De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Tijdens de jaarlijkse ontmoetingsdag van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond met studenten in de theologie over het thema 'Israël en Ismaël', sprak ds. M. van Campen over Het uitverkoren volk. Hiervolgen 10 stellingen, waarlangs hij zijn referaat hield.

1. Te midden van de volkerenwereld kan alleen aan het joodse volk het predikaat uitverkoren volk worden toegekend.
2. De verkiezing van Israël veronderstelt geen superioriteit boven de andere volken.
3. Onlosmakelijk verbonden met Israëls verkiezing, is het geschenk van het beloofde land, zij het dat van automatisme hierbij geen sprake is.
4. De verkiezing van Israël gaat niet ten koste van het heil voor de andere volken, maar staat juist in dienst daarvan.
5. Ondanks het joodse 'neen' tegen Jezus als Messias is Israëls bijzondere positie als uitverkoren volk niet opgeheven.
6. Israëls afwijzing van Jezus als Messias heeft God in zijn verkiezend handelen op onnaspeurlijke wijze dienstbaar gemaakt aan het heil voor de volken.
7. Het belijden van Gods blijvende verkiezing impliceert dat ook de landbelofte voor Israël nog altijd van kracht is.
8. Het geloof in de onverminderd bijzondere positie van Israël impliceert geen ongenuanceerde legitimatie van de staat Israël, laat staan van de huidige Israëlische politiek.
9. De blijvende verkiezing van het joodse volk doet ons uitzien naar de dag waarop 'heel Israël' (Rom. 11: 25-27) behouden wordt, hetgeen naar de apostolische belofte een machtige zegen voor de volkeren met zich mee zal brengen.
10. Omdat Israëls bijzondere positie niet is opgeheven blijft het haar roeping een licht voor de volken te zijn. Dit bepaalt ons bij het gegeven dat Israël nog altijd subject van de zending is. Het doet ons tevens uitzien naar wat de profeten omschrijven als de 'pelgrimage der volken naar Jeruzalem'.

Hier volgt een gedicht van Guido Gezelle, passend bij de jaarwisseling, De wagen van de tijd:

Daar kwam er een wagen
vol nachten en dagen,
vol maanden en uren en stonden gereên,
fel trokken en weerden hem de edele peerden,
die zesmaal vier hoefijzers kletteren deen.

Al rijden, al rotsen,
Al bokken en botsen,
al piepen en kraken, zo vloog hij door steê;
en als hij was henen
en verre verdwenen,
toen waren de dagen en maanden ook mee.

Het spreken en 't peizen,
het gaan en het reizen,
en al wat wij deden, 't zij droef, het zij blij;
't mocht tijlijk of laat zijn,
of goed zijn of kwaad zijn,
't was al op den wagen, 't was alles voorbij.

Toch: nimmer vergaat het,
en altijd bestaat het,
wat God door Zijn heilige gratie ons geeft,
het deugdzame leven
dat is ons gebleven,
al 't ander, hoe zoet en hoe schoone, 't begeeft.

Nooit zal ons de wagen
der tijden ontdragen
't sieraad en den rijkdom der edele ziel;
de deugd zal geduren,
schoon rotsen en muren
en torens en al dat maar vallen kan - viel.

In Met andere woorden (kwartaalblad over bijbelvertalen) schreef dr. A. A. Spijkerboer het volgende over De Statenvertaling:
'De Statenvertaling is een eerbiedwaardig monument, dat altijd in hoge ere gehouden zal moeten worden. Martin Buber moet eens gezegd hebben dat deze vertaling een van de weinige kerkelijke vertalingen is, waaruit blijkt dat de vertalers een heilig respect voor de grondtekst hadden. Dat hadden de mannen die aan de Statenvertaling gewerkt hebben dan ook. Het ging zelfs zo ver dat ze, net zoals het Hebreeuws, het woord "tussen" vier keer gebruikten: "Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw en tussen uw zaad en tussen haar zaad" (Genesis 3: 15), terwijl ook in de zeventiende eeuw één keer "tussen" wel genoeg zal zijn geweest'.
Maar de Statenvertaling was in de loop van de tijd onbegrijpelijk geworden. Wie in Psalm 91: 4 las dat de waarheid van de Heer "een rondas en beukelaar" is, moest de dikke Van Dale opslaan om te zien dat daarmee een schild en een rond schild met een knop bedoeld waren.'
v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's