Diacones van de 21e eeuw [5]
Voldoening voor vrijwilligers
'Tja, je doet het gewoon', mompelen vrijwilligers in de zorg al snel bescheiden, als het over hun werk gaat. Maar zo gewoon is het niet. In sommige instellingen zijn vrijwilligers onmisbaar. Ze doen klusjes of nemen een deel van de verzorging op zich. Allemaal 'omdat ze iets te doen willen hebben' en 'omdat het nu eenmaal moet gebeuren'.
Drie vrijwilligers vertellen over hun taak in de zorg. Janna Tijsseling en Ria Hogendoorn werken in het Johannes Hospitium De Ronde Venen in Wilnis. In dit hospitium brengen ongeneeslijk zieke mensen die niet meer thuis of in het ziekenhuis verzorgd kunnen worden, hun laatste dagen of weken door. Nel Burgers werkt met demente ouderen in verpleeghuis Norschoten in Barneveld.
In het Johannes Hospitium De Ronde Venen werken ruim honderd vrijwilligers. Janna Tijsseling uit Wilnis staat meestal in de keuken om het eten voor de bewoners klaar te maken. Af en toe valt ze in in de verzorging of in de huishouding, de plek waar ze drie jaar geleden als vrijwilliger is begonnen.
'Er zijn wel twintig verschillende taken', vertelt collega Ria Hogendoorn. 'We hebben een tuinman, een logopedist, een muziektherapeut, een kapper, iemand die de ramen wast en ga zo maar door.' Zelf werkt ze een dagdeel per week als vrijwilliger in de verzorging. 'Ik doe van alles: eten en drinken geven, schoonmaken, mensen helpen omdraaien in bed. Soms lees je aan de bewoners voor, maak je een praatje of luister je naar muziek.'
De Barneveldse Nel Burgers werkt iedere dinsdagochtend in verpleeghuis Norschoten. Ze verzorgt het ontbijt en de koffie voor de tien bewoners in haar 'huiskamer'. 'Dat neemt de hele ochtend in beslag. De bewoners op mijn afdeling zijn zover met dementeren datje vaak geen reactie krijgt als je vraagt wat ze op brood willen. Ik werk er al een jaar of twee en ik weet dus wel een beetje wat ze willen, maar ik probeer toch met ze te praten, want ik wil lief voor ze zijn en contact met ze krijgen.'
Idealistisch
Hoe idealistisch vrijwilligerswerk voor buitenstaanders ook lijkt, vrijwilligers houden er zelf vaak geen uitgebreide filosofie op na waarom ze het werk doen. Het zijn meestal mensen die van aanpakken houden. Ze hebben al van alles in hun agenda staan, maar willen ook graag 'iets voor een ander' doen.
En daar doen ze niet ingewikkeld over. Ze dóen hun werk gewoon. Iemand moet het tenslotte doen. Janna Tijsseling is in 1998 begonnen in het hospitium, vlak nadat haar man thuis aan kanker was overleden. 'Mijn kinderen waren al wat groter en ik wilde wat om handen hebben.' Ook Ria Hogendoorn maakte in haar directe omgeving twee sterfgevallen mee. 'Ik had net een aantal vrijwilligerstaken afgerond en ik wilde aan iets nieuws gaan beginnen. Ik dacht: misschien kan ik dit wel.'
Nel Burgers rolde min of meer in haar werk: 'Norschoten staat bij ons in de wijk. Ze hadden veel hulp nodig en ik kreeg een prettige indruk toen ik op een open dag kwam kijken. Ik ben begonnen om mensen te begeleiden naar de kerkdienst, toen heb ik een tijdje koffie geschonken en vervolgens ben ik op deze afdeling begonnen. Ik vind het werk belangrijk voor de sociale contacten. Bovendien kan ik m'n eigen tijd indelen.'
De allerbelangrijkste reden om het werk te doen en te blijven doen, is de voldoening die het geeft. 'Het is niet zwaar, het is juist heel dankbaar werk', vindt Ria Hogendoorn. 'Je ziet dat er heel veel van bewoners afvalt, zodra ze in het hospitium zijn. Ze hoeven het dan niet meer aan familie en vrienden over te laten. Het gebeurt regelmatig dat mensen opknappen en één of twee maanden langer leven dan verwacht was. Veel mensen laten merken dat ze blij en dankbaar zijn voor wat je doet. Ook van de familie krijgen we veel waardering.'
Dankbaar werk
Janna Tijsseling zegt zelf heel veel van haar werk te leren. 'Je ontdekt dat er ontzettend veel mogelijkheden in het leven zitten. Ieder heeft zijn eigen verhaal. Wij horen veel mooie verhalen, maar ook veel problemen. Ook de familieleden van de bewoners praten graag over wat hen bezighoudt, juist in de laatste fase van het leven. Bij ons vinden ze een luisterend oor.' Hoewel sommige verhalen je iets meer bijblijven dan andere, kan ze het goed van zich afzetten, doordat ze maar een dagdeel per week werkt. Ria Hogendoorn: 'Je leert ook te relativeren. Als mensen in het dagelijks leven van kleine dingen grote problemen maken, denk je: 'mens, maak je toch niet zo druk'.
Werken met demente ouderen is best moeilijk, geeft Nel Burgers toe. 'Van de bewoners zelf krijg ik weinig terug. Ik heb nauwelijks contact met ze, omdat ze op mijn afdeling zo snel achteruit gaan. Ze beseffen niet wat je daar doet. Toch is het dankbaar werk. Ik heb de bewoners leren kennen toen ze nog vrij 'goed' waren. Ik zie dat ze me nodig hebben en het doet me goed te kunnen helpen. Ik zou ook niet naar een andere afdeling willen. Dan zou ik het gevoel hebben dat ik ze in de steek zou laten.' In Norschoten werken meer dan honderd vrijwilligers. De bewoners beseffen dan misschien niet wat er om hen heen allemaal gebeurt, maar het vaste personeel waardeert de inzet van de vrijwilligers duidelijk, weet Nel Burgers. 'Een ziekenverzorgende heeft geen tijd om een half uur met een beker te gaan zitten om iemand te laten drinken, wij zijn daarvoor. Als alle vrijwilligers ineens op zouden stappen, zou het verpleeghuis denk ik moeilijker draaien. De mensen die er werken, laten daarom merken dat ze ons werk waarderen.'
Gelovig
Alledrie de vrijwilligsters zijn lid van een hervormde gemeente. Nel Burgers denkt echter dat haar kerkelijke achtergrond niet doorslaggevend is geweest om het werk te gaan doen. 'Misschien word je er als christen meer bij bepaald datje je naaste lief moet hebben. Maar mensen die niet gelovig zijn, doen net zo goed vrijwilligerswerk. Ik zou het zelf óók doen als ik niet-kerkelijk zou zijn.'
Dat Norschoten verbonden is aan de hervormde gemeente Barneveld, is volgens haar wel een voordeel voor het vinden van vrijwilligers. 'Wij hebben een grote gemeente, dus het is makkelijker om aan mensen te komen dan in een kleine gemeente.'
Ook het hospitium in Wilnis heeft een christelijke achtergrond. Het gaat uit van de protestantse Johannieter Orde, maar is niet verbonden aan één bepaalde kerk. Van de bewoners wordt bovendien niet verwacht dat ze religieus zijn. Ook de vrijwilligers hoeven niet kerkelijk gebonden te zijn. Ze moeten echter wel achter de christelijke grondslag van het hospitium staan. De twee vrijwilligsters krijgen vaak te maken met vragen over God, want juist in een hospitium komt het leven na de dood al snel ter sprake, is de ervaring van Ria Hogendoorn. 'Als mensen dan tegen je zeggen: 'Nou, ik geloof nergens in, hoor', doet dat je toch wel wat.'
'We gaan niet aan het bed staan evangeliseren of zo', benadrukt Janna Tijsseling, 'maar vaak wil je toch iets zeggen. Soms denk je: 'Nee, ik doe het toch maar niet'. Je moet dat heel voorzichtig aftasten. Maar onlangs vroeg een man: 'Waarom komt Jezus me niet halen? ' Dan weet je echt niet wat je moet zeggen, maar dan kun je er wél over praten.'
Marusja Aangeenbrug, Utrecht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2001
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2001
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's