De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vruchtbaar voor het leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vruchtbaar voor het leven

DRIE GENERATIES CSFR-LEDEN BLIKKEN TERUG OP STUDIETIJD

14 minuten leestijd

Ze werden lid van de disputen in Deljt, Leiden en Groningen, en zijn alle drie uan overtuiging dat de CSFR-tijd een waardevolle periode in hun leven geweest is. Er daarom veel herkenning als ze samen praten over blijvende vriendschappen en diepgaande gesprekken, over de verhouding tot de zuil en de roeping voor de samenleving.

DRIE GENERATIES CSFR-LEDEN BLIKKEN TERUG OP STUDIETIJD

Vriendschap

Student Kees van Dijk werd, studerend aan de voorloper van de huidige Erasinusuniversiteit in Rotterdam, lid van de protestants-christelijke studentenvereniging SSR, waar hij nog ouderwets ontgroend is. 'SSR werd gedomineerd door de gereformeerden en was bovendien een gezelligheidsvereniging. Je kon er moeilijk doorpraten, er werd wel ontzettend veel gedronken. Ik hoorde op een zeker moment van een nieuwe vereniging, het dispuut Johannes Calvijn in Delft, waarvan ik lid werd en waar ik mijn vrienden ontmoette, die veelal vrienden voor het leven geworden zijn.

Die vriendschap is bij het ouder worden nogal eens opgeleefd. Als je elkaar ontmoet, heb je vijf minuten nodig om weer op dezelfde golflengte te zitten. In de fase van ons leven waarin we nu zitten, gaan we nogal eens samen op vakantie met oud-studievrienden.' Smit: 'Ik heb aan de CSFR niet veel vriendschappen overgehouden, maar wel heb ik in mijn Leidse tijd veel vrienden gemaakt. De studententijd is daarvoor heel geschikt: je maakt een persoonlijke ontwikkeling door en hebt tijd om vriendschappen uit te diepen, meer dan wanneer je later volop in de maatschappij je verantwoordelijkheid hebt.'

Wat is kenmerkend voor die vriendschap? Van Dijk: 'Een van de dingen die je buiten de kring van oud-studenten minder aantreft, is een wat diepgaand gesprek. Meestal spreken mensen met elkaar over vakanties, over kinderen en kleinkinderen, over een ziektegeschiedenis. Doorpraten over wat je ten diepste beweegt en welke betekenis het geloof nu heeft, tref je buiten die kring weinig aan. Je hebt in de CSFRtijd belangstelling meegekregen voor geestelijke, diepere vraagstukken. Niet dat we allemaal altijd zo diepgaand waren, maar de vragen boeiden wel. We nodigden voor onze zomerkampen theologen uit om eens wat door te praten over de thema's waarover we in onze eigen kring conflicten hadden: de wat scholastieke uitwerking die na de Nadere Reformatie in orthodoxe kringen is gekomen om bepaalde geloofswaarheden steeds meer te gaan onderscheiden. We deelden de mening dat ons dat rijkelijk ver ging. We spraken daarover met prof. Van Ruler, zelfs ook een keer met dr. C. Steenblok.

We zaten allen met dezelfde vragen, twijfels en interesses. Wat doen we met het geloof, nu in de universitaire wereld en straks in de maatschappij? Die vragen werden thuis niet gesteld. De sterke gerichtheid op het persoonlijk heil stimuleert niet erg tot het nadenken over watje ermee doet. Ons thuismilieu was wereld- en cultuurmijdend. Er was een vreemde gespletenheid tussen het leven op zondag en doordeweeks. Als studenten kwamen we in een milieu waarin heel andere overtuigingen opgeld deden. Hoe verbinden we beide werelden, was onze vraag. Wat betekenen die verfijningen in de dogmatiek en de regels waaraan je moest beantwoorden om als kind van God te worden beschouwd? Wat betekent wetenschap? Wat denk ik te doen met mijn kennis, terwijl ik ook christen ben? We hebben toen Calvijn als uitgangspunt genomen - het eerste dispuut is naar hem vernoemd - , zijn de Institutie grondig gaan lezen. Zo ontdekten we het verschil tussen hem en de tijd na de Nadere Reformatie.'

Wekelijkse bijbelkring

Smit: 'Hoewel ik hiervan dingen her-

ken, was de situatie toen ik ging studeren anders. Voor het thuisfront was het gewoon dat ik lid zou worden van de CSFR. Een gezelligheidsvereniging was niet in beeld. Ik kwam te wonen in een studentenhuis met tien andere jongens, die allen wel naar een gezelligheidsvereniging in het Leidse gingen. Ik praatte met hen over het geloof, over je waarden en normen. Ik heb me daar altijd buitengewoon goed thuisgevoeld, vond het heerlijk om bij een potje bier stevig te discussiëren. Daarin had ik steun aan wat ik op Panoplia meekreeg, met name op de wekelijkse bijbelkring. Die kring is voor mij het waardevolste van de CSFR. Overigens ben ik er soms zeer gedesillusioneerd vandaan gekomen, geschokt over de geuite stelligheden, over het kritiekloze accepteren van interpretaties van de Bijbel. Ik heb er echter ook sterk mijn voeding vandaan gehaald, waar ik nog steeds uit put. Ik heb me in die jaren nooit afgezet tegen mijn thuismilieu, de Gereformeerde Gemeenten, al koos ik wel bewust voor de Hervormde Kerk. Die keus had ik zonder de CSFR ook gemaakt. Er is wel gesuggereerd dat de vereniging mensen kritischer maakte ten opzichte van hun kerkelijke achtergrond.'

Van Dijk: 'De CSFR heeft in onze tijd wel een soort katalyserende rol gespeeld, maar dat kwam ook door het conflict met dr. Steenblok. Dat liep zo hoog op dat ik tijdens ouderlingenbezoek thuis gemaand werd terug te keren van de dwalingen mijns weegs. Ik liep in de kerk echter ook op tegen de verstikkende dictatuur van de bekeerde mens, die Gods oogappel was. Ik heb nooit gemerkt dat het voor ambtsdragers nood was dat er maar zo weinigen aan het Avondmaal gingen. Maar nooit ging het in onze discussies over de Gereformeerde Gemeenten op zich, want wij zochten de zaken te objectiveren. En ik zie met dankbaarheid terug op het geloofsonderricht dat ik thuis heb gehad. Daar zat goud tussen.' Smit: 'Je kreeg ook zoveel kennis mee!'

Opvangfiinctie

Paul: 'Het was voor mij, mede door de verhalen uit mijn omgeving, enigszins voor de hand liggend naar de CSFR te gaan. Uit die verhalen die vaak vol nostalgie waren, maakte ik op dat de CSFR een vereniging was waar je niet omheen kon. In eerste instantie had de CSFR natuurlijk een opvangfiinctie, maar ook het studiekarakter trok me aan. In de lessen Nederlands op de middelbare school was ik in aanraking met de verhouding geloof en cultuur gekomen, met een thema als de godsverduistering in de samenleving. Daarover wilde ik op de CSFR verder nadenken.

Overigens kan de keuze voor de CSFR nog op een andere manier vanzelfsprekend zijn. Ik constateer een andere situatie dan die waarin meneer Van Dijk ging studeren, want veel van de huidige CSFR-leden komen van reformatorische scholen of zijn door de zuil meer gewend aan reformatorische organisaties. Dat is ook een groot verschil met de jaren zeventig, toen meneer Smit studeerde.'

Wat heeft dat voor gevolgen voor hun hou ding?

'De omstreden thema's uit de jaren zeventig - moderne theologie, schriftgezag, seksualiteit en dergelijke - worden nu lang niet meer zo openlijk besproken. Er wordt wel gedacht dat de CSFR veel meer open zou staan voor zulke grote thema's dan bijvoorbeeld zich kritisch zou verhouden tot de achterban. Maar wie dat zegt, moet bedenken dat door de invloed van reformatorische scholen de spanning ten opzichte van het eigen nest nu minder groot is dan vroeger wel eens het geval was. Ik vind het opvallend dat als we de huidige jaarthema's bekijken, vaak gekozen blijkt te worden voor paraplubegrippen als 'Christen zijn in de samenleving'.

Men is tegenwoordig wellicht meer gericht op de praktische aspecten van het christen-zijn, zoekt minder de gevaarlijke kanten op. Wel moet ik daaraan toevoegen dat niet ieder op de CSFR gelijk denkt. Sommigen zijn erg gegrepen door theoretische vragen, anderen bepaald wat minder. Sommigen zoeken de reformatorische traditie helemaal vast te houden, anderen laten zich meer inspireren door de evangelicale beweging, of staan opener in de cultuur.

Die verschillen zijn duidelijk zichtbaar in de manier waarop studenten hun CSFR-tijd invullen.'

Tolerantie

Het jubileumcongres in november gaat over tolerantie. Is dat toch niet een ouderwets CSFR-thema? Van Dijk: 'Nee, dit begrip heeft pas de laatste tien, twintig jaar enige betekenis gekregen. Het ging in onze tijd zeer sterk om de vraag naar de waarheid. Ik vind het woord tolerantie nog steeds een heel dubieus woord. Het laat zich voor negentig procent van de mensen vereenzelvigen met onverschilligheid: je hoeft je niet in de ander te verdiepen, hebt de ander alleen te dulden. We moeten volgens de Bijbel de ander niet tolereren, maar liefhebben! Dat is iets heel anders. Er zijn talloze situaties waarin ik zelfs niet tolerant behoor te zijn, als de waarde van het leven wordt aangetast bijvoorbeeld.

Wij hadden een mening, maar beschouwden die niet als de enige juiste. Ik vind nu dat zo ontzettend weinig -mensen een mening hebben die afwijkt van wat (ook in kerkelijke kring) 'correct' wordt gevonden. Het hebben van een mening over de waarheid betekent niet datje de ander van je afwerpt. Het begrip tolerantie is in onze samenleving natuurlijk ook begrensd, want er hoeft bij een van de minderheden maar iets te gebeuren, of onze maatschappij is te klein! Voor mij is de eerste vraag: wat geloven we zelf? Daarom vind ik het heel wezenlijk dat de CSFR zich bezighoudt met deze vragen.' Paul: 'We kunnen in de bezinning goed aansluiten bij wat Trouw-redacteur Marcel ten Hooven de lege tolerantie genoemd heeft, de 'tolerantie' die synoniem is met onverschilligheid en vrijblijvendheid.' Van Dijk: 'Er wordt overal geschermd met het woord dialoog, maar ik hoor niet wat iemand dan inbrengt in die dialoog. Als dialoog alleen luisteren naar de ander is, is het te weinig.'

Is evangelisatie ook doel van de CSFR? Paul: 'Evangelisatie is binnen de CSFR al jaren een thema, waarbij men gezamenlijk niet helder krijgt of het al dan niet een taak van de vereniging is. Er is wel aandacht voor de bezinning op de noodzaak van evangelisatie en getuige-zijn. En gelukkig vinden ondertussen, ondanks het theoretische verschil van mening, wel allerlei missio-

naire activiteiten plaats, zoals meedoen aan bezoekwerk van nieuw-ingekomenen in de hervormde wijkgemeente. Er zijn wat dit betreft overigens verschillen tussen de disputen.' Smit: 'Ik vind evangelisatie geen taak van de CSFR, ben een geweldig voorstander van evangelisatie, wat ook blijkt uit mijn IZB-bestuurslidmaatschap, maar was er in mijn Panopliatijd zeer op tegen dat wel gezegd werd datje geen ware christen was, als je niet deelnam aan evangelisatieacties. Het nadenken over missionair bezigzijn gebeurt op de vereniging automatisch al via de bijbelkringen, maar ik vind het geen doelstelling van een studentenvereniging. Het is iets anders dat een groep studenten deelneemt aan evangelisatieactiviteiten.' Paul: 'Van de kerken hoor je meer dan eens dat de studenten vaak degenen zijn die als enigen bij medestudenten kunnen binnenkomen. Dat is iets om rekening mee te houden. Elk jaar wordt deze discussie gevoerd en steeds komt er een compromis uit: laten we als CSFR voorwaarden scheppen dat leden die dat willen, kunnen meedoen met evangelisatie, maar het niet zien als taak van de vereniging.' Smit: 'Je moet oppassen voor een woordspelletje: wat is evangelisatie en wat is getuigend christen-zijn? Ik keerde me op Panoplia tegen evangelisatie als doel, maar toch weet ik dat ik in mijn contacten met andere studenten getuigend gesproken heb. We moeten ook meewegen dat Paulus aangeeft dat niet ieder dezelfde gaven heeft. Voor mij ligt de waarde van de CSFR toch in de bijbelkring, waar veel aan de orde kwam. Daar is een basis voor mijn leven gelegd. Op dispuutsvergaderingen kon ik me soms mateloos ergeren aan het gescherpslijp in sommige discussies, aan het ontbreken van de nuance. In een discussie mag het er best eens heftig aan toegaan om de dingen helder te krijgen, maar je moet nooit vergeten dat je als christenen tegenover elkaar staat, dat je elkaar aan het einde de hand moet kunnen geven. Ik ergerde me dan aan de vanzelfsprekendheid waarmee vastgehouden werd aan het eigen standpunt, waarbij er niet naar de ander geluisterd werd. Wijs een standpunt af, maar wijs niet de mens af!

Dat is iets wat studenten in de CSFR juist moeten leren.'

Onze drijfveer

Is enigszins aan te geven wat vijftig jaar CSFR onze maatschappij heeft opgeleverd? Van Dijk: 'Dat is niet meetbaar, en niet alleen om numerieke redenen. Watje slechts hoopt, is dat er af en toe een zaadje valt. Je zit als christen ook in de klem van de maatschappij. Je weet veel van theologie, maar nog niet hoe je dat vruchtbaar kunt maken in het leven. Je hoopt iets achter te laten voor mensen die na je komen. Ik was blij verrast dat het proces nog gaande was en zich uitbreidde, toen ik terug kwam uit het buitenland.

Mijn generatie is op de een of andere manier op bepaalde posten terechtgekomen. Ik wilde na de studie bijvoorbeeld graag naar Nieuw-Guinea, maar werd niet aangenomen. Later, toen ik in Zuid-Afrika zat, schreef de in Nieuw-Guinea op jonge leeftijd vermoorde oud-studiegenoot Andries Hilkemeijer mij dat er bijna geen bestuursambtenaren te vinden waren. Toen kwam ik er alsnog. Je kunt vaak plannen in je leven watje wilt en het lukt niet, terwijl iets soms ineens naar je toekomt. Ik had ook nooit de idee dat ik in de politiek op zulke belangrijke posten zou komen. Ik geloof niet dat er bij een van ons een carrièreplan was, wel hadden we ambitie

.' Paul: 'Achter die ambitie zat bij uw generatie natuurlijk ook een bepaald ideaal: het vruchtbaar maken van het Evangelie voor de samenleving.' Van Dijk: 'Ja, dat is altijd onze drijfveer gebleven. Wat zou Christus van ons willen? Die vraag kwam boven bij belangrijke beslissingen, waarbij we ook wisten dat het ging om keuzen tussen zwart en grijs, niet tussen zwart en wit.'

Paul: 'Wat me opvalt, is dat uw generatie grote woorden gebruikte, die CSFR-leden nu wellicht minder snel in de mond zouden nemen. Ik denk dat veel studenten, en ikzelf net zo goed, minder hoge verwachtingen hebben van een toepassing van gereformeerde beginselen op de samenleving. Oudstudenten die nu een CSFR-reünie bezoeken, zeggen: 'Het gaat er in de maatschappij toch heel anders en minder eenvoudig aan toe dan wij dachten."

Van Dijk: 'Je leert dat alles watje in je leven bereikt, genade is - en daarover kun je niet vrij beschikken. Het tweede is datje ook gewoon de mensen mee moet krijgen om iets te bereiken. Dat is nu veel moeilijker dan vijftig jaar geleden, omdat de Bijbel voor de meesten geen enkele betekenis heeft.' Paul: 'Toch zou ik willen dat we in onze CSFR-tijd meer bezig zouden zijn met de voorbereiding op onze latere taak, hoe we als gereformeerde christenen in de samenleving kunnen staan. Durf je daarbij in de marge te staan of ga je alleen voor een goedbetaalde baan in de Randstad? '

Eigen gelijk

Smit: 'Ik ervaar, denkend aan de CSFR, met een stuk pijn te zitten. Wat ik in mijn studententijd ervoer en wat ik ook nu in het CSFR-blad De Civitate proef, is dat men ontzettend uitgaat van het eigen gelijk. Als men zo zeker spreekt, haak ik altijd af. Ik vind het niet erg dat de verzuiling afgebrokkeld is, omdat men het houvast te zeer vond in de vorm. Laten we niet uitgaan van onze gemakkelijke, afgezonderde positie. Een voorbeeld: Als je tegen euthanasie bent - en dat ben ik ook - , kan dat betekenen dat je geen oog hebt voor mensen die erbarmelijk lijden. Ga daarbij dan niet uit van intellectuele zekerheden, zou ik tegen de huidige CSFR willen zeggen. Dat kan heel goedkoop overkomen. Ik denk aan de immense vragen rond het lijden, waarbij Miskotte zo treffend spreekt over 'het bittere raadsel van de goede God'. Die worstelingen, die gevechten, heb ik te veel gemist.'

Vorm dit eens om tot een concreet advies. 'Ik zou de huidige studentengeneratie willen vragen: 'Stap uitje zuil.' Dat bedoel ik niet als een oproep om het verleden van je af te schudden. Nee, probeer vanuit je geloof, de zekerheden die je ontvangen hebt, naar de mensen om je heen te kijken.'

Van Dijk: 'Mijn advies: Houd vast aan het uitgangspunt dat je God waarschijnlijk het dichtst benadert langs de weg van de Bijbel. En dan hopen we op medewerking van de Geest. En gebruik dat kleine beetje wijsheid datje hebt om je medemens zo goed mogelijk te helpen.'

Paul: 'Ik zou het als een uitdaging voor de CSFR-tijd willen zien om de gereformeerde traditie niet als een vanzelfsprekende set zekerheden te accepteren, maar om je het levensbesef dat erachter schuilgaat, persoonlijk toe te eigenen. Er wordt helaas vaak erg juridisch over de gereformeerde traditie gesproken, zeker als het over de belijdenisgeschriften gaat. Maar als je de teksten uit deze traditie leest als neerslag van de manier waarop mensen hun leven voor Gods aangezicht hebben gepeild (zoals Wim H. Dekker het onlangs in Wapenveld formuleerde), zijn stelligheden en 'eigen gelijk' minder aan de orde dan het gereformeerde besef dat we als zondige mensen alleen van Gods genade kunnen leven.'

P. J. VERGUNST, APELDOORN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2001

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Vruchtbaar voor het leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2001

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's