Uit de pers
Is Nederland calvinistisch? 'De geschiedenislessen zouden aandacht moeten schenken aan Nederland als vanouds christelijk georiënteerde natie, haar ontstaansgeschiedenis en de hechte relatie met het calvinisme', aldus een citaat uit het verslag dat het Nederlands Dagblad 21 november 2001 bood van het nieuwe verkiezingsprogramma van de Staatkundig Gereformeerde Partij. Mij intrigeerde de regel 'hechte relatie met het calvinisme'. Hoe hecht was en is die relatie dan? In Hervormd Nederland van 20 oktober 2001 stond een gesprek te lezen met prof. dr. G. J. (Gerrit) Schutte van Jan de Bas. Ter gelegenheid van Schutte's zestigste verjaardag verscheen de bundel 'Het calvinistisch Nederland. Mythe en werkelijkheid'. De vraag komt daarin aan de orde: in hoeverre is de Nederlandse cultuur bepaald door het calvinisme? Prof. Schutte wijdde in 1988 ook zijn inaugurele rede al aan dit thema Het Calvinistisch Nederland. In die rede constateert hij dat het adjectief'calvinistisch' intussen een gedeconfessionaliseerde betekenis heeft gekregen: ingetogen, niet uitbundig, sober, rechtlijnig, dogmatisch, stijf, behoudend. Calvinistisch wordt door de grote meerderheid van ons volk als een uiterst negatieve aanduiding ervaren: 'als betreurenswaardige en gevaarlijke misvormingen door dominees van het type Voetius eeuwenlang in de ziel van het Nederlandse volk gebrand' aldus prof. Schutte in genoemde rede.
Jan de Bas gaat in het gesprek met prof. Schutte in op zijn nieuwe publicatie:
De ondertitel van het boek, 'mythe en werkelijkheid' suggereert dat er tegenstrijdige kanten aan het calvinisme zitten.
'De ondertitel verwijst naar het onderscheid tussen de geliefde en populaire mythische beeldvorming rond het Nederlandse calvinisme, en zijn reële verschijning en rol in historie. Neem krant of tijdschrift op en negen van de tien keer kom je het cliché'"het calvinistische Nederland" tegen, waar nie mag, niemand boven het maaiveld mag ui komen, iedereen schoolmeestersvingertjes heft, waar men savoir vivre noch Jantasie kent, en waar Bourgondisch leven een vloek is, ivant het leven is per definitie somber en sober, een tranendal. Dat is het populaire beeld van ons domineesland, erfenis van eeuwen preken en vermanen. Een mythe ove rigens.'
Bestaat er volgens u een reëel calvinistisch Nederland?
'Waar moeten we dat calvinistische Nederland vinden, terwijl zo'n 60 procent van de
Nederlanders zich niet alleen onkerkelijk maar zelfs met-gelovig noemt, en waar menleving en wetgeving op centrale pun de mens zichzelf tot norm heeft gesteld? '
U ontkent dat Nederland vandaag de dag calvinistisch genoemd kan worden en verwerpt ook dat Nederland een calvinistische natie was.
'Nederland is nooit calvinistisch geweest de zin uan het mythische beeld: een land waar iedereen calvinist was en zich uit vrije wil dan wel gedwongen conformeerde een calvinistisch ethos dat gekenmerkt zou zijn geweest door bekrompenheid, soberhe droefgeestigheid en schuldcomplexen, om slechts enkele vreselijkheden te noemen. Zelfs als we de grote interne verschillen over het hoofd zien, moeten we gewoon vaststellen dat de gereformeerde kerk hoogstens voor kleine meerderheid (55 procent) van de bevolking het geestelijk tehuis is geweest. Bovendien heeft dit soort calvinisme nooit bestaan. Zelfs niet in zijn meest kleinburgerlijke varianten en tijden.'
Toch komt de mythe van het calvinistische Nederland ergens vandaan. U hebt het over het weinig betrouwbare en clichématige geschrijf over het calvinistische Nederland door auteurs uit de hoek van de journalistensociologie. Daar klinkt irritatie in door. Hoe kon het misverstand van de beeldvorming dat Nederland een calvinistische natie was, zich verspreiden?
'In mijn boek heb ik aangegeven dat het label "calvinistisch" in de negentiende eeuw - toen alom werd gezocht naar een nationale identiteit - door vriend en vijand opgeplakt is op verhoudingen, gedragingen en eigenschappen die al veel ouder waren, ouder zelfs dan de Reformatie. De populariteit ervan nu is een geuojg van het afscheid van de christelijke erfenis, waarbij "het calvinisme" als een containerbegrip gebruikt wordt voor al het christelijke erfgoed dat nu in het vuilni vat wordt gegooid. Dat etiketten plakken draagt niet bij tot een beter verstaan van het verleden. Dus moet een beetje historicus zich er wel ietwat aan ergeren.'
Geschiedenislessen zouden in elk geval de mythe moeten weerleggen in de zin van wat prof. Schutte hier aangeeft: in Nederland is nooit iedereen calvinist geweest. Dan zouden we misschien eindelijk eens afraken van het irritant oppervlakkige gebruik van de term 'calvinistisch' door lieden die niet gehinderd worden door enige his-
torische kennis. saProf. Schutte is geen blinde verheerlijtenker van de calvinistische traditie. Hij zegt: 'Ik heb de neiging hun kritische vragen te stellen: hoe is het mogelijk dat zij een onrechtvaardige sociale or-. de als slavernij, kolonialisme en standsverschil hebben aanvaard en zelfs verdedigd? '
in Is de invloed van het calvinisme in Nederland positief geweest?
aan 'De gereformeerde religie confronteert de mens met zijn ellende. Dat is geen slecht be- id, gin voor het streven naar verbetering van jezelf en van je omgeving. Maar niets is volmaakt, om er direct een calvinistisch uitgangspunt aan toe te voegen. Zolang er calvinisten zullen zijn, zullen zij invloed willen uitoefenen, een want een kenmerk van de gereformeerde religie is, dat zij niet alleen dividu maar ook de samenleving raakt.'
Had u iets aan die geloofsbelijdenis bij de bestudering van het calvinisme in Nederland?
'De bestudering van de geschiedenis van Nederland zonder kennis uan het christendom is lastig. En ik denk ook dat het christelijk geloof kan bijdragen tot inzicht in mens en samenleving. Het calvinistisch mensbeeld ("de mens is van nature slecht en zelfs geneigd tot alle kwaad") voorkomt tenminste om tenonder te gaan in een al te groot ongefundeerd optimisme.'
Het hier genoemde boek van prof. Schutte is verschenen bij uitg. Verloren en kost ƒ 39, 50.
Theologie in Nederland
Onlangs werd een internationaal congres gehouden over 'De lotgevallen van de gereformeerde theologie in de twintigste eeuw' (9 november). Daar hield prof. dr. A. van de Beek een le- s-zing waarin hij aandacht vroeg voor de ontwikkeling van de theologie in de Hervormde Kerk. Hij onderscheidt globaal drie perioden: de eerste periode loopt tot aan de Tweede Wereldoorlog, de tweede van 1945 tot 1980 en de derde vanaf 1980. De overheersende theologie in de eerste periode is de liberale theologie. De tweede periode kenmerkt zich door een gedreven ideaal: de samenleving moet veranderd worden naar het beeld van Christus.
De kerk heeft daarin een spilfunctie: zie de kerkorde van 1951. Begin jaren zestig wordt vanuit dit missionaire elan Samen op Weg geboren 'waarin de hervormde apostolaatsgedachten en een gereformeerd besef dat er geen terrein des levens is dat buiten het domein van Christus valt, hand in hand gaan', aldus prof. Van de Beek. Intussen zijn de grote visioenen al lang aan het tanen geraakt en zijn de mensen zich gaan oriënteren volgens het poldermodel. Het grote visioen is weg en wat overblijft is een platte organisatie en er samen maar het beste van maken. De bewerking van Van de Beeks lezing las ik in het Centraal Weekblad van 16 november 2001 en daaruit citeer ik nu het slot waarmee we midden in de actualiteit van ons huidige kerk-zijn belanden inclusief de visie van prof. Van de Beek daarop.
de in- 'Veel ingrijpender voor de kerk en zeker voor een kerk die zozeer met de samenleving vervlochten was als de Hervormde Kerk, is echter het/eit dat de kerk een minderheid in Nederland is geworden. In het kerkelijk jünctioneren leidt dit tot grote spanningen. Samen op Weg, geboren uit een apostolaire visie van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de wereld, miste ineens dat visioen en kon niet anders dan doel op zichzelf worden.
Met name het hervormde smaldeel kan er verder niet mee overweg dat de kerk maatschappelijk en politiek in een volstrekt andere positie gekomen is en stuurt de kerkelijke organisatie of het nog de negentiende eeuw is. Dit leidt tot wereldvreemde plannen en isolering van de werkelijkheid.
Hoewel ik er zelf middenin sta en dus slecht beoordelen kan, wil ik toch enkele posities schetsen van theologen die zich bewust zijn van het kerende getij en zich in een kritische theologie daarvan rekenschap willen geven. Het dichtst bij de idealen van voorheen staat Dingemans. Hij houdt de betrokkenheid op cultuur en samenleving helemaal open en is uooral geïnteresseerd in de wijze waarop gestalte krijgt. In plaats uan het grote centrale instituut pleit hij voor kleinschaligheid en variatie.
De Kruijf is zich bewust dat de kerk en de maatschappij niet zomaar op elkaar te betrekken zijn, zoals men in dejaren vijftig en zestig dacht. Daarom maakt hij gebruik van het aan Augustinus ontleende koppel van de stad van God en de stad van de aarde.
Christenen hebben hun eigen ethiek, maar zij kunnen deze niet zonder meer voorschrijven aan anderen. Zij moeten hun oordeel dat zij voor zichzelf hebben gevormd vervolgens inbrengen in een gemeenschappelijk gesprek met andersdenkenden. Zelf zie ik de breuk radicaler. Ten diepste is de moderne cultuur atheïstisch. Christenen zullen zich hun vreemdelingschap in de wereld weer bewust moeten worden. In een sterke concentratie op de christologie probeer ik een nieuwe theologie van het kruis te ontwikkelen.
Daarbij komen elementen uit de vroege kerk toen deze nog minderheidskerk was, uit de vroege reformatie en uan de ethische theologie uan de vroege twintigste eeuw samen. We leven in een wereld met immens veel lijden en onderdrukking. In die wereld is Christus gekomen. Rond zijn kruis schuilen niet vele edelen en niet vele wijzen, maar verlorenen die de knoop uan lijden en schuld niet kunnen ontwarren en alleen op Hem hopen. De kerk is de kerk uan de ureemdelingschap. Met deze positie wend ik mij af van de hervormde samenlevings- en cultuurtheologie en zoek een oecumenische verbondenheid met een christenheid door de eeuwen en van alle plaatsen die weet datje hinkend als Jakob door het leven gaat als je met God hebt geworsteld - waarin de hervormde onderstroom vanuit de reformatie weer bouen komt.'
Wie meer over Van de Beeks gedachten over dit thema zou willen weten, kan ik zijn laatste publicatie aanraden Ontmaskering - Christelijk geloof en cultuur (uitg. Meinema, 99 pagina's, prijs ƒ 23> 8 °)-
J. MAASLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's