De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jammer! Antwoord aan dr. Bouter

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jammer! Antwoord aan dr. Bouter

4 minuten leestijd

De eindredactie vroeg mij kort in te gaan op de reactie van dr. Bouter naar aanleiding van mijn bespreking van diens dissertatie. Omdat de ruimte beperkt is, volsta ik met het maken van enkele opmerkingen. i. Jammer vind ik het dat collega Bouter mijn kanttekeningen als een persoonlijke aanval heeft ervaren. Gelet op zijn verontwaardiging en op het feit dat hij inhoudelijk op geen van mijn argumenten ingaat, moet ik die conclusie wel trekken. Natuurlijk realiseerde ik mij dat de recensie tamelijk fors was uitgevallen. Naast welgemeende waardering heb ik ook mijn kritiek niet onder stoelen of banken gestoken. Omdat ik in geen geval Bouters persoonlijke integriteit in diskrediet wilde brengen, heb ik tevoren enkele collega's gevraagd om mijn verhaal, naast een inhoudelijke weging, vooral op dit punt eerlijk te bekijken. Geen van hen heeft mijn kritiek als onheus opgevat. Dat collega Bouter het kennelijk wel zo beleeft, betreur ik, want zo was het niet bedoeld. 2. Jammer is het ook dat collega Bouter mijn opmerkingen niet geheel heeft begrepen. Zijn verwijt dat ik schrijf vanuit 'gevoelig medelijden' met Israël in plaats vanuit het onderwijs van Christus en de apostelen, lijkt me een vorm van inlegkunde. Daarmee kan hij zich niet van mijn inhoudelijke argumenten afmaken. Ik heb de kerkvaders ook niet beschuldigd van antisemitisme. Dat zou trouwens een anachronisme zijn. Wel heb ik de stelling geponeerd dat een exclusief

christologische uitleg van het Oude Testament, gepaard met vervangingsdenken en anti-joodse opmerkingen een voedingsbodem heeft gevormd voor anti-joodse houdingen en gedragingen in de kerkgeschiedenis. Ik mag toch aannemen dat ik dr. Bouter, na alles wat daarover al gezegd en geschreven is, dat niet behoef uit te leggen. Wat ik hem verweten heb is, dat hij zich van dit feit geen rekenschap heeft gegeven. We bestuderen de kerkgeschiedenis toch niet in een vacuüm, zonder ons bewust te zijn van de Wirkungsgeschichte die een bepaalde visie in het verleden - bedoeld of onbedoeld - heeft gehad? Ik heb hem bovendien gevraagd waarom hij niet in gesprek gegaan is met vertegenwoordigers van het Puritanisme en de Nadere Reformatie - ik had ook Isaac da Costa of de hoogleraren Van Ruler en Miskotte kunnen noemen - en op grond van welke argumenten hij uiteindelijk dan toch koos voor de Schriftuitleg van Athanasius. Heeft hij zelf de handschoen niet opgeworpen en zijn historisch onderzoek aangewend om Israëlvisies die zich verwant weten met het gedachtegoed van bovengenoemde stromingen en theologen te bestrijden? 3. Jammer lijkt het me verder dat het niet kan komen'tot een nadere inhoudelijke gedachtewisseling. Ik zou de discussie dan niet langer alleen op de plaats van het joodse volk hebben toegespitst, maar deze breder willen trekken. Hier staat namelijk veel meer op het spel dan de vragen rond Israël. Onze hele omgang met het Oude Testament is in het geding en dat raakt regelrecht onze 's zondagse prediking en wekelijkse catechese. Moeten we het Oude Testament niet veel meer lezen in de historische context dan bij Athanasius het geval is? De boodschap van Mozes, de psalmisten en de profeten gaat mijns inziens niet op in het Christusgetuigenis, maar behoudt haar eigen gestalte en gehalte. Daarom dient het Oude Testament allereerst te worden gelezen, 'zoals het daar ligt'. We krijgen dan het 'tegoed' van Tenach in het vizier, waardoor de oudtestamentische boodschap alleen maar wint aan kracht en actualiteit. Onze ogen gaan temeer open voor Gods bedoeling met de geschapen werkelijkheid, voor de vragen van recht en gerechtigheid, voor de aardse dimensies van de toekomstverwachting. In de afgelopen maanden hoorde ik twee preken die dit gegeven op voortreffelijke wijze concretiseerden. De voorgangers waren beiden emeriti, namelijk dr. J. Haitsma, die preekte over Psalm 95 en ds. E. F. Vergunst die Zacharia 12 behandelde. Naast de geestelijke, christologische duiding kwamen ook de historische context en de eigentijdse ontwikkelingen volop aan de orde. Ik merkte hoezeer de gemeente daarvan ophoorde en deze benadering als een verrijking beleefde. Eerlijk gezegd lijkt me een dergelijke verkondiging moeilijk denkbaar zolang we in het spoor van Athanasius en dr. Bouter de Schrift exclusief christologisch willen lezen. Misschien is het ooit nog eens mogelijk op een inhoudelijke manier daarover van gedachten te wisselen. Wat mij betreft, graag.

M. VAN CAMPEN, WADDINXVEEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Jammer! Antwoord aan dr. Bouter

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's