Een moment van rust, na de dienst
DE EREDIENST
Hoe beleven ambtsdragers het gesprek na de eredienst in de consistorie? Betekent het toezicht op de leer dat de ouderling eventuele aarzelingen bij een gedeelte van de preek dan moet verwoorden? En welke verantwoordelijkheid hebben ambtsdragers met name in de richting van degenen die nog vrij kort voorgaan in de dienst van het Woord In gesprek met twee ouderlingen uit de hervormde gemeente van Groot-Ammers. 'De dominee heeft een zware taak volbracht. Sommigen keren vermoeid in de consistorie terug. Laat hen dan even bijkomen. Dan moetje benoemen watje kon verblijden, vooral als de preek een bijzondere warmte in je hart gaf. Geef ze maar een klopje op de schouder.'
Ouderling T. den Hartog (56) werd zeventien jaar geleden, kort voor de komst van ds. F. van Roest, in het ambt bevestigd. Na twaalf jaar was hij niet meer herkiesbaar. Uitbreiding van de kerkenraad betekende dat hij een jaar later opnieuw gekandideerd en gekozen werd. Zijn visitekaartje: 'Wat mij het meest trekt in het ambtelijke werk, zijn de huisbezoeken, de pastorale taken. Ik ben minder een man voor vergaderingen.'
Ouderling H. L. Roth (38) werd in 1995, twee jaar na zijn verhuizing naar Groot-Ammers, tot ambtsdrager gekozen. Na nog twee jaar werd hij gekozen tot scriba. 'Mijn bedrijfs-economische achtergrond maakte dat dit wellicht wat bij me zou passen. Ik ben wel blij eerst wijkouderling geweest te zijn.'
Roth: 'In Groot-Ammers is het een kleinere groep van de ambtsdragers
die na de dienst reageert, al opent niet steeds dezelfde het gesprek. Er zijn ook broeders die je zelden hoort, die luisteren. In de kerkenraad hebben we ooit afgesproken op zondag zo min mogelijk over zakelijke dingen te spreken, al moet je soms voor de dienst even iets regelen. Na de dienst wordt er in principe niets besproken, hooguit doen we een bepaalde mededeling als de gastpredikant weg is. Er komen zeker geen collectezakken op de tafels. Het gesprek beperkt zich overwegend tot een korte uitwisseling van een ervaring, een verdiepingsvraag, een aanvulling op grond van wat iemand gelezen heeft.'
Den Hartog: 'Het meest wezenlijke is dat we napraten over datgene wat we gehoord hebben. Ik zou er zeker niet voor zijn dat iemand dan kenbaar zou maken dat hij moeite heeft met bepaalde dingen die een predikant ge-
zegd heeft. Wij moeten een moment van rust scheppen, zodat de predikant tot zichzelf kan komen. Hij heeft een zware taak volbracht en kan daardoor vermoeid zijn. Laat hem dan even bijkomen. Het is dan goed te benoemen wat je in je hart verblijd heeft, vooral als er iets was watje bijzonder raakte. Er is verschil in persoonlijkheid en leeftijd tussen de dominees. Zeker ten ? aanzien van jonge predikanten hebben wij verantwoordelijkheid. Hen moetje helpen. Geef hun maar een klopje op de schouder. Benader hen positief. Ga op een stukje van de preek in. Wanneer iets minder goed bij je is overgekomen, dan zou ik dat zeker niet op dezelfde dag zeggen, maar de dominee op maandag bellen of hem even bezoeken.'
Toegift
Roth: 'Je ontmoet dominees die al tientallen jaren in het ambt staan. Zij zijn in de consistorie vaak nog pastor voor de ambtsdragers en geven ons wat extra's mee. Dan heb je predikanten van middelbare leeftijd die vaker voorgaan, met wie je wat uitwisselt. Als derde groep zie ik jonge predikanten of kandidaten, van wie je aan de houding al ziet dat ze respons verwachten. Ze willen leren, willen horen hoe hun preek is overgekomen. Dat is om mee om te gaan de moeilijkste groep. Want je wilt geen analyse van de preek geven, niet zeggen dat ze wat minder snel moeten spreken of dat de preek wat minder vol zou moeten zijn. Je reageert het meeste op de inhoud.'
Den Hartog: 'In de eerste vijfjaar van mijn ouderlingschap heb ik van deze gesprekken in de consistorie zelf ontzettend veel geleerd. Broeders gingen kort maar inhoudelijk op de dienst in. Een van hen zei ooit tegen me: 'Je moetje mond eens dicht doen, wantje staat er met open mond bij.' Ik luisterde zo van verwondering en verbazing. Zo'n toegift van een predikant vormt een kostelijk moment.
Er zijn ook dominees die ons de hand schudden en gelijk vertrekken. De verwerking van wat ze hebben mogen verkondigen, is bij iedereen anders. En we moeten zelf de tijd beperkt houden, omdat de vrouwen van sommige broeders buiten wachten, zodat het nagesprek geen half uur kan duren.' Roth: 'Ik denk dat in onze tijd jongere ambtsbroeders niet eerst enige tijd luisteren, maar direct assertiever zijn.' Den Hartog: 'De eerste vijfjaar heb ik het gemakkelijker gehad. Ik zag op tegen godvrezende mensen, zoals onze scriba, broeder Korevaar die nu al juicht voor de troon. In die leerperiode kon ik me verschuilen. Nu heb ik op mijn schouders wat zij vroeger droegen. Je voelt een grotere taak. De jongeren zijn mondiger dan ik vroeger was, maar je voelt je wel verantwoordelijk voor hen. Dat weegt me zwaar. Het gaat er immers om dat Gods genade de geslachten door zichtbaar wordt.'
Orgelspel
Den Hartog: 'Ik weet niet of er nu veel ouderlingen zijn die hun dominee wel
eens apart nemen. Met ds. M. A. van den Berg hebben we vaak over de prediking gesproken. Ik ben zeifin de tijd van ds. W. L. Tukker tot verandering gekomen. De banden met hem waren daardoor heel liefelijk! Zijn ernst, zijn spreken over de heiligheid van de Heere, blijven me bij.
Na de dienst liep ik altijd met onder meer broeder Zijderveld naar huis. Die man wist van zijn zesde jaar af dat de Heere hem veranderd had. Ooit zei hij plots: "Broeders, we bedriegen elkaar toch niet? " Door de prediking leefde deze vraag bij hem. Maar de volgende dag was hij weer vol van de liefde van God. Zo mag je ook met elkaar naspreken.'
Roth: 'Als je als jonge ambtsdrager in de kerkenraad bij ds. Tukker komt, zegje uiteraard niet veel. Wanneer je er zelf wel wat langer in zit en er is juist een jongere dominee, dan heb je meer de taak om hem te begeleiden.' Den Hartog: 'Het orgelspel en het dankgebed zijn punten waaraan de predikant merkt hoe zijn prediking geland is. Als de organist inhaakt op de preek, merkje wat de dienst hem gedaan heeft. En in het ambtelijk gebed dragen we de dienst en de dienaar op. Het gebed in de consistorie hoort bij de eredienst. Ik vind het na zeventien jaar altijd nog moeilijk om de betrokkenheid die er op het Woord was, goed tot uiting te brengen.'
Roth: 'Ja, dat blijft moeilijk. Je moet de preek niet herhalen, maar er toch kort bij aanhaken. Er mag wel gemerkt worden wat die preek je heeft gedaan.' Den Hartog: 'Ik ervaar het feit dat we met ruim vijftien mensen zijn, niet als een remmende factor om te komen tot een inhoudelijk gesprek. Als die rem er zou zijn, liggen de persoonlijke dingen niet goed. Dan valt het gesprek stil. Dan is er schroom tegenover een medebroeder en moet er gepraat worden. We moeten juist zien samen verantwoordelijk te zijn voor de gemeente, om het goede voor haar te zoeken.' Roth: 'Bepaalde ambtsdragers kunnen in een nagesprek een eigen stokpaardje hebben, zoals de insteek of er voldoende aandacht was voor de jeugd. ' Daarom is het goed dat je samen bent.'
Achting om hun ambt
Roth: 'Non-verbaal stralen de predikanten uit of ze behoefte hebben aan een gesprek. De wijze waarop ze met een bepaalde opmerking omgaan, is wel verschillend. Er zijn er die de vraag terugkaatsen, de meesten leggen nader uit wat ze bedoeld hebben.' Den Hartog: 'Het hangt ervan af hoe je de dominees benadert. Dat maakt alles uit. Ik heb met twee predikanten een keer na de zondag contact opgenomen en we zijn er kostelijk uitgekomen. We zijn toch allemaal mensen: wat is het daarom belangrijk datje eens complimenten geeft. Als het in bewogenheid en vanuit het hart gezegd wordt, mag je het ook zeggen als je zorgen hebt. Onder vier ogen kun je heel open en eerlijk zijn, vanuit de liefde werkende. Het is niet zo dat wij op Ammers elkaar de waarheid niet durven zeggen, maar we moeten de dienaren wel achten om hun ambt! Als Paulus een keer een beetje lelijk doet tegen de hogepriester, zegt hij later: Ik wist niet dat het de hogepriester was. Dat ambtelijke stond bij ds. Tukker hoog in het vaandel. Terecht, want het gaat over Gods dienstknechten.'
Roth: 'Met onze verantwoordelijkheid om toezicht te houden op de leer zie ik geen spanningsveld. In het preekrooster zit een sterke mate van voorselectie, zodat de predikanten zodanige preken houden als wij menen dat bijbels is.'
Den Hartog: 'Als je zondags onder de prediking zit, wil ik ontspannen en in alle rust luisteren naar wat de Heere
mij te zeggen heeft. Naderhand kun je dan hooguit wel eens denken of een zeker element niet wat meer aandacht had moeten krijgen. Als ik een preek moet beoordelen, zit ik zakelijk te luisteren. Ik herinner me dat kand. H. van Ginkel, ooit onze pastoraal medewerker, hier zijn eerste preek hield. Ik hoorde toen bij de mensen die gevraagd waren om op zijn preek te reageren. Dan zit ik anders te luisteren. Het gaat erom dat de drie stukken - ellende, verlossing en dankbaarheid - in de prediking van het Woord aan de orde komen. Dat de een dit iets meer benadrukt dan de ander, daarmee heb ik geen moeite. Gelukkig komen al deze dingen in de catechismuspreken vanzelf aan de orde. Dat is nodig in ons leven, dat moeten we als kerkenraad goed beseffen. Dat is op het Woord zitten! Wij zoeken geen dominee voor de jeugd, evenmin voor de ouderen, maar een predikant die heel de gemeente het Woord verkondigt. We moeten immers allemaal veranderd worden in ons leven.'
Roth: 'De Schrift is zo breed dat alles vanzelf aan de orde komt. Elke preek hoeft niet alle elementen te bevatten. Anders ontstaat er iets krampachtigs.'
Wat is tot slot uw suggestie aan uw medebroeders, als het gaat om het gesprek na d dienst?
Roth: 'Het zou goed zijn als kerkenraad het nagesprek eens te agenderen. Hoe gaan we ermee om, ook naar kandidaten? Dan worden we ons wat bewuster van onze taak, zonder dat we een recept hebben voor alle situaties.' Den Hartog: 'Helemaal mee eens. En laten we ervoor waken dat we na de preek niet onszelf bedoelen, maar wat de Heere gezegd heeft door Zijn dienstknechten.'
P. J. VERGUNST, APELDOORN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2001
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's