God Zelf zoekt verbondenheid
'VERBONDENHEID' ALS SLEUTEL VOOR HET JEUGDWERK [2]
Steeds meer jongeren ontdekken dat carrière en materie een mens niet gelukkig maken. Veel jongeren verlangen naar een levende relatie met God. Toch is dat verlangen niet het uitgangspunt van ons jeugdiverk. Ook niet het uitgangspunt voor de bezinning op 'verbondenheid'. Het is wél een belangrijk aanknopingspunt. Juist met jongeren die in onzekerheid verkeren óf en hoe ze een relatie met God kunnen krijgen, mogen we spreken over het zoeken door God Zelf Een zoeken dat ook vinden wordt.
Binnen de HGJB is door staf en bestuur een bezinning gestart over'verbondenheid als sleutel voor het jongerenwerk'. In een serie van zeven artikelen wil de HGJB een aantal hoofdpunten uit deze bezinning voor het voetlicht brengen. In dit nummer het tweede artikel, over verbondenheid aan God.
Eenvoudig maar veelzeggend staat in Genesis 1:17 dat God de mens schiep naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis. We proeven daarin dat de mens geschapen is voor een relatie met zijn Schepper: een relatie van liefde en gehoorzaamheid. Zo wandelde Adam met de Heere in het paradijs. En het was zeer goed!
De zondeval maakte radicaal een einde aan deze relatie. Voor de mens stond niet langer de Heere centraal, maar de eigen belangen en begeerten. Door ongehoorzaamheid heeft de mens
zich van God, Die zijn ware leven was, afgescheiden (NGB art. 14). Daarmee is de mens ten diepste een ongelukkig wezen geworden. Enerzijds is hij geschapen voor een relatie met zijn Schepper en zijn naaste, anderzijds lijden al deze relaties schipbreuk op de klippen van zijn eigen hart. Het wandelen van Adam is een eenzame zwerftocht geworden.
Er zijn jongeren met eenzelfde levensgevoel. Je lijkt soms alleen op de wereld. Niemand die om je geeft, zelfs de Heere niet. Je ervaart er toch niets van!?
God zoekt
Het is een machtig moment in de heilsgeschiedenis als we de Heere al snel na de zondeval horen roepen: 'Adam, waar zijt gij? ' God zoekt (let op: een relationeel werkwoord!), vrijwel onmiddellijk gevolgd door de heerlijke moederbelofte. God zoekt het herstel van de verbroken relatie waaraan de mens zelf schuldig is en waarin Zijn heilige liefde zozeer gekwetst is. Hij zoekt Zélf, gegeven onze onmacht om te zoeken naar Hem. Wie de lijn van dit genadewonder in de Bijbel natrekt, stuit op het woord 'verbond'. Het zoeken van God naar jongeren en ouderen draagt het karakter van het verbond. God verbindt zich aan zondaren en stelt daarbij Zijn belofte voorop. Als de Drie-enige belooft Hij immers persoonlijk alles te geven voor het herstel en de instandhouding van die verbroken relatie: de aanne-ming tot Zijn kind, de verzoening van al onze zonden door het bloed van Christus en de vernieuwing van ons leven door de Heilige Geest. Juist in de kinderdoop zien we zo treffend dat Hij naar ons zoekt, nog' voordat wij naar Hem kunnen zoeken! En Hij verbindt zich zó aan mensen, dat er heel wat voor nodig is om Hem van de vervulling van Zijn beloften te weerhouden. Vervult Hij daarmee niet de diepste hunkering, ook van jongeren, naar geborgenheid, vrede en liefde?
We mogen dat in onze tijd wel weer eens dik onderstrepen. Hoewel wij in onze kringen nog hoog opgeven van de doop, vrees ik dat de doop in het geestelijk leven en (dus) ook in de geloofsopvoeding vaak een uiterst marginale rol speelt. Vaak wordt de verantwoordelijkheid van het gedooptzijn benadrukt ('daar kun je met je gedoopte voorhoofd niet komen') maar wordt tegelijkertijd het beloftekarakter van de doop verzwegen: God neemt verantwoordelijkheid voor jóu! Hij is er - en Hij is er voor jóu. Het fundament voor een relatie met God is al gelegd en het is je bovendien persoonlijk toegezegd.
Bovendien komt het nogal eens voor dat ook tegenover jongeren een vraagteken achter het verbond wordt gezet in plaats van een uitroepteken. Rond de toe-eigening van het heil wordt dan meer nadruk gelegd op de vraag Is het wel voor jou? dan op de belijdenis: het is je beloofd! Het is ons niet toegestaan verbond en verkiezing tegen elkaar uit te spelen. En het is ons zeker niet toegestaan (voor anderen) in twijfel te trekken wat de Heere als waarachtig en betrouwbaar beloofde! Dan doen we onze jongeren en zeker de Heere Zelf zeer tekort! We hebben onze jongerén te verkondigen dat de Heere woord houdt. Dat ze op Hem aan kunnen. En dat ze op grond van Zijn Woord en beloften een relatie met Hem kunnen krijgen, waarin ze van de ene verwondering in de andere zullen vallen, totdat ze hun genadige verkiezing zullen ontdekken. Laat dat de grondslag van het jeugdwerk in iedere gemeente zijn!
God doet zoeken
Waar een woord beantwoord wordt, daar ontstaat een relatie. Door een eerlijke, gunnende en persoonlijke prediking maakt de Heere zich als hun Verbondsgod aan jongeren bekend. De heerlijkheid van Christus moet tot zoeken en navolgen uitnodigen. Juist dan is de Heilige Geest intensief bezig om jongeren tot beantwoording van dit verbond te leiden. Want een verbond is wel eenzijdig in haar ontstaan, maar tweezijdig in haar bestaan. Vandaar dat juist binnen het kader van het verbond de oproep klinkt tot geloof, bekering en vernieuwing. Vanuit de verwondering van 'het is voor jou!' moeten we ook jongeren liefdevol en dringend oproepen tot een daadwerkelijk navolgen van Christus: 'Wil jij je Heiland nu ook volgen? ' In feite is dat één sterke roep om een relatie! Vanuit het leren kennen van de Heere wil de Heilige Geest jongeren brengen tot een levende omgang met Hem. Opvallend genoeg gebruikt de Bijbel voor het geloofsleven veel relationele werkwoorden: liefhebben, volgen, gehoorzamen, vrezen, zoeken, verwachten. In dat spoor gaat ook het doopformulier, dat spreekt over 'aanhangen, vertrouwen en liefhebben'. Een relatie met de Heere hebben, is meer dan kennis alleen, meer dan een 'way of life' alleen, meer dan een gevoel alleen. Het is een relatie waarin heel je leven begrepen is, zelfs je verstand. Een relatie waarin alles meer en meer op Hem gericht raakt. Een relatie waarin geloof en gevoel niet altijd met elkaar bevriend zijn. Een relatie die aangevochten kan zijn.
Jongeren ervaren ook lang niet altijd iets van God. Het kan hen wanhopig maken, tot het uiterste toe. Juist in zulke momenten mogen we met hen terugvallen op de rotsbodem van Gods beloften. Dan hoeft een gevoelscrisis niet meteen een geloofscrisis te worden. Want jouw relatie met Hem is ten diepste een relatie van Hem met jou. Jouw zoeken van Hem is ten diepste Zijn zoeken naar jou. Jouw verbondenheid aan Hem is ten diepste Zijn verbond met jou. Dan kun je zelfs in de schaduwen van je leven wandelen met Hem!
DS. A. J. MENSINK, TOT VOOR KORT 2E VOORZITTER HGJB
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's