De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ervaringen in Ede

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ervaringen in Ede

KERKELIJKE PRESENTATIE IN NIEUWBOUWWIJKEN [I]

11 minuten leestijd

Valt daar iets van te leren met het oog op de situatie van nu?
Voor een aantal gemeenten in ons land een actueel onderwerp. Kerkelijke presentatie in een nieuwbouwwijk is een 'must'. Dat behoeft eigenlijk geen betoog. Een kerkenraad die zijn verantwoordelijkheid verstaat, zal op nieuwbouwplannen van de overheid inspelen, zich grondig oriënteren en zo snel mogelijk in contact willen komen met de nieuw ingekomen leden. Het is immers de bijbelse opdracht om (zie Hand. 20: 28) 'acht te hebben op de gehele kudde, over welke de Heilige Geest u tot opzieners heeft gesteld'. Dan mag het niet zo zijn dat het deel van de kudde dat uit nieuwkomers bestaat, buiten het blikveld valt.

Hoe het niet moet
Ede ten zuiden van de spoorlijn Utrecht-Arnhem was toen ik er predikant werd mijn wijk. Daar is na 1920 een voor het Ede-van-toen groot woningbouwproject gerealiseerd. De Enka, kunstzijdefabriek, heeft voor de van elders aangetrokken arbeiders en hun gezinnen 330 huizen gebouwd. In de jaren daarna is dit aantal gestaag uitgebreid. Veel mensen die er zich vestigden waren hervormd. Het onbegrijpelijke deed zich voor dat de hervormde gemeente naar deze mensen niet omzag. Als de nieuwkomers van Zuid de kerkdiensten wilden bijwonen, was er voor hen geen plaats. De Oude Kerk, het enige kerkgebouw toen, was al jaren te klein.
Pas in 1961, toen de uitbreiding dus al 40 jaar aan de gang was (!), werden in een houten gebouwtje kerkdiensten belegd. In 1964 werd de nieuwe Bethelkerk in gebruik genomen. Lang is erover geklaagd dat Ede-Zuid verwaarloosd werd. Geen wonder dat de onkerkelijkheid in de wijk groot was. Dat was ook zo toen ik er predikant werd. Op grond van mijn pastorale ervaring ben ik ervan overtuigd dat velen voor de kerk behouden hadden kunnen blijven. Als er maar vanaf het begin aandacht voor deze nieuwe bewoners was geweest, als zij waren opgevangen, als er trouw pastoraat was geweest en als zij naar de kerk hadden kunnen gaan.

De kentering
Gelukkig zijn er in hervormd Ede ook andere tijden aangebroken. De invoering van de nieuwe kerkorde in 1951 heeft daar zeker aan bijgedragen. Toen werden er wijkgemeenten gevormd. Er kwamen wijkkerkenraden. Daardoor werd het pastoraat geïntensiveerd. Wijkcommissies werden ingeschakeld voor bezoek aan nieuw ingekomenen en evangelisatiewerk. Van 1951-1981 is het aantal predikantsplaatsen verdubbeld en op acht gekomen.
Dat heeft te maken met het ontstaan van de nieuwbouwwijken in Ede-West, in Ede-Veldhuizen en in Ede-Zuid. In die wijken werd snel kerkenwerk opgezet en intensief pastoraat bedreven. Dit ging gepaard met de bouw van kerken en wijkcentra. Deze inspanningen wijze erop dat de gemeente haar roeping heeft verstaan en ernaar heeft gehandeld. Wel moet gemeld worden dat in de naoorlogse periode zich drie groepen van de hervormde gemeente afgescheiden hebben. In 1948 is een deel van de leden overgegaan naar de oudgereformeerde gemeente. Eveneens in 1948 is een hervormde evangelisatievereniging eigen diensten gaan beleggen. Daaruit is de Taborgemeente ontstaan, een deelgemeente van middenorthodoxe signatuur. Een derde groep trad uit toen ds. G. M. van Dieren werd afgezet en hij eigen diensten ging houden onder de naam van Hervormde Evangelisatie, echter zonder aansluiting bij de Hervormde Kerk. Hoe verdrietig dit ook was, het heeft ertoe geleid dat de aandacht voor de opvang van nieuw ingekomenen en het pastoraat sterk is toegenomen. Dat is van groot belang geweest voor de visie op het werk in de nieuwbouwwijken.

Over de aanwezigheid van de hervormde gemeente
In de nieuwbouwwijken valt het volgende te rapporteren. Toen na 1950 aanzienlijke woningbouw in Ede-West plaatshad, heeft de gemeente alert gereageerd. De hervormde bewoners werden zo goed mogelijk opgevangen en bij de gemeente betrokken. Een nieuwe wijkgemeente werd gevormd. Een nieuwe predikantsplaats werd gesticht. Een nieuwe kerk werd gebouwd: de Sionskerk.
Na 1960 is grootschalige woningbouw in Ede-Veldhuizen begonnen. Er verrees een totaal nieuwe wijk. Door de hervormde gemeente werd pionierswerk verricht om de vele nieuwkomers op te vangen en gestructureerd kerkenwerk op te zetten, met als werkcentrum het houten gebouw 'de Ark'. Later werd kerk- en nevenruimte gehuurd in 'de Open Hof', gebouwd door de Gereformeerde Kerk en de Taborgemeente. In 1981 is het hervormd diaconaal centrum, met kerkzaal, 'de Ark' in gebruik genomen. In 1968 is een zesde predikantsplaats gesticht. Toen het bouwplan Veldhuizen-B werd gerealiseerd, heeft de hervormde gemeente opnieuw adequaat gereageerd. In samenwerking met de IZB werd voor een periode van vier jaar een evangelist-opbouwwerker aangetrokken. Een nieuwe wijkgemeente werd gevormd. Een zevende predikantsplaats werd gesticht. Er werd gericht gewerkt an kerkelijke opvang en integratie van de vele nieuwingekomenen. Van grote betekenis was de leiding van ds. T. van 't Veld, die vóór zijn komst naar Ede (1973) in Waddinxveen zijn sporen als opbouwpastor heeft verdiend.
Na Veldhuizen was Ede-Zuid aan de beurt. Eerst werd een rand van vrij hoge flats gebouwd. De genoemde evangelist-opbouwwerker werd voor een deel van zijn tijd ook hier ingezet. Tussen 1980 en 1990 werd de Maandereng volgebouwd. Met het oog op deze grote uitbreiding werd in 1981 een achtste predikantsplaats gesticht. Dit ging gepaard met de vorming van een achtste wijkgemeente. Kerkbouw werd niet nodig geacht. De Bethelkerk zou voldoende accommodatie bieden. Nadat de Maandereng volgebouwd was, is men al spoedig begonnen aan een grootschalig bouwplan van ruim 3000 woningen in de Rietkampen. Ondanks intensief bezoekwerk onder de nieuwe bewoners bleek de meelevendheid in die wijk niet groot genoeg om een negende wijkgemeente te vormen. De invloed van de secularisatie is in de loop der jaren steeds sterker geworden. Omdat voor de gemeente de grens van het financieel haalbare leek bereikt, kon in de Rietkampen slechts een klein semi-permanent gebouwtje worden geplaatst, dat al spoedig te klein was. Voor de kerkdiensten wordt gebruikgemaakt van de aula van een school.
Het was wel mogelijk om, weer in samenwerking met de IZB, voor een periode van vier jaar een evangelist te benoemen. Nauwelijks was de nieuwbouwwijk de Rietkampen volgebouwd of de plannen lagen klaar voor een nieuwe uitbreiding in het noorden van Ede, het gebied Kernhem. Inmiddels zijn daar de eerste woningen gereedgekomen. Vanuit wijkgemeente drie is het opbouwwerk begonnen. Het blijkt dat de hervormde gemeente Ede steeds heeft getracht om van meet af in de nieuwbouwwijken present te zijn, de vele nieuwkomers op te vangen en in het gemeenteleven te integreren.

Hoe voltrok zich het opbouwwerk?
Hier vermeld ik de ervaringen in Ede- Zuid. Kort na mijn intrede in Ede kwam er een flat met tien woonlagen en 120 appartementen gereed. Toen de flat bewoond was, zei de kerkenraad: 'Het is tijd om de flat te bestormen'. Ik moet verbaasd gekeken hebben. Men legde uit: we gaan op één avond met z'n allen, samen met de wijkcommissie, naar de flat. We bellen bij alle bewoners aan. We vragen hun of ze hervormd zijn. Indien niet, dan wensen we hun een goede tijd in hun nieuwe woning. Indien wel, dan vragen we of we even mogen kennismaken. We noteren de persoonlijke gegevens, vragen naar hun al of niet meeleven met de kerk, bieden de wijkgids en het kerkblad aan en geven de informatie waarom gevraagd wordt.
Het resultaat van deze aanpak is dat je meteen weet welke mensen hervormd zijn, of zij meelevend, half- of niet-meelevend zijn. Je beschikt over hun adressen en personale gegevens. Daar kan de kerkenraad de verdere opvang en het pastoraat op afstemmen. Ook is het van belang dat de nieuwe bewoners ervaren dat de kerk naar hen omziet. Mensen die in een vreemde omgeving binnenkomen, moeten zich oriënteren. Ze hebben vaak geen haast om dat op kerkelijk gebied te doen, zodat er van kerkgang niet komt. Soms voelt men zich bevrijd van sociale controle en laat men het afweten. Door een hartelijk welkom en een benadering zoals ik die beschreef, kan kerkelijk afhaken voorkomen worden. Soms worden niet-meelevenden weer kerkgangers.
De hierboven beschreven aanpak is ook toegepast in de nieuwbouwwijk de Maandereng. Er zijn daar geen flats gebouwd. Maar als de huizen in een straat bewoond waren, gingen wijkkerkenraad en wijkcommissie erop af en pasten dezelfde methode toe. In de wijk de Rietkampen waren het anderen die de kennismakingsbezoeken brachten, nl. de leden van een door de centrale kerkenraad benoemde werkgroep onder leiding van de wijkpredikant.
Toen de nieuwbouw in de Rietkampen steeds grotere omvang kreeg, werd het mogelijk uit de nieuwe bewoners kerkenraadsleden te benoemen. Zij gingen geleidelijk het werk van de werkgroep overnemen. Ondanks al dit werk en ondanks het werk van de evangelist is het aantal meelevende leden beneden de prognose gebleven. Er is geen nieuwe wijkgemeente gevormd. Door verschuiving van de wijkgrenzen is een oplossing gevonden, die echter niet geheel bevredigt. Ter aanvulling nog het volgende. Doordat we in Ede een hervormde deelgemeente hebben, moeten we er rekening mee houden dat zij die zich hervormd noemen, ingeschreven kunnen zijn of willen worden bij de deelgemeente.
Bij de nieuwe bewoners zijn er uiteraard ook heel wat die van elders komen en van een andere modaliteit zijn dan van de Gereformeerde Bond. Zij vinden het vaak vreemd dat er in Ede twee verschillende hervormde gemeenten zijn. Daarom is er bij het genoemde kennismakingsmateriaal, zoals wijkgids en kerkblad ook een folder, die door de gemeente en de deelgemeente gezamenlijk opgesteld is. In die folder wordt kort de situatie geschetst en de keuzemogelijkheid vermeld. De mensen kunnen zich dan oriënteren en zich bij de gemeente aansluiten waar ze zich qua modaliteit thuisvoelen.
Van beide zijden vinden we het beter dat men zich bewust kerkelijk aansluit dan dat men onkerkelijk wordt. Verder wijs ik erop dat ook voor de opbouw van een nieuwe wijk een goede ledenadministratie onontbeerlijk is. Werken met een slecht bijgehouden kaartenbak is een belemmering voor het goed functioneren van het gemeentewerk. Het is van belang om zo snel mogelijk tot een indeling van de leden in meelevenden, half- of nietmeelevenden te komen, op de gezinskaart of persoonskaart aan te geven met een resp. blauwe, groene en rode ruiter. Wie niet ingedeeld is, krijgt een witte ruiter. Deze laatste categorie zijn de onbekenden, meestal de nieuwst ingekomenën, die zo spoedig mogelijk bezocht dienen te worden. Door de adressen van de niet-meelevenden door te geven aan de evangelisatiemedewerkers bespaart men de ouderlingen het tevergeefs benaderen van deze mensen. Zij kunnen zich geheel richten op de leden die hen ontvangen willen. Daarbij behoren ook de half-meelevenden, die niet of vrijwel nooit naar de kerk gaan. Ook aan hen kan op het huisbezoek het Woord van God worden doorgegeven.

Ter afsluiting
Ik kom nog tot de volgende opmerkingen. De ervaringen in Ede leiden tot de conclusie dat de opvang van gemeenteleden in nieuwbouwwijken spoedig moet gebeuren en krachtig moet worden aangepakt. En zodra de mogelijkheden er zijn, moet er kerkenwerk opgezet worden: kringwerk, jeugdwerk, catechese, diaconale hulpdienst, enz. Het voornaamste mogen we echter niet vergeten. Nog altijd zijn de kerkdienst en de prediking van het Woord de krachtcentrale voor alle arbeid in de gemeente van Christus. Gemeenschapsvorming door en rond het Woord moet voorop staan. Maar daarnaast zijn allerlei vormen van kerkenwerk in de week heel belangrijk voor de binding in en aan de gemeente. En ik kan er niet genoeg op wijzen dat de ervaring leert hoe uiterst voornaam trouw pastoraat is. Schakel contactpersonen in die de gemeenteleden in de buurt kennen. Zij kunnen de pastor en de ouderling een tip geven als pastorale hulp nodig is.
De benadering van de categorie nietmeelevenden is in de loop der jaren steeds moeilijker geworden. Onze ervaring in Ede is dat het daarvoor ook steeds moeilijker wordt om evangelisatiemedewerkers te werven. Zij die er nog aan beginnen willen, haken al spoedig gefrustreerd af. Daarom is het van belang om de kern van de gemeente te vormen en toe te rusten tot een evangelisatorische gemeente: tot een gemeente die, hoe klein ook soms, het beeld van een levende gemeente vertoont. Een gemeente die in woord en in levenswijze laat zien dat zij niet van de wereld, maar van Christus is. Daarbij hebben we nodig het niet aflatende gebed om de Heilige Geest.
De situatie in Ede, een GB-gemeente met acht predikantsplaatsen, is niet te vergelijken met de situatie in gemeenten als Den Haag, Zoetermeer of Apeldoorn. Toch denk ik dat de ervaringen in Ede opgedaan hun waarde hebben en van betekenis kunnen zijn voor de bezinning rond Vinex-locaties. Daarom heb ik graag willen voldoen aan het verzoek van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond om deze bijdrage te geven.
G. BIESBROEK, EDE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ervaringen in Ede

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's