Het hervormd-gereformeerde spoor
In verwarring en verslagenheid vragen we ons af: 'Hoe heeft het zover kunne Zaterdag 24 november 2001 was een zwarte dag in de Nederlandse kerkgeschiedenis Er maren momenten dat we hoopten dat de kerk helder zou zijn in haar belijden. Die hoop is opnieuw beschaamd. Keer op keer worden we geconfronteerd voorstellen die we schadelijk achten voor de kerk. Vaagheid en onduidelijkheid krijgen steeds meer de overhand.
Het gereformeerde spoor
De triosynode besloot in haar ordinanties de volgende tekst op te nemen: 'De kerkenraad kan - na beraad in de gemeente - besluiten dat ook andere levensverbintenissen van twee personen als een verbond van liefde en trouw voor Gods aangezicht kunnen worden gezegend'. Daarnaast is het primaat van de kinderdoop afgezwakt.
De belijdenis van onze kerk spreekt expliciet over de kinderdoop. De ordinanties volgen nu dat spoor niet meer. Voor de viering van het heilig avondmaal is de belijdenis van het geloof volgens de ordinanties niet meer nodig. Ook hier is het weldoordachte spoor van de gereformeerde traditie verlaten.
Wat betreft de ordinantie over het zegenen van andere levensverbintenissen dan het huwelijk, zeggen we naar onze diepste overtuiging dat dat niet naar de Schriften is. Alle principiële argumenten die tegen de kerkelijke legitimering van een seksuele relatie van mensen van hetzelfde geslacht zijn ingebracht, zijn ten principale niet gehonoreerd. De aanvaarding van deze ordinantie, in het kader van andere besluiten, heeft ons diep gekrenkt. Opnieuw een teken dat hervormd-gereformeerden door een grote meerderheid in de kerk worden aangehoord.
Maar als het werkelijk aankomt op het vasthouden aan de belijdenis van de kerk, het Schriftverstaan in het spoor van de Reformatie, worden we slechts geduld. De koers die de kerk gaat, achten we zeer pijnlijk en schadelijk. Omwille van onze hartelijke verbondenheid aan het Woord van God zeggen we dat de kerk grenzen overgaat die ze niet over kan én mag. Er zijn nu eenmaal dingen in de kerk die je niet kunt regelen, waar je helder en duidelijk hebt te zijn omwille van Gods Woord, Gods verbond, Gods geboden.
Anders gezegd: die je niet kunt regelen, omdat Gods liefde heilige liefde is. De kerk schijnt er echter steeds minder besef van te hebben dat er om geloofwaardig kerk te zijn, keuzen gemaakt moeten worden 'die het vreemdelingschap ten opzichte van de wereld bevestigen'.
We spreken meer dan eens over 'lijden aan de kerk'. Dat hebben we er voor over. De kerk is ons lief. Hoewel: onszelf verloochenen valt ook voor ons niet mee. In het spoor achter Christus n aan komen? ' krijgt het soms gestalte. Maar, . hier is meer in het geding! Waar de vaagheid van belijden steeds groter met wordt, waar de Schrift niet meer normatief is, waar de wereld de agenda van de kerk bepaalt, daar vrezen wij Gods verbond te schenden. Het gaat ons niet om onze beweging. Het gaat ons om de kerk, om de weg van de kerk, om de Koning van de kerk.
Daarom kunnen we niet anders dan afwijzen wat niet in overeenstemming is met de Schrift en de belijdenis. Dat is geen verabsolutering van eigen standpunt maar een vurig verlangen dat het Woord van onze God gezag heeft in heel ons kerkelijk (samenleven. Daarom beleven we een diepe pijn aan de besluiten van de triosynode. We vragen ons af: 'Hoe moet het verder met de kerk? ' Een onopgelost probleem was beter dan een oplossing die nu is geforceerd. Het zal de spanning in de voortgang van het SoW-proces slechts versterken en er uiteindelijk toe bijdragen dat hervormd-gereformeerden tegen de aanvaarding van de kerkorde en tegen het fusiebesluit zullen stemmen. Het zal de komende tijd ook diepere doordenking vragen van een gezamenlijke bezinning op ons staan in de kerk.
Naast deze principiële overwegingen zijn er ook kerkordelijke aspecten die ons zeer bevreemden, die naar onze vaste overtuiging een discrepantie aangeven tussen belijdende artikelen en ordinanties. In Heidelberger en Augustana wordt het huwelijk beleden als inzetting van God. De ordinanties daarentegen spreken nu over het zegenen van mensen die andere levensverbintenissen aangaan. De belijdenisgeschriften spreken over het primaat van de kinderdoop. De ordinanties laten dit primaat los. Blijkbaar moeten al deze dingen toch geregeld worden bij meerderheid en niet bij principe. Wie zal, menselijk gesproken, de kerkelijke nood die op deze manier ontstaat, kunnen wegnemen?
Bovendien, wat is dat voor ecclesiologie die principiële dingen in de vrijheid van de kerkenraden laat? Is het juist niet de roeping van de kerk om in deze principiële ethische kwesties helder en duidelijk te spreken en de grenzen aan te wijzen? Zaken van veel minder kerkelijk en geestelijk belang worden tot in de details geregeld. Daar is geen sprake van vrijheid. Zo wordt de kerk meer en meer van gedaante veranderd. Zij schuift steeds verder weg van haar oorspronkelijke karakter uit de tijd van de Reformatie. Menselijke instellingen gaan heersen over het Woord van God. Die voortgaande beweging, dat voortdurend proces, baart ons zeer diepe zorgen. Dat proces, hoewel door Samen op Weg versneld, vooral ook getalsmatig door de aanwezigen en door de inbreng van de lutheranen, voltrekt zich in de kerk
der vaderen. We kunnen niet alles op rekening van het SoW-proces schuiven. In alle eerlijkheid moeten we dat zeggen. Wij kunnen niet begrijpen hoe in een kerk met een heldere belijdenis zo kan worden gesproken en besloten. * * *
De kerk heeft op die bewuste dag die leden bitter in de kou laten staan die met hun geaardheid worstelen. Die niet willen toegeven aan homoseksuele praxis. Omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze daarmee niet handelen naar Gods wil. Waar is de kerk als moeder voor deze leden om hen in hun strijd te bemoedigen en te stimuleren. Om met hen te bidden en hun de hand te reiken in hun gevecht. Is hun strijd, hun verstaan van de Schrift tevergeefs?
Pijnlijk missen velen hier de kerk als moeder die haar kinderen bij de hand neemt en ze voorgaat in de wegen van de Heere. Waar is de kerk die in pastorale en herderlijke bewogenheid deze leden van de gemeente vanuit het Woord de hand reikt in hun strijd en moeite?
Het hervormde spoor
Geschrokken zijn we ook door berichten in de kranten van zaterdag en maandag jl. dat standaardbrieven klaarliggen voor hervormde gemeenten die niet tot de toekomstige Samen op Weg-kerk willen toetreden.
Waar is daarbij de worsteling om, de liefde voor het geheel van de kerk? Waar is de belijdenis van de schuld voor de gang van zaken in de kerk? Een diep wantrouwen jegens de kerk heeft hier de overhand. En ondertussen worden de dingen geregeld. Dit is nooit de weg geweest die we als hervormd-gereformeerden gewild hebben. Dit spoor konden en durfden we niet te gaan. De moedeloosheid, de pijn van deze broeders kan ik begrijpen. Het is mijn eigen pijn. Maar, de oplossing die gezocht wordt niet. Hervormd-gereformeerde gemeenten zijn door bovengenoemde synodevergadering dieper het isolement ingedreven.
Een hervormd-gereformeerde kerkenraad zal als ze zich werkelijk hervormd weet dat isolement niet zoeken. Maar, hij kan er wel ingedreven worden. Laat ons dat echter niet inspireren tot acties die de breuk met de kerk bevorderen. Laat de brieven waar ze liggen en breng uw nood voor Gods troon. In de grootste nood is er uitkomst en redding bij de Heere. Spelen met de gedachte aan breuken in het lichaam van Christus is spelen met onheilig vuur.
Hier zijn de dingen wel zeer vlot en zakelijk geregeld. Blijf biddend, strijdend op uw post. Schrijf de kerk, hoe ziek ook, niet af. De Heere heeft haar niet afgeschreven. Tot nu toe werkt Hij in haar midden. Zou de arm van de Heere verkort zijn? In verslagenheid en gebrokenheid een beroep doen op Gods verbond is vruchtbaarder dan zaken regelen en standaardbrieven klaarleggen. Dit is niet het hervormde spoor. Steeds bevonden we ons in een gebroken kerk: wat gebeurde en gebeurt er niet in de kerk waar wij toe behoren? We gingen en gaan met de kerk over de hoogten, in tijden van zegen, maar we gingen ook met haar door de diepte, door de ellende, door de modder.
Het ging ons op die weg niet slechts om de formele juridische handhaving van de belijdenis maar om het bewaren van, en leven uit de schat die ons is toebetrouwd. Daarbij ging en gaat het ons niet alleen om onszelf maar om het geheel van de kerk. We weten ons aan haar verbonden met hart en t ziel en bidden voor haar behoud. We kunnen onze stem nog tot klinken brengen op de ambtelijke vergaderingen, hoe moeilijk en moeizaam soms ook, omdat we het geheel van de kerk liefhebben en op het oog hebben. We doen een beroep op Gods genade, op Gods trouw. We bidden dat Gods Geest de kerk uit haar ingezonkenheid en ontrouw wakker maakt, om uit Gods heilig Woord te leven. De Heere waakt over Zijn Woord.
Een begaanbare weg
Is er in deze pijnlijke situatie een weg die we kunnen gaan? Kerkenraden zouden opnieuw duidelijk kunnen maken deze besluiten niet te kunnen accepteren. Niet alleen voor eigen gemeente, maar evenmin voor andere gemeenten die deel uit maken van de kerk. Menselijke inzettingen mogen de kerk niet beheersen. Daar mogen en moeten we voor staan. Ambtelijke vergaderingen kunnen laten weten aan hun classis, aan de synode, dat ze afwijzen alles wat niet in overeenstemming is met de Heilige Schrift en met de belijdenis van de kerk. Beslist, in overgave aan de Koning van de kerk, in liefde voor Christus' lichaam zouden we deze weg kunnen gaan. We zullen als hervormd-gereformeerde gemeenten de kerk blijven aanspreken op haar belijdenis.
Ten slotte
We bidden in deze crisis God om genade. We buigen in verslagenheid ons hoofd. De schuld van de kerk is ook de schuld van ons. Dat maakt ons ootmoedig en klein voor God. De gebrokenheid van de kerk heeft evenzeer alles te maken met ons tekort de geslachten door. Wij belijden dat voor God. We doen een beroep op Gods trouw om onze intens zieke kerk te bewaren, te genezen. Wij doen een ootmoedig appèl op de Heere om ons niet te verlaten. De kerk, Christus' lichaam is op gebroken manier haar weg door de geschiedenis gegaan.
Maar, ze is er nog. Bewaard, door de Heere. De kerk rust in de handen van de Heere. Bij Hem is de gemeente geborgen. Alleen in Zijn kracht kunnen we voortgaan. We gaan de adventsdagen tegemoet. Door de donkere nacht brak het licht van Gods genade, Christus' komst. Weet u getroost in Zijn komst, in Zijn werk.
G. D. KAMPHUIS, AMSTELVEEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's