De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor en na de eredienst [3]

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor en na de eredienst [3]

DE EREDIENST

6 minuten leestijd

Een echt nagesprek

Hoe begint men vanuit de kerkenraad na de eredienst het gesprek met de voorganger? Dat zal heel verschillend zijn. Men kan aanknopen bij een opmerking die op de kansel gemaakt werd zonder daarover meteen de staf te breken. Beter is het dan in te zetten met de vraag: 'U zei in de preek dat en dat, hoe hebt u dat bedoeld en waarom meende u dat (zo) te moeten zeggen? ' Dan is de voorganger niet terstond in het defensief gedrongen, als moest hij tot elke prijs zijn preek verdedigen maar kan hij toelichting en uitleg geven. En dan blijkt wel of een wijze ouderling of kerkenraad het oppakt en de jonge man ook verstandig behandelt en soms onderricht geeft. Wat kan een kerkenraadslid heel dicht bij en naast de kandidaat staan wanneer hij aangeeft zelf ook nog leerling te zijn op de school van de Heilige Geest en dat de Heere hemels onderwijs gaf. Ik weet uit ervaring hoe in een gemeente de kerkenraad, als het dankgebed in de consistoriekamer is uitgesproken, rustig gaat zitten aan de tafel, de Bijbel ter hand neemt en vragenderwijs of met een enkele opmerking terugkomt op de preek. Daar heeft het Woord des Heeren heerschappij. Mooie en leerzame gesprekken, ja, ontmoetingen met elkaar voor Gods aangezicht hebben plaats. Dan gaat het er niet om of de voorganger dan wel de gehouden preek door de kerkenraad als geslaagd wordt beschouwd. Maar om samen als leerjongeren van Christus Zijn stem te horen. Dan zeg ik maar 'Ter navolging, mannenbroeders!'

Voorzichtigheid geboden

Met moet de voorganger er niet om te doen zijn te weten te komen of de kerkenraad zijn preek al of niet mooi of goed gevonden heeft, maar wel of de boodschap helder was en doorkwam. De kerkenraad moet ook niet in de valkuil terechtkomen van een cijfer voor de preek aan de kandidaat of predikant te geven. Er is voorzichtigheid geboden in het gesprek en in de omgang met elkaar. Is de prediker 'rein van het bloed van de gemeente'? Maar handelt de kerkenraad ook eerlijk met de voorganger? Wanneer ik al eerder opmerkte dat het nagesprek niet moet zijn een beoordeling van een werkstuk door een examencommissie, geeft mij dat aanleiding om op twee gevaren te wijzen.

Geen vleierij!

Laat een ambtsdrager zich onthouden van vleiende, soms laffe complimentjes. Daar gaat het toch de prediker niet om als het goed is. Alle eer aan Hem, Die licht en bekwaamheid gaf maar niet aan de dienstknecht 'die zo mooi gepreekt heeft'. Er zit veel waarheid in een opmerking die ooit een voorganger op de kansel maakte: 'Gemeente, een mooie preek is soms net zo gevaarlijk als een mooie vrouw!' Zelfs een profeet als Ezechiel werd door zijn hemelse Zender liefdevol en vermanend toegesproken. 'En zie gij zijt hun als een lied der minne, als een die schoon van stem is of die wel speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet' hoofdstuk 33 : 30-33 en dan bijzonder vers 32. Ooit gaf een als kanselredenaar bekend hervormdgereformeerd predikant toen een ouderling zei: 'Dominee, wat een prachtige preek', hem ten antwoord: 'Ja broeder, dat zei de duivel net ook al tegen me toen ik de preekstoel afkwam'. Inderdaad, we hebben alleen een hoogmoedig hart. En het hart van een kandidaat of predikant is niet anders dan dat van een ambtsdrager of gemeentelid. De eer van mensen is ons van nature liever en meer waard dan de gunst van God.

Niet afkraken!

Laat een kerkenraad(-slid) ook een gehouden preek of een voorganger nooit afkraken. Ik herinner aan het verhaal waarmee ik inzette in het eerste artikel. Was er in de preek nu echt niets goed, waarop ingehaakt en doorgegaan kan worden? En in liefde mag men dan ook wijzen op wat naar de Schriften bedenkingen en tegenspraak kan oproepen. Soms kan er wel eens heel scherp worden gereageerd. Een . eerlijke, heel nuchtere en godvruchtige ouderling die zich vreselijk ergerde in de dienst aan de onechtheid en aan allerlei oudemannenuitdrukkingen in de preek van een kandidaat, zei na afloop van de dienst: 'Hebt u wel eens een baby met een baard in de wieg gezien? Doet u dan niet zo mal terwijl u pas begint met te (s)preken, alsof u al vijftig jaar predikant bent!' Of dat nu tactvol was laat ik in het midden; het was hem te machtig. Oprechtheid heeft veel voor en alles mee, zeker in de dienst van de Meester.

Wijsheid en godsvrucht

Kerkenraden, wees wijs en bid ook om wijsheid van God te ontvangen bij het nagesprek na de preek vooral met kandidaten en jonge predikanten. Geef hun wat mee voor hoofd en hart en mond. Oudere predikanten beginnen soms zelf wel een gesprek, onze heel jonge broeders durven dat vaak niet. Maar ze verwachten wel wat van u en ze mogen dat toch ook? Wat een genade als u leermeesters en vaders voor hen moogt zijn. Hoe nodig is het de vreze Gods te mogen kennen ook bij de uitoefening van uw ambtelijke taken. Er wordt weinig, veel te weinig gelezen en onderzocht. Jongeren en ouderen zijn uit op 'hapklarebrokkenlectuur'! Er zijn ouderlingen die nog geen boek van 100 bladzijden lazen en ik vrees zich niet oefenen in het lezen en onderzoeken van de Schriften. Zijn daarom de gesprekken vaak zo leeg en zo vaag? U kunt zo heel veel betekenen ook voor de jonge voorgangers! En jammer is het dat kerkenraden van vroegere kandidaatsgemeenten vaak dienaren van het Woord beroepen, terwijl juist deze zoveel voor de kerk en de gemeenten hebben betekend in het opvoeden en wegwijs maken van predikanten in hun eerste gemeente in de Schriften en in de praktijk van de leer naar en in het leven in de godzaligheid. Wanneer we dat gaan missen lijden gemeenten en voorgangers aan geestelijke bloedarmoede en dat is een zeer ernstige kwaal. Moge wat ik geschreven heb nader doordacht, doorleefd en in praktijk worden gebracht, voorgangers en kerkenraden tot grote en eeuwige zegen, bovenal Gode tot eer!

W. CHR. Hovius, APELDOORN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Voor en na de eredienst [3]

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2001

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's