De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

15 minuten leestijd

Zijn er nog bekeerde mensen?

'Vroeger kon je in ons dorp de huizen aanwijzen waar bekeerde mensen woonden.' Dat werd me toevertrouwd toen ik in 1967 een gemeente in de Bommelerwaard bezocht waar ik als kandidaat beroepen was. Mijn ouders vertelden dat dat ook in mijn geboortedorp het geval was. Je herkende ze aan hun 'gelaat, gewaad en gepraaf. In beide gevallen hebben we het dan over de jaren dertig en veertig uit de vorige eeuw. Vandaag wordt soms met weemoed gezegd of geschreven: ze zijn er tegenwoordig niet meer. Dat 'oude volk' is uitgestorven. Ik denk dat dat ook zo is. Wat mij al jaren intens bezighoudt, is de vraag: hoe moeten we dat verschijnsel interpreteren? In de eerste periode dat ik predikant was, ontmoette je mensen die konden vertellen hoe ze 'tot ruimte waren gekomen'. Ze wisten precies te vertellen hoe het gegaan was. Bekeringsgeschiedenissen vonden hun weg. Zoekende mensen vooral lazen ze, maar raakten soms zelf totaal in de war. Als God zó mensen bekeerde, dan hoefden zij zich niets te verbeelden. Ze hadden er nog geen millimeter van meegemaakt. Bekeerde mensen. Drs. K. Exalto schreef in 1992 een helder boekje onder de titel: De bekering. Al direct op de eerste bladzijde stelt hij datje nergens in de Schrift de uitdrukking 'bekeerde mensen' tegenkomt. Ik citeer: 'Wel staat er in 1 Petrus 2 : 25: 'Gij waart als dwalende schapen, maar gij zijt nu bekeerd tot de Herder en Opziener uwer zielen', maar dat is toch nog wat anders dan dat er zou staan: U behoort nu tot de bekeerde mensen'. Exalto stelt dan dat het niet alleen maar een kwestie van terminologie is. Bepaalde woorden krijgen in de loop van de tijd een eigen gevoelswaarde en gaan een eigen leven leiden. Het worden etiketten met een exclusieve betekenis. We doen er beter aan bijbels taalgebruik te hanteren: rechtvaardigen, geroepenen, heiligen, gelovigen, kinderen Gods, aldus drs. Exalto in een nog altijd uitermate leerzaam geschrift.

Bekering en cultuur

In Biografie Bulletin (2001/2) s Fontijn een bijdrage onder de titel Keerpunten in een leuen - Over radicale bekeringen en plotselinge inzichten. Fontijn is bekend om zijn tweedelige biografie van Frederik van Eeden. Hij schrijft over de 'bekering' niet zozeer als een werkelijkheid van het geloof, maar meer als een cultureel en psychologisch gekleurd verschijnsel. Voor hem als biograaf zijn plotselinge veranderingen in het leven van mensen interessant vanwege de vraag: hoe moetje daarmee omgaan als je het leven van iemand betrouwbaar en objectief wilt weergeven? Als voorbeeld kiest hij de ingrijpende verandering in het leven van de twintigjarige Franse schrijver Paul Valéry in de nacht van 4 op 5 oktober 1892. Fontijn vraagt zich af: Is het niet erg ongeloofwaardig om van de ene op de andere dag een totaal andere chrijft Jan persoon te zijn? Is het wel mogelijk om een persoonlijkheidsstructuur van een mens (...) totaal te veranderen? 'Is kortom het relaas van Valéry over deze nacht wel betrouwbaar? ' De bedenkingen van Fontijn hebben te maken met de waarneming dat wat in

de nacht van 4 op 5 oktober in Genua gebeurde in het leven van Valéry wel erg mooi past in de traditie van bekeringsverhalen en in de structurering van autobiografieën. Hij bezint zich dan al schrijvend op het fenomeen van de bekering.

'Het stramien is eeuwenoud, onverwoestbaar en tot op de dag van vandaag actueel: de diepzondige mens die plotseling tot inz komt en vervolgens een nieuw leven beg Wie de EO-uitzendingen op de tv volgt, herkent ze onmiddellijk. In kort bestek wordt de kijker op een dramatisch biografietje o/autobiograjïetje vergast waarbij meer dan eens tranen vloeien. De diepgevallen hoer, die zich in een poel van verderf wentelde, die allesgedaan heeft wat God verboden heeft, bekent aan de interviewer dat haar de schellen van de ogen zijn gevallen en dat ze voor het eerst tot God gebeden heeft. De drugverslaafde, ooit de wanhoop van zijn ouders daar hij stelend en bietsend door het leven ging, heeft plotseling ingezien hoe voos en lelijk zijn leven was en heeft dankzij Gods genade en hulp de drugspuit kunnen weggooien. Deze succesvolle formule, die vele kijkers trekt, heeft een lange geschiedenis. Een de eerste en bekendste voorbeelden uit schiedenis is natuurlijk Paulus, die op weg naar Damascus in een ziedende woede jegens de christenen en voorzien van een bevel van de hogepriester om aldaar de gemeente uit te roeien, plotseling omstraald werd door een licht uit de hemel, ter aarde viel en de stem van Jezus hoorde. Deze zei hem dat de vervolging niet goed was. Paulus, blind geworden, bekeerde zich en werd zich bewust van zijn roeping.

Niet minder bekend is de bekering van Augustinus, die in 386 tijdens een geestelijke crisis in een tuin in Milaan een kind had horen zingen 'tolle lege' (neem en lees) daarop bij het lezen van Romeinen 13 : 13 en 14 zo getroffen werd dat hij besloot ch ten te worden.

Wat het meest opvalt bij die plotselinge bekeringen is dat aan de ene kant de beleving ervan zo intens is en de doorwerking ervan op de persoonlijkheid zo ingrijpend, maar dat er aan de andere kant sprake is van een zekere stereotype, ja soms van een sjabloon.'

Hij betrekt vervolgens de studie van William James uit 1902 bij zijn verhaal, die als godsdienstpsycholoog schreef over 'varianten van religieuze ervaring'. Wat is volgens James en vanuit zijn oogpunt karakteristiek voor het proces van de bekering? 'Allereerst dat de persoon in kwestie in de tijd vóór de bekering veelvuldig aan gro depressies onderhevig is. Hij is ten prooi aan buien uan walging, angst, melancholie, lusteloosheid en gebrek aan veerkracht. Tolstoi heeft in zijn boek De Biecht een mooie beschrijving gegeven van zo'n stemming van religieuze melancholie. Het leven had geen enkele zin meer voor hem, hij bekent dat hij alles door een nevel zag en dat de mensen icht hem vreemd leken. Dingen waarvan de bete- int. kenis altijd vanzelfsprekend was geweest waren nu zinloos.

Met die vervreemding gaat dikwijls ook ee groot zonde- of schuldbesefgepaard. John Bunyan en Augustinus demonstreerden dezelfde gemoedsgesteldheid voordat ze het licht weer zagen. Er is altijd sprake van een soort innerlijke gespletenheid waarbij aardse en geestelijke strevingen op elkaar botsen Aan die toestand van innerlijke strijd kan geleidelijk of plotseling een eind komen, to grote opluchting van de persoon in kwestie. In zijn roman Van de koele meren des doods heeft Frederik van Eeden dit gehele proces met alle psychologische nuances zeer gedetailleerd beschreven. De hoo/dpersoon H edwig is van haar jeugd af behept met een sterk van melancholische gemoedsgesteldheid. die Meer ge- dan eens geeft ze te kennen dat ze dood wil zijn. Ze is innerlijk gespleten: buien van melancholie en zondebesef wisselen af met buien waarin zij zich geheel aan haar zinnelijke neigingen overgeeft. Geleidelijk bekeert ze zich, mede onder invloed van de lectuur van de Imitatio, Christi, tot een ander, meer geestelijk leven van harmonie. Haar proces van geleidelijke bekering verschilt niet veel van het proces dat Tolstoi en Bunyan doormaakten.

Spectaculairder dan deze geleidelijke bekeringen zijn de gevallen van plotselinge bekeringen, waarvan Paulus het bekendste voorbeeld en is. Belangrijk element in die plotselinge bekeringen is dat er sprake is van een acu- ris- te crisis in het leven. Vrij onverwacht is er het besef dat men niet op de oude voet moet doorgaan, maar dat men een nieuw leven moet beginnen. Vaak heeft die crisis een dramatisch karakter. Ineens is er de nieuwe geboorte waarbij er van de oude mens niets overblijft. Het gevoelsleven, de gewone manier van denken, de gehele persoonlijkheid is erbij betrokken. Maar bekering is ook een daad met soms verstrekkende sociale consequenties. Velen rukken zich los uit hun vertrouwde omgeving; meer dan eens laten ze hun

familieleden, vrienden en buren verbijsterd staan en keren hun de rug toe. Plotselinge bekeringen vinden niet alleen op godsdienstig gebied plaats. Een fanatieke te litarist kan ineens in een zachtmoedige pacijïst veranderen, een carnivoor kan van de ene op de ander dag een overtuigd vegetariër worden. Hoeveel maoïsten uit de jaren zestig en zeventig hielden het communisme ineens voor gezien en ontpopten zich even later als gewiekste, kapitalistische zakenlieden? Williamjames haalt psychologisch onderzoek aan, waaruit blijkt dat bekeringen heel vaak een adolescentieverschijnsel zijn, waarbij de mens een transformatie doormaakt, die hem van de kindertijd naar het nieuwe n volwassen leven van rijpheid en persoonlijk inzicht voert. Bekeringen of breekpunten in een leven vallen grotendeels samen met wat Erik Erikson identiteitscrisis noemde. De persoon in kwestie, vaak een adolescent, heeft het gevoel dat de continuïteit van zijn per- . soonlijkheid verbroken wordt. Autoriteiten met wie men zich vroeger vereenzelvigd heeft, t hebben hun glans verloren. Men is naarstig op zoek naar nieuwe.'

Een vraag die hierbij gesteld kan worden, is: zijn er ook culturele omstandigheden die bevorderlijk zijn voor 'bekeringen'?

'Ik heb de indruk dat er in de cultuur golven van bekeringen zijn. Plotseling is het 'in th air'. Het zijn een soort epidemieën. Erikson gaat ervan uit dat er periodes in de geschiedenis zijn die 'identity vacua' zijn, teweeggebracht door angsten voor nieuwe Jeiten (uitvindingen, nieuwe wapens), het verval van bestaande ideologieën of door de dreiging van een leven, beroofd van alle geestelijke betekenis. Er zijn ook historische periodes waar de invulling van een nieuwe identiteit alle kans krijgt.

Neem de periode van hetjfïn de siècle. Henriëtte Roland Holst en Gorter omarmen het communisme en kijken met misprijzen terug op de tijd waarin zij bekneld zaten in het keurslijf van de bourgeoisie. Van Eeden he rond 1898 plotseling het licht gezien, bestookt zijn publiek dat hem op handen draagt met allerlei verwijten (ze waren te egoïstisch, te kapitalistisch), trekt zijn klompen aan en gaat in een hut op Walden wonen.

Het jin de siècle is ook de periode waarin de mystiek bloeit. In West-Europa was er na de jaren van het wetenschappelijk positivisme en materialisme bij schrijvers en intellectuelen een hang naar mystiek. Ook Valéry on derging hier de invloed van. Omstreeks 1890 was hij een tijd in de ban van de geschriften van mystici. Hij las Ruusbroec en Ignatius van Loyola en schreefzeljs religieuze gedich-

ten. Karakteristiek voor de neo-mystiek poging om een geesteshouding te realiseren waarin religieuze, esthetische en vaak ook amoureuze idealen van een radicaal karakter samengaan. Vele jonge schrijvers probeerden de moeilijk begaanbare mystieke weg te wandelen die van de banale gewone werkelijkheid trapsgewijs naar een moment ua extase voerde. Velen haakten onderweg af of raakten, zoals Van Deyssel in Nederland, in een overspannen toestand.

Belevenissen als die van Valery in 1892 in Genua pasten heel goed in die extatische s van de neo-mystiek. Plotselinge bekeringen, waarin men in een nacht de mystieke iveg doorliep en het grote licht zag, waren schering en inslag.'

Fontijn geeft nog twee voorbeelden uit de geschiedenis van personen in wier leven een radicale bekering plaatsgreep.

Descartes en Pascal

'Valery's intellectuele held was Descartes. In latere jaren zou hij zijn landgenoot prijzen als de man die voor het eerst van een door wiskunde bepaald universum heeft gedroomd. In zijn befaamde Jormule 'ik denk, dus ik ben' had Descartes de moed gehad schoon schip te maken met alle geloof aan overgeleverde waarheden. Ook hij deed dat na een plotselinge bekering.

In de winter van 1619-1620, in de nacht van 10 op 11 november had Descartes, 23 jaar oud, een bijna mystieke ervaring. Hij bevond zich toen in Duitsland en wel in het katholieke vorstendom Neuburg. In alle eenzaamheid zat hij in een soort stoo/, een soort goed verwarmd vertrek, waar hij in alle rust kon mediteren. Hij had die nacht drie dromen, die volgens hem door God gezonden waren. Zij openbaarden hem, naar eigen zeggen, de schatten van alle wetenschappen. Plotseling wist hij welke wegen hij moest volgen. Tussen de dromen door had hij tot God gebeden om niet voor grote zonden gestraft te worden. Zijn slaap werd onderbroken, aldus Descartes, door een hevig en geluid als van een donderslag, 'un bruit aigu et eclatant qu'il prit pour un coup de tonnerre'. Hij zag dat de kamer vervuld was van een vonkenregen. Hier vond de bekering uan Descartes plaats, waarouer hij het in het begin van het tweede gedeelte van zijn Discours de la méthode over zou hebben. Hij nam zich voor om alle meningen die hij tot dan voor waar had aangenomen resoluut opzij te zetten en zijn eigen methode te volgen.' En wat Pascal betreft, Fontijn noemt als voorbeeld hoe met gegevens van plotselinge is de veranderingen om te gaan als je iemands leven beschrijft. De biograaf van Pascal schrijft dan:

'Hoe voorzichtig en kritisch hij moet zijn, demonstreert be- André le Gall in zijn biografie van Pascal. Daarin wordt natuurlijk uitvoenrig aandacht besteed aan de bekering van Pascal in de herfst van 1654. In de nacht uan 23 op 24 november 1654 onderging Pascal een soort vuurdoop tussen half elf's avonds en half een 's nachts. Wat hij door- feer maakte heeft hij onmiddellijk op papier gezet en is, als manuscript bekend geworden onder de naam Me'morial. Het verhaal gaat dat Pascal die tekst altijd, tot zijn dood toe, bij zich gedragen heeft en wel in de voe van zijn wambuis. Er staan zinnen in waaruit blijkt hoe groot de verrukking van Pascal geweest moet zijn, toen hij dat alles doormaakte. Naast woorden als 'FEU' in kapitalen staan er zinnen als; 'Certitude. Certitude. Sentiment. Joie. Paix.'; 'Joie, joie, joie, pleurs de joie'; 'Renonciation totale et douce.'

de Belangrijk vind ik het dat de biograaf van Pascal behoedzaam te werk gaat. Hij gaat uitvoerig na hoe het Memorial ons is overgeleverd en komt dan tot de conclusie dat we niet over het origineel beschikken maar dat we met deze tekst vrij zeker over de getuigenis beschikken die Pascal heeft willen bewaren van de gebeurtenis die hij meemaakte. (Al in het eerste hoofdstuk van zijn biograjïe had Le Gall laten zien, hoe gecompliceerd de tekstgeschiedenis is uan Pascals oeuvre.) De biograaj Andre' le Gall heeft zich ook over de vraag gebogen wat die gebeurtenis nu precies was, die Pascal die bewuste nacht onderging. Er is in de loop der eeuwen een vloed van commentaren, veronderstellingen en verklaringen geweest. De een noemde het een extase, de ander een leuendig gevoel van de aanwezigheid van God, weer een ander (Voltaire) meende dat Pascal gek was. Een bewijs temeer hoe subjectief de oordeelsvorming over en interpretatie uan feiten in een leven is.

hard Pascal schreef in zijn Pensees: 'Nous ne mes que mensonge, duplicite', contrariéte', et nous cachons et nous déguisons a nous-mêmes.' (Louter leugen, schijnheiligheid, misnoegen zijn wij, en we verbergen en vermommen onsze|f.)'

U zult misschien vragen: wat moetje als christen met deze afstandelijke beschouwingen over 'bekeringen' van denkers en schrijvers? Ik schreef al: hier wordt de bekering psychologisch benaderd en niet als vrucht van de Heilige Geest in het leven van mensen. Fontijns opmerkingen trokken m'n aandacht vooral vanuit de in het begin geuite klacht: zijn er vandaag nog bekeerde mensen en dan als vraag vanuit het geloof. Dat wij dan vrij snel negatiefhoren reageren in de zin van: het is een gevolg van de donkere tijd dat ze er nauwelijks nog zijn, is dat wel vol te houden? Het kan niet zo zijn dat er vandaag geen kinderen van God meer te vinden zijn. Manifesteert het levend geloof zich dan op een andere manier? Gebruiken we er andere woorden voor zoals bijvoorbeeld: ik ben tot geloof gekomen of ik heb de ring Heere Jezus leren kennen in mijn leven of ik ben gegrepen door het Evangelie en dat heeft mijn leven helemaal veranderd? Duidelijk is dat de cultuur waarin wij zijn terechtgekomen ook ons spraakgebruik heeft veranderd. We benoemen de werkelijkheid van het levend geloof anders. We praten er ook anders over. Tot geloof komen is zeker onder jongeren veel meer een proces, een ontdekking, door via relaties met mensen die hun geloof laten zien in een opmerkelijke en authentieke levenshouding ook zelf tot geloof te komen. Trouwens, niet alleen onder jongeren. Is het bijbels gesproken niet bijna altijd een weg die God met ons gaat, Jezus die met ons optrekt als bij de Emmaüsgangers en al wandelend ons de Schriften uidegt? Exalto schrijft in zijn genoemde boekje: Er zijn vaste constanten maar ook vele varianten in de weg van de bekering. Constanten zijn: zonde, verlorenheid, berouw, geloof, vergeving van de zonden, een nieuw leven, het zalig worden. Varianten: God gaat met ieder mens om zoals Hij het goed vindt en geeft ieder een bij hem of haar passende behandeling. Nooit heeft de Heere Jezus iemand een bepaald schema of systeem opgelegd in de zin van: dit moet eerst en som-dan komt dat en daarna nog wat, aldus drs. Exalto.

Zijn er daarom nog bekeerde mensen? Ik denk méér dan wij soms vermoeden. En: veel te weinig, gelet op de geweldige rijkdom van genade in de Heere Jezus Christus.

J. MAASLAND

P.S.: Een los nummer van Biografie Bulletin is te verkrijgen door overmaking van ƒ 22, 50 op giro 4129271 t.n.v. Werkgroep Biografie te Den Haag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's