De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een officiële aanklacht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een officiële aanklacht

6 minuten leestijd

'Zij hebben trouwelooslijkgehandeld tegen de HEERE.' [Hosea 5 : 7a]

Openlijke kritiek op leidinggevende personen in onze maatschappij was vroeger uit den boze. Er is veel veranderd. Door de parlementaire enquêtecommissies komt de onderste steen boven. Er zijn 'klokkenluiders' die misstanden in een bedrijf aan de orde stellen.

De profeet Hosea zou uitstekend in onze tijd passen. Deze man Gods moet opkomen voor de eer van God. Dan kun je niet zwijgen, dan mag je niet zwijgen.

Hosea treedt op zonder aanzien des persoons. Hij doet zijn zegje tegenover de gewone man: 'Merkt op gij huis Israëls', en hij durft ook de hoge heren aan te spreken, de priesters: 'Hoort dit gij priesters.'

Zelfs het koninklijke paleis ontkomt niet aan zijn kritiek: 'Hoort dit gij huis des konings.' Het vereist profetische moed om die boodschap door te geven!

Wat het koninklijk huis te horen krijgt van Hosea is lang niet mals.

'Ulieden gaat dit oordeel aan', staat er in de Statenvertaling. Daarmee wordt bedoeld: de rechtspraak is aan u opgedragen. Wij zouden zeggen: de Kroon is daar verantwoordelijk voor.

Die hogg heren mochten worden aangesproken op het handhaven van de inzettingen van de Heere. Van hen mocht worden verwacht dat zij de verdrukten zouden helpen. Dat gebeurde nou juist niet.

De mensen kregen geen onpartijdig oordeel zonder aanzien des persoons. Er was sprake van klassenjustitie. Je raakte makkelijk verstrikt in de netten van deze oneerlijke rechters. Je vloog er letterlijk in.

Als je niet voldoende onder de tafel doorschoof, werd je de beklaagde. Je aanklacht werd niet eens in behandeling genomen. Mensen met een smalle beurs belandden zonder pardon achter de tralies.

Rechters die vergeleken worden met vogelvangers.

Je houdt in onze tijd je hart vast als je hoort dat justitie een deal sluit met de georganiseerde misdaad!

En de priesters? Zij zijn verantwoordelijk voor het overdragen van de kennis van God en Zijn Woord.

Hun voornaamste taak, geven van onderwijs in prediking en catechese, hebben ze verwaarloosd.

Het overgrote deel van de priesters is het volk en de koning naar de mond gaan praten. Zij zijn overgegaan naar de 'nije' leer, ze zijn modern geworden.

Zij zagen er geen bezwaar in om voor te gaan in de diensten in Dan en Bethel. Ze waren in dienst getreden bij koning Jerobeam II en zijn opvolgers. Het Woord van God is niet recht verkondigd.

Gods eisen en Gods beloften hebben niet meer geklonken. Er was geen oproep meer tot een leven naar eis van Gods verbond. Er is gezwegen over de zonden van het volk.

riend In feite is het nog erger. Ze hebben niet alleen gezwegen. De priesters deden zelf volop mee. Ze genoten er met volle teugen van. We lezen in hs. 4: 'Ze eten de zonde van mijn volk.'

Het was normaal dat de priesters een deel van het offervlees meekregen. Deze priesters spoorden juist aan tot verkeerde dingen, tot zondigen. Hoe meer hoe liever. Dan werden er meer offers gebracht en stegen hun inkomsten behoorlijk.

Het zijn broodprofeten. Ze letten meer op hun eigen inkomen dan op de eer van God.

Ze hebben het volk niet gewezen op Gods Woord en wet en ook niet gezocht naar Zijn eer in het leven van het volk. Zulke knechten kan de Heere niet gebruiken.

Dat wijst op onze verantwoordelijkheid.

Het bedienen van het Woord van God is een mooie maar ook moeilijke taak. De prediking is niet vrijblijvend. We kunnen elkaar niet naar de mond praten.

We moeten eerlijk met elkaar omgaan. Ook al gaat dat tegen ons eigen gemoed en gevoel in.

We kunnen het niet alleen hebben over de dingen die de gemeente graag hoort. Alle rechten en inzettingen van de Heere moeten aan de orde komen. Heel de Schrift moet klinken.

Dan moeten we als voorganger en kerkenraad nagaan of we ons laten leiden door Gods Woord en Geest.

De gemeente moet zich afvragen: aanvaarden we het Woord, dat verkondigd wordt, ook als het Woord van God en niet als woorden van mensen? !

We horen nog een derde aanklacht: 'Merkt op, gij huis Israëls!' Het hele volk wordt aangesproken.

We kunnen daarbij niet denken: dat was toen. Deze woorden zijn ook op ons van toepassing.

We kunnen de verantwoordelijkheid voor de gang van zaken niet afschuiven op de leiders van ons volk. Of dat nu de politieke leiders zijn of de geestelijke leiders.

We moeten kritisch zijn naar hen en kritisch naar ons zelf.

Hoe vaak zeggen we niet: het zal wel goed zijn. Die of die zegt het. Hij of zij doet het ook.

Dat is een van de slimste listen van de satan. Iedereen doet het toch? Dus ...! We moeten de geesten onderscheiden of ze uit God zijn. Dat was toen nodig en nu niet minder!

Het is niet voldoende als we komen op de plaats waar onze vaders de Heere dienden en ontmoetten.

We kunnen niet leven bij wat vertrouwde namen en begrippen. We

kunnen ook niet volstaan met te zeggen: je moet alles maar bij het oude laten, dan zit het wel goed. We moeten voortdurend aan elkaar voorleggen: is de Heere er Zelf wel bij, zoals Hij Zich in Zijn Woord geopenbaard heeft?

In heel zijn doen en laten laat het volk zien: we willen de Heere niet kennen. Het komt als een vlijmscherpe tegen-stelling uit vers 3 naar voren: 'Maar Ik ken jullie wel.'

Sommige mensen doen of ze iemand niet meer kennen. Ze schamen zich over wat er gebeurd is. Heel luchtigjes klinkt het: ik ken hem of haar niet. De ander zegt dan: ik ken jou nog wel. Zelfs door en door. Weet je nog wel dat...?

De Heere zegt dat ook: 'Ik ken Efraïm en Israël is voor Mij niet verborgen.'

Om dat te bewijzen zegt de Heere er tegelijk bij hoe Hij hen kent. Gij o Efraïm! hoereert nu, en Israël is nu verontreinigd.

Ze hebben van Bethel (letterlijk: Godshuis) een afgodshuis gemaakt. Ze dienen een andere god.

Wellicht nog onder de oude vertrouwde naam, maar met een heel andere inhoud.

Wat een wonder dat de Heere het er niet bij laat zitten. Hij wil ondanks alles nog te maken hebben met u, met jou en met mij. Hij zet Zijn trouw tegenover onze ontrouw!

Hij had er zelfs zijn enige Zoon voor over om ons terug te krijgen.

Kent u, ken jij Zijn Naam? Jezus Christus! Hij is gekomen om Zijn volk te verlossen van hun zonden!

D. VAN DE STREEK, RJJSSEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een officiële aanklacht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's