De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pesach, 2e deel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pesach, 2e deel

JOODSE GEDENKDAGEN [2]

8 minuten leestijd

De sederavond

En ten slotte een heel erg oud joods symbool. Een gebraden ei. Het is het symbool van droefheid en rouw. Pesach is een geweldig feest, maar er is nog steeds geen compleet feest mogelijk, zolang in Jeruzalem geen tempel staat. Daar wordt om getreurd en gerouwd met dat ei op de tafel. En dan begint de avond. Er worden gedurende deze uren vier glazen wijn gedronken.

Het eerste glas wordt ingeschonken en degene die de leiding van de avond heeft, begint. Alles gebeurt op die avond in een vaste volgorde. Volgorde is in het Hebreeuws seder, vandaar dat de avond sederavond wordt genoemd.

En dat wordt gedaan aan de hand van een vertelling, die net zo oud is als de uittocht. Want hij is van vader op zoon doorgegeven, op Gods bevel. Vertelling is in het Hebreeuws een hagadah.

De hagadah ligt op de tafel. Het hele gebeuren vindt plaats in de taal waarin de Bijbel is geschreven en waarin het allemaal beleefd is en waarmee de jood zich tot zijn God wendt: in het Hebreeuws. De vader maakt kidush, hij spreekt de zegenbede uit over de matzeh en de wijn. Dan begint het. Vader begint, iedereen valt in. Zo gaat dat heen en weer.

De trouw van God

God wordt geloofd en geprezen en gedankt, dat hij het volk nooit in de steek heeft gelaten en altijd erbij is gebleven. Dat Hij de joden niet alleen uit Egypte heeft bevrijd, maar tot vandaag bij hen is gebleven. Ook bij die vrouw die op de arm een getatoeëerd nummertje uit Auschwitz of een ander concentratiekamp met zich meedraagt. Van wie haar hele familie is vergast, samen met zes miljoen andere joden.

God is gebleven bij degene die in de oorlog ondergedoken heeft gezeten, maar voor wier ogen haar man en haar zoontje zijn doodgeschoten.

Een bijzondere avond

Als het tweede glas wijn wordt ingeschonken, komt de jongste van het gezelschap aan het woord. Dat kan b.v. een jongetje van een jaar of vijf zijn.

Hij zit naast degene die de leiding van de avond heeft en stelt die duizend jaar oude vraag: 'Waarin verschilt deze nacht, deze avond van alle andere avonden? ' Hij geeft zelf het antwoord: op alle andere avonden eten we allerlei soorten brood, maar vanavond alleen matzehs. Op alle andere avonden eten we gewone groenten, maar vanavond bitter kruid, peterselie en radijs. Andere avonden hoeven we niets in te dopen, maar vanavond dopen we in tot twee keer toe. Andere avonden moeten we rechtop aan tafel zitten, maar vanavond leunen we. Iedereen hangt met dat jongetje mee. Daarmee wordt herdacht dat de Israëlieten bevrijde slaven zijn. Dat is verheugend. Het was namelijk in Egypte nooit toegestaan om te zitten. Je moest altijd staan. En leunen was helemaal een luxe. Met het hele lichaam wordt de vrijheid gesymboliseerd.

Het Laatste Avondmaal

Denk maar aan de gebeurtenis van het Laatste Avondmaal! Daar vierde Jezus met Zijn leerlingen dezelfde sederavond. Hij zei tegen zijn discipelen: 'Ga en maak alle dingen gereed'. Nu weten we wat er voor die dertien mensen gereed gemaakt moest worden.

Het voedsel, vier glazen wijn. De saus. Er moest ook aan die tafel tot twee keer toe ingedoopt worden. Dat staat ook beschreven. Jezus zei: 'Wie met mij indoopt, enz.'. Natuurlijk had Jezus Zelf die avond de leiding. De Meester was als de vader van het gezin. De jongste stelde de vraag, dat was Johannes, de benjamin van Jezus.

Eén ding was anders dan tegenwoordig. Men zat niet aan tafel, maar men lag aan, op kussens. Op de grond. Aan kussens zitten geen leuningen. Als je wilde leunen, kwam je languit op de grond terecht. Het doet bijna ontroerend aan, dat Christus zo zuinig op de jongste was, op Johannes. Later aan het kruis, zegt Hij tegen Maria:

'Vrouw, zie uw zoon!' Wat een zorg was er voor die jongste discipel. Hij zat aan de paasmaaltijd ook naast Jezus en er waren geen leuningen. Waar

moest je nu tegenaan leunen, wilde je niet languit op de grond terechtkomen? Precies! Tegen de buurman aan. Vandaar dat we lezen: 'De discipel die de Heere liefhad, lag aan de borst van de Heere'.

De eerste beker met wijn

De vier glazen wijn komen ook aan de orde in het evangelie. Het eerste glas wordt ingeschonken aan het begin van het Avondmaal. Iedereen drinkt eruit, van de jongste tot de oudste. Deze beker is de beker der dankzegging. Denk aan i Kor. 10. 'Dit is de beker der dankzegging, die wij dankzeggende zegenen!' Deze bede bij het Avondmaal wordt ook door de joodse vader bij de paasmaaltijd gebruikt.

De tweede beker

De tweede beker wordt ingeschonken als de jongste zijn vragen stelt. Maar daar drinkt niemand uit. Die laten de disgenoten voor zich staan of ze schenken hem met z'n allen uit in één diep bord. Iedereen doopt vervolgens tien keer met de vinger in de wijn en werpt tien keer een spat wijn weg over de schouder. Bij ieder van de tien spatten wordt één van de tien plagen opgesomd waar het volk onderdoor is gegaan, maar waar het levend doorgekomen is. Dit is de beker van de wraak, van de toorn. U komt hem tegen in Matth. 20 : 22, in de hof van Gethsé- • mané. Jezus vraagt aan Zijn Vader: 'Laat deze drinkbeker aan Mij voorbij-gaan'. Want niemand drinkt eruit. Niemand kan eruit drinken. En ook Hij wilde dat niet. Christus heeft echter de kracht gekregen om erachter te zeggen: 'Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede!' Halverwege de avond wordt de allereerste keer van de zeven dagen de matzeh gegeten.

De derde beker

Als die maaltijd op is, wordt het derde glas met wijn ingeschonken. Die wordt zo vol gedaan, dat de beker overloopt op de schotel onder het glas. Ook deze beker vinden we in het evangelie terug, in Luk. 22 : 20, waar staat: 'En Hij nam de beker na de maaltijd, zegende die en zei: 'Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u wordt uitgegoten'. Ziet u: daar wijst het overvloeien van de beker op.

De laatste beker

Aan het eind van de avond komt de laatste beker. Het joodse volk heeft weinig noodzaak stil te staan bij het verleden, noch bij het heden, en daarom kijkt het altijd uit naar de toekomst. Dat leerde de Heere Jezus ook. Het is de beker van het komende Koninkrijk. Die komt u tegen op het allerlaatst. Toen Jezus wist dat het de laatste avond was, dat Hij die sederavond vieren zou. En dat die vierde beker de allerlaatste was. Toen zei Hij in Mk. 14 : 25 'Ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken tot op die dag, dat Ik haar nieuw zal drinken (en waar dan wel? ), in het Koninkrijk Gods'.

Pesach en Pasen

U wist het misschien nog niet, maar ons paasfeest is in wezen gelijk aan het joodse pesachfeest. We gedenken de dood en de opstanding die door Johannes bij de Jordaan genoemd: het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Het lam bij het Pascha moest gaaf zijn. Jezus was gaaf, zonder zonde. Het lam moest van het mannelijk geslacht zijn, dat was Hij ook. In de kracht van het leven geslacht worden. Jezus was 30 jaar, toen Hij aan dat kruis ging. Het Pascha moest in de avondschemering gebeuren. Er was drie uren duisternis op de ganse aarde. Er mocht niets achtergehouden worden van het paaslam. Jezus heeft Zich met alles overgegeven.

Het moest haastig gebeuren. Ook dat is geschied. Het bloed moest aan de deurposten gesmeerd worden. De eerstgeborenen van Egypte zouden in die nacht gedood worden. Farao liet zich immers als god aanbidden. De Heere duldt geen andere goden voor Zijn aangezicht. Mozes had farao gewaarschuwd: 'Israël is Mijn eerstgeboren Zoon. Laat Mijn Zoon gaan, opdat hij Mij diene. Weigert u, dan zal Ik uw eerstgeboren zoon doden!' God is geen God van willekeur. Farao luistert niet. De Heere God is lankmoedig. Hij waarschuwt nog eens, dat er plagen komen tegen alle goden van Egypte. Alle negen eerste plagen hebben stuk voor stuk met die goden te maken. De Nijl, al de dieren. Negen keer was farao echter niet te vermurwen. De tiende keer was de maat vol. Israël moest bloed smeren aan de deurposten. De Heere zei: 'Als u dat doet, dan spring Ik u voorbij!'

Een en hetzelfde feest

Dat voorbij springen zit in dat woord Pesach. Als God het bloed van het beest zag, sloeg hij de Israëlieten over.

Dat is nu Pasen. De enige reden, dat ik zeker weet, dat God mij in de dood heeft overgeslagen, is niet mijn goede werk of mijn gebeden. Het zou in der eeuwigheid niet kunnen. De enige zekerheid, datje eeuwig leeft, heb je alleen maar, net als in Egypte, door, te vertrouwen in dat bloed van het geslachte paaslam, dat op Golgotha werd gestort. De twee feesten, het Pesach en het paasfeest, zijn van twee één geworden in Christus. En wat het ongezuurde brood betreft, Paulus de jood, die een Farizeeër was, leert: 'Er is niets van uzelf bij!' In i Kor. 5 staat:

'Uw roem deugt niet. Een weinig zuurdesem maakt het hele deeg zuur! Doe het oude deeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn. Gij zijt immers ongezuurd. Want ook ONS paaslam is geslacht. Laten wij derhalve feest vieren. Met het ongezuurd brood van reinheid en waarheid!'

T. WEGMAN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pesach, 2e deel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's