NAMEN NOEMEN [23]
NAOMI
Naomi heeft op een bepaald moment zoveel moeite gekregen met de betekenis van haar naam, dat ze die zelf maar veranderd heeft. Ze heeft niet net als bijv. Abram ofjacob van God een nieuwe naam gekregen. Ze heeft zichzelf de naam van Mara toebedacht. 'Bitterheid' betekent dat. Haar lieflijke leven was onder de tegengekeerde hand van God verworden tot een bitter lot. Toen ze leeg en zonder hoop terugkeerde uit Moab, naar het broodhuis, had haar naam met de toon van de ontzetting geklonken uit de monden van Bethlehems vrouwen: 'Is dit Naomi? ' (Ruth 1 : 19). Toen was alles haar te veel geworden. De herinnering hoe haar man dat vroeger tegen haar gezegd zal hebben: Naomi, 'mijn ' lieflijke' betekende dat. Maar ze had haar dierbare echtgenoot achter moeten laten in jij een naamloos graf in de velden van Moab. Al had hij zelf ook nog zo'n mooie naam gew dragen: 'Elimelech, mijn God is koning'. En ook haar twee zonen waren in den vreemde - i gebleven. Hun beider namen deden al wel het ergste vrezen: 'Machlon' betekent 'ziekte', ; en 'Chiljon' is 'wegkwijnend'. Men zou zich afkunnen vragen of de zwakke gezondheid i iji van beide jongens mede een reden was geweest om het heil dan maar in Moab te zoels! ken, toen er honger was in Bethlehem? Maar hoe het ook mocht zijn, de tijd van 'lieflijk- - heid' scheen voor altijd voorbij te zijn. Die was er wel geweest, toen ze nog een man en ; * twee zonen had. Toen haar toekomst en haar deel in Israël verzekerd leken. Immers, twee - zonen, dat betekende twee mogelijkheden van voortgang van hun naam in Israël op weg naar de tijd van de Messias. Maar die kansen leken nu voorgoed verkeken. Daarom was haar reactie op het welkom van de buurvrouwen van Bethlehem: 'Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan. Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de HEERE tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft' (Ruth 1 : 20, 21). Het was de Almachtige Zelf, El-Sjaddai, de God van de verbondszegen, maar ook de God Die kan maken en breken, Die haar levensweg zo bitter had gemaakt. : En het ergste was dat er voor haar geen toekomst meer kon zijn te midden van het verbondsvolk. Dat ze het heil van Israëls God voortaan moest missen. Daarom zei ze dat ze zo 'leeg' was. Maar al was dat laatste wel haar ervaring, het bleek niet de waarheid te zijn! Het feit dat ze toch weer terugging naar het broodhuis, dat ze eens verlaten had, omdat de HEERE Zijn volk bezocht had, hield meer hoop in dan ze in haar bitterheid wel waar wilde hebben. En vooral dat die stille Ruth naast haar stond, op het moment van haar bitte- > re klacht, weersprak krachtig dat ze 'leeg' was. De HEERE ZOU in Zijn genade haar weer la- I ten zien, hoe mis ze het had toen ze haar naam veranderde. Doorwegen van verwonde- || ring heen zou Hij weer laten merken dat haar eerste naam uiteindelijk toch ook de beste ( was. Aan het eind van het boekje Ruth zien we haar zitten met het kind van Bethlehem op schoot: 'En de naburinnen gaven hem een naam, zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren; en zij noemden zijn naam Obed; deze is de vader van Isaï, Davids vader' (Ruth . 4:17). Haar lieflijkheid is weer terug in dat kind dat de toekomst van Hét Kind van Bethlehem in zich draagt, dat alle bitterheid zal wegdragen, om alleen maar lieflijkheid over
te laten voor wie in Hem geloven. M. A. VAN DEN BERG
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's