De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onderwijs is onmisbaar

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onderwijs is onmisbaar

KERK EN SCHOOL [3]

9 minuten leestijd

Voordat we ons bezinnen op de betrokkenheid van kerkenraad en gemeente bij het christelijk onderwijs en voordat we wat Schriftgegevens hierover onderzoeken en naar de praktijk van nu kijken, geef ik eerst twee citaten door.

Het eerste citaat gaat over onderwijzers: 'Tot deze bedieningen der scholen sal niemand dan die een litmaet is der Gereformeerde Kercke ende verciert met getuygenisse van een oprechte geloove ende vroom leven' worden toegelaten. Zij behoren de Formuleren van Enigheid te tekenen. 'Dezer schoolmeesterenampt sal wesen alle hare discipulen... twee dagen ten minsten in de weke' te doen catechiseren. Hiertoe zullen drie catechismen worden opgesteld, voor de lagere scholen, de lagere klassen en voor de hoogste van de Latijnse scholen (deze is de Heidelbergse); geen ander mogen worden gebruikt en de overheid wordt verzocht 'alle paepsche catechismen ende alle andere boecken, die dwalinghen en onreynicheden inhouden, uyt alle scholen door hare authoriteyt uyt te werpen.' De schoolmeesters behoren hun leerlingen 'hooft voor hooft' te brengen tot 'de heylige predicatiën, maar voornamelick de catechisatie.'

'Opdat men wetenschap hebbe van de neersticheyt der schoolmeesteren ende toeneminge van de jeucht, sal het ampt der predicanten wesen, vergheselschapt met een ouderlinck ende (soo het noodich is) eenighe uit de majestraet, alle de scholen, so besondere als publycke, dickwijls te bèsoecken, de vlijticheit der meesters op te scherpen, in de wijse van catechiseren voor te gaen ende met haer exempel de jeucht te onderrechten, deselve vriendelycken aanspreken, t' ondervragen met heylicghe vermaninghen, prijsinghen ende met cleyne vereringhen, bij de majestraet te stellen, tot vlijt ende godsalichheyt opwecken.'

Zijn de meesters nalatig, dan behoren zij door kerkenraad of predikant vermaand te worden; komen zij zulk een vermaning niet na, dan wordt de magistraat verzocht hen ertoe te brengen

'ofte andere beqaumere in de plaetse ghestelt worden... Eyndelick sal men van de majestraet versoeken, dat geen scholen geleden en worden die dese heylighe oeffeninghen van catechiseren ofte niet toe en laten ofte versuymen.'

Goede band met kinderen

Het tweede citaat komt uit een iets andere tijd en leest dus wat makkelijker. 'Ik was in een dorp waar mij opviel de grote betrokkenheid van de kinderen bij de eredienst. Bij navraag bleek het volgende: het onderwijzend personeel van de plaatselijke basisschool bezocht zonder enige uitzondering elke zondag de plaatselijke kerk. Uit de preek kon je merken dat de predikant een goede band met de kinderen had en wist wat er die week op de school speelde.

Uitdrukkelijk werden enkele voorbeelden daartoe gebruikt. De psalm die deze week aan de beurt was om geleerd te worden werd gezongen en toegelicht, 's Middags in de leerdienst konden kinderen volop meedoen, omdat ze in die week daaraan voorafgaand ook bezig waren geweest met dezelfde zondag uit de Heidelberger. Op maandag werd in vrijwel elke klas de dienst nog even geëvalueerd. Dit betrof de gewone wekelijks diensten.

Belang van onderwijs

Toezicht op de school

Het eerste citaat bevat de wens van de

kerk (met betrekking tot het onderwijs) voorgelegd aan de Nationale Synode van Dordt. De kerkorde zelf is een compromis geworden tussen politiek en wens van de kerk. Opvallend is hier het toezicht van de kerk op de school. Hoewel dit toezicht niet wenselijk is en niet overdraagbaar is naar onze tijd, spreekt toch het grote gevoel van verantwoordelijkheid voor het onderwijs en de sterke noodzaak van wederzijds contact. /

Tevens is er (dit even terzijde) aandacht voor arme kinderen dat zij dit onderwijs niet mislopen. Ook de overheid wordt door de kerk op haar plicht gewezen. Onmiskenbaar is hier de band tussen kerk, school en ook de overheid. Het lijkt me toe - zonder te vergeten dat we in een heel andere tijd leven - dat hier toch ongeveer het gedachtegoed van de eerste eeuwen van de Reformatie verwoord ligt. Zo hebben onze vaderen het belang van het onderwijs en de verhouding kerkschool kennelijk gezien. Het tweede citaat geeft meer aan hoe het zou kunnen zijn in onze tijd dan hoe het wellicht is in menige gemeente. De geschetste situatie is er een die bij benadering niet gehaald wordt in de meeste van onze gemeenten. Daarover aan het eind meer. Wel zou het de geloofsopvoeding van de kinderen zeer ten goede komen als een soortgelijke situatie (al was het maar bij benadering) zou ontstaan.

Intussen lijkt me op voorhand duidelijk dat we in de 21e eeuw in menig dorp en stad waar de kerk nog min of meer goed bezocht wordt, toch ver afstaan van wat onze vaderen kennelijk als ideaal zagen in de verhouding tussen kerk en school. Gevraagd aan iemand die bij het onderwijs betrokken is of aan een kerkenraadslid, hoe de verhouding tussen kerk en school is, wordtveelal geantwoord: bij ons is die band er nauwelijks! Veelal gevolgd door een verontschuldiging en door de opmerking dat het in vele andere plaatsen wel veel beter zal zijn. In het beste geval wordt alles uit de kast gehaald wat er is, maar blijkt ook dit maar pover te zijn.

Belang van onderwijs

Ontegenzeglijk is onderwijs van groot belang in het leven van kinderen. Ook godsdienstig onderwijs. Geloven - zo meldt toch de Heidelberger - is een zaak van weten en vertrouwen. Voor dat zekere weten' is ook puur verstandelijke kennis nodig.

In de catechesemethode die we in Kampen gebruiken, begonnen we in de jongste groep onlangs met de stelling: 'Om te geloven heb je onderwijs nodig'. We ontdekten al spoedig dat het geen stelling is waar je veel over discussiëren kunt, maar een vanzelfsprekendheid. Tegelijkertijd hoop je dan dat jongeren ook het voorrecht van onderwijs (ook op catechisatie!) zien...

Vanuit de Bijbel (zowel het Oude als het Nieuwe Testament) is ook glashelder dat onderwijs onmisbaar is. Reeds in het Oude Testament wordt de noodzaak van kennis aangeduid. Ik noem enkele zaken.

- Als in Deuteronomium 5 de wet gegeven is (die - let wel - begint met: Ik ben de HEERE!), dan gaat het volgende hoofdstuk over onderwijs. 'De woorden die Ik u heden gebied, zullen in uw hart zijn. En... gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op de weg gaat en als gij nederligt en als gij opstaat.' Het gaat hier over woordparen die eigenlijk alle tijd omsluiten, (thuis en onderweg, als ge neerligt en opstaat, met andere woorden: dag en nacht). Bezig met inscherpen. Inscherpen is toch ook één van de zaken van het onderwijs? Om Hem te leren kennen, Die zegt: Ik ben de HEERE, UW God!, is het kennelijk nodig om onderwijs te ontvangen.

Het is mijns inziens niet terecht om bij Deuteronomium 6 te denken aan puur verstandelijke en theoretische kennis, maar mocht iemand die verleiding hebben, dan zegt Psalm 78 behartigenswaardige dingen. 'Ik zal verborgenheden overvloedig uitstorten, van ouds her. Die wij gehoord hebben en weten ze en onze vaders ons verteld hebben. Wij zullen het niet verbergen voor hun kinderen, voor het navolgende geslacht, (en dan komt het!) vertellende de loffelijkheden des HEEREN, en Zijn sterkheid en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft'.

Dat gaat nog even zo door: ook deze kinderen moeten het hun kinderen weer vertellen enzovoorts. Onderwijs wordt hier gezien als onmisbaar om aan het volgende geslacht dingen door te geven. Wat moeten ze (we) doorgeven? De loffelijkheden des HEEREN en

lijn sterkheid. Kortom: Wie de HEERE elf is! Uiteraard is het in het kader an het onderwijs belangrijk om de geschiedenissen te kennen, een figuur ls Paulus te kunnen plaatsen (de natiën van de bijbelboeken misschien lit het hoofd te kennen? ). Maar ten liepste gaat het toch om: de loffelijkleden des HEEREN en Zijn sterkheid!

nieuwe Testament

Zeel zou te zeggen zijn over het ondervijs van rabbi's aan hun leerlingen, r an Paulus aan zijn jonge vriend en jroeder Timotheüs. Maar laten we het naar heel kort houden: was het niet ezus Zelf Die voortdurend Zijn discijelen onderwees? Inclusief het ondervijs in het gebed. Hij ging hen voor, in die zin dat ze zagen dat Hij stille tijd lield alsook, heel letterlijk in die zin dat Hij hen de woorden op hun lippen legde: Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Hij gaf onderwijs door de gelijkenissen die verteld werden over het Koninkrijk van God. Aanschouwelijk onderwijs.

In de tijd van de Reformatie en daarna was men zich terdege bewust van het feit dat verstandelijke kennis op de scholen aangebracht nodig was. Het eerste citaat waarmee ik begonnen ben, maakt dat duidelijk. Er wordt eenvoudigweg vanuit gegaan dat er grote overeenkomst en overeenstemming is tussen kerkenraad en laten we zeggen onderwijzend personeel. Kennelijk is er een verband tussen het onderwijs van de kerk (de catechisatie) en het onderwijs op de scholen. Zelfs is het onderwijs door de verschillende catechismen heel duidelijk op elkaar afgestemd. In een van de gemeenten die ik mocht dienen, was het gebruik dat de kinderen van de basisscholen in groep acht de catechismusvragen leerden. Ik heb daar dankbaar gebruik van gemaakt, omdat op catechisatie vaak het huiswerk nauwelijks of niet meer haalbaar is. Wat op de scholen geleerd wordt, zou dan op catechisatie (zonder al te veel of met helemaal geen huiswerk) uitgediept kunnen worden. Het viel me op in het eerste citaat dat zo'n beetje als taak van de onderwijzer (wat betreft de godsdienstige opvoeding althans) gezien wordt het onderwijzen en het brengen tot de 'heylige predicatiën'. Daar is eigenlijk het meest wezenlijke mee gezegd: Het onderwijs is belangrijk op zich én het onderwijs heeft als neveneffect het beter verstaan van de erediensten.

Beter begrip

Zonder een tijdspanne van enkele eeuwen geweld aan te doen en zonder te vergeten dat we in een heel andere tijd leven (je ziet het voor je: de overheid die zich inhoudelijk met het geestelijk leven van de onderwijzer bemoeit), zou ik dat toch als uitgangspunt willen nemen. Noem het maar de doelstelling van deze bezinning: het onderwijs op christelijke scholen, gegeven door personeel dat de HEERE vreest, leide tot beter begrip van de leerlingen voor de zaken die in de kerk behandeld worden. Als we dat zouden kunnen bereiken, zijn veel andere problemen al opgelost. Of om het anders te zeggen: om dat te bereiken, moeten wel heel veel andere problemen eerst opgelost worden. Want er zijn wat een knelpunten, voordat we zover zijn.

G. H. KOPPELMAN, KAMPEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Onderwijs is onmisbaar

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's