Een vriend van de Bruidegom.
Herinneringen bij het ontslapen van dr. Gijsbert van den End, dienaar van het Goddelijke Woord. 10 november 1942 - 19 december 2001
Half september maakten we onze laatste fietstocht. Precies op de afgesproken tijd haalde hij me op bij de Christelijke Hogeschool Ede. We kozen voor de Heideroute, een tocht van enkele uren door de prachtige Veluwe, het stukje Nederland waaraan hij zeer verknocht was. Hier en daar stonden nog wat heidepollen in bloei. Op een omgevallen boomstam aten we ons brood op. Ondanks alles genoten we.
Een radicale wending
Achteraf gezien is het verbazingwekkend, dat hij deze fietstocht heeft kunnen volbrengen. Hij was wel moe, maar zijn lichaam moet toen al door en door ziek zijn geweest. Onze afspraak had ook alles te maken met zijn gezondheid. Al enkele maanden ging het werk moeizamer en waren er verschijnselen die hem zorgen baarden. Uitgeput dachten we aanvankelijk, opgebrand door het jarenlange predikantswerk waaraan hij zich met meer dan normale inzet heeft gegeven. Hij voelde zelf ook wel aan dat het beter was een poosje de luwte op te zoeken. Hij meende alleen dat het toen nog niet kon. Liever eerst de verkiezing van nieuwe ambtsdragers achter de rug. En zou hij toch ook niet proberen om de belijdeniscatechisatie te blijven doen, want daar beleefde hij opnieuw zoveel vreugde aan? En voor hoelang zou hij zijn preekbeurten dan afzeggen? Over deze dingen wilde hij - al fietsend - met me praten.
Op 31 oktober - hervormingsdag - nam zijn leven een radicale wending. Het was de dag waarop de uitslag van het medisch onderzoek in het academisch ziekenhuis in Utrecht bekend werd. In plaats van een burn out, bleek er iets heel anders aan de hand te zijn. Acht tumoren in het hoofd en naar later duidelijk werd uitzaaiingen door zijn hele lichaam. Zeven weken later kwam het einde. Hij werd 59 jaar. God nam zijn kind, zijn knecht tot Zich. Ontslapen in Christus, in het vaste vertrouwen op Gods beloften.Voor eeuwig Thuis. Op 24 december hebben we zijn lichaam toevertrouwd aan de schoot der aarde, waar het zal rusten tot de jongste dag. In de rouwdienst stonden we, op zijn eigen verzoek, stil bij Romeinen 8: 18. Zijn heengaan betekent een smartelijk verlies voor allen die zich met hem verbonden wisten. Een diepe kerf vooral in het leven van zijn vrouw en kinderen, die hij zo intens liefhad. Na weken van intensieve, liefdevolle verzorging van hun man en vader, zal de lege plaats elke dag voelbaar zijn. We bidden hun toe dat ze in de komende tijd Gods troostvolle nabijheid even sterk mogen ervaren, als tijdens de ziekteperiode het geval was.
Markante persoonlijkheid
Niet alleen in de kring van familie en vrienden zullen we hem missen. Ook onze kerk heeft veel in hem verloren. Een collega merkte dezer dagen heel treffend op: predikanten van het type dominee Van den End worden zeldzamer. Sommigen zagen in hem trekken van zijn vader terug, terwijl anderen juist overeenkomsten met zijn oom ds. G. Boer meenden te herkennen. Onmiskenbaar had ook het leervicariaat bij ds. L. Blok, een stempel op zijn predikantschap gedrukt. Hoe dan ook: een markante persoonlijkheid was hij. Altijd en overal straalde hij een zeker gezag uit, hoewel manifestatiedrang hem vreemd was. Daarvoor kende hij zichzelf te goed als zondaar voor God. Gemeenteleden hebben hem leren kennen als een gedreven prediker en een bewogen pastor. Scherpzinnig en gezegend met een luisterend hart. Vergaderen en besturen waren niet zijn grote voorliefdes. Wanneer hij zich al eens liet strikken voor de een of andere functie, had hij er na enige tijd alweer spijt van. Zich onttrekken aan het dragen van verantwoordelijkheid binnen het geheel van de kerk wilde hij zeker niet, maar zijn hart lag ergens anders. Zoveel mogelijk energie en tijd besteedde hij aan de prediking en de catechese. Daarmee heeft hij dan ook diepe sporen mogen trekken in al de gemeenten die hij gediend heeft. Wat zijn verkondiging en onderwijs zo bijzonder maakte? Evenwichtig, eerlijk, grondig, direct, aansprekend, leerzaam. Dat zijn woorden die al gauw boven komen drijven als ik aan hem terugdenk. Maar misschien kan ik het nog beter met een ander woord samenvatten: christocentrisch. Dat kenmerkte hem nog het meest. Hij was bezig als een vriend van de Bruidegom, die net als Johannes de Doper niets liever deed dan heenwijzen naar Christus, het Lam Gods dat de zonden der wereld heeft gedragen.
Al heel jong was in zijn eigen hart de liefde tot de Heere Jezus ontwaakt en sindsdien werd hij gedreven door één passie: jongeren en ouderen werven voor de bruidsgemeente van de hemelse Bruidegom.
Gemakkelijk maakte hij het zijn gemeenteleden en dus ook de catechisanten niet. Aan de versimpeling en de psychologisering van het Evangelie, die hij - ook in eigen kring - constateerde, weigerde hij mee te doen. Een christen zonder kennis gaat maar wat drijven op zijn gevoelens of vermeende rechtzinnigheden, was zijn diepe overtuiging. De Heilige Geest wil ons vastmaken in de Schriften. We blijven ons leven lang leerlingen. Daarom mogen predikers zich niet beperken tot het uitdelen van melk, maar moet er ook vaste kost worden opgediend, 's Zondags en door de week. Het Woord moet echt opengaan. Het Woord alleen en het Woord helemaal.
Van Zalk tot Voorthuizen
In zes gemeenten heeft hij zo een richtingwijzer mogen zijn. Om te beginnen in Overijssel (1968). Zalk en Veecaten heeft altijd iets gehouden van een eerste liefde. Haarscherp herinnerde hij zich de namen van ambtsdragers en gemeenteleden die veel voor hem betekend hebben. De hartelijkheid en de geestelijke steun die hij als jonge, beginnende dominee van hen ontving, is hij nooit vergeten. En toen hij eind september alle preekbeurten moest afzeggen vanwege de vermeende burn out, had hij stiekem één dienst in december laten staan. Jawel, in Zalk en Veecaten. 'Ik had zo gehoopt daar de draad weer te mogen oppakken', vertrouwde hij me toe. In zijn tweede gemeente Papendrecht (1973) werd hij in het diepe geworpen. Interne tegenstellingen enerzijds en de uitdaging van een groeiende nieuwbouwwijk anderzijds vroegen veel van hem. Boeiend en vermoeiend tegelijk, verzuchtte hij nogal eens. Hij heeft er heel veel zegen mogen ervaren, vooral onder de jeugd en de jonge gezinnen. Een collega op de Christelijke Hogeschool die hem in Papendrecht meemaakte, zei vorige maand tegen me: 'De catechese van ds. Van den End heeft mijn leven beslissend beïnvloed'. Hij is niet de enige die met heel veel dankbaarheid terugdenkt aan diens verblijf in het dorp aan de rivier. Van de Drechtstreek leidde in 1980 zijn weg - Góds weg - opnieuw naar de IJsselstreek. Uit de Kampense periode zijn hem de diensten in de Bovenkerk en de Broederkerk het meest bijgebleven. De Psalmen, die hem toch al zo lief waren, kregen een extra dimensie door de massale gemeentezang onder leiding van Willem-Hendrik Zwart. Na zes jaar verwisselde hij in 1986 deze standplaats voor Huizen in het Gooi. In deze gemeente zou hij zich optimaal thuis gaan voelen. Hij kon er met vreugde zijn werk doen. Hij vond er ook de ruimte en de rust om de promotiestudie af te ronden. In 1994 mocht ik hem in de Schildkerk bevestigen als predikant van de Rijssense gemeente. Meer dan elders ontmoette hij er de volkskerk en hij heeft ook daarvan de uitdaging mogen oppakken. De werkdruk was hoog. Maar de trouw van de gemeente, zowel op zondag als door de week, stimuleerde hem om jongeren en ouderen tot bewustwording en verdieping te leiden. In zijn laatste gemeente Voorthuizen (sedert 1999) heeft vooral de veelkleurigheid hem getroffen. De ontmoeting met de evangelische stroming drong hem zich opnieuw te bezinnen op de waarde van het verbond en de kinderdoop.
Hij ging het gesprek niet uit de weg, maar raakte wel te meer overtuigd van de onschatbare waarde van de reformatorische traditie, mits die op een eigentijdse en authentieke manier wordt overgedragen aan het opgroeiende geslacht.
Studie
Op 8 maart 1985 belde hij me in alle vroegte op. 's Daags tevoren hadden we elkaar ontmoet in een van de gebouwen van de Utrechtse Universiteit, waar ik toen mijn doctoraalexamen aflegde. Tot mijn grote verrassing zat hij me, samen met mijn vrouw, op te wachten. Tijdens de koffie spraken we over het belang van de blijvende studie in de pastorie. Zonder omhaal van woorden meldde hij me de volgende ochtend dat er in huize Van den End die nacht een 'historische beslissing' was gevallen. Als God hem de kracht en de gezondheid wilde geven, zou hij binnen vijf jaar zijn proefschrift proberen af te ronden. Vanaf die dag werden de morgenuren besteed aan het promotieonderzoek. Het studieveld betrof een oude liefde: een uitwerking van de doctoraalscriptie over de zeventiende eeuwse predikant Guiljelmus Saldenus. Hij typeerde hem als een praktisch en irenisch theoloog uit de Nadere Reformatie. Vooral de visie van 'zijn' oude schrijver op de prediking en de vragen van pastorale aard boeiden hem. Hij had de gewoonte om via de telefoon hele passages van zijn concepttekst voor te lezen. Als het over deze aspecten ging, klonk zijn stem met de minuut enthousiaster. Begrijpelijk, wat hij tijdens de studie-uren ontving, kon hij meenemen en vertalen in zijn eigen predikantswerk. De studie was voor onze broeder Van den End geen doel op zichzelf. Wat hij in het wetenschappelijk onderzoek opdiepte, deelde hij in pasmunt weer uit aan de gemeente. En omgekeerd, zijn grondige preekvoorbereiding maakte hij meer dan eens vruchtbaar voor een brede lezersgroep. Zijn bijdragen aan dagboeken als Gods weg met mensen en Elke dag een Psalm zijn door velen gewaardeerd. Op tal van gemeente kringen werd en wordt gebruik gemaakt van zijn bijbelstudies over de zendbrief van Paulus aan Efeze en over de Hebreeënbrief, verschenen in de serie Schriftwerk. Tot zijn diepe dankbaarheid beleefde ook zijn boekje Groeien in het geloof diverse herdrukken. Het stemde hem tot grote vreugde dat zijn persoonlijke Schriftstudie op deze wijze ook tot zegen mocht zijn voor jongeren en ouderen buiten zijn eigen gemeente. Zijn publicaties vallen op door helderheid en bijbelse eenvoud, en vooral door een praktische en pastorale toonzetting. Ze zijn stichtend in de goede zin van het woord.
Vriendschap
Het valt me moeilijk om dit 'In memoriam' af te ronden. Te goed heb ik hem leren kennen als mens en als dominee, te veel hebben we gedurende 27 jaar met elkaar gedeeld om in enkele kolommen samen te vatten. Als vicaris te Papendrecht ben ik bijna vier jaar bij hem in de leer geweest. Onze relatie is daarna verdiept tot een hechte vriendschap. Nooit hebben we in al die jaren ook maar één week overgeslagen om elkaar te bellen, behoudens de weken dat één van ons met vakantie in het buitenland was. Elke zaterdagavond spraken we met elkaar over persoonlijke zaken, maar ook over de prediking en de dingen die in de gemeente aan de orde waren. We konden in één en hetzelfde gesprek lachen en het hart luchten. Zowel de vreugden als de moeiten van het predikantswerk werden uitgewisseld. Het is onmogelijk om in woorden uit te drukken wat onze vriendschap en geloofsverbondenheid voor mijzelf betekend heeft. Een vriend en broeder als hij kan ik iedere (jonge) collega alleen maar toewensen. Het georganiseerde mentoraat in onze kerk zou daarmee in veel gevallen op slag overbodig worden. Onze ontslapen broeder leed eraan dat de omgang tussen collega's in de afgelopen decennia killer is geworden. Hij vond dat er te weinig geïnvesteerd werd in meeleven met elkaars gezinnen, in het onderlinge geloofsgesprek, in het elkaar stimuleren in prediking en studie. Het moge een aansporing zijn voor ons die achterblijven om elkaar meer tot een hand en een voet te zijn in het vaak toch wat eenzame domineesbestaan.
Zijn laatste preek
Op 7 oktober preekte hij voor het laatst, 's Morgens in Voorthuizen, 's avonds in Nijkerk. Israëlzondag! De tekst voor de verkondiging was Psalm 122: 6a: 'Bidt om de vrede voor Jeruzalem'. In de loop der jaren is zijn betrokkenheid bij Gods weg met het joodse volk alleen maar toegenomen. Ook daarin wisten we ons verbonden.
De preek eindigde met een machtig perspectief, dat ik als laatste wil doorgeven: 'Is er toekomst voor Jeruzalem? Gelukkig wel, al bedenken we intussen ook dat het aardse Jeruzalem Gods laatste doel niet is. Het Jeruzalem hier is een beeld, een afspiegeling van het Jeruzalem dat boven is. Van de stad die straks neerdaalt vanuit de hemel. Eerst het aardse, dan het hemelse. Dat is de juiste volgorde. Jeruzalem, woonplaats van God, plaats van gemeenschap tussen de Heere en Zijn volk. Hemels Jeruzalem, moederstad van Israël en de volken samen. Naar de openbaring van die toekomst zien wij uit. Met groot verlangen'.
Mag de gedachtenis aan Gijsbert van den End, vriend van de Bruidegom, tot zegen zijn.
Soli Deo Gloria.
M. VAN CAMPEN, WADDINXVEEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's