NAMEN NOEMEN [25]
RUTH
In zekere zin zou Ruth de naam van haar schoonzuster kunnen dragen. Die heet Orpa, haar naam zou afkomstig kunnen zijn van een woord dat 'nek' betekent, en wordt dan vertaald met 'hardnekkig' of'koppig'. Toch is zij meegaander en veel makkelijker te overtuigen dan Ruth. Als Naomi op weg naar Bethlehem er hartstochtelijk op aandringt, dat ze maar terug moet gaan naar het vertrouwde Moab, om daar als weduwe opnieuw haar levensgeluk te vinden, geeft ze in tweede instantie al toe. Al is het met tranen in de ogen, ze houdt het niet vol om mee te gaan naar het vreemde Broodhuis. Ruth daarentegen wordt bij de herhaalde ontmoedigingen van haar schoonmoeder in haar richting alleen maar koppiger om bij haar te blijven. Hardnekkig, maar ook hartstochtelijk bezweert ze haar schoonmoeder om op te houden om haar over te halen van haar weg te gaan. Ze blijft bij Naömi, en daarmee uit: "Want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk en uw God mijn God. Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden; alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, zo niet de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en tussen u' (Ruth 1: 16, 17).
Toch is dat onafscheidelijke nou juist de charme van haar eigen naam. Ze heet terecht Ruth. Die naam heeft mogelijk verbinding met een werkwoord dat een veelheid van betekenissen in zich draagt. Het staat allereerst in de sfeer van een herder en zijn kudde, die in afhankelijkheid bijeen horen, omdat de herder de kudde voedt. Zo komt vervolgens de notie van verbondenheid en vriendschap in zicht als een tweede betekenis van dit woord. Het bekende woord 'naaste' is verwant aan de naam van Ruth, die 'vriendin' of' metgezellin' betekent. Ruth is geen toevallige voorbijgangster, die even de weg van Naömi kruist, en weer haar eigen gang verder gaat. Ze is de levenslange gezellin, in de verbondsgemeenschap met de God van Israël. Ze is niet alleen de schoondochter, in natuurlijke verbondenheid met de moeder van haar overleden echtgenoot. Ze is ook de geestelijke vriendin, die haar schoonmoeder in haar Mara-bitterheid tot bijzondere troost zal zijn. En zo wordt ze de levensgezel van Boaz, met wie ze samen in de stamboom van de Heere Jezus is opgenomen. Wat een wonder, ze mag ook een moeder van de Zaligmaker zijn, hoewel ze uit het vervloekte Moab afkomstig is!
Behalve in het boekje dat naar haar genoemd is komen we haar naam nog slechts eenmaal tegen in het reeds vermelde geslachtsregister van Mattheüs 1. Toch is zij een belangrijke naam gebleven in Gods heilsgeschiedenis. De wijze waarop deze vrouw uit hartelijke liefde de verbondsgemeenschap met de God van Israël verkiest boven haar natuurlijk geluk in het land van haar eigen herkomst is voorbeeldig. Bijzonder ook is het te mogen zien hoe deze 'vreemde' vrouw ook van Godswege in Israël wordt ingelijfd en een 'vriendin en metgezel' mag zijn van allen die Zijn Naam ootmoedig vrezen. Haar liefde en vriendschap staan ten dienste aan de voortgang van Gods verbondsweg met Israël. Zij is voorbeeldig voor alle tijden waar het gaat om de weg om tot dat heilsverbond te mogen behoren. Het is wat Boaz in haar aantrekt en wat hij van haar prijst: 'De HEERE vergelde u uw daad en uw loon zij volkomen, van den HEERE, den God Israëls, onder Wiens vleugelen gij gekomen zijt om toevlucht te nemen' (Ruth 2: 12).
M. A. VAN DEN BERG
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's