Godsgeloof in plaats van godsbeelden
Niemand heeft ooit God gezien, zegt de evangelistjohannes (1:18). Niemand ka zich uan God een voorstelling maken. Rondom Zijn troon zijn wolken en donkerheid. Gesneden beelden verbiedt God ons dan ook in Zijn wet. Zulke beelden zijn altijd ajgoden.Men komt in de schilderkunst veelvuldig voorstellingen van Jezus tegen. Naar Zijn menselijke natuur was Hij ook af te beelden. Hij was onzer Een. Voor het uitbeelden van God schrikken ook kunstenaars meestal terug. Wanneer God nochtans wordt verbeeld is het meestal in de gedaante van een oude man. Beroemd is het schilde van Michelangelo over de scheppingsdagen in de Sixtijnse Kapel te Rome. De Scheppe reikt vanuit een wolk(breuk) met de vingertoppen Adam de hand om hem tot leven te wekken. Zo wordt Hij ook in de overige schilderstukken stukken afgebeeld, als een oude man met een baard.
Oude van Dagen
Bij mensen, die nog wel 'religie' zeggen te hebben, bestaat vaak ook dit beeld van God. Intussen komt het beeld van de Oude van Dagen in de Schrift wel voor. Daniël ziet hem zo in een nachtgezicht. De Oude van Dagen, met een kleed wit als de sneeuw en met haar als zuivere wol, zette Zich op de troon; nader verklaard op de rechterstoel (Dan. 3:9).
Vervolgens meldt Daniël, dat Iemand als eens mensenzoon met de wolken des hemels aankwam en tot de Oude van Dagen naderde (vs. 13). Daarmee wordt - naar algemene uitleg - de hemelvaart van Christus, Zoon van God en Zoon des mensen, aangeduid. Aan Hem wordt dan - zo mag Daniël het al zien - het Koninkrijk gegeven. Alle volken, natiën en tongen zouden Hem eren. 'Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden' (vs. 14). Hij was er al - als het Woord, de Logos - bij de schepping (Joh. 1). Na Zijn dood en Opstanding krijgt Hij echter alle macht, in de hemel en op de aarde. Eeuwige heerschappij, dat is hier: tot aan het einde van de wereld, zal Hij bij machte zijn de Zijnen te beschermen, omdat Hij de Kurios, Heere is over deze wereld. In vers 22 noemt Daniël voor de derde keer de Oude van Dagen. De heiligen ontvangen, na strijd en vervolging, het Koninkrijk. De kinderen van God zijn toch erfgenamen van de wereld (Rom. 4 : 13, Hebr. 1:2). Christus heeft die erfenis her-overd op de machten.
Niemand heeft ooit God gezien. Ook Daniël niet. De gestalte, die hij van God tekent, is een beeld, in een visioen. Maar Johannes zegt er wel bij, dat de eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, Hem ons heeft verklaard. Daarom kon Hij zeggen, dat niemand tot de Vader komt dan door Hem. In Hem heeft God Zich geopenbaard in deze wereld. Dóór Hem mogen we God kennen.
Welke God?
Vandaag is aan de orde de vraag of moslims in dezelfde God geloven als christenen of in een andere God. Wanneer mensen bij zichzelf, bij eigen gedachten en eigen inzichten te rade gaan, komt men gemakkelijk uit bij dezelfde God. Mensen, die, hoe geseculariseerd ook, geloven dat er wel Tets', een 'hogere macht' moet zijn, zullen al heel gemakkelijk tot de conclusie (kunnen) komen dat het in de onderscheiden religies wel om dezelfde God moet gaan. Maar voor wie gelooft dat alleen Christus Hem aan ons heeft geopenbaard ligt dat anders.
Mij dunkt, dat we vandaag weer meer dan ooit op het fundamentele van ons geloof in de Drie-enige God worden geworpen. God was in Zijn Zoon op deze aarde aanwezig; bij de schepping al, maar met name toen Hij mens werd. Immanu-El, God met ons. Tijdens Zijn verblijf op aarde heeft Christus duidelijk gemaakt Wie God is, Wie God is als Vader. De Vader van onze Heere Jezus Christus Zelf is ook onze Vader en in Hem ook God met ons. En toen Christus ha Zijn hemelvaart het Koninkrijk ontving en zo het beheer over de aardse gewesten, heeft Hij dat beheer niet uitgeoefend vanuit de verte. Hij heeft de Geest uitgestort, de levendmakende Geest. Zo bleef God, n ook na de troonbestijging van de verhoogde Christus, 'God met ons', inwonend zelfs in harten van mensen. De Drie-enige God is, in alle drie de Personen, waarin Hij ons in Zijn Woord is geopenbaard, God met ons. Dan nóg moeten we zeggen, dat nie- rstuk mand ooit God heeft gezien. Maar Hij r liet en laat Zich wel kennen, in Zijn Zoon, door de Geest.
De 'ene' God
De God, die de moslims aanbidden, is de 'ene' God, die zich in het jaar 611 door middel van de engel Gabriël kenbaar maakte aan de toen veertigjarige Mohammed. Deze wist zich sindsdien door Allah geroepen om de verkondiger te zijn van 'de Eenheid Gods', temidden van zijn polytheïstische volksgenoten.
Door openbaringen aan Mohammed werden fragmenten van het oer-exemplaar van de Koran, dat zich bij de troon van God bevindt, 'neergezonden' naar Mohammed. Daarom wordt in de overtuiging van moslims de Koran, als geen ander boek in deze wereld, beschouwd als van goddelijke oorsprong.
In de Koran wordt ook Jezus als 'profeet' genoemd, in de rij van Mozes, Elia en andere profeten. Maar Mohammed is de profeet. Wie de vraag of Allah dezelfde God is als de God en Vader van onze Heere Jezus Christus bevestigend beantwoordt, zegt daarmee naar mijn overtuiging drie dingen: De Ene God van de moslims is dezelfde als de Drie-Ene God, die we als christenen belijden.
Niet alleen Christus, die in de schoot des Vaders is, heeft ons God geopenbaard maar ook Mohammed. Niet alleen de Bijbel is Openbaring, de Openbaring van God, maar ook de Koran.
God is voor ons geen verre, ongenaakbare God maar Vader, Verlosser en inwonende Geest. Hij is zeer nabij. Nabij u (ons) is het Woord, in onze mond en in ons hart.
Het valt zeer wel te begrijpen, dat in de contacten met moslims het belijden aangaande God een gevoelig punt is. Toch dienen we moslims naar mijn overtuiging de Onbekende God te verkondigen. Het Hoge Woord moet er dan toch uit.
Het spreken over een 'andere God' bij de moslims wordt door sommigen als gevaarlijk geduid. In Centraal Weekblad werd door de Amsterdamse VU-hoogleraar prof. dr. A. Wessels in dit verband het recent verschenen boek van wijlen prof. dr. Hanna Kohlbrugge, De islam aan de deur, waarin zij spreekt over de 'algemene god' van de islam, zelfs een 'pamflet' genoemd.
Zou het echter niet juist gevaarlijk zijn als we het godsbeeld van de islam gaan vermengen met de ware God, die ons is geopenbaard?
Moet deze visie dan een vijandsbeeld oproepen? Wie in de liefde van Christus staat zal Zijn liefde voor het verlorene willen doorgeven, zoals Paulus die betuigde op de Areopagus.
Religie
In het laatste nummer van Oikodomè, het viermaandelijks orgaan van de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken, staat een lezenswaardig artikel van dr. P . J. Visser over 'missionaire communicatie'. Hij schrijft daarin over de missionaire theoloog dr. J. H. Bavinck, die gedreven werd door één hartstocht: 'nagaan hoe de religieuze mens benaderd kan worden met de boodschap van het evangelie'. Zending is 'de ontmoeting van evangelie en religie' zegt hij. Is het religieuze besef, dat breed in de wereld aanwezig is, een opstap naar het evangelie, zodat men in de missionaire ontmoeting van 'de halve waarheid tot de volle waarheid' komt? Nee, zegt Bavinck. In het religieuze besef van mensen ligt wel de mogelijkheid voor missionaire communicatie, een aanknopingspunt om God ter sprake te brengen. 'Dit aanknopingspunt is er echter alleen in de vorm van de antithese' (curs. van mij, v.d.G). Bavinck acht het een illusie dat er 'geïsoleerde waarheidselementen' in opgesloten zitten. Wel kunnen ons vanuit niet-christelijke religies 'morele waarden' voor de samenleving worden voorgehouden.
Hoewel het in dit artikel niet specifiek over de islam gaat, worden nochtans 'de bestaande traditionele religies' ge-
noemd. Is dit uitgangspunt van J. H. Bavinck niet ook helemaal van toepassing op de islam?
Strijd
Het is daarbij van groot belang om de consequenties van 'religie' in het maatschappelijke leven en in het we-reldgebeuren te bezien. In naam van 'religie' zijn levensgevaarlijke ideologieën ontstaan. Dat is voor, in en na de Tweede Wereldoorlog onderkend door profeten (theologen) onder ons, door mensen, die de god van de religie hebben onderscheiden van de God en Vader van Jezus Christus, de God van Abraham, Izak en Jacob, de God van Israël.
Die God roept niet op tot wraak, tot haat, tot een oorlog met wapenen, wel tot een geestelijke strijd met een geestelijke wapenrusting (Ef. 6). Die strijd kent bij voorbaat een goede afloop, omdat het beheer van het Koninkrijk aan Christus is, de Levende, die ons door de Geest zeer nabij is. Christus, die ook Vredevorst heet. Door Hem geloven we in God: de Vader.
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's