Dit zal u het teken zijn
CHRISTUS EN HET GEWAAD VAN ZIJN TEKENEN
'En dit zal u het teken zijn: gij zult het Kindeke vinden, in doeken gewonden e liggende in de kribbe.' Dat kregen in de kerstnacht de herders te horen bij monde van engel. Amper had deze met zijn zingende mede-engelen Efratha's velden verlaten herders begauen zich met haastige spoed naar de stal. 'En zij vonden Maria en Jozef, en het Kindeke liggende in de kribbe.'
Sindsdien zijn mensen steeds weer op weg gegaan, op zoek naar Christus, de eeuwige Zoon des Vaders. Maar hoe verschillend troffen ze Hem aan. De herders ontmoetten Hem in een gewaad van armoede en ontbering. 'In unser armes Fleisch und Blut / verkleidet sich das ewig Gut, ' dichtte Luther. (In ons zo arme vlees en bloed / verhult zich nu het eeuwig Goed.) Maar juist daarom hebben de 'pastores' uit Bethlehems dreven Hem aanbeden en zijn ze weergekeerd, verheerlijkende en prijzende God.
Niet veel later hebben Simeon en Anna Hem gezien, gehuld in het gewaadvan Gods heilige wet. Want om naar de gewoonte der wet met Hem te doen: daartoe hadden Zijn ouders Hem in de tempel gebracht. En juist daarom heeft Simeon, de tsaddiek en de chassied, de rechtvaardige en de godvrezende, het Kindeke in Zijn armen genomen en God geloofd. Anna kwam erbij staan en heeft eveneens de Heere beleden.
Als twaalfjarige, als Bar Mitswa ging Jezus naar de tempel, bezield en gedreven door het verlangen om te zijn in de dingen van Zijn Vader. Bij die gelegenheid was Hij bekleed met het gewaad van wijsheid. Dat schitterde zózeer dat de rabbi's versteld stonden van Zijn verstand en antwoorden. Zo heeft Christus' gewaad tijdens Zijn omwandeling hier op aarde allerlei te- n kenen gehad.
de Kentekenen, zouden we kunnen zeg- , gen, of herkenningstekenen. de Een grote schare volgde Hem, omdat ze Zijn tekenen zagen, tekenen van genezing van zieken, van vermenigvuldiging van wijn en broden, van opwekking van doden.
Nog tweemaal
Aan het einde van Zijn leven hier op aarde kreeg Hij nog tweemaal een gewaad omgehangen. De eerste keer was op Goede Vrijdag. Toen namen de soldaten van de stadhouder Hem met zich in het rechthuis. Daar hebben ze zich op Hem uitgeleefd, Hem bespot en geslagen, tot bloedens toe, en Hem een purperen mantel omgedaan. Geen wonder dat we de kerk al bij Jesaja horen vragen: 'Waarom zijt Gij rood aan Uw gewaad? ' Christus antwoordt: 'Ik heb de pers alleen getreden en Mijn
gewaad heb Ik bezoedeld. Want de dag der wraak was in Mijn hart en het jaar van Mijn verlosten was gekomen.' Nee, als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte dat wij Hem zouden begeerd hebben. Integendeel, Golgotha werd door al Zijn vrienden en volgelingen verlaten. Alléén hing Hij daar, in de hitte van Gods toorn. Slechts Maria, Zijn moeder, en Johannes, Zijn discipel, waren in dat uur nog bij Hem. Toen de avond van die bittere, goede dag viel, kwamen Nicodemus en Jozef van Arimathéa. Zij namen het lichaam van Jezus en bonden dat in linnen doeken, met de specerijen. Maar ten derden dage: wederom opgestaan van de doden! 'En in de morgen luid / roept Hij de zege uit / en zwaait in 't veld vooraan / de overwinningsvaan' (Paul Gerhardt). Op Patmos ziet Johannes Hem als de verrezen Vorst van Pasen, bekleed met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan de borsten met een gouden gordel. De Vader heeft Zijn heilig Kind Jezus de mantel der gerechtigheid omgedaan. Dat was tegelijkertijd het gewaad van Zijn heerlijkheid.
Wij hebben Zijn heerlijkheid gezien
In dat gewaad stond de Zone Gods tal van gelovigen uit de eerste eeuwen van het christendom voor de geest. Niet voor niets is één van de eerste voorstellingen, waarmee de Vroege Kerk Hem afbeeldde, die van de Goede Herder, Die Zijn koninklijke, geestelijke schapen voorgaat naar het paradijs en hen onderweg beschermt tegen de demonen. Met Zijn herdersstaf raakt Hij de jongeling van Naïn aan, en Hij tikt ermee tegen de zes kruiken van Kana en tegen de zeven manden vol brokken brood, die overbleven na een wonderbare spijziging. 'Wij hebben Zijn heerlijkheid, Zijn doxa, Zijn gloria gezien, ' lazen ze in het evangelie van Johannes en ze konden er van harte mee instemmen.
Een nog heerlijker gewaad hing men Christus om, toen Constantijn de Grote aan het begin van de vierde eeuw de vervolgde kerk de bevoorrechte kerk liet worden. Wie kent niet het verhaal van het lichtende kruis, dat hij in de lucht zag, vlak voor de beslissende veldslag met zijn rivaal? Boven het kruis stonden twee woorden afgetekend tegen de donkere hemel: 'Overwin hierdoor!' Toen wist Constantijn het zeker: 'In dit teken zal ik overwinnen.' Het kruis werd het teken van zijn rijk. Het kwam terecht op de vaandels van zijn lijfwacht, op kerkpoorten en op huisdeuren, op graftomben van de rijken en op sluittegels van de volksgraven. Zien de christenen uit die eeuwen het kruis, dan weten ze het, dan gelóven ze het: 'De dood is verslonden tot overwinning!' En daarom: 'Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? ' Christus is meer de Pantokrator, de Albeheerser, dan de Man van Smarten; meer Degene, Die de doornenkroon draagt als een zegekrans dan Degene, Die ons doet zingen: 'O hoofd vol bloed en wonden'. Het kruis: een heerlijk teken!
In dit prachtvolle gewaad is men onze Heere Christus de eeuwen door blijven zien. 'Tot dat kleed der tekenen behoorde veel en velerlei. Overal in de wereld openbaarde Christus zijn macht en heerlijkheid. Op kerkelijk, politiek, sociaal, artistiek en wetenschappelijk gebied. Het was de tijd van de grote kerken en kathedralen, van charitatief werk, van wereldomspannende zendingsactiviteiten, van Rembrandt, Vondel, Bach' (W. Aalders).
Het kleed der tekenen afgelegd
Echter, 'Christus heeft het kleed der tekenen afgelegd. Het belieft Hem om in deze tijd het kleed der schande en der verachting te dragen' (Idem). Wij vieren kerst in een apocalyptische wereld, waarin de boekrol van de geschiedenis bijna tot het einde toe is afgewikkeld. Wat Christus in Zijn afscheidsredenen Zijn discipelen heeft voorgehouden, krijgt steeds meer contour: oorlogen en onlusten, epidemieën en hongersnoden, vervolging en verleiding, wetteloosheid en haat. Stuk voor stuk tekenen van Christus' wederkomst. Ook de kosmos heeft daarbij zijn eigen sprake: 'En er zullen tekenen zijn in de zon, en maan, en sterren. De krachten der hemelen zullen bewogen worden.'
Ook dit alles vormt een gewaad, waarin Christus Zich hult. Misschien moeten we zelfs zeggen dat, zolang deze bedeling nog duurt en de herschepping een belofte is, wij Christus meer aantreffen in het purperen kleed van Goede Vrijdag dan in Zijn blinkend gewaad met de gouden gordel. Ten diepste ontmoeten we hier op aarde onze Zaligmaker meer in kruis en lijden dan in glorie en victorie. Het baat de mens niets, wanneer hij God kent 'in Zijn heerlijkheid en majesteit als hij Hem niet kent in de nederheid en smaadheid van Zijn kruis... Daarom is in de gekruisigde Christus de ware theologie en Godskennis' (Luther).
Maar juist met advent en kerst leert de Heilige Geest ons des te sterker verlangen naar de volkomen kennis van God; naar het moment dat we de Drieenige God, Die ons zo oneindig heeft liefgehad, zien mogen van aangezicht tot aangezicht. Daar mogen we niet op vooruit grijpen. En wanneer wij Christus dan in onze apocalyptische tijd vooral ontmoeten in het gewaad van kruis en lijden, weten wij dat het de tekenen zijn van Zijn komst, die vlakbij is. Krachtig heeft Christus dat in diezelfde afscheidsredenen onderstreept: 'Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is.' Onze verlossing nabij: wat een troost! Daarom kan het: hoofden én harten omhoog!
'Een dergelijke heroriëntatie wordt van ons gevraagd in een tekenarme tijd. Als de Heer zich terugtrekt in het kleed der armoede en verachting, betekent dat dat de christgelovigen ook hun kleed der heerlijkheid in deze wereld moeten afleggen. Onze weg voert overduidelijk naar beneden en niemand kan zeggen tot in hoe grote diepte onze trouw aan de Heer nog op de proef gesteld zal worden. Zeker is, dat wij nog lang niet op de bodem zijn' (W. Aalders). Allerlei dingen laten zich hier invullen, van de kerk, van ons persoonlijk leven, enz.
Dit ene rest ons: vast te houden aan Christus en Zijn kruis. Voor de joodin-ons een ergernis, voor de Griek-inons een dwaasheid. Nochtans, in het geloof het teken, waarin wij zullen overwinnen. Daarvan verzekert onze eeuwige Koning ons. Niet voor niets bidt Hij voor ons en waakt Hij over ons en houdt Hij Zijn krachtige armen onder ons. Opdat wij volharden tot het einde en zalig worden.
Toch nog!
Juist met Kerst mogen we dan toch nog een glimp opvangen van het gewaad van onze Heere Christus. Dat gebeurt bijvoorbeeld, wanneer er in één van de kathedralen van ons land (zoals de Bovenkerk in Kampen, met destijds Willem Hendrik Zwart aan het orgel) gezongen wordt: 'Komt allen tezamen, / jubelend van vreugde. ...Het Licht van de Vader, / Licht van den beginne, / zien wij omsluierd, verhuld in 't vlees.'
En onvergetelijk en onvergelijkelijk is ook de aria uit één van de kerstcantates van Bach (BWV151), waarin fluit en hobo samen met de soliste zingen: 'Süszer Trost, mein Jesus kömmt, / Jesus wird uns jetzt geboren! / Herz und Seele freuet sich, / Denn mein liebster Gott hat mich / Nun zum Himmel auserkoren.' (Zoete troost, mijn Jezus komt, Jezus wordt ons nu geboren! Hart en ziel verheugen zich, want mijn liefste God heeft mij nu ten hemel uitverkoren.)
Inderdaad, ten hemel. Om daar met alle engelen en alle gezaligden te zingen, voor de troon van God en van het Lam: 'Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen van het welbehagen.' En we verheugen ons in Zijn heerlijk gewaad.
H. J. LAM, NIEUWERKERK AAN DEN IJSSEL
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's