Toezien hoe ieder bouwt
EEN NIEUW BEGIN IN 2002
Het overgaan van de drempel naar een nieuwe jaarkring betekent behalve een terugblik altijd weer stilstaan bij de toekomst. Dat geeft in het vaste patroon van de kalender heel eigen sfeer aan de laatste dagen van december. Wat is het anders dan onze verhouding ten opzichte van Christus, die bepalend is voor de wijze waarop we het jaar uitgingen en het jaar onzes Heeren 2002 zijn begonnen? Wie weet dat Hij regeert dat de boekrol van de geschiedenis in Zijn hand ligt, mag vol verwachting uitzien. Hoe aangevochten ook.
We vragen ons niettemin af wat er verborgen is in de schoot der toekomst en tegelijk willen we het niet weten. Een mens kan immers niet te veel dragen en God belooft de Zijnen genade op Zijn tijd. Hoe zouden we het afgelopen jaar onbekommerd onze roeping en taak hebben kunnen volbrengen, als we vooraf geweten hadden van de rampspoed die er in 2001 ook geweest is, in ons land en in de wereld, in de samenleving en in onze kerk? Menige lezer zal wellicht aanvullen: én in mijn leven en in het leven van degenen die mij lief zijn. God gaat Zijn ongekende gang in de tijd en de gelovigen mogen Hém volgen.
Nieuw begin
Ook de nieuwe jaarkring zijn we samen ingegaan vanuit de wetenschap dat het kerstfeest geweest is. God maakt een nieuw begin. Dat is radicaal van een ander niveau dan dat onze kalender ons aanwijst dat het januari geworden is. Te midden van de donkerte en de duisternis, waarvan voorzegd was dat ze over de aarde komen zou, mag de gelovige ophoren van de beloften die God in Christus vervuld heeft: 'Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan', meldt het laatste hoofdstuk van het Oude Testament. Hoopvol perspectief voor allen die knielden bij de kribbe van het Kind. Hoe zou er het in deze wereld uitzien, als we niet konden leven bij de heilsfeiten. Het heil realiseren wij niet, de vrede komt niet door onze inspanningen tot stand, evenmin als wij het kerkelijk leven gaande houden. Ook dat laatste moeten we steeds maar beseffen. Het Woord is naar de aarde gekomen, heeft onder ons gewoond. 'En aan de grootheid van de heerschappij van het Kind zal geen einde zijn op de troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe' (Jesaja 9). Hij regeert door Zijn Woord en Geest, Hij houdt Zelf de lofzang gaande, ook in de gemeente van onze dagen.
***
Ondertussen betekent het feit dat ondergetekende op deze plaats een bijdrage levert dat we in de geschiedenis van de hervormd-gereformeerde beweging en daarin ook van de Waarheidsvriend een nieuwe fase ingegaan zijn. Sommige feiten kunnen zich onverwachts aandienen, andere zijn korter of langer tijd van tevoren te verwachten. Het gegeven dat dr. ir. J. van der Graaf deze maand de 65-jarige leeftijd hoopt te bereiken, betekent dat de tijd daar is dat het eindredacteurschap van ons blad in andere handen is overgegaan. Het is hier niet de plaats om daar uitvoerig op in te gaan, wetend dat er rond de afscheidsreceptie van onze broeder volgende week zaterdag het nodige gezegd en geschreven zal worden.
Van der Graaf trad in 1966 toe tot de redactie van de Waarheidsvriend. Drie jaar later vroeg ds. G. Boer hem het hoofdredacteurschap over te nemen, nadat hij al enige tijd als redactiesecretaris had gefunctioneerd. Hoeveel artikelen er in deze 36 jaar van zijn hand verschenen zijn en hoeveel onderwerpen er aan de orde gesteld zijn, het is nauwelijks nog na te gaan. Het is in feite ook niet zo belangrijk, want juist bij een wisseling van de wacht en daarin ook op een markeringspunt in de geschiedenis van ons blad, beseffen we dat het niet om mensen gaat, hoeveel zij ook hebben betekend, maar om Hem Die mensen in Zijn dienst neemt en die door de dienst van mensen bouwt aan Zijn heerlijk Koninkrijk. Daarvan getuigt de naam van ons blad en daarvan spreekt de tekst die elke week op de voorpagina geciteerd wordt: 'Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven.' In die zin blijft de roeping die onze naam met zich meebrengt.
Blijven bij het fundament
Deze overtuiging maakt de vraag wat er anders zal worden tot een betrekkelijke. Want in de kerk beseffen we, ook bij het opschuiven van de generaties, dat het gaat om de continuïteit van Gods werk, om de voortgang van vooral de verkondiging van het Evangelie, maar afgeleid daarvan ook om de voortgang van de arbeid in toerustende en voorlichtende zin, op grond van de Schrift en de belijdenis van onze kerk. 'Opdat het Woord zijn loop hebbe.'
Wat is er beter dan dat we daaraan onze krachten hebben mogen geven? Dat we te midden van de afbraak en de malaise die op veel plaatsen snel om zich heengrijpen, ook getuige geweest zijn en nog zijn van de opbouw van het lichaam van Christus? En dat we naar 'de maat der gave van Christus' (Efeze 4: 7) daaraan meewerkten? Dat bouwwerk gaat voort, ook in een nieuw begonnen jaar en ook bij voor het oog ingrijpende wijzigingen in de verantwoordelijkheden voor ons blad. Het is daarom vooral een aansporing om te blijven bij het fundament. Ik weet dat het redactionele werk voor ons blad niet rechtstreeks toe te passen is op het werk in de gemeente, maar kan het niet laten aandacht te vragen voor 1 Korinthe 3. Paulus heeft hier eerst de vinger gelegd bij de verdeeldheid in de gemeente en wijst daarna op de verantwoordelijkheid die iedereen binnen Christus' gemeente heeft. 'Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar eenieder zie toe, hoe hij daarop bouwe. Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.'
***
Staande op dat fundament kunnen we onze arbeid in de kerk voortzetten, op welke plaats ook en in welke tijd ook. Dezer dagen las ik de 'Memoires' van ds. J. van Rootselaar (1906-1990), die hij niet lang voor zijn overlijden op schrift stelde, zonder de bedoeling dat die ooit uitgegeven zouden worden. Opvallend is hierin dat deze predikant in zeer uiteenlopende situaties gebouwd heeft en zo tot zegen geweest is: in Hagestein waar bij zijn komst geen avondmaalsgangers meer waren, in Wanswerd en Jislum waar in de gemeente nauwelijks draagvlak voor de hervormd-gereformeerde prediking was, te midden van de richtingenstrijd in Delft en de spanningen in Barneveld. Bij zijn komst naar Delft geeft ds. Van Rootselaar de reactie van ds. P. Zandt door: 'Niet veranderen in je leer, blijven die je bent. En je zult een goed gemeenteleven krijgen in Delft'. Zandt bleek later volkomen gelijk te hebben gehad.'
En hoe die gereformeerde leer moet leven, moet functioneren, meldt ds. Van Rootselaar bij zijn komst naar Oud-Alblas in 1949: 'Wel was de gereformeerde waarheid er te veel traditie geworden. Het echte leven eruit ontbrak te veel. Dat leidt tot koudheid. Niet alleen is het geloof niet werkzaam in dit leven en mist de mens in zo'n geval de levende band met God in Christus, zodat de heiliging ontbreekt en er geen getuigenis van ons leven uitgaat. (...) Ook vervalt men door het gemis van de levende band door Gods Woord en Geest gemakkelijk in zonde- en werelddienst. De krachtige tegenstand tegen het zondeleven, die alleen door de Heilige Geest geboden kan worden uit Christus, ontbreekt.' Die eenheid van leer en leven uit Christus luistert nauw in de kerk, in de gemeenten en in ons persoonlijk leven. Daar zij het ons samen steeds weer om te doen. Dat is de beste remedie, de enige oplossing die werkelijk zoden aan de kerkelijke dijk zet. Als we - bevangen door vrees - de toekomst in zien, zal op God ons vast vertrouwen staan. Want: 'aan Zijn Koninkrijk zal geen einde zijn' (Lukas 1: 33)
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's