Tussen distantie en misbruik
MEDIADAG AAN DE DRIESTAR TE GOUDA [2]
Distantie?
De vraag is nu - en die vraag werd me ook door de leiding van deze dag gesteld - of we als christen dan soms helemaal distantie moeten betrachten ten opzichte van wat via de media, via de elektronische snelweg wordt aangereikt. Het is maar wat men onder distantie verstaat. Als het gaat om de verloedering, die in de media toe slaat, kan mijn antwoord kort zijn. Distantie, ja! En ook als het niet direct om verloeder (en) de programma's gaat, geldt nog, dat veel van wat wordt aangeboden beter ongelezen, ongehoord of ongezien kan blijven, omdat de tijd eraan besteed nutteloos is. Beid uw tijd!
Complete distantie lukt echter niet. Het hoeft ook niet. Het mag zelfs niet. De computer, internet, e-mail beheersen het arbeidsterrein, het onderwijs, het hele veld van informatie. Zelfs de dominees maken hun bevindelijke preken niet meer schrijvend achter een eikenhouten tafel, maar op een tekstverwerker. Een christen is echter ook geroepen aan het maatschappelijke veld dienstbaar te zijn. Dat betekent dat hij op de hoogte moet zijn van wat er in de wereld omgaat, niet in de wereldse zin maar wel in de wereldlijke zin. We zijn mede-verantwoordelijke burgers. Het beste onderwijs is nog niet goed genoeg ter voorbereiding op de plaats, die jonge mensen zullen gaan innemen in de samenleving.
Daarvoor hebben we vandaag efficiënte middelen, die we mogen gebruiken, om bij-de-tijd te blijven en niet wereldvreemd te worden.
Gebruiken is echter iets anders dan misbruiken. Het zou kunnen zijn, dat zich hier een groter verslaving en een groter misbruik aandient bij internet dan bij het medium televisie, juist omdat internet en email 'onmisbaar' zijn geworden. De hedendaagse computerweduwe is al spreekwoordelijk. Daarom pleit ik in die zin wel voor distantie, dat ouer-gebruik het lezen niet mag gaan vervangen. En dat de gemeenschapszin, onder andere in het gezin, er niet onder lijdt. En dat de denkwereld niet erdoor beheerst gaat worden. Dat moet uiteindelijk een ramp voor de samenleving heten.
Doorslaggevend is echter, dat de ontwikkeling in de communicatie, niet los staat van Gods voorzienige bestel. Hij laat ons leven in deze tijd, met grote mogelijkheden op het gebied van het onderlinge verkeer tussen mensen.
Als de Schepper voor de mens ook de communicatie heeft gewild en hij zijn, blijkens technische vordering in de communicatie, kennis verder mag. ontwikkelen, mogen we dat met dank aan Hem aanvaarden en gebruiken. Misbruik heft het gebruik niet op. Elke zegen, die de Heere in de geschiedenis bij nieuwe ontdekkingen gaf, werd geflankeerd door de vloek, omdat het in handen kwam van zondige mensen, die door alle tijden heen de geest van de mens van Babel in zich dragen.
Daarom dient gebruik kritisch gebruik te zijn. Van de zegen mag worden geleefd. Niet gelijkvormig aan de wereld, maar wel geroepen in de wereld, met wat God ons geeft vanuit Zijn Schepping. De zegen ligt in de beheersing, de vloek in het beheerst worden.
Dienst aan het Evangelie
Zo mogen de nieuwe mogelijkheden van communicatie hun plaats mogen hebben in het Koninkrijk van God.
Dat Koninkrijk reikt verder dan alleen de Evangelieverkondiging. Het raakt ook ons 'goddelijke beroep'. Maar we mogen ook dankbaar zijn voor het feit, dat via de moderne media ook de dienst aan het Evangelie mag worden uitgeoefend. Wat is het een voorrecht, dat mensen in dienst van de zending vandaag in direct contact kunnen zijn met het thuisfront via internet. Wat is het een zegen dat onderwijsprogramma's, theologische programma's, bijbelstudieprojecten op digitale basis kunnen worden ontworpen en wereldwijd in de kortste keren kunnen worden verspreid. Wat is het een uitdaging voor ons als christenen om aan die weg te timmeren, tot in verkondiging, via het elektronische woord toe.
Het is een miskenning van Gods gaven om niet alle middelen aan te wenden, die dienstbaar kunnen zijn aan de verbreiding van het Evangelie, om mensen dichtbij en volkeren ver weg met het Evangelie te bereiken. Mogen wij deuren sluiten, die God opent? Zelf ben ik jarenlang enigszins op de hoogte van het zegenrijke werk van Trans World Radio. De eeuwigheid zal openbaren hoevelen door dit medium in aanraking zijn gebracht met het Evangelie en wier leven een radicale omkering kreeg, van de wereld naar Christus toe, juist in landen waar de kerk klein en als tot niet is gekomen in de ogen der mensen, waar de kerk zelfs geheel afwezig is. Wat van de radio geldt, geldt ook van de andere media.
Wie een bepaald medium buiten de deur wil houden, omdat besmetting met de wereld in de slechte zin van het woord wordt gevreesd, moet toch weer niet doorslaan en de mogelijkheid om de wereld in de goede zin van het woord te bereiken, gaan uitsluiten.
Basis
Er is ook naar mijn diepste overtuiging een bijbelse basis om zich op de mediaweg te begeven, zij het in een tijd van diepe ontkerstening met vrezen en beven vanwege de verleidingen op die weg.
Ik noem de bekende geschiedenis van Naaman de Syriër (2 Kon. 5). Daar is allereerst dat verdwaalde, want meegevoerde joodse meisje, dat aan deze hooggeplaatste Syriër de boodschap bracht, dat er in Samaria een profeet was, die hem van zijn melaatsheid kon genezen. Een meisje op haar post in den vreemde! Naaman dacht dat hij wel bij de koning van Israël langs zou moeten gaan. Maar hij kwam bij Elisa, een eenvoudige profeet terecht, die niet eens voor hem aan de deur kwam.
Hij kreeg alleen maar de opdracht om zich te wassen in de lordaan, een slootje achteraf, vergeleken tenminste met de machtige rivieren in zijn land van herkomst. Tenslotte werd de onderdompeling in de Jordaan toch zijn genezing. Naaman ging een lage, in feite een ontluisterende weg, waarin van zijn statie niet veel overbleef. Maar zo kwam hij tot geloof in de God van Israël: 'Zie, nu weet ik, dat er geen God is op de ganse aarde, dan in Israël'. Maar na deze 'doop'- mag ik het even zo noemen? - moest hij de wereld, zijn wereld in het heidense Syrië, weer in. Hij nam een beetje grond, een beetje aarde mee. Daarmee wilde hij teveel, las ik bij een uitlegger. Toch niet, denk ik. Hij wilde een zichtbaar teken bij de hand hebben, een schep aarde als herinnering aan het land, waar hij de God van Israël had ontmoet. Hij vroeg echter ook aan Elisa of het hem toegestaan was met zijn heer in de heidense tempel van Rimmon te gaan. Dat was te weinig, zei die uitlegger: niet principieel genoeg. Hij had doortastender moeten kiezen. Toch niet. Want Elia zei tot hem 'Ga in vrede'. Dat zegt een profeet toch niet om het op een akkoordje te gooien met de wereld?
Prachtig is het dan om te lezen, dat zijn heer op hem leunt en niet hij op zijn heer. Als ik het eens heel plastisch mag zeggen: de wereld leunt hier op de kerk, een ongelovige op een gelovige. Mij dunkt, dat Naaman, op de weg die hij verder gaan moest in den vreemde, ver van de plaats waar hij was gewassen, van de God van Israël zal hebben getuigd. Gelovigen zijn, zei men vroeger, de kurken, waarop de maatschappij drijft.
Doop
Ik verbind deze afwassing van Naaman met onze doop. Een bad van reiniging voor door de zonde aangetaste mensen. Een klein symbolisch wasbekken, meer is het niet. Een slootje achteraf; er zijn aansprekender dingen in de wereld te bedenken. Daar, bij de doopvont, vindt - mits in het leven in geloof verstaan - afwassing plaats maar ook afzondering. De wereld verzaken, onze oude natuur doden en in een nieuw godzalig leven wandelen, zegt het doopformulier. Nochtans moet een gedoopt mens zijn weg gaan in deze wereld. Geroepen om in woord en daad te getuigen van een andere wereld, niet slechts 'de andere wereld van de zondagmorgen', zoals een radioprogramma heet, maar de andere wereld van alle dagen van de week. Vanuit de verborgen omgang met God mag de weg worden gegaan, in het spoor van Gods geboden, met de belofte van God in de rug: 'ga in vrede!'.
Zo heeft Paulus onverschrokken op de Areopagus gestaan, temidden van al die opgerichte tekenen van afgoden. Maar ook bij dat ene teken van de Onbekende God, die de Grieken niet kenden en toch dienden. Om uiteindelijk kenbaar te maken wie die God is: de God van Israël, de God van Abraham, Izak en Jacob, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus.
Vanuit het doopwater begeven we ons op weg, met altijd het stukje grond voor ogen waar we werkelijk geworteld zijn. Want we gaan op het scherp van de snede maar nochtans in de vrijheid van een christenmens, slechts onderworpen aan Gods opdracht. Met het oog op Christus, die het Licht der wereld is.
Onderwijs
We bevinden ons ook in het onderwijs samen op de snelweg. Je kunt in bedrijven, kantoren en scholen geen kamer binnenstappen of er staat een scherm. En kinderen zijn nog maar net de luier ontgroeid of ze maken zich al de vaardigheden eigen om te surfen op de elektronische wegen. Er ligt hier niet alleen een geweldige uitdaging binnen het onderwijs, er ligt ook een grote taak. Onderwijs is altijd kritisch, dat wil letterlijk zeggen: onderscheidend. Juist ook in medialand zullen de geesten moeten worden onderscheiden of ze van God zijn. Van leraren wordt gevraagd dat ze op de hoogte zijn, om leiding te kunnen geven aan een nieuwe generatie, maar juist ook om te leren onderscheiden: onderscheiden waarop het aankomt; onderscheiden wat funest is voor het morele gezicht van de samenleving en wat ondermijnend voor het geestelijke leven; onderscheiden wat nodig is om jonge mensen te vormen voor het verdere leven, dat door de moderne communicatiemiddelen wordt bepaald.
De christelijke school, of het nu de basisschool is of een school voor voortgezet onderwijs, zal vooral geroepen zijn weerbaar te maken, en daarvoor de geestelijke wapenrusting mogen aanreiken, waarover Paulus spreekt in Efeze 6: het schild van het geloof, de helm der zaligheid, het zwaard van de Geest ofwel het Woord van God, maar ook het gebed en niet te vergeten de 'bereidheid van het Evangelie des vredes', bewogenheid dus om ook anderen te bereiken met het heilzame Evangelie van de genade in Christus.
Als christenen zijn we van meerderheid allang minderheid geworden in de samenleving. Christus heeft in onze tijd het kleed van de tekenen afgelegd. Christelijke tekenen - zeg normen en waarden - zijn meer en meer vervangen door niet-christelijke, zelfs anti-christelijke tekenen. Hoe dan weerbaar te zijn? Dat vraagt om heroriëntatie, om waakzaam te zijn tegenover de doordringende invloeden van de moderne communicatiemiddelen: krant, radio, film, tv, internet, om niet in de ban te raken van dingen, die wel een 'naam' hebben in deze wereld maar niet op de weg die God met ons wil gaan.
De school kan niet méér doen dan middelen aanreiken om te leren onderscheiden. De echte weerbaarheid wordt niet gewerkt langs de weg van leermethoden alleen. Echte weerbaarheid zit van binnen, wordt geleerd door de Heilige Geest, die liefde wekt tot de dienst des Heeren. Als die weerbaarheid er is, behoeft men geen gezelschap te vrezen en behoeft men het klooster van de afzondering niet te zoeken.
De Heilige Geest bedient zich wel van middelen, waarvan de school er één is. Maar het begin van geestelijke weerbaarheid ligt (meestal) in het gezin, in de binnenste kring, waar de lering en de vorming plaatsvinden.
Enige tijd geleden kwam ik in aanraking met een Engelstalig boek, waarin de geschiedenis van het christendom - opkomst en verval - in Noord-Afrika wordt beschreven (Thix holy seed). De eerste christenen stuurden hun kinderen naar heidense scholen. Dat moest ook kunnen. Op die scholen leerde men de wereld van die dagen kennen. De weerbaarheid tegen de gevaren en de onderscheiding der geesten werden thuis, in het gezin gekweekt, in de geloofsverbondenheid met Christus.
Toen christenen zeifin de greep kwamen van wat de wereld te bieden had, ging de weerbaarheid verloren. Zo is het ook vandaag. We hebben innerlijke vernieuwing nodig en zo innerlijke weerbaarheid om de verleiding vandaag te kunnen weerstaan. Daar kan de wereld niet tegenop!
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's