Wij - een zorgzame gemeente?
DIACONES VAN DE 21E EEUW [4]
We gaan steeds vaker met vakantie. Wie verre reizen doet, kan veel vertellen. we graag, want dat hoort er tegenwoordig zo bij. Maar bij het verpleeghuis in onze re gio werd een opnamestop afgekondigd. Oorzaak: een permanent tekort aan personee Uitzendkrachten zijn niette krijgen. Vakantiehulpen evenmin. Datgaat al jaren zo. Niet alleen in het Gooi. Ligt de schuld bij de politiek: kwam Den Haag maar eens met een jlinke zakgeld over de brug. Of is er bij ons iets grondig mis?
Geeft gij hun te eten
Nog even iets over dat verpleeghuis. De nood was van de zomer zo nijpend dat zelfs het kantoorpersoneel werd ingeschakeld om te helpen bij de maaltijden. Het deed me denken aan het woord van de Heere Jezus: geeft gij hun te eten. Zeker, die opdracht heeft een geestelijke strekking. Maar dat gaat nooit in mindering op de concrete toepassing in onze persoonlijke situatie. Het geloof is primair een zaak van het hart, want het is een persoonlijke band tussen God en ons. Maar geloof moet ook worden gedaan. Het geloof is een zaak van hart en hand.
Van huis tot huis het brood breken
Is in het Oude Testament HEERE dé naam voor God, in het Nieuwe Testament wordt dat Vader. Jezus leert ons bidden: Onze Vader Die in de hemelen zijt. Dat geeft ook een inniger beeld van de gemeente. Zij kan nu beter vergeleken worden met een huisgezin dan met een volk. In Christus zijn we eikaars broeders en zusters. De vroegchristelijke gemeente is één grote familie. Kenmerkend voor een gezin is dat alles wordt betaald uit één portemonnee. Daarom zei niemand dat iets van wat hij had zijn privé-bezit was. Thuis eet je met elkaar. In dat licht staat ook het breken van het brood in Handelingen 2. Het vindt plaats van huis tot huis. Er is veel discussie over de vraag of hier het avondmaal wordt bedoeld of dat we eerder moeten denken aan een liefdemaal. Er was tussen de broeders en zusters zo'n hechte band dat een ontmoeting tussen broeders en zusters gemakkelijk kon overgaan in een samenkomst van de gemeente. Dat zal zeker het geval geweest zijn als daarbij een apostel tegenwoordig was. Zo lagen de zaken nog jaren later in Korinthe (1 Kor. 11: 20).
We gaan hier nu niet verder op in.
Waar het op aankomt is dat de gemeente werkelijk een gemeenschap vormt. Daarin ligt ook de aantrekkingskracht van de gemeente. We lezen aan het slot van Handelingen 2: zij hadden genade bij het ganse volk. Dat wijst zelfs op een zekere populariteit.
Ontzag
Maar in deze populariteit mogen we nooit onszelf zoeken. Zo'n kleine 200 jaar is in ons land hevig gediscussieerd over de vraag wat nu de ivare kerk is. Een nieuwe generatie is daar niet meer zo in geïnteresseerd. Het gaat nu veel meer om de vraag wat je de beste kerk vindt. Daar kies je dan voor of dat is dan tenminste het model dat je in jouw gemeente zou willen realiseren. Het is de geest van een tijd waarin marketing een grote rol speelt en luister- en kijkcijfers beslissend zijn voor het te voeren beleid. Maar wee ons als we eropuit zijn onszelf te promoten. Dat leert ons de geschiedenis van Annanias en Saffira in Handelingen 5. Zij werken aan hun eigen populariteit. Daarom willen zij de suggestie wekken dat zij heel de opbrengst van een stuk land aan de apostelen schenken voor de zaak van het koninkrijk van God. Een prachtig gebaar! Maar ondertussen houden ze een deel van het geld voor zichzelf. Wantje mag toch best je eigen financiële positie veiligstellen, nietwaar? Maar ondertussen doet hun zucht naar populariteit afbreuk aan hun ontzag voor God de Heilige Geest. Het wordt hun dood.
Daarom mogen we ons nooit laten verleiden tot een competitie in populariteit: wat is de beste gemeente. Ook hier geldt: de een achte de ander uitnemender dan zichzelf. Dat is de gezindheid die in Christus Jezus was. Dit element hebben wij mee te wegen in onze bezinning op wat een zorgzame gemeente is en wat daarin onze plaats en opdracht is. De geschiedenis van Annanias en Saffira is een duidelijk signaal: zo niet. De gemeente als gemeenschap is vervuld van ontzag voor de Heilige Geest. Hij doorgrondt mij Dat en doen kent mijn gedachten. Hem vraag ik - of bij mij een schadelijke weg is en of l. Hij mij leidt op de eeuwige weg. Uit de zeven brieven aan de zeven gemeenten in Klein-Azië is dan ook niet op te maken wat de beste gemeente is die dan tot voorbeeld wordt gesteld aan de anderen. Christus zegt tot allen: 'Die overwint...'. Alle gemeenten worden opgeroepen tot de goede strijd van het geloof. Niet alleen de gemeente van Smyrna die de naam heeft dat zij leeft, maar zij is dood. Niet alleen de lauwe Laodicenzen. Maar ook Thyatira, ondanks het feit dat zij nog steeds groeit in liefde, dienstbetoon, geloof en doorzettingsvermogen. Het oog moet gericht zijn op Christus en wat Hij geeft en doet. Dat is het slot van elke brief en daar gaat het om.
De gemeenschap vraagt om structuur
De pinkstergemeente is per definitie een zorgzame gemeente. Maar dat kan niet zonder heldere structuren. Dat blijkt in Handelingen 6. De weduwen uit de diaspora voelen zich achtergesteld bij de autochtone weduwen. Er wordt gemurmureerd. Dat kun je tussen broeders en zusters niet hebben.
Daarom wordt het ambt van diakenen ingesteld. Aan hen de opdracht om wegen te zoeken dat de gemeente in de praktijk ook werkelijk een gemeenschap vormt en blijft. De liefde maakt vindingrijk.
Het Evangelie metterdaad
Een zorgzame gemeente heeft ook haar uitstraling in de wereld. Zij overtuigt. Maar dat komt niet omdat zij van zichzelf zo geweldig is. Het is het Evangelie dat haar bezielt. Het is het Evangelie metterdaad. Zo had de Heere Jezus erover gesproken na Zijn opstanding in Marcus 16: En hen, die geloofd hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen, met nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en al is het dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden, op kranken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden. Het Evangelie wordt Evangelie metterdaad als Christus voor ons alles is. In Handelingen 3 zegt Petrus tot de kreupelgeborene bij de Schone poort: Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u: in de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, sta op en wandel.
Bekend is het verhaal van Thomas van Aquino op bezoek bij paus Innocentius II. De paus heeft zojuist een enorme gift ontvangen. Hij is druk bezig met het tellen van al dat geld wanneer Thomas op audiëntie komt. U ziet, zegt de paus, de kerk kan nu niet langer zeggen: goud en zilver heb ik niet. Thomas antwoordt: Daarom kan ze ook niet langer zeggen: sta op en wandel.
Wanneer we opgaan in wereldgelijkvormigheid verliezen we als gemeente onze geloofwaardigheid. Het maakt de prediking machteloos. We zijn dan niet meer een leesbare brief van Christus.
De vroege kerk
Bij alle verschil in tijd, plaats en omstandigheden vinden wij deze lijnen ook weer terug in de vroege kerk. In de brief van Barnabas, geschreven omstreeks het jaar 130, lezen wij: 'U zult alles delen met uw naaste en u zult niet zeggen dat het van u is. Als u immers deelgenoten bent van het vergankelijke, hoeveel te meer is het onvergankelijke' (vert. A. F. J. Klijn). Dit is zomaar een voorbeeld. Er zijn tal van dergelijke uitspraken. Typerend voor de kerkvader Ambrosius is niet alleen de Ambrosiaanse lofzang 'Wij loven U, o God, wij prijzen Uwe Naam', maar ook zijn Verhandeling over Naboth. Daaruit het volgende citaat: 'Overigens is het niet je eigen goed dat je uitdeelt aan de arme, het is slechts het zijne datje hem teruggeeft. Want wederrechtelijk eis je voor jou'alleen op wat aan allen gegeven is voor het gebruik van allen. De aardse goederen behoren aan allen toe en niet alleen aan de rijken, maar zij die niet vasthouden aan hun eigendomsrecht zijn minder talrijk dat zij die dat wel doen. Daarom betaal je je schuld, verre van een zogezegde vrijblijvende vrijgevigheid te beoefenen' (vert. A. Hamman). Onder het gehoor van Ambrosius zat ook keizer Theodosius...
De zorgzaamheid neemt toe als de vervolgingen komen. Bisschop Ignatius van Antiochië in Klein-Azië wordt om
zijn geloof ter dood veroordeeld. Hij zal in Rome voor de wilde dieren worden geworpen. Onderweg ziet hij nog kans brieven te schrijven aan de gemeenten die op zijn lange, vermoeiende reis naar Rome worden aangedaan. Wat daarbij opvalt is de onderlinge zorg- en hulpverlening. Er is tussen de gemeenten een goede communicatie.
Men is van elkaar op de hoogte. Ondanks alle dreiging en gevaar is er een goedlopende organisatie ontstaan. In het geval van bisschop Ignatius is dat duidelijk aanwijsbaar.
Het jaar van de vrijwilligers
Ook buiten de christelijke gemeente wordt gehoor gegeven aan de roep: 'Geeft gij hun te eten'. Het staat op de agenda van de landelijke politiek. Het jaar 2001 is uitgeroepen tot het jaar van de vrijwilligers. Er zijn bedrijven die hun medewerk(st)ers in staat stellen een dagdeel te besteden aan vrijwilligerswerk in de zorg. Het draagvlak groeit. Er wordt al ruimte gecreëerd om ook in de praktijk een zorgzame gemeente te zijn. De vraag is: hoe? Daarover een volgende keer. We kunnen alvast voor onszelf proberen daar een antwoord op te vinden.
H. J. DE BIE, HUIZEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2001
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2001
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's