Van de rust der
< Al rui& en alle wouden, < Al bruist fiet wilde meer, c4l beeft fiet al aan donder, < Al straalt de bliksem neer - 'Mijn fuut blijft zander mrezen in Zijn wezen.
'{('et kan an& niet oerseïïrikken, cAl mat M» buiten woelt, ' Wanneer men maar aan binnen T> e seüaanste ruste woelt. Die scfimnste rust cmn binnen Kan 't verwinnen.
< Als, Jezu& zicfl in 't fiarte Te ruste fieeft gezet - Iaat eens- een onweei' kamen, T> at deze rust belet! < Al 't kwaad• c> er& melt in weze Vaar Zijn wezen.
O mensen, wilt gij leren TVaarin uw fieil bestaat, 't 7d> tüerm : dat gij weelde 'En aardse rijkdom fiaat, 'En dat gij tracfit te winnen 'Kust cian binnen.
Jan Luyken (1649-1712)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's