Theologie studeren vroeger en nu [2]
Crisis en geloof
In de oriëntatiedagen voor de aankomende theologische studenten, gedeeltelijk met de studieweek van de ouderejaarsstudenten gecombineerd, zoals door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond belegd, worden de eersten wat wegwijs gemaakt en ook in zekere zin voorbereid op wat hen te wachten staat. Daarbij worden hun bepaald geen schrik- of spookbeelden voorgehouden, zo in de zin van 'vreselijk wat je in Utrecht of Leiden te wachten staat, de Bijbel gaat zonder meer aan flarden'! Maar wanneer je als aankomend student op college komt waarbij het bijbels vakgebied aan de orde komt, kun je toch wel eens schrikken van uitspraken van hoogleraren of docenten... Kinderlijk geloof, van huis uit meegekregen en ook persoonlijk gekend en beoefend, kan worden aangevochten. Bijbelkritiek blijft niet buiten de deur van de collegezaal. Dat kan in de studietijd een geloofscrisis veroorzaken. Ik weet dat er studenten zijn 'omgegaan' die of de studie theologie vaarwel hebben gezegd dan wel het eerbiedig en gereformeerd schriftgeloof zijn kwijtgeraakt, tot schade van zichzelf en tot smart van ouders en familie. Een zekere oriëntatie vooraf is daarom heilzaam en nodig. En kennismaking en ontmoeting met ouderejaars die er zelf doorheen zijn gegaan, of moet ik schrijven er doorheen gekropen, doen later vrijmoedig hen aanklampen en met hen spreken. Studenten kunnen ook voor elkaar veel betekenen. Hechte vriendschappen voor heel het verdere leven ontstaan daarbij.
Soms kan door een crisis heen het geloof gewekt worden en ook rijpen. Dan is dat niet maar een verstandelijk aanvaarden van stellige waarheden wat het mogelijk voorheen was. Studentenverenigingen helpen daarbij in grote mate.
Fundament en praktijk
In een vorig artikel werd aan de orde gesteld de tweeslag wetenschap en vroomheid. Nu wil ik ingaan op die van het gelegde fundament en de toepassing in de praktijk. Opzettelijk spreek ik niet van theorie en praktijk. De theologische studie aan een universiteit afdoen en benoemen met (slechts) 'theorie' lijkt mij oneerlijk en onterecht. Eerder wil ik spreken van een fundament. De bedoeling is dat daarop wordt voortgebouwd in de beoefening van bijbelwetenschap, dogmatiek en ethiek, kerkgeschiedenis en kerkrecht, praktische theologie en noemt u maar verder op. Maar het valt me wel op in de gesprekken dat studenten vooral de praktische toerusting missen. In toenemende mate wordt ook dat element in de belegde studieweek gewaardeerd. Zijn fundament en praktijk dan zo ver uit elkaar gegroeid? Hoe kunnen bijbel-theologische inzichten vruchtbaar worden gemaakt in de praktische werkvelden?
Voorbeelden van vroeger
Er was wellicht in mijn studietijd meer oog voor de verbinding van de theologische studie met de voor ons komende (ambts)praktijk. In de door mij al geciteerde inaugurele rede van wijlen prof. dr. W. C. van Unnik is de opmerking te lezen: 'Studenten, uw grote aantal verheugt me van harte voor de kerk, die u begeert te dienen en die veel krachten nodig heeft om het Evangelie uit te dragen. Maar als docent benauwt me dat juist niet weinig omdat het persoonlijk contact met u daardoor bijkans onmogelijk wordt'. Deze woorden geven al aan hoe een staatshoogleraar toch oog had voor de belangen en voor de toekomst van de studenten in de praktijk.
Hoewel wijlen prof. dr. A. R. Hulst, die Hebreeuws gaf, toen nog tot de faculteit der letteren behoorde en niet tot die van de theologie, verbond ook hij nog wel eens een opmerking op de praktijk gericht aan zijn colleges. Zo haalde hij het woord uit Spreuken 1:7 aan: 'De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid'. Het Hebreeuwse woord 'resjit', dat ook al in Gen. 1:1 voorkomt - 'in de beginne' - heeft betekenissen. 'Mijn heren, als u later over deze tekst moet of wilt preken, hebt u drie punten. De vreze des HEE- REN is het begin, de aanvang van de wijsheid. Maar deze is ook het vruchtbeginsel of de vrucht, het resultaat dus van de wijsheid. En ten slotte is deze ook het beste en de samenvatting van heel de wijsheid. Zie daar zo maar, even uit de losse pols, een opmerking die goud waard is. Ook deze hoogleraar preekte in diverse gemeenten. Onvergetelijk was de opmerking van de kerkhistoricus wijlen prof. dr. M. van Rhijn tijdens een college: 'Mijne heren, bent u voor God weieens door de knieën gegaan? Dat is nodig hoor, wilt u een goede dominee en theoloog worden'.
En gaf niet wijlen prof. dr. A. H. Edelkoort als een privatissimum zelf preekschetscollege over oudtestamentische teksten uit Prediker en Jeremia, waarbij hij je leerde hoe je over het Oude Testament moest preken met een
christologische lijn naar het Nieuwe Testament?
Wijlen prof. dr. W. C. van Unnik gunde ons een blik in zijn hart en rustte ons toe voor de evangeliebediening toen bij op college exegese Nieuwe Testament de tekst besprak 'en zij zagen niemand dan Jezus alleen', Matth. 17 : 8. Daarbij wees hij erop dat de tekst niet bedoelt te zeggen dat de discipelen niemand meer zagen dan alleen Jezus, maar - omdat de naam van de Heiland in de vierde naamval staat - , dat zij Hem alleen zagen, helemaal alleen gelaten, wijzend op wat aan het kruis ten volle realiteit zou worden. Zij allen waren staatshoogleraar en niet direct bij de kerkelijke opleiding betrokken. Maar hun bedoeling en optreden stonden duidelijk in het teken van wat wijlen de laatst genoemde hoogleraar aan het einde van zijn inaugurele rede verwoordde: 'Ik beschouw het als mijn hoogste roeping u zo te dienen dat uw studie u bekwaam maakt om goede dienaren van het Woord te zijn'.
Deze voorbeelden uit vroeger tijden tonen duidelijk aan hoe fundament en praktische toepassing in de theologische wetenschap pastoraal op elkaar waren betrokken.
W. CHR. Hovius, APELDOORN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's