G. J. Buijs en H. E. S. Voldring (red.) Grote politieke denkers - Hun strijd tussen goed en kwaad. Een rondblik Meinema, Zoetermeer, 192 pagina's; ƒ 37,68.
De gebeurtenissen vati ti september gaven mensen verklarende termen in de mond als 'het grote kwaad' of liever nog met een hoofdletter geschreven: het Kwaad, de vleesgeworden duivel in de persoon van Bin Laden. Begrijpelijk na het verschrikkelijke moment in de geschiedenis van mens en wereld. Het geeft aan hoe geïnteresseerd we juist dan zijn in de relatie tussen wat gebeurt en hét kwaad, wat of wie dat dan ook moge zijn. Er is in de vorige eeuw een hele reeks denkers geweest die zich grondig en fundamenteel hebben beziggehouden met 'de strijd tussen goed en kwaad'.
In hun Inleiding citeren Buijs en Woldring Hannah Arendt die nogal eens het aforisme citeerde van René Char: onze erfenis is ons nagelaten zonder testament. Ze paste dat dan toe op het kwaad zoals zich dat zo aangrijpend aandiende in de twintigste eeuw. Die eeuw begon bijna maagdelijk wat het kwaad betreft tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Het klimaat van de negentiende eeuw was zo optimistisch: het gaat steeds beter met de mens. Was er eigenlijk nog wel zoiets als het kwaad? Hoe kon de twintigste eeuw toch zo'n gruwelijk toneel worden van oude maar vooral van nieuwe, voorheen ongekende, vormen van wreedheid, perversie, massamoord etc.? We zitten met de erfenis van het kwaad, terwijl er eigenlijk geen testament, geen erflater van was. Het geeft aan de geweldige verlegenheid die de uitbarstingen van het kwaad hebben opgeroepen en nagelaten bij hen die het grootste deel van de twintigste eeuw hebben doorgemaakt. De samenstellers van dit boek willen onder andere laten zien de gevaren en de risico's die ideologieën met zich meebrengen. Wat te lezen valt over denkers en hun bezinning op de strijd tussen goed en kwaad is opnieuw actueel geraakt. Voor wie in politieke filosofie is geïnteresseerd, is dit boek een goudmijn. Ik noem enkele denkers die langskomen:
Hannah Ahrendt (door S. Griffioen), Raymond Aron (door J. M. M. de Valk), Theodor Adorno (door S. Schaap) en Erie Voegelin (door G. J. Buijs). De bijdragen aan deze bundel vinden voor het grootste deel hun oorsprong in een Studium Generale-cyclus aan de Vrije Universiteit najaar 2000. Een uitermate instructieve bundel teksten op hoog niveau.
J. Maasland
H. Hille, Een parel In de kroon van de Levensvorst. Uitgave Den Hertog, Houten, 219 pag., ƒ36, 90.
Voor ons ligt een mooi uitgevoerde uitgave, met foto's verlucht, over het leven van ds. E. van Meer (1891-1954), die zijn ambtelijke loopbaan begon als ethisch-confessioneel predikant in 's-Gravenmoer en vervolgens predikant was in Noordgouwe, Markelo, Wageningen en Utrecht. Zijn Utrechtse periode wordt door de biograaf geduid als 'het knooppunt van zijn leven'. Daar vond een wending in zijn leven plaats van de oorspronkelijke kring, waarin hij zich bewoog, naar de hervormd-gereformeerde richting; een wending waarvan ds. Van Meer zei: . 'Nadat ik reeds meer dan 25 jaar het predikambt had waargenomen, behaagde het de Heere in Zijn goedgunstigheid Zijn Woord aan mij te ontsluiten en mij levend te maken en ook de belijdenis der vaderen bevindelijk toe te passen aan mijn hart'. Hij maakte een geestelijke verdieping door. Hij had 'naar zijn beste weten' gepredikt maar God had hem 'anders geleerd'. Nochtans gaf hij aan, dat hij van zijn vroegere prediking niets terug behoefde te nemen. In het Utrechts predikbeurtenblad werd de verandering merkbaar. In een reeks preken over Ruth legde hij van deze verandering getuigenis af. Later zijn die preken uitgegeven onder de titel Gij zijt de Losser.
In 1945 moest ds. Van Meer emeritaat aanvragen vanwege een rugkwaal, die hem grotendeels verlamde. Hij werd 'schrijfdominee', als vaste medewerker aan verschillende periodieken (Om Sions Wil, Gereformeerd Weekblad). Hille geeft een eerlijk beeld van de levensgang van ds. Van Meer, waarbij meermalen tot uitdrukking kwam, dat, hoewel deze pastor 'een bevindelijk prediker' werd, hij toch in verschillende opzichten zichzelf bleef. Tot het eind van zijn ambtelijke dienst handhaafde hij bloemen in de kerk, die na de dienst aan zieken werden gebracht. Hij liet belijdeniscatechisanten bij het afleggen van belijdenis knielen en legde hen de handen op. Hij gaf ook geen voet aan avondmaalsmijdig. Sommigen bleven vragen of hij wel 'echt gereformeerd' was, al was zijn prediking 'voluit bijbels en bevindelijk'. Alsof hier een tegenstelling kan zijn. Enerzijds kwam hij op voor 'de orde des heils' en voor onderscheidenlijk preken, anderzijds hekelde hij 'schijn zonder zijn'. •
De heer Hille schonk ons een goed gedocumenteerd en goed leesbaar boek over deze markante prediker, met voorin een foto van ds. Van Meer in de kracht van zijn leven, die men op de foto van latere leeftijd zo niet meer herkent. Soms stelde ik een vraag, bijvoorbeeld als mensen worden opgevoerd, die kennelijk tot oordelen bevoegd worden geacht inzake de echtheid van de bekering. Het boek bevat liefst 223 noten (o.a. uitvoerige toelichtingen) en een register met persoonsnamen. In het naamregister komt ook herhaaldelijk de naam voor van ds. S. Meijers, schoonzoon van ds. Van Meer, die o.a. 'een woord vooraf' schreef in Leer mij Uui paden. Zeer aanbevolen!
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2001
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's