Theologie studeren vroeger en nu [3]
Geen nostalgie
In het slot van het vorig artikel gaf ik enkele herinneringen door uit het verleden. Dat kan de mening doen postvatten van 'vroeger was het allemaal veel beter dan nu'. Dat zou ook de schijn kunnen wekken van een nostalgische zucht naar het verleden. En dat is er bepaald niet. Een van de nogal eens door mij geciteerde professoren sprak al van het hem benauwende dat 'het persoonlijk contact wel zeer bemoeilijkt werd'. Inderdaad, de aantallen studenten waren groot en er waren bij de hoorcolleges soms overvolle collegezalen, zoals mijn Rotterdamse collega dr. C. A. van der Sluijs onlangs al memoreerde en signaleerde bij wijlen prof. dr. A. A. van Ruler. Vooral als men bij hem van het tweede studiejaar af met de ouderejaars de colleges dogmatiek volgde - dat deden er velen! - was het dringen geblazen om een plekje te bemachtigen. En dat was ook niet alles, in zulk een overvolle zaal te zitten en aantekeningen te moeten maken in een soms bedompte sfeer, twee uur lang.
In kleiner verband
Ik heb de indruk dat in toenemende mate werkcolleges de plaats van hoorcolleges hebben ingenomen, al verdwijnen de eerste nooit. Zeker bij kleinere aantallen kan het prettiger werken samen bijeen te zitten en met elkaar onder leiding van de docent een stuk werk te verrichten bij exegese, wanneer een student wat had voor te bereiden, of anderszins. In elk geval is het persoonlijk contact veel gemakkelijker. Men is er ook als student veel meer bij betrokken, maar ook als docent, lijkt mij.
In mijn tijd kwam het ook nogal eens voor dat een hoogleraar de presentielijst liet rondgaan op college, vooral als het bezoek, soms door winterse weertoestanden en de situatie op gladde en besneeuwde wegen, weieens erg mager was. Ik herinner me dat prof. dr. G. Quispel de lijst van studenten bij zich had en zich bezig hield met het opnoemen van de namen. Toen niemand zich vanuit een zekere plaats present meldde, zei deze hoogleraar wat snerend 'zeker ingesneeuwd', al was het toen juist heel mooi voorjaarsweer. Erger was dat bij tentamen hij naging of je wel volgens de lijst toen en toen er was of dat je blijkbaar de colleges niet de moeite waard vond en dictaten van vrienden leende. Kwam dat omdat deze professor ook leraar klassieke talen is geweest en wat schools met zijn studenten omging? Ik bewaar overigens wel heel goede herinneringen aan zijn colleges. Dan heb-ben werkcolleges veel voor op de hoorcolleges bij massale aanwezigheid.
Verschil van accent
Bij de studie in de theologie heeft zich ook wat meer de verschuiving voorgedaan dat nu soms alle accent komt te liggen op de theologie als wetenschap. Dat is deze ook, daarvan geen kwaad woord. In het verdete verleden waren universiteiten en hogescholen niet denkbaar zonder de faculteit van de theologie. Soms was deze er alleen. En het is van groot belang dat er goede theologen komen en zijn. Maar wanneer de link naar de ambtelijke praktijk totaal ontbreekt, is er toch een tekort.
Een vraag is: zien de theologische hoogleraren en docenten de kerk nog of wel zitten? Ik maakte destijds heel kort de veelbesproken prof. dr. J. C. Hoekendijk mee, die vanuit Utrecht naar Amerika ging. Deze leverde felle kritiek op de empirische kerk. Veel van 'zijn' studenten zouden er daarom niet over piekeren predikant te worden al is hij dat juist wel geweest. Maar hij zag 'de kerk als een functie van het apostolaat'! Hij hekelde fel het 'uiten van romantische gevoelens over de eerste gemeente als veteranenherinneringen'! Deze zienswijze had en heeft natuurlijk grote gevolgen. Van Ruler en Hoekendijk zaten bepaald niet op een lijn als het ging om en over de gestalte van de kerk.
Een vraag is ook hoe de visie van de studenten op de kerk en op het ambt is en tijdens de studietijd ook gevormd wordt.
Daar zou meer over gedacht en geschreven kunnen worden. Maar ik rond af.
Het gebed voor docenten en studenten vooral in de theologie mag zich in de kerk en in de gemeenten wel vermenigvuldigen. Doen we dat niet te weinig?
Praktische toerusting om de wetenschap dienstbaar en vruchtbaar te doen zijn is onontbeerlijk. Pastorale begeleiding lijkt me in deze tijd hoognodig. Als we daar een bijdrage aan kunnen geven, ook door de jaarlijkse studieweek, is dat een reden tot grote dankbaarheid.
W. CHR. HOVIUS, APELDOORN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's