De Goede Herder is geboren...
Ere zij God! [Psalm 8, Lukas 2]
Het kerstevangelie naar de beschrijving van Lukas neemt ons mee naar Bethlehem, 'de stad van David'. Daar is de Christus geboren. Daar is ook David geboren. Als jongeman hoedt David - evenals de herders in Lukas 2 - de schapen in de velden van Efratha. Herder is David. Hij houdt de nachtwacht over de kudde.
In één van die doorwaakte nachten raakt David verrukt over de grootheid en de majesteit van zijn God, de almachtige Schepper. Hij begint te zingen: 'O HEERE, onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! Gij die Uw majesteit toont aan de hemel... Als ik Uw hemel aanzie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren die Gij bereid hebt...' (Psalm 8).
Zo wordt er een psalm geboren, een lied in de nacht. Onder de indruk van Gods glorie - zichtbaar in de sterrenhemel - klinkt het: 'Wat is de mens dat Gij zijner gedenkt en de zoon des mensen dat Gij hem bezoekt? Gij hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond...' De grote God laat Zich in met kleine mensen. Hij bereidt Zich lof uit de mond van zuigelingen. Hij wordt een zuigeling in het Kind van Bethlehem, in de Goede Herder die Zijn leven inzet voor de schapen. Herders krijgen te horen dat dé Herder is geboren. 'De heerlijkheid des Heeren' (verg. Psalm 8 : 6b) omstraalt hen. Het feestuur is aangebroken. De herders hebben echter allerminst de indruk dat zij welkom zijn op het feest van God. Zij vrezen met grote vreze. Wat hen betreft, is daar ook reden voor. 'Vreest niet!', zegt de engel. Ook daar is reden voor. 'Want!' 'Ziet, ik verkondig u grote blijdschap: U is heden geboren de Zaligmaker, Christus, de Heere, in de stad van David!' De Goede Herder is geboren. De profetie gaat in vervulling: 'Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden' (Jes. 40 : n). Vandaar de 'grote blijdschap' in de plaats van de 'grote vrees'.
Een hemelse bode komt de grote blijd-
schap op de aarde uitdelen door het Evangelie dat een vreugde is voor degenen die van het goddelijk schijnsel geschrokken zijn (Luther). Zo brengt de Heilige Geest in de goede feeststemming. Op een feest hoort een lied. De achtste Psalm, bijvoorbeeld: 'O HEERE, onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde (...) Wat is de mens dat Gij zijner gedenkt...? ' Wanneer de hemelbode vertelt wat er is geschied en al vertellend de blijdschap uitdeelt, geeft de hemel op de aarde ook een lied om op de preek van de engel te reageren. Preek en lied horen bij elkaar en verbinden ons met alle engelen die hebben gezongen of gescandeerd toen Jezus is geboren: 'Ere aan God in de hoogste hemelen en vrede op aarde, in mensen van het welbehagen'.
Uit de mond van het geboren Kind, de zuigeling van Maria, heeft God sterkte gegrondvest, Zijn tegenstanders ten spijt, om de vijand en wraakzuchtige te doen verstommen (Psalm 8). Al verstommen aanvankelijk de herders, zij worden opgebeurd tot de vreugde. Op hun beurt mogen zij getuigen en zingen. Sindsdien is het woord van het Kind van mond tot mond gegaan. Wij leven van wat wij hóren. 'Al was Christus twintigmaal in Bethlehem geboren en Hij werd ons niet gepredikt, het zou ons niets baten' (Luther). Als Christus' geboorte niet eerst aan de herders w is verkondigd, dan hadden zij tevergeefs naar de Heiland gezocht. Wat zij te horen krijgen, dat de Goede Herder is geboren, is niet slechts een kennisgeving. Er wordt een belofte bijgevoegd: 'Gij zult het Kind vinden...' Dus niet: Wanneer jullie je best doen, vinden jullie misschien... Nee: Gij zult vinden. Zij vonden dan ook, vertelt Lukas (vs. 16). De evangelist schrijft in hoofdstuk 15 dat de herder het verloren schaap zoekt en vindt. En verderop in het Evangelie lezen we dat Jezus zegt: 'Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was' (19 : 10).
Dat is het eigenlijk wat kerst tot een feest maakt. Het volle licht valt op de Zaligmaker, Jezus. De Goede Herder zoekt Zijn schapen op. Hij begint bij de herders te Bethlehem, dichtbij. Hij zoekt en zoekt, ook ver weg: de wijzen uit het oosten. Verder en verder gaat Hij, 'tot aan het uiterste der aarde' (Hand. 1:8; het tweede deel van de Boeken van Lukas). En nog steeds is Hij aan het zoeken om te vinden. Wij zijn niet minder bedeeld dan de herders van weleer. Toen en nu gaat in vervulling het profetisch woord aangaande Hem die Zijn volk weiden ('herderen') zal (Micha 5; Matth. 2:6). 'Herderen' op een wonderlijke wijze: de Herder laat Zich voor de schapen Zijner weide ter slachtbank leiden.
Is dat het einde? Nee, 'de grote Herder der schapen' is uit de doden opgewekt (Hebr. 13 : 20). Hij 'herdert' in de kracht van Zijn opstanding. Hij laat van Zich horen. 'Mijn schapen horen Mijn stem én Ik ken ze en zij volgen Mij; en Ik geef hun het eeuwige leven...' (Joh. 10).
De Herder maakt de dienst uit, als Koning!
'Komt, laten wij aanbidden die Koning!', zo zingen wij op het kerstfeest. In de oudheid werd een koning de herder van zijn volk genoemd.
Komt, laten wij aanbidden de Goede Herder! Hoe? Door Hem te vólgen en in het koor met de engelen en de herders te reageren op het kerstevangelie: 'Ere zij God in de hoogste hemelen en vrede op aarde, in mensen van het welbehagen'.
Ere en urede. Hemel en aarde, God en mensen.
'Gij nu, 0 Mijn schapen, schapen Mijner weide, gij zijt mensen, maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE' (Ezech. 34).
M. VERDUIN, DIRKSLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's