'staande bomen' zich kunnen laven.
B. J. VAN DE KAMP, WAGENINGEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2001
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2001
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's