De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gezamenlijke verantwoordelijkheid [I]

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gezamenlijke verantwoordelijkheid [I]

DE EREDIENST

8 minuten leestijd

De eredienst! Wie is er verantwoordelijk voor? Het ligt voor de hand aan de predikant te denken. Hij is aangekondigd als degene die de dienst zal leiden. Niet alleen in het kerkblad, maar mits hij behoort bij een bepaalde gezindte, zelfs in een landelijk blad. Hij is ook degene die het Woord bedient in opdracht van zijn Zender. De bediening het Woord is toch tegelijk het centrum uan de eredienst. De schatten van het evange mag de dienaar eruan uitstallen. Dat is nog steeds de wijze waarop Christus Zijn gemeente tot de zaligheid wil leiden. Verder is hij niet alleen de mond uan God tot de gemeente, maar ook de mond uan de gemeente tot God. Hij mag haar dank uertolken en haar noden uoor Gods aangezicht uitspreken. Sinds de uoorlezer het ueld heeft moeten ruimen, is hij degene aan wie alleen de leiding van de eredienst te beurt ua

Het is een bijzondere genade tot deze arbeid geroepen te zijn. Ondanks de moeiten eraan verbonden. Het formulier zegt het zo: welk een heerlijk werk is het herdersambt! De verantwoordelijkheid is niet minder groot. Verwijzend naar Ezechiel 3 : 18 w sprak dominee G. Boer eens de bekende woorden: de dienaren van het Woord moeten eens hun handen laten zien. Kleeft er bloed aan of niet?

Geen wonder dat, als het erom gaat wie er verantwoordelijk voor de dienst is, men het eerst of zelfs uitsluitend aan de voorganger denkt.

Zo kan er echter gemakkelijk een scheef beeld ontstaan. Wij verliezen de kerkenraad uit het oog.

De kerkenraad

Het is goed de eigen positie van de kerkenraad in ogenschouw te nemen. Deze vertegenwoordigt weliswaar in bepaalde gevallen de gemeente, maar hij is toch niet gelijk te stellen aan het bestuur van een vereniging. Dit zou een miskenning betekenen van wat de gemeente naar haar diepste wezen is. Als haar Hoofd regeert en leidt Christus haar. Het behaagt Hem daarbij van mensen gebruik te maken. In Zijn Naam mogen de ambtsdragers leiding geven aan de gemeente. Bij hun arbeid, die niet anders dan dienend mag zijn, hebben zij zich op Christus te richten. Gelukkig als de woorden uit het bevestigingsformulier van de ouderlingen geen holle frase zijn: 'mannen vervuld met Uw Geest'. In het kader van de opdracht die de ambtsdragers van Christus hebben ontvangen, zullen wij ook hun betrokkenheid bij de eredienst hebben te zien. Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 30, spreekt van 'de Raad der Kerk', als een middel van Godswege 'om de ware religie te onderhouden en te maken dat de ware leer haar loop hebbe'. We zien dit al bij het beroepingswerk. Hoe groot de ambtelijke volmacht van een dienaar van het Woord mag zijn, hij is niet iemand die er zo aan komt lopen. Of die op een of andere wonderlijke wijze van hogerhand gedropt is om zijn arbeid te verrichten. 'Door de gemeente en mitsdien door God Zelf geroepen'. Al of niet daarin bijgestaan door gemeenteleden is het de kerkenraad die hier handelt. Een werk dat grote zorgvuldigheid vereist. In onze tijd wordt er wel een profielschets opgesteld. Een getuigenis waarop alle profielschetsen mogen worden afgestemd, vinden wij in 2 Koningen 3 : 12. Daar wordt van een van de profeten van Israël gezegd: 'des Heeren woord is bij hem'. In elk geval is daar de verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Deze strekt zich, wat de voorgangers betreft verder uit dan het beroepen van die ene predikant. Hij gaat er ook over wie er als gastpredikanten zullen voorgaan. Als de pastor loei ze uitnodigt (te denken valt bijvoorbeeld aan ruilbeurten) kan dit, naar de orde van de kerk, niet dan in overleg met de kerkenraad (Ord. 6.1.8).

Leiding kerkdienst

Het is goed ook in dit opzicht op de kerkorde te letten. Daarin wordt gezegd van de 'herders en leraars', dat hun de verkondiging van het Woord, de bediening van de sacramenten, de dienst der gebeden en de leiding van de kerkdiensten is toebetrouwd. In 'hetzelfde artikel wordt van de ouderlingen gezegd, dat zij medeverantwoordelijkheid dragen vóór de bediening van het Woord en het rechte gebruik van de sacramenten. Verderop wordt in de kerkorde het volgende gesteld: 'De eredienst wordt geleid door van hen die daartoe in de orde der kerk lie zijn aangewezen, volgens een der, in overleg met de kerkenraad gekozen orden uit het dienstboek der kerk'. De; wijze waarop een en ander is geformuleerd, laat zien dat de primaire verant- lt. woordelijkheid voor de dienst bij de predikant berust. Het is echter onmogelijk deze los te zien van de verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Hoezeer de predikant een eigen verantwoordelijkheid heeft, hij kan toch niet doen wat hem goeddunkt. Voor God en zijn eigen geweten niet, maar ook niet wat de kerkenraad betreft. Die dient er achter te kunnen staan. Dit geldt ook wat de orde van dienst betreft. Van zijn kant kan de kerkenraad echter ook de predikant niets dwingend opleggen. De een heerst niet over de ander. Elk staat als dienstknecht van Christus op de hem toekomende plaats. Wat de kerkorde aangaat, veelzeggend is dat zij spreekt van 'in overleg'. Zoals bekend dient men onderscheid te maken tussen 'na overleg' en 'in overleg'. Het eerste wil aangeven dat men er samen over gesproken heeft, het tweede wil daarbij tot uitdrukking brengen dat het gesprek tot overeenstemming heeft geleid. Het zal duidelijk zijn, dat als er werkelijk een erkennen is van Christus als het Hoofd van de gemeente en als de predikant en de kerkenraad zich richten op Hem, er het juiste klimaat is voor het goede overleg. Van beslissend belang is het g(G!)eestelijke niveau.

Voorbede

De betrokkenheid van de kerkenraad komt voor de aanvang van de dienst tot uitdrukking in de voorbede. De Heere heeft beloofd met Zijn gemeente te zijn. Zijn Woord keert niet ledig tot Hem weer. Deze belofte sluit ons gebed niet uit, maar wekt het juist op. Wij bidden niet enkel om een ongestoorde dienst, maar vooral hierom dat het Woord van God harten zal raken en levens zal vernieuwen. De voorganger wordt aan God opgedragen. Menig ambtsdrager ziet tegen dit deel van zijn ambtelijke arbeid op. Laat het hem bij zijn gebed te doen zijn om oprechtheid en eenvoud. Het beste bidden wij, als wij een leven leiden bij een geopende Bijbel en ons afhankelijk weten van de Geest der genade en gebeden. Met het oog gericht op de grote Voorbidder. Verder behoeven ook niet alle noden en zorgen van de gemeente met naam en toenaam genoemd te worden. Na de dienst mag de dank voor Gods aangezicht worden uitgesproken. Het is een goede zaak als merkbaar is, dat de betrokken broeder de dienst met open ogen en oren heeft meegemaakt.

Het is misschien hier de plaats om iets te zeggen over het gesprek na de dienst. De een praat gemakkelijker over de geestelijke dingen dan de ander. Toch kan een steeds voorkomend stilzwijgen iets drukkends hebben. In een vergadering van de ouderlingen stelde een van de broeders het aan de orde: 'Wij hebben de blijde boodschap gehoord, maar als wij onze plaats weer innemen in de consistoriekamer, zitten we bij elkaar alsof in ons midden iemand staat opgebaard'. Soms kan de formele opstelling van een kerkenraad na de dienst ongunstig werken. Het spreekt niet gemakkelijk als er velen zijn die meeluisteren. Misschien kan er in bepaalde situaties iets aan gedaan worden.

Handdruk

De handdruk voor de dienst is meer dan een vriendelijk gebaar. De kerkenraad geeft uitdrukking aan zijn medeverantwoordelijkheid. Wij vertrouwen u deze dienst toe, en staan als het gaat om het getuigenis van Jezus Christus als mededienstknechten achter u. Ergens is er een verre gelijkenis met Petrus, toen hij zijn pinksterpreek hield. Hij sprak daar 'staande met de elven' (Hand. 2 : 14 a). Als getuigen van Christus' opstanding betekende de •aanwezigheid van de andere apostelen een bevestiging van de prediking die Petrus bracht betreffende de opgestane Jezus.

Met de handdruk na afloop van de dienst geeft de ouderling als dienstknecht van Christus aan, dat de prediking overeenkomstig het Woord van

God was". Bij het binnengaan in de consistoriekamer bevestigen de andere ambtsdragers dit elk afzonderlijk met hun handdruk.

Een probleem kan ontstaan als na afloop van de dienst blijkt dat een of meerdere kerkenraadsleden of misschien wel de gehele kerkenraad het met de gehouden preek niet eens is. Nu gaat het niet om verschillen in accent of om een andere benadering dan die welke men gewend is. De grondwaarheden van het Evangelie dienen in het geding te zijn. In het begin van de vorige eeuw was dit in een Zuid-Hollandse gemeente het geval. Na afloop van de dienst stond een ouderling op uit zijn bank. Hardop zei hij tot de gemeente: 'Wat nu gebracht is, hoeft u niet te geloven!' Moet het nu ook zo? Liever niet! Maar laten wel de ouderling van dienst en de andere broeders hun taak serieus nemen. Laat als het echt niet kan, de handdruk achterwege. Maar er dient wel gezegd te worden, wat de reden is. En vooral worde steeds bedacht: de waarheid wil in liefde betracht te worden (Ef. 4 : 15). Wij denken bij het bovenstaande in de eerste plaats aan gastpredikanten. Als er bijvoorbeeld een ringpredikant voorgaat die een onbijbelse leer brengt. Een andere situatie doet zich ons inziens voor, als het gaat om de prediking van de 'eigen' predikant. Men heeft dan immers meer gelegenheid om een of ander te bespreken. Het is niet raadzaam na de dienst met kritiek te komen. De wijze kent tijd en gelegenheid. Men bedenke wel, dat voorzichtigheid geboden is. De dominee is ook maar een mens, zegt men wel eens. En, voegen wij eraan toe, soms nogal een gevoelig mens! Wat de prediking betreft, verdient het aanbeveling dat deze naar haar inhoudelijke zijde op de vergadering van de kerkenraad aan de orde komt. Een predikant, zo zei iemand eens, moet niet alleen zijn tekst be-mediteren, maar van tijd tot tijd ook de gemeente die hij dient. De kerkenraad kan hem hierbij van dienst zijn. Problemen en geestelijke onevenwichtigheden die aan zijn aandacht ontgaan, kunnen op deze wijze ter sprake komen. De predikant kan dit dan in de bediening van het Woord weer meenemen.

Het is een goede zaak als in de kerkenraad ook nagedacht wordt over de nadere invulling van de leerdienst. Het kan namelijk zin hebben dat naast de Heidelbergse Catechismus ook andere belijdenisgeschriften behandeld worden. Te denken valt aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels.

P. H. VAN HARTEN, RIDDERKERK

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gezamenlijke verantwoordelijkheid [I]

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's