Jezus Christus de hoop der wereld
Hoop doet leven. Dat is een bekend gezegde. Een mens leeft ergens voor. Hij heeft dag wel wat om naar uit te zien, iets wat aan zijn bestaan zin geeft; iets wat hem moed geeft uit zijn bed te stappen en aan de slag te gaan. Zijn studie met een uitzicht op een getuigschrift of promotie en een goede baan in de maatschappij. Een taak in het gezin in de opvoeding van kinderen. Of een verantwoordelijk stuk werk in het onderwijs, in een bedrijf, in de politiek. Alles bij elkaar zijn er heel wat dingen die het leven zinvol maken. Het bestaan ua mens op aarde is goed voor een zinvol samenleven van de mensen.
Zonder te hopen kan een mens niet leven. Hoop doet leven. Toch is het met de hoop in onze mensenwereld niet best gesteld. Niet onder de mensen in het algemeen, onder hen:
Die 't ruim der genot Der wereld voor hun heilgoed achten, Geen deel dan in dit leven wachten En maken van de buik hun god. (Ps. 17 : 7 ber.)
Ook is het niet best gesteld met de hoop onder veel jongeren; zij zijn vaak depressief. En vooral als iemand wat ouder gaat worden, is er vaak de hopeloosheid: eenzaamheid, het gemis van geliefden^ weinig of niets om naar uit te zien.
Maar ook afgedacht van dit alles is er in het algemeen in onze tijd weinig hoop meer onder de mensen. Er is veeleer angst. Zeker sinds 11 september 2001. Wat hangt ons misschien nog meer boven het hoofd? Er is uitzichtloosheid en wanhoop onder de mensen. De meesten - als ik het goed zie - willen zich daarom ook niet veel zorg maken over de vraag waarvoor ze leven. Ze genieten (nog steeds) van het leven. En als er dan - door ziekte of ouderdom weinig meer te genieten valt, dan moet men ook het recht hebben om 'op een gepaste wijze' (met inachtneming van 'de zorgvuldigheidsregels') zijn leven te laten beëindigen.
Wat moeten wij in zo'n tijd en in zo'n wereld met de boodschap van het kerstfeest aan? Is het ergens goed voor om de mensen te zeggen, dat kerstfeest het feest van het Licht in de wereld is? Kunnen wij wel van harte zingen:
Vervul, 0 Heiland het verlangen,
Waarmee mijn hart Uw komst verbeidt?
Ja, toch wel. Ik zou zelfs willen zeggen, dat er geen godsdienst ter wereld is als de christelijke die ons vertelt van de geboorte van een Zaligmaker als Jezus Christus, in de wereld gekomen om geschonden relaties te herstellen. Zijn kribbe en Zijn kruis zijn er de bewijzen van, dat Hij voor onze zonden, die ons van God scheidden, wilde boeten. Er is nooit een Redder op aarde verschenen die zo liefhad als Hij. Bereid om Zijn leven te gaan geven voor het herstel van het recht van God op aarde. Om de straf die ons de vrede moest aanbrengen te dragen en de gevallen mens weer in gemeenschap met God terug te brengen. Kom daar eens om bij Mohammed en bij Allah?
Kerstfeest in de ziel
Hij, Jezus Christus is de hoop die doet leven. Jezus Christus is Zelf de Hoop der wereld. Zonder Hem staat het er werkelijk hopeloos voor. Met Hem lke worden ook alle dingen anders in ons leven. Maar dat moeten wij dan wel aan de weet komen. Wij moeten van boven geboren worden. Vgl. Joh. 3 : 3 en 5. Dan wordt het - om zo te zeggen - 'kerstfeest in de ziel.' Want 'al was n Christus de 1000 keer in Bethlehem geboren en niet in mij, zo was ik nog verloren'.
Onze eerste geboorte is uit de aarde, aards. Met verwachtingen van beneden. Maar de wedergeboorte (geboorte uit de Geest) maakt van ons mensen die het daar op geen enkele manier meer in kunnen vinden, die een rustpunt buiten zichzelf gaan zoeken. Niet in eigen werken. Niet in geld of rijkdom, roem en eer. Niet in torens van Babel, de vestingwerken van de natuurlijke mens. Maar in iets waarmee we de levende God onder ogen kunnen komen. Door de wedergeboorte raken wij verlegen om een gerechtigheid die van een andere kant komt en waardoor aan Gods recht genoeg is gedaan.
Dat geeft strijd. 'Onrustig is ons hart,
totdat het rust vindt in U, o Heere' (Augustinus). 'Daar alle hoop mij gans ontviel en niemand zorgde voor mijn ziel', zingt een dichter... Maar als het kerstfeest wordt in de ziel, worden wij ook werkelijk een 'ander mens'. Het is als wanneer we in bad zijn geweest (Tit. 3:5). De hemelse God gééft ons in de Gave van Zijn Zoon in Bethlehems stal, iets wat zoveel zeggenschap over ons krijgt, dat wij niet meer vastgepind kunnen worden op ons verleden. Het is de gerechtigheid die Hij verwierf. Iets om op terug te vallen, zelfs in het uur van onze dood.
Kerstfeest in de ziel.. Dat vindt zijn oorsprong in de menslievendheid uan God (Tit. 3 : 4), ons in Zijn Zoon dierbaar geworden. Hij is, zoals een verklaarder schrijft: 'Voortgebracht door de creatieve activiteit van God de Vader' (1 Petr. 1:3).
Kerstfeest in de ziel. Zo mag het zijn geworden, als wij met John Bunyan ons gerechtvaardigd weten op de dag waarop Jezus Christus opstond uit de doden. Dat is het waar het ten diepste om draait. Ook met het kerstfeest. Kerstfeest en Pasen vallen dan eigenlijk op één dag. Want op Christus' opstandingsdag is het Kerstkind helemaal uit de doeken gedaan als de Gegevene des Vaders waarmee wij het doen kunnen in leven en sterven. Kerstfeest in de ziel, wanneer het God behaagt - om met Paulus te spreken - Zijn Zoon in ons te openbaren (Gal. 1:15 v).
Zij die de enige en dienenswaardige God hebben leren kennen, klagen nog wel eens: 'Mijn hoop is vergaan van de Heere'. Zij zien het bij wijze van spreken ook niet altijd zitten. Er is ook zoveel van binnenuit dat hen troosteloos maakt: zonden die vervreemding geven met hun God, aanvechtingen van satan waardoor zij depressief dreigen te worden.
Ja en toch is er door alles heen ook het constante punt. Ook voor 'uitgebluste zielen'. Het Kind in de kribbe blijft hun Oriëntatiepunt. Zij zijn (weder)geboren tot een levende hoop. Want zij hebben mogen leren en leren het nog dagelijks om ook in alles wat zij doen, af te zien van hun eigen doen. Daar hangt het niet meer van af, sinds zij heel hun leven in de doorboorde handen van een geliefde Zaligmaker hebben mogen geven. 'Hij heeft ons zalig gemaakt, niet uit de werken...'(Tit. 3 : 4). Angst en vertwijfeling mogen plaatsmaken voor de zekerheid dat hun toekomst in de beste (in Zijn) handen is. Daarom staat het er in feite nooit hopeloos voor.
Ik heb de vaste grond gevonden; Waarin mijn anker eeuwig hecht.
De hoop - het anker van de ziel Dat geeft toekomstgericht leven. Hier beneden is het niet.
a) Toekomstgericht leven. Want ons leven van alledag mag van stap tot stap ingevuld worden vanuit het heimwee naar huis. Dat hemelverlangen kon er bepaald meer zijn onder ons. Een levende hoop die zich richt op de hemelstad. Hoop is als Christen (uit de Christenreis van John Bunyan) die het hoofd van zijn kameraad Christen boven water houdt in de doodsrivier. Met 'altijd goede moed' hemelwaarts. Met een 'hoop die al het leed doet verzachten.' Met een heimwee naar de Heere Jezus en naar de zaligheid, niet af te meten.
b) Toekomstgericht leven. Dat wil ook zeggen, dat wij steeds meer mogen gaan verlangen naar die grote dag waarop onze geliefde Meester Zich gaat openbaren aan Zijn volk Israël. Dan zal er geen Midden-Oostenprobleem meer zijn. En dan zullen 'de zachtmoedigen het aardrijk erf lijk bezitten' (Matth. 5 : 5). Voor het volk Israël is het land der belofte altijd een beloofd en tegelijk aangevochten en kwetsbaar 'bezit' geweest. Maar voor allen die in het Kind van Bethlehem geloven, is er ook een land der belofte, een erfenis in de hemelen die voor hen ' is bewaard als een 'deposito' (1 Petr. 1: 4V). Dit erfdeel is onaantastbaar, onverwoestbaar en onvergankelijk.
c) Toekomstgericht leven. En voor het overige geldt: wij hebben ook altijd wat te hopen voor dit leven. Er is elke dag wel wat zinvols te doen, iets vindingrijks waarmee de wereld kan worden verrast. Iets waaruit duidelijk wordt: 'Jezus, U weet, dat ik U liefheb' (Joh. 21:15W). Zonder Christus is het leven één en al teleurstelling; vgl. Job 8 : 13; Spr. 10 : 24-30.
Maar de christen mag het houden op: kleine liefdedaden, woorden teer en zacht. Een christenmens - ook al zit hij in een rolstoel - zit nooit zonder werk. Laten zijn woorden en daden er getuige van zijn, dat het waarachtige Licht in de komst van Jezus Christus toch is verschenen. 'Hoop op God; want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts en mijn God (Ps. 42 : 6, 12). Welk een heerlijke getuigenissen horen wij daarvan zelfs uit de mond van de vervolgden die in een gevangenis kwijnen. Dat is pas echt 'stress'-bestendig hopen. En hoe ligt dat dan met ons?
Ondergetekende - dat moet ik eerlijk zeggen - moet het ook elke dag nog leren: leven bij de kleine dingen. Leven uit de hoop, dat het juist die kleine dingen zijn die ons nog gelaten zijn (buren, vrienden, [klein]kinderen), als we ouder worden en als we niet over zoveel spankracht beschikken als tevoren, de kleine dingen die van waarde zijn voor het leven hier en nu.
Ik herinner me een Israëlbijeenkomst in Woudenberg. Prof. J. Verkuil vertelde daar, dat hij in het concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog waar hij gevangen zat, vaak sprak, met een joodse man over de Messias Jezus. In de nacht waarin die man kwam te sterven, riep hij Verkuil bij zich en vroeg hem: 'Die Messias Jezus van Wie jij mij vertelde, zou ik daarop ook nu, in het uur van mijn dood kunnen vertrouwen? ' Het laat zich raden wat het antwoord van Verkuil was: 'Man, dat is een Messias aan Wie je heel je hart in leven en sterven kunt toevertrouwen.'
Ik tuil in ootmoed U ontvangen Mijn ziel en zinnen zijn bereid. Ik blijf op U in liefde staren, Waar om mij heen de wereld woedt. 0, mocht ik Uwe troost ervaren! Doe intocht, Heer', in mijn gemoed! (Karl Wilhelm Osterwald; 1820-1887)
C. DEN BOER, BARNEVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's