De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

O p vrijdagavond 12 oktober werd in Hei- en Boeicop een boek gepresenteerd van de hand van J. P. Neven, getiteld De zaligheid is in geen ander, bevattende een beschrijving van het 'leven en werk van ds. W. L. Tukker' (uitgave Blassekijn, Bleskensgraaf), voorzien van vele foto's. Hier volgen twee bijdragen van ds. Tukker in Hervormd Zwolle uit de tijd d hij in Zwolle predikant was.

• 'Rondom de Broerenkerk, waaraan successievelijk alles weggebroken is en wordt, hebben, zo vertelde men mij, veel joden gewoond. Nog is er de mooie synagoge in de stad. Dat is, dacht ik, toch wel een gemis in onze stad, dat er zo we nig joden meer zijn. "Het volk Gods" noemde Querido. En "het volk Gods" noemt ze de Bijbel. In heel ons land zijn er weinig meer. In mijn Rotterdamse tijd ontmoette ik er ettelijke. Zij vormden een wezenlijk bestanddeel in ons volksleven en gaven er een bepaald couleur aan. Reeds jong leerden onze ouders ons, dat zij beminden waren om der vaderen wil. 'k Geloof, dat een volk met de joden gezegend wordt. Daar zijn van die oude Godswoorden over dat volk: "Uw zaad zal de poorten Uwer vijanden erfelijk bezitten" en "Die U vloekt z gevloekt zijn, die U zegent zal gezegend zijn." En ook: "Als de volheid der kinderen zal zijn ingegaan, dan zal heel Israël zalig worden." Daarom zie ik graag joden, omdat zij een volk zijn met grote en heerlijke beloften. Israël heeft ons geboeid, het boeit ons en het zal ons blijven boeien.'

• 'Zondag gepreekt op Zandhove. Dat was voor mij een gebeurtenis. Vooreerst een prachtige wandeling daarheen, in de vroege morgen door het mooie Schelle en door het even mooie Itter- at sum in een lichte novembermist, die het geluid van kerkklokken ver wegdroeg. Dat was meen ik de klok van Hattem die ik hoorde. Prachtig. En ten slotte Zandhove in zijn prachtige bebossing. Een sprookje gelijk. Daar race je altijd maar voorbij in je auto, voorbij veel schoon van stad en land, voorbij mensen, zonder hen te zien i-en als je niet oppast ook nog voorbij je werk. Zo ze menigmaal las je dan: "Helpt Ambon!" Daarom wilde ik graag de Ambonezen eens zien en voor hen preken, hoewel ik mijzelf in de laatste plaats geschikt voor het laatste vind. Ik ken geen Maleis en ken ook dit volk niet. Alleen God en Zijn Woord verbinden ons en dat is ook genoeg. 't Was heerlijk zo maar stil in hun midden te zijn, samen rond die ene Bijbel. Na afloop hoorde ik, dat een dame van 107 jaren oud in de kerk was, welke niets verstaan had, want zij sprak Maleis. Dit maakte de gebeurtenis voor al mij nog groter. Dat is dus net zoiets als de profetes Anna, van wie sommigen onderstellen, da zij ook over de honderd geweest moet zijn.'

I n een recent verschenen uitgave Geloof, opbouw en strijd over 'de geschiedenis van de classis Rotterdam' (uitgave Eburon, Delft) schrijft ds. L. J. Geluk over de tijd van de Doleantie. Heel apart is de geschiedenis van de hervormde gemeente van Barendrecht. De hele kerkenraad ging, met haar predikant (ds. F. Fortuin), met de Doleantie mee. Hier volgt wat ds. Geluk verder schrijft:

'Nu is er in Barendrecht geen kerkenraad meer, maar wel een hervormde gemeente. Volgens de kerkelijke bepalingen behoort het in zulke situaties tot de taak van het classicaal bestuur daa, te doen 'wat des kerkenraads is', een taak die het ook voor de Rotterdamse gemeente reeds op zich heeft moeten nemen.

De gemeente vacant - dat betekent voor de ringpredikanten volgens rooster het vervullen van vacaturebeurten. Maar dat is in de omstandigheden die zich nu in Barendrecht voordoen een onmogelijkheid, omdat alle kerkelijke colleges aldaar zijn gaan doleren. Alsof er ter plaatse niets veranderd is, blijft het kerkgebouw ter beschikking van de dolerende kerkenraad en ds. Fortuin leidt 's zondags de diensten als voorheen. Hoe het de ringpredikanten vergaat wanneer zij t zich naar Barendrecht hebben begeven, blijkt het meest aansprekend uit het schrijven dat ds. A. M. E.Jungius uit Poortugaal 8 maart 1887 aan het classicaal bestuur doet toekomen.

"Bij dezen neem ik de vrijheid aan 't classicaal Bestuur van Rotterdam, doende wat des Kerkenraads is te Barendrecht, te berichten, dat ik, ingevolge aanschrijving van den Praetor van den Ring IJsselmonde, getracht heb mijne beurt op jl. Zondag 6 Maart des voormiddags te half IO ure, te Barendrecht te vervullen, maar daarin verhinderd ben, doordat de Heer Fortujjn, voormalig Predikant bij de gemeente te Barendrecht, bereids te 9 ure den kansel beklommen had, en op 't oogenblik, dat; ik mij naar 't kerkgebouw begaf, om mijn dienst- r werk te verrichten, in 't gebed voorging en de godsdienstoefening leidde. Na mij aldus vergewist te hebben, dat door den Heer Fortuijn, in weerwil van 't hun aangezegde verbod, in den dienst te Barendrecht vervuld werd, heb ik mij verwijderd en bij den Burgemeester van Barendrecht kennisgegeven van de toedracht der zaak, hetgeen hij, benevens de mij vergezellende veldwachter, bereid is te getuigen. Ik acht mij verplicht hiervan kennis te geven, hopende, dat op eene of andere wijze, maatregelen mogen genomen worden, waardoor ik, en met mij de overige leden van den Ring, gevrijwaard worden voor een dergelijke vergeef-

sche reis naar de vacante gemeente te Barendrecht, welke ten gevolge heeft, dat wij, geroepen om ons dienstwerk te uerrichten en bereid, om aan dien last gehoor te geven, ten aanschouwen uan het publiek te schande gemaakt worden, en onze eigene gemeente van den predikdienst moeten doen uerstoken blijuen. Met betuiging van hoogachting, Uw dw. dr. A. M. E.Jungius"

De ringpredikanten hebben na enige tijd hun pogingen heruormde kerkdiensten in Barendrecht te leiden gestaakt en via het classicaal en provinciaal kerkbestuur bij de Algemene Synodale Commissie dispensatie gevraagd en verkregen, zodat zij geen vergeefse reis meer hoefden te maken. Dit heeft geduurd tot mei 1890. (...) De sterk uitgedunde hervormde gemeente kreeg echter pas op 6 maart 1892 in de persoon uan ds. M. Bei/ersluis, beroepen uit Oldemarkt, weer een eigen predikant. Volgens de opgaven in het Nieuw Kerkelijk Handboek uan M. W. L. uan be-, Alphen Sr. was de omvang van de gemeente toen teruggelopen van 2682 naar 925 zielen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2001

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2001

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's