De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tot beter begrip

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tot beter begrip

Ds. L. KIEVIT - 3 DECEMBER 1949

10 minuten leestijd

In het Gereformeerd Weekblad van 3 december 1949 stond een artikel van ds. L. Kievit over de toespraak die door hem werd gehouden bij de onthulling uan het oorlogsmonu ment in Putten. We nemen het vanwege gebeurtenissen in de wereld over. slot past het ook bij bijgaand artikel over tekstkeuze.

v.D.G.

Er is enig rumoer ontstaan rondom het woord, dat ik ter gelegenheid van de onthulling van het monument voor de slachtoffers van de razzia, waarbij honderden mannen werden weggevoerd, in de kerk heb gesproken. Uiteraard was dit woord niet bestemd voor enige propaganda en het getuigt niet van fijngevoeligheid, dat men ervan vrijzinnige zijde dit misbruik van heeft gemaakt. Wie zich even indenkt dat wij samen, gemeente en dienaar, voor Gods aangezicht stonden en wat wij daar deden, zal mij dit voetstoots toegeven.

Wie zich eenmaal aan het gezag van het Woord des Heeren heeft onttrokken, kijkt misschien vreemd op, van dit schriftuurlijk spreken, maar voor mij was er geen aanleiding om met welke menselijke ergernis ook, rekening te houden. Met deze volstrekte onderwerping aan het Woord Gods bewijs ik tevens de humanisten de beste dienst. Het ware humanisme is slechts veilig, waar dat Woord heerschappij voert en de mens wordt waarlijk als mens gewaardeerd, waar hij dat Woord verneemt, aanvaardt en daarmede verantwoordelijk voor God gesteld wordt. Oat heeft ons, dunkt mij, de tijd die achter ons ligt en de tyrannie, waaronder we geleden hebben, duidelijk geleerd. Anders zal de tijd die aanstaande is, ons dat onomstotelijk bewijzen, wat God genadig verhoede!

Het is ons menigmaal zwaar gevallen in de nood van onze gemeente het Woord des Heeren rechtte snijden. Hoe spoedig ontzien we onszelf en wagen we Hem eraan. Maar ik mag, Gode zij dank, ook verklaren, dat juist dit Zijn Woord, de gemeente en mij zeer heilzaam geweest is, wanneer alle anderen er het zwijgen toe moesten doen. We hebben er samen iets van ervaren, hoe bevrijdend het is, niet het stomme lot, noch de brute macht, maar God, Die Zich in Zijn Woord aan ons openbaart en in Zijn Zoon tot ons nederbuigt, te mogen kennen en erkennen. Op Zijn heilige en hoge wegen werd Hij ontmoet, Die barmhartig is bovenmate. De tekst van de herderlijke toespraak vindt u hieronder afgedrukt. Misschien is het goed op te merken, dat mijn plaatselijke Gereformeerde collega over de troost heeft gesproken, zodat ik daarover kort geweest ben. Het is allerminst mijn bedoeling dit woord ter beoordeling aan de lezer voor te leggen.

Waar het Amen volgde, is ieder oordeel van de mens van onwaarde, het doet niet ter zake. Maar het moge dienen tot beter begrip en tot vastere troost voor hen, die getuchtigd werden, maar niet gedood.

Na votum en samenzang werd Jeremia 30 : 10-15 gelezen, waarop in de toespraak telkens gezinspeeld wordt.

Tucht

1 en 2 oktober 1944. Nee, het is niet nodig de rampspoed van die dagen diep op te halen en de angsten breed uit te meten. Wat baat ons sensatie? Het is meer dan voldoende de datum te noemen. Een datum, die voor altijd gemerkt is met een zwart kruis op onze kalender, gekerfd is in onze harten.

Een donkere zaak: die razzia en al wat ze meebracht. Donker, omdat de Duitse tirannie zich van haar donkerste kant liet zien. Onmenselijk, zodat we eerst dachten: onmogelijk. Maar de mens kan aan zichzelf ontzinken, en het afschuwelijkste bleek waar. Waarom zouden we echter onze al te menselijke wraakgevoelens vandaag nieuw voedsel geven? 'Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere.' Hem is het wel toevertrouwd. En als we zó zouden herdenken, wordt de zaak er maar donkerder door. Noodlottige dagen. Telkens vragen we weer: 'Had het niet anders gekund? Hadden die en die niet kunnen ontkomen? Zou een ander optreden niet veel verhoed hebben? ' Om ten slotte terug te vallen tot dat machteloze: "t Moest zeker zo zijn.' Ook dat maakt de zaak maar donkerder. Het lot laat zich nergens over uit en heeft nergens iets mee voor.

Trouwens, het is niet waar; hier in het huis des Heeren onderscheiden we scherp. 1944 was even goed als al zijn voorgangers een jaar onzes Heeren. Anno Domini 1944. Hij regeerde door Christus Jezus, Zijn Zoon. Zijn Woord laat ons daarom niet in de steek en het profetisch Woord schijnt ook vandaag in een duistere plaats, over een donkere zaak. Wij doen wel, dat wij daarop acht hebben.

Uit dat Woord worden we gewaar, dat de Heere in dit verbijsterend gebeuren de hand had en tucht oefende. God is een God van het gericht op de ganse aardbodem. Hij ziet de dingen recht en Hij zet ze recht, tussentijds en aan het einde der dagen. Hij is de Heere, Hij neemt geen genoegen met de ongerechtigheid, dat nooit! Daarom tuchtigt Hij; wie tucht zegt, zegt immers ongerechtigheid. Was die er dan? Wie de vraag stelt, beantwoordt haar. En God zelf verklaart met nadruk: 'Machtig veel' (Jer. 30 : 15). In gezin en gemeente, in kerk en volk. 'k Weet wel: dat laten wij liever buiten beschouwing. Wij gaan meteen over tot de troost, bij een gelegenheid als deze. Maar God stelt de tucht eerst aan de orde, en met de tucht de overtreding.

We hebben er moeite mee, een ramp als die van Putten aan Hem toe te schrijven; het schijnt ons te hard van God gedacht. Het kan niet, zo doet een vijand en is Hij niet onze vriend? Het kan niet, zo doet een wreedaard, en Hij is toch een Weldoener? Hebt ge het niet gehoord: "Want Ik heb u geslagen met de plaag van een vijand, met de kastijding van een wrede, om de grootheid van uw ongerechtigheid' (Jer. 30 : 14). Zo ontstellend, zo doortastend oefent Hij tucht.

Staat dit vast - en het profetisch Woord is zeer vast, ook zonder onze bijval - dan is dit herdenken allereerst een overdenken, of wij ons lieten tuchtigen (Jer. 6 : 8). Onze natuur verzet zich tot het uiterste. Als verongelijkte kinderen mokken wij tegen de kastijding in. Wat een weerbarstigheid kwam er in woord en daad openbaar, ook in ons midden, Wij wilden ezien het er niet aan, wij wilden er niet onderdoor. Die onwil stelt ons bloot aan een 'versmadende roede'(Ez. 21 : 13). De tucht wordt dan schijnbaar opgeschort, maar het oordeel is er te ernstiger om.

Waar Gods Geest het hart buigt, daar laat ge u tuchtigen. Ge belijdt uw ongerechtigheid en ge stort uw stil gebed uit voor Zijn aangezicht (Jes. 26 vs 16). Ge wendt u tot Hem, Di u tegentreedt en valt Hem te voet. Dat is geschied, onder de weggevoerden en onder de overgeblevenen. Ziet, dan verandert er iets met ons, we blijven niet dezelfden. Wij komen terecht, eindelijk terecht bij Hem, Die tuchtigt en ondertussen wacht om ons genadig te zijn. Waarom? Waartoe? Waarheen? Het antwoord verwijst naar Hem. Dan is er verwachtingen vertrouwen, onderricht en uitzicht. Ja, onder de tucht de troost, na het zure het zoet.

Hoog boven alles uit verrijst het kruis van onze Heere Jezus Christus. Hij werd getuchtigd, in het jaar onzes Heeren, om onze ongerechtigheid, gedood om onze zonden. Het kruis, dat is niet het onze, maar het Zijne,

Het teken van oordeel en genade, tucht en troost. Dat kruis zij het merkteken bij deze dagen.

1 oktober 1944. 's Ochtends was er dienst des Woords. Voor de aanvang hadden de meeste mannen, na een waarschuwing door de ouderling, dit gebouw verlaten. Toen heeft mijn voorganger - Ds. C.B. Holland - het profetisch Woord bediend. Wat kan een tekstkeuze betekenisvol blijken en wat klinkt die tekst door, ook vandaag. Met sterke klem houd ik hem u vanmiddag voor. 'Komt en laat ons wederkeren tot de Heere, want Hij heeft verscheurd en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen en Hij zal ons verbinden. Hij zal ons na twee dagen levend maken; op de derde dag zal Hij ons doen verrijzen en wij zullen voorZijn aangezicht leven' (Hosea 6 : 1-2) Amen.

tekstkeuze.

Tekstkeuze zal echter normaliter goed overwogen geschieden, ingegeven door het moment zelf en niet om wat komen gaat. Concrete profetie aangaande toekomstige gebeurtenissen is ook te kostbaar om er mee te spelen.

Uitleg

De prediking geeft tekst en uitleg. Het is met de tekstkeuze op zich niet gedaan. De uitleg vraagt van de predikant Schriftstudie, in overdenking en in het lezen van commentaren. Bij bekende teksten is er uitleg genoeg voorradig: in commentaren of in preken, die zijn uitgegeven. Bij onbekender teksten vraagt het voor een prediker meer speur- en graafwerk, al is er geen enkele Schriftplaats, die niet ergens is becommentarieerd. Calvijn gaf een uitleg van de hele Schrift, behalve van het boek Openbaring en van het slot van Daniël, het bijbelboek waarvan hij de commentaar onvoltooid naliet, omdat hij, toen hij er mee bezig was, is gestorven. Het is dan ook in navolging van Calvijn zuiver reformatorisch om de hele Schrift te laten (uit) spreken.

Soms kan voor een prediker een tekst verassend nieuw openvallen. Als dat voor hem een verrassing was, zal het vaak ook voor de gemeente een verrassing zijn. Het gaat dan niet om gezochte exegese, want die is er ook. Nee op grond van vergelijkende studie van Schriftplaatsen kan het Woord zo open vallen, dat zowel de prediker als de gemeente ervan zal. ophoren.

Een tekst kan soms verschillend worden uitgelegd, zonder dat aan het Schriftgedeelte wordt tekort gedaan. Ik geef een voorbeeld. De meest gangbare verklaring van de gelijkenis van de koopman, die schone parelen zocht, is dat de 'parel van grote waarde' Christus is. Prof. dr. J. van Brugge staat echter een nieuwere exegese voor: de koopman is Christus, op zoek naar de mens, die de parel is. Een dezer dagen las ik echter van Jacob van Maerlant (+1200) dat bij hem de parel van grote waarde de eeuwige gelukzaligheid is. Exegese is nog niet zo eenvoudig en dus niet altijd éénduidig.

Exegese luistert nochtans nauw. Er is prediking met weinig exegese en vooral 'toepassing', waarbij het onduidelijk blijft wat eigenlijk wordt toegepast. De gemeente wordt daar noch door gebouwd, noch door gesticht. Prediking, die voorwerpelijk-onderwerpelijk, Schriftuurlijk-bevindelijk wil zijn, zal allereerst tekstuitleg zijn, met inbegrip van de contekst en in het kader van het totaalgetuigenis van de Schrift, zonder dat eerst ook een raster van leeropvattingen of theologische vooringenomenheid over de Schrift wordt gelegd. En dan blijkt het Woord boventijdelijk te zijn en zo ook in te gaan op concrete nood, schuld en levensvragen van de mens.

Vreugde

Van het Woord van God staat geschreven, dat het een lamp voor de voet en een licht op het pad is (Psalm 119 : 105), een kracht Gods tot zaligheid voor ieder die gelooft (Rom. 1:16), hartverkwikkend voor allesmissende mensen (Psalm 119 is er vol van).

De prediking is niet het Woord Gods. Heeft de Schrift zelf al een menselijke factor, dat geldt zeker voor de prediking, die afhankelijk is van een mens, die geroepen is boodschappenjongen te zijn. De prediking is wel vertolking van het Woord en als zodanig bediening der Verzoening maar ook wekroep tot heiliging en navolging.

De prediker is geen be-dienaar maar dienaar. In zijn tekstkeuze en tekstuitleg komt tot uitdrukking hoe hij met het Woord bezig was. Als hij vreugde heeft, alleen al bij de voorbereiding en het 'schrijven' van de preek, omdat hij zich, in afhankelijkheid van de Heilige Geest in het Woord heeft ver-diept, mag worden verwacht dat van tijd tot tijd de vonk ook zal overslaan op de gemeente. Want God maakt Zijn eigen Woord waar. Het licht, de kracht en de hartversterking zijn er in de gemeente niet zomaar. Daarvoor zijn tekst en uitleg nodig.

v.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tot beter begrip

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's