De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods hand [I]

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods hand [I]

5 minuten leestijd

...geeft de Heere de hand... [2 Kronieken 30 : 8]

Vroeger werd mij geleerd dat je de koningin geen hand mag geven. Althans, je mag niet zomaar je hand uitsteken om haar de hand te drukken. De koningin druk je niet de hand..., tenzij zij als eerste de hand reikt. Dan mag iedereen de vorstin de hand drukken, maar alleen zo!

Het is maar een voorbeeld, maar het maakt duidelijk dat de minste altijd moet wachten op de meerdere als het gaat om een handdruk. Je moetje plaats weten, zeker als het gaat om de koningin. Want een handdruk betekent ook iets.

Denk maar aan een bruid en bruidegom die elkaar de rechterhand geven wanneer ze hun 'jawoord' geven. Waarom is dat eigenlijk? Ze kunnen toch ook zo wel 'ja' zeggen? Dat kan wel, maar die handdruk is ten diepste een bekrachtiging van het 'jawoord'. De handdruk onderstreept zichtbaar wat gezegd wordt; het is oprecht gemeend. In de Zaanstreek zeiden we als jongens weieens: 'Echt waar? Hand erop? !' En dan werd de hand gegeven als bewijs van waarheid van het gesproken woord.

Steeds weer die handdruk. Wat komt dat veel voor. Even elkaar de hand geven, bij een welkom, bij een afscheid. Het geeft: iets aan van eenheid, van contact, van gemeenschap.

Wonderlijk dat koning Hizkia ook spreekt over de hand geven. En dan nog wel: 'geeft de Heere de hand'. Dat z je toch niet zomaar? Mag je dat zo wel zeggen? Gaat de koning hier niet wat te ver?

Toch is het de kern van de boodschap van de koning: 'Geeft de Heere de hand en komt tot Zijn heiligdom'. Wat bracht Hizkia ertoe om zijn volk zo aan te spreken? Er moet nogal wat aan de hand zijn want zo kom je dat nergens in de Bijbel meer tegen. Hoewel er op vele plaatsen in de Schrift gesproken wordt van Gods hand (ongeveer 200 keer) is het de enige plaats waar op deze wijze van Gods hand gesproken wordt. De geschiedenis van koning Hizkia van Juda is één machtig voorbeeld van gelovig handelen. Wanneer hij als vijfentwintigjarige het koningschap ontvangt, dan gaat hij onmiddellijk een totaal andere koers dan zijn vader Achaz; 'En hij deed wat recht was in de ogen des HEEREN'. Deze jonge koning zet zich als een ware reformator met kracht in voor de dienst aan God. Wellicht heeft hij van zijn moeder Abia over de Heere gehoord. Hoe dan ook: hij bekeert zich tot de God van Abraham, Izak en Jakob, maar als een echte ambtsdrager verlangt hij er ook naar dat zijn volk de Heere weer zal dienen. Zo is het toch? Als je zelf de Heere mag kennen dan ontstaat er de diepe begeerte in je hart om daarover te spreken met anderen, je kinderen, medegemeenteleden, noem maar op. Dan bepaalt dat ook je gebedsleven en je handelen.

eg Zie maar aan Hizkia. De tempeldienst wordt in ere hersteld. Midden tussen riend alle afval en afgodendienst staat daar een jonge koning die door de Heilige Geest geleid wordt. Hij roept weer priesters en levieten samen. We horen hem schuld belijden; hij roept op tot terugkeer naar God. Want het is Gods hand die steekt achter alle oordelen. Hizkia wil zelfs het Pascha weer vieren in Jeruzalem, al moet dat door omstandigheden wat later dan het behoorde. Alle dingen zijn gereed, nu het volk nog.

Een intense uitnodiging klinkt: 'Gij kinderen Israëls, bekeert u tot de Heere, de God uan Abraham, Izak en Israël'. Dat is het eerste, een oproep tot bekering. Heeft het zin om dit ongehoorzame volk opnieuw tot bekering te roepen? Hizkia is de zoveelste die dit geluid laat horen. Zou het volk nu ineens wel luisteren?

Wie over deze (herhaalde) oproep nadenkt, ontdekt de liefde van God hierachter. Wat een genade dat opnieuw de nodiging klinkt. Wat een onvoorstelbare trouw van God! Hizkia benoemt ook die trouw. Hij zegt erbij: 'Wanneer gij u bekeert tot de HEERE, zal Hij het aangezicht niet afwenden'. Uit eigen ervaring kan hij kennelijk zeggen hoe de Heere zal reageren op de terugkeer van zondaren. Weet u het ook? En dan ineens die bijzondere woorden: 'geeft de HEERE de hand'. In onze tijd is een handdruk iets gewoons, maar in het oosten groet men elkaar niet met een handdruk. Daar groet men elkaar door omhelzing of buiging. Hizkia bedoelt hier dus zeker geen groet. In Israël is de handdruk teken van onderwerping. Wanneer Salomo de troon van zijn vader heeft bestegen, dan komen alle vorsten, zelfs ook de andere zonen van David; 'en zij gauen de hand, dat zij onder de koning Salomo zouden zijn'. Het was het teken dat ze bereid waren Salomo te gehoorzamen.

Dat bedoelt ook Hizkia wanneer hij zijn uitnodiging voor het paasfeest laat uitgaan: onderwerp u aan de Heere; geef u gewonnen aan Hem. Geef het op, alle bedenkingen en redeneringen: 'geeft de HEERE de hand'. Een gew dige uitnodiging voor het paasfeest, voorafschaduwing van het Heilig Avondmaal. Waar de nodiging van Christus klinkt: 'komt want alle dingen zijn nu gereed'. In Hem is Gods hand uitgestoken naar zondaren. Oprecht, zonder reserve, zoals Hizkia het beeldend weergeeft: 'geeft de HEERE de hand' Gods nodigingjig als een uitgestoken hand. Die hana vraagt om onderwerping, overgave, gehoorzaamheid. Wie durft daaraan voorbijgaan?

C. H. BAX, EDE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gods hand [I]

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's