De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jongeren en beroepskeuze

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jongeren en beroepskeuze

DIACONES VAN DE HE EEUW [3]

6 minuten leestijd

Er is een bekend woord van Jezus. Ik bedoel het woord dat is afgebeeld bij verschillende ziekenhuizen, zoals in Apeldoorn en in Rotterdam en daar zelfs bij de ingang van een academisch ziekenhuis: het beeld van de Barmhartige Samaritaan. Dit woord vanJezus is een Woord met een opdracht. Jezus sluit af: 'Doe gij evenzo' (Luk. 10 : 37). Barmhartig zijn dus. Verschillende rooms-katholieke kloosterorden die zich wijden aan ziekenverpleging en andere werken van barmhartigheid dragen de naam BarmhartigeBroeders of Barmhartige Zusters. In dit artikel gaat het over beroepskeuze in een individualistische maatschappij die rust op economische motieven. Daarin dreigen ten onrechte verpleegkundigen, artsen en andere werkers in de sector zorg en welzijn een zeer schaarse beroepsgroep te worden.

Een luxueus levenspatroon en weelderige vakanties in verre oorden zijn aan de orde van de dag. Ons royale leven kon ontstaan door royale inkomsten en dat leven vraagt op zijn beurt nog royaler inkomsten. Jongeren beschikken al vroeg over veel geld en veel spullen en een daarbij passend leefpatroon. Met een baan in bijvoorbeeld de IT- of de adviessector kan dit stramien worden gehandhaafd. Beun de Haas is geen onbekende en vaak een gewaardeerd 'familielid'. Yuppen zijn er in overvloed. Overal slaan we geld uit en moeten we geld uit slaan.

Op de arbeidsmarkt heeft zich een ware revolutie voltrokken met de intrede van de tweeverdieners. Staatssecretaris Verstand wil alle vrouwen de arbeidsmarkt op schoppen, of ze willen of niet en los van de leeftijd van de kinderen. De individualistische en materialistische tendens doodt het oog hebben voor elkaar en zorgtaken komen in de knel.

Zorgfuncties zijn economisch gezien niet het meest lucratief. Door personeelsgebrek in de sector zorg en welzijn worden vrijwilligers in het arbeidsproces gezogen en het eind van het liedje is dat mensen vereenzamen en verkommeren. Hoe haaks staat dit op de door Jezus bedoelde barmhartigheid!

Werken van barmhartigheid

In het woord barmhartigheid gaat het om de combinatie van onze armen en ons hart: be-arm-hart-ig-heid. Het is een aloud woord, afkomstig van het Oudhoogduitse woord 'armherz' en het gotische 'armahairts'. Deze woorden zijn een vertaling van een woord uit de Latijnse kerktaal: 'miserèri' (= medelijden hebben, zich erbarmen) en 'misericors' ('cor' betekent 'hart'). Het gaat om mensen die behoefte hebben aan medeleven, aan een hart, aan barmhartigheid. Barmhartigheid duidt op een innerlijke gezindheid van mededogen. Daarin zet ons hart onze handen en armen aan tot actie. Zorgverlening is een relationele bezigheid, dat kun je niet zonder dat je hart erbij is betrokken. In dienst van de christelijke liefde wordt barmhartigheid een vorm van charitas of caritas: de Latijnse naam voor de bovennatuurlijke liefde tot God, die tegelijk naastenliefde insluit; het dubbele liefdegebod (Mark. 12 : 28-34) kent geen grenzen (vgl. 1 Joh. 3 : 17). Jezus zegt in de bergrede: Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij... (Matth. 5 : 13-16).

Werken van barmhartigheid zijn niet zomaar een aantal willekeurige werken, waarvan het om het even is of we ze doen of niet doen. Vandaar de op-dracht van Jezus in bovengenoemde gelijkenis. Het eeuwige leven en de eeuwige straf zijn ermee verbonden.

Dat lezen we in Matthëus 25. Daar gaat het over het laatste oordeel op de dag van de Zoon des Mensen. Niet onze theologische opvattingen (al is het niet om het even wat we geloven), maar de vraag of ons leven is gekenmerkt door de zeven werken van barmhartigheid is allesbeslissend, zo zegt Jezus (Matth. 25; m.n. vs. 35 en 36).

Geheel in deze lijn hebben het concilie van Nicéa in 325 en het vierde concilie van Carthago in 398 de bisschoppen opgedragen in hun eigen ambtsgebied te zorgen voor specifieke opvang van zieken en zorgbehoevenden. Hier ligt het uitgangspunt voor de ontwikkeling van het christelijk ziekenhuiswezen. Bij de oprichting van deze ziekenhuizen worden de stichters gedreven door charitatieve bewogenheid: 'Caritas Christi urget nos', de liefde van Christus dringt ons (2 Kor. 5 : 14).

Helaas vervult het geloof in de verdienstelijkheid van goede werken daarbij dikwijls de kracht tot daden van menselijkheid, doch voluit bijbels is dat het geloof zonder werken dood is (Jak. 2 : 20, 26). Jezus spreekt over het in Zijn Naam geven van een beker water (Matth. 10 : 42; Mark. 9 : 41). Kortom: werken van barmhartigheid behoren tot de goede werken, waarover onze Heidelbergse Catechismus spreekt (antw. 86; 90; 91); deze werken van dankbaarheid betaalt God ons genadig uit in deze tijd én in de eeuwigheid (vgl. Openb. 14 : 13; NBG art. 24)! Daar kan geen grof geld tegenop.

Waarom werken in zorg en dienstverlening?

De natuur laat ons zien dat zorg en dienstverlening eigen zijn aan het leven. De bekende zendingsreiziger David Livingstone (1813-1873) zag een orang oetang die een gewonde meerkat met de achterpoten vasthield om met de voorpoten vochtige klei te strijken op de wonden. Zo is er in de dierenwereld - naast de bittere en harde strijd om het bestaan - ook een wederkerig hulpbetoon in vormen die vergelijkbaar zijn met wat het leven van mensen te zien geeft, in het likken van wonden en het aanbrengen van voedsel.

Jezus geeft beide discipelen van Johannes de Doper de opdracht hem door te geven wat zij horen en zien: velen worden genezen van ziekten, kwalen en boze geesten, blinden worden ziende, kreupelen wandelen, melaatsen worden gereinigd, doven horen, doden worden opgewekt, armen wordt het Evangelie verkondigd... (Matth. 11: 2- 6; Luk. 7 : 19-23). Oog hebben voor medemensen hoort bij het voorbeeld dat de Heere Jezus ons heeft nagelaten, opdat wij ook zo zouden doen (Joh. 13 : 14-17; Fil. 2 : 5; I Joh. 2 : 6). Van Hem zegt Petrus dat hij er getuige van is geweest, hoe Jezus het land is doorgegaan, goed doende en genezende allen, die van de duivel overweldigd waren (Hand. 10 : 38, 39).

In elk beroep moet gelden: 'En al wat gij doet, doet dat van harte als voor de Heere en niet voor de mensen' (Kol. 3 : 23; H.C. antw. 124). Dienstbetoon is een bijbels uitgangspunt voor elk beroep; in de sector van zorg en welzijn is dienstbetoon het werk zélf. Het uitgangspunt valt samen met het werk, doen voor de ander hetgeen die ander zelf niet of niet voldoende kan. Net als de andere maatschappelijke en zorgopleidingen trekt ook verpleegkunde vooral vrouwelijke studenten en zestig procent van de studenten geneeskunde is vrouw. Wie doordrongen is van de betekenis van het voorbeeld en de woorden van Jezus, zal zich het lot van medemensen aantrekken en een beroep binnen de sector zorg en welzijn niet afdoen als soft.

Roeping

Wij worden geroepen tot werk dat past

bij onze gaven, capaciteiten en belangstelling. Dat klinkt misschien zwaarwichtig, maar zo mogen we het toch zien. Daarvoor krijgen we geen briefje uit de hemel. 'Draagt elkanders lasten en vervult alzo de wet van Christus' (Gal. 6:2). Dat betreft ook de zorg voor de medemens in nood en lijden. Als we daarover nadenken, raakt dat ons dan niet? Ligt hier voor ons mogelijk een roeping om ons vanuit onze eigen mogelijkheden in te zetten voor kwetsbare medemensen?

De kerk kan jongeren de diepere zin van zorg en welzijn leren onderken- • nen. Voor wie dat inziet, is het werken als professional of als vrijwilliger binnen de sector tot een mooi beroep. Er waren, zijn en blijven mensen voor wie wij geroepen worden een naaste te zijn (vgl. Spr. 14 : 31; Mark. 9 : 41; Hebr. 6 : 10). De Heere Jezus heeft Zichzelf ten voorbeeld gesteld (Luk. 4 : 18, 19). De Bijbel roept op tot navolging van Christus (Fil. 2 : 5-10; 1 Petr. 2 : 21; 1 Joh. 2 : 6), wantjezus heeft gezegd: die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben (Joh. 8 : 12).

R. SELDENRIJK, ZEIST

Volgende week deel 4: Over de geloofwaardigheid van de gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Jongeren en beroepskeuze

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's