Het christelijk dagblad - toen en nu
SYMPOSIUM BIJ AFSCHEID REDACTEUR ND
'Groen (van Prinsterer) droomde nooit over de macht van het getal. Hij vroeg zich niet af hoe hij het moest aanleggen om zijn lezers bij duizenden te tellen. Honderden waren genoeg, en voor tientallen had hij het ook willen doen. Hij stretfde dan ook niet naar informatie op alle terrein. Als hij van een onderwerp weinig wist, liet hij het liever on sproken. 'Oneindig liever zou ik deskundig zijn in een vak dan betweter in elke zaak
Prof. dr. A. Th. van Deursen, emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit, zei dit afgelopen zaterdag tijdens een symposium ter gelegenheid van het afscheid van drs. J. P. de Vries als hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad. Hij zei dit in verband met het dat halverwege de negentiende eeuw blad De Nederlander door Kemink in Utrecht werd uitgegeven en dat in mei 1850, toen Groen van Prinsterer als hoofdredacteur werd aangetrokken, 289 abonnees telde. Gedurende zijn vijfjarig redacteurschap is het lezerstal wel enigszins vermeerderd maar het heeft geen spectaculaire groei gekend. De armen konden de krant niet betalen, de rijken wilden meer informatie.
Bovendien miste Groen het vermogen om populair te schrijven. Of'meer behoedzaamheid en zachtheid' niet gewenst zou zijn oni zijn beginselen aan te prijzen, vroeg men hem. 'Neen' was zijn antwoord: 'Wie zich mengt in het persdebat, kan in slecht gezelschap terecht komen, in gedrang op de openbare weg. Om je daar te handhaven, moetje van je afkunnen slaan.'
De tweede (aanloop naar een) christelijke krant, De Standaard, door Abraham Kuyper in 1872 gestart, wist een breder publiek aan te spreken. Van Deursen verklaart dat uit het feit dat, hoewel men bij het lezen van Kuypers artikelen ook welk eens een woordenboek moest gebruiken, hij zich van aansprekende, simplificerende beelden wist te bedienen. Naar aanleiding bijvoorbeeld van de Franse Revolutie schreef hij: 'Ga maar eens naar Artis, en zie de jonge tijgertjes spelen. Zijn ze niet allerliefst? En later slaan ze u met één klauw de borst in.' Kuyper sprak toch de taal van zijn achterban, waardoor hij saamhorigheidsgevoel wist te smeden, terwijl hij bovendien bij zijn lezers vertrouwen in de toekomst wekte. Wie dat met een christelijke krant niet bereikt, concludeerde Van Deursen, vraagt erom, dat lezers (op den duur) ander nieuws wensen dan de christelijke krant hun biedt. En als dat gebeurt, gaat van schrik de christelijke krant het ook anders doen. Ze gaat op zoek naar een bredere kring van lezers, die alleen maar een 'goede krant' willen. Hij zinspeelde hier kennelijk op (de ontwikkelingen bij) dagblad Trouw in de slogan, waarmee dit dagblad zelf adverteert: 'misschien wel de beste krant van Nederland'.
Veranderde tijden
Het Nederlands Dagblad heeft - aldus Van Deursen - in de eerste tientallen jaren van zijn bestaan al de kenmerken van de Groen-Kuyper traditie vertoond: scherp van toon, de wil om te instrueren, een hechte achterban en het wekken van vertrouwen in de toekomst. Echter was, in tegenstelling tot de persproducten van Groen en Kuyper, het ND aan één bepaalde kerk gebonden. Daarin was het ND ook anders dan (de vroegere) De Rotterdammer, het Friesch Dagblad en de Nieuwe Provinciale Groninger Courant en ook dan het latere Reformatorisch Dagblad. Maar intussen heeft ook het Nederlands Dagblad de steven gewend. In de woorden van J. P. de Vries: 'interkerkelijkheid is erkend als een feitelijk gegeven'. De voorzitter van de Stichting Nederlands Dagblad, prof. ds. J. A. Meijer, merkte op, dat de scheidende redacteur zich krachtig heeft ingezet 'voor een breder Nederlands Dagblad, voor een toch andere krant.'
Het kan niet mijn bedoeling zijn het genoemde symposium aan een nadere beschouwing te onderwerpen. Het is echter in onze tijd ondenkbaar dat een christelijk dagblad met een zo klein aantal abonnees kan voortbestaan als bij De Nederlander halverwege de negentiende eeuw het geval was. Een krant, die (economisch) niet meer goed loopt, is ten dode opgeschreven. Een krant, die zijn (vandaag mondige) lezers niet meer stimuleert en bemoedigt, eveneens.
Van Deursen herinnert intussen wel terecht aan de hoge doelstelling, die Groen brede met 'zijn' krant had. Hij typeert be- Groens journalistieke arbeid als '' 'scherp, energiek, geconcentreerd, namelijk op het brengen van één boodschap'. Daar valt echter wel één kanttekening bij te maken. Als Groen onderscheid maakt tussen 'voorlichting' en 'berichtgeving' - 'berichtgeving was bijzaak' - dan zou ik deze twee momenten toch dicht bij elkaar willen houden. Goede, zeg principiële voorlichting hangt samen met goede berichtgeving. Commentaar en berichtgeving worden in een 'goede' krant weliswaar van elkaar gescheiden, maar zijn wel op elkaar betrokken. Het kan niet zo zijn dat de krant voorlichting geeft, die op niets slaat. Ik wil hier refereren aan een woord van A. A. van Ruler, die ooit zei: 'De christen is de beste burger'. In het gewone doen en laten komt het christenzijn openbaar. Zo is een christelijke krant de 'beste' krant. Ze zal in (brede) berichtgeving niet onderdoen voor welke krant dan ook, al kent ze eigen selectie van wat nieuws heet. Goede commentaar volgt dan op goede berichtgeving. Dat als zodanig vandaag door de gemiddelde lezer hoge eisen aan de kwaliteit van de krant worden gesteld is niet slecht. Integendeel. Het mag de redacteuren van de christelijke pers opscherpen tot goede nieuwsgaring en adequate nieuwsgeving. Zodat niet geldt wat wel eens overdreven wordt gezegd: voor het echte nieuws heb ik een andere krant nodig, of een ander medium.
Interkerkelijkheid
Intussen is het met de 'interkerkelijkheid' van de christelijke krant anders gesteld dan in de tijd van Groen en Kuyper. Groen en Kuyper hebben een volksdeel uit verschillende kerken - vooral de kersverse kerken uit Afscheiding en Doleantie - gemobiliseerd in de strijd tegen het modernisme van die dagen. Ze deden dat met name in en rondom de opkomende Antirevolutionaire beweging, waarvoor hun bladen de spreekbuizen waren. Vandaag liggen de fronten elders. In een boekje, dat aan J. P. de Vries bij zijn afscheid werd aangeboden (Statuten gewijzigd, identiteit gehandhaafd) wordt herinnerd aan wat prof. dr. C. Trimp in 1992 in De Reformatie schreef, namelijk, dat in de jaren veertig (bij de Vrijmaking) met het volste recht aandacht werd gevraagd voor 'de ondermijnende kracht van de als vanzelfsprekend geaccepteerde interkerkelijkheid in het christelijke verenigingsleven (de ARP voorop)'. Maar, aldus verder Trimp, die interkerkelijkheid mocht men toch niet meer aanduiden als 'het spook van de jaren negentig'. Dus in de visie van vrijgemaakten op interkerkelijkheid en dus op de kerk voltrok zich een wijziging. Trimp spreekt nu van 'overdrijving in de beweging van de jaren veertig'. Hij zegt: 'Wie na vijftig jaar afstand neemt van een aantal grote woorden of gangbare gezegden uit de jaren veertig, is nog niet bezig met het verloochenen van de Vrijmaking. Het hangt er maar van af, wat hij doet met de bewaring en de vernieuwing, die ons juist in de weg van diezelfde Vrijmaking zijn meegegeven voor de toekomst'. Dat mag dunkt mij een aangepaste redenering heten. Trimp wijst er dan op dat ontkerkelijking, atheïsme en individualisme zijn gaan toeslaan, die in de veertiger jaren niet voor mogelijk werden gehouden. Vandaar de nieuwe 'fnterkerkelijkheid'.
Ziek Hier zetten zich bij mij intussen wel vragen in. Is interkerkelijkheid wel ee goed woord om een bestaande of nieuwe identiteit van een dagblad mee aan te geven? Want de kerkvraag wordt met een dagblad niet opgelost, en de afzonderlijke kerkelijke identiteiten, vooral oorspronkelijke 'bloedgroepen', blijven bij de krant toch altijd een rol spelen.
Ik moest daaraan vooral denken toen ik het openingswoord tijdens het symposium aanhoorde van prof. Meijer. Ook hij sprak - uiteraard - over de verbreding van de vrijgemaakt gereformeerde wereld, waartoe ongetwijfeld het ND heeft gestimuleerd. In zijn toespraak tot de scheidende redacteur zei hij: 'Buiten de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) ontmoette jij tal van broeders en zusters, die in andere gereformeerde kerken trouw de HERE
dienden, of in een niet-gereformeerde, in een soms zieke kerk de gereformeerde confessie van harte liefhadden en met inzet van alle krachten reformatie nastreefden'. In vrijgemaakte kring heeft men ontdekt - aldus Meijer - dat men de winst van de Vrijmaking, dat wil zeggen 'terugkeer op alle terreinen naar het Woord van God', niet voor zichzelf mocht behouden. Nu laat het zich bevroeden wat Meijer met 'een soms zieke kerk' bedoelde. We rekenen er de Hervormde Kerk toe, die Hoedemaker in zijn strijd met Kuyper al als zodanig typeerde maar waarvan hij herstel, gezondmaking beoogde van binnenuit. Het ziek zijn van de (een) kerk van binnenuit (mee)beleven en zich er mede schuldig aan te weten is dan nog wat anders dan het van buitenaf te beschouwen en te beoordelen. Bedoelde Meijer dat Vrijgemaakten vandaag ook betekenis zullen hebben voor een 'zieke kerk'? Maar hoe dan?
• * * Daar komt bij de vraag of we juist in de 'interkerkelijkheid' niet samen de nood en schuld en het ziek zijn van de hele kerk in Nederland moeten leren inleven. Is juist de 'interkerkelijkheid' niet een toonbeeld van het ziek-zijn van de kerk? Met de nieuw ontdekte 'interkerkelijkheid' is men dan ook ' dunkt mij in de vrijgemaakte wereld nog niet klaar.Want de nieuw ontdekte 'broeders en zusters' zijn geen plaatsvervangers voor hun kerken. Welke wederkerigheid zal er zijn in de beoogde 'interkerkelijkheid', wil er sprake is van terugkeer naar het Woord 'op alle terreinen van het leven'? .
Scherp
Groen van Prinsterer ging in zijn dagen een heldere weg en was daarbij scherp in zijn commentaren op de revolutiegeest in kerk en samenleving, maar wel op hoofdlijnen. Een christelijke krant vandaag mag hem daarin volgen als het gaat om de eigen tijd, waarvoor Trimp kenmerkend noemde het atheïsme, het individualisme en de secularisatie. Is echter het gevaar niet levensgroot aanwezig, dat de scherpte van commentaren ook selectief kerken als zodanig gaat treffen, omdat er een beoordeling vanuit één bepaalde (kerkelijke) visie wordt gegeven? Dat geldt dan niet alleen de vrijgemaakte krant. Dat geldt voor elke christelijke krant, die haar blazoen op eigen gekozen (kerkelijke) identiteit wil zuiver houden. Als het gaat om de secularisatie is er sprake van één gemeenschappelijk front. Waar liggen dan toch nog de valide verschillen tussen christelijke bladen onderling? Te denken valt aan het ND en het RD. Want beide kranten willen nu 'interkerkelijk' zijn. En beide kranten keren zich tegen de secularisatie. Zeker, we kunnen de verschillen moeiteloos opsommen. Leeft echter breed de overtuiging dat de kerk, juist omdat ze is opgedeeld in onderscheiden kerken, ziek, doodziek is?
De fronten zijn sinds Groen en Kuyper verlegd. Genezing van de kerk in Nederland is uitgebleven, ook in 'gezonde' kerken. Zou bij een christelijke krant het besef van gemeenschappelijke schuld daarover en de nood daarin niet kenmerkend voor de identiteit moeten zijn?
moeten zijn? v. d. G.
P.S. In mijn artikel van 27 september over Prediking - tekst en uitleg meldde ik abusievelijk dat, toen Calvijn overleed, hij zijn commentaar op het boek Daniël onvoltooid achterliet. Dat was een verschrijving. Het moest zijn het boek Ezechiël. Maar er klopte meer niet. Ds. M. A. van den Berg te Zoetermeer schreef mij hoe het werkelijk zit met de Calvijncommentaren: 'Wat het Nieuwe Testament betreft: Calvijn heeft op alle boeken, behalve de tweede en derde brief van Johannes en de Openbaring een commentaar geschreven. Wat het Oude Testament betreft ligt het verhaal wat gecompliceerder. Calvijn heeft over de volgende boeken een commentaar geschreven, in de strikte zin van het woord: Genesis, Exodus-Deuteronomium (een harmonie), Jozua, Psalmen en Jesaja. Daarnaast is een aantal series van Bijbelcolleges uitgegeven, die in de series van commentaren zijn opgenomen. Dit zijn de boeken: Jeremia en Klaagliederen, Daniël, Ezechiël tot 20 : 44 en de Kleine Profeten. In de Nederlandse serie van De Groot Goudriaan zijn ook opgenomen delen over 1 Samuël en Job. Dit zijn verzamelingen van preken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2001
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2001
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's