De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Theologie studeren vroeger en nu [I]

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Theologie studeren vroeger en nu [I]

4 minuten leestijd

In gesprekken met studenten in de faculteit van de theologie en ook in discussies gehouden lezingen tijdens de studieweek, eind augustus op instigatie en auspiciën van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond belegd, blijken verschillen te bestaan in de studie van de theologie zoals deze vroeger werd en nu wordt beoefend.Zelf vertel ik dan nog wel eens hoe het er vroeger aan toe ging en dan kan ook v terugblik worden gesproken op eigen verleden. Maar het woord 'terugblik' is ook van toepassing op ontmoetingen met studenten in de laatste jaren. Wanneer ik me deze v de geest poog te halen is er ook reden om daarover een enkel artikel te plegen.

Doelgericht

Een van de eerste vragen die boven komt is deze: met welk doel gaat men theologie studeren? Want men studeert in deze wetenschap niet zomaar omdat men nu eenmaal toch wat studeren moet of wil. Wel veranderen studenten soms van studierichting en gingen theologie studeren omdat ze zich van God geroepen wisten. Maar goed, waarom en waartoe gaat men theologie studeren?

Is het erom begonnen om na verloop van tijd dominee in een gemeente te mogen worden of gaat het om beoefening van wetenschap? Nu moeten we ervoor oppassen van tevoren al een tegenstelling tussen die beide te construeren, alsof deze elkaar als tegengesteld aan elkaar zouden moeten uitsluiten. Heel wat predikanten passen de opgedane wetenschap en kennis toe in de praktijk en in hun werkveld en we mogen daarvoor diep respect hebben.

Het is niet zo best dacht ik, wanneer een predikant, gevraagd naar zijn theologische studie, antwoordt: 'O, ik heb wat dat betreft, toen ik van de universiteit afkwam, net gedaan als een eend die uit het water komt; ik heb alles van mij afgeschud!' Dat is historisch! Namen noem ik natuurlijk niet. Maar dat was intussen ook wel te bemerken.

We studeerden en studeren geen theo-logie, waarbij we de hoogleraren slechts zien als een soort 'tentamenautomaat', zoals wijlen prof. dr. W. C. van Unnik destijds kernachtig in zijn inaugurele rede, gehouden op 17 februari 1947, zei.

Anderzijds zijn de theologiestudenten er niet altijd op uit (geweest) om gemeentepredikant te worden. Er zijn in de loop der jaren altijd damesstudenten geweest die niet de kansel op wilden. Zij en ook herenstudenten wilden bijvoorbeeld godsdienstleraar/lerares worden of een wetenschappelijke loopbaan volgen.

Vroomheid en wetenschap

De prachtige tweeslag, door Voetius al genoemd 'scientia (sapientia) et pietas'. Het samengaan van wetenschap, wijsheid en vroomheid, is van heel grote betekenis, zeker bij de beoefening van de theologie.

Mijn indruk, ook uit gesprekken met studenten, is, dat er voor dat laatste, de persoonlijke vroomheid en de uitstraling van persoonlijk geloof in afnemende mate plaats is. Komen de hoogleraren en de docenten ervoor uit dat zij christen zijn, dat zij het geloofsleven en de geloofsstrijd ook kennen? Er zijn er ook nu nog, ontegenzeggelijk. Of gaat het erom dat zij hun vakgebied beheersen en de techniek van de wetenschap onder de knie hebben en doceren?

Vroeger bleek persoonlijk geloof op hoor- en werkcolleges, die wetenschappelijk op hoog peil stonden maar toch niet buiten het geloof stonden. En dat kwam niet in mindering op het wetenschappelijk gehalte van wat geboden werd. Het waren geen na vrome praatjes die tussendoor ver- onder kocht werden.

nogal In de jaren van mijn studie, dat waren de vijftiger jaren, kon zonder overdrijving gezegd worden dat de Utrechtse an faculteit een van de theologie na de Tweede Wereldoorlog een ook in interna- oor tionaal opzicht zeer hoog peil bereikte met veel buitenlandse contacten. En dat gold ook van andere universiteiten. Maar de toenmalige hoogleraren schaamden zich Christus niet wanneer ze op de katheder doceerden, in werkgezelschappen met anderen aan de tafel zaten, in persoonlijke gesprekken zich uitten en zelfs tijdens tentamina bij het ondervragen een blik in hun hart gunden. Ik heb het daarbij ook over de staatshoogleraren, die niet regelrecht, niet door de generale synode benoemd dus bij de kerkelijke opleiding tot het ambt betrokken waren. Kwam dat omdat de meesten van hen voorheen ook predikant waren geweest, van de van harte hervormd-gereformeerde prof. dr. J. Severijn tot de vrijzinnige prof. dr. J. de Graaf toe? Of lag dat aan het feit dat de meesten van hen ethisch-orthodox waren en persoonlijke vroomheid kenden?

Zo was er verbinding tussen wetenschap en vroomheid bij en in de mannen die onderwijs gaven. En de studenten hebben daar veel aan gehad, zoals ik van collega's en ook uit eigen ondervinding weet. Naar wat ik verneem ontbreekt dat nu veelszins. En dat is zeer te betreuren.

W. CHR. Hovius, APELDOORN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Theologie studeren vroeger en nu [I]

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's