Globaal bekeken
Soms treft men een treffend gedicht, zonder dichterlijke pretenties. In dit geval een gedicht over (soms dementerende) bejaarden, dat we aantroffen in een bepaald orgaan, ondertekend met N.N., getiteld Zalig zij.
'Zalig zij, die mij aanvaarden
ook al ben ik dan bejaard.
Die mij in mijn daaglijks leven
zorg en ongemak bespaart.
Zalig zij, die het beseffen
dat ik ze niet zo goed versta
en die het gewoon negeren,
als 'k een stommiteit bega.
Zalig zij, die mij vergeven
als ik niet hun naam meer ken,
en die mij heel goed laten merken,
dat ik nog onmisbaar ben.
Zalig zij, die willen helpen
als het misgaat met mijn werk,
die me gaarne vergezellen,
om te bidden, in de kerk.
Zalig zij, die niet gaan schelden
als 'k tafelkleed verschroei,
die de and're kant op kijken
als ik met m'n koffie knoei.
Zalig zij, die niet steeds zeuren:
"Opa loop een beetje recht",
me niet voor de voeten gooien:
"Hebt u dat al niet gezegd?"
Zalig zij, die voor me zorgen
ook al duurt het jarenlang,
me vertroetelen en troosten
als ik eenzaam ben en bang.
Zalig zij, die van me houden
ook al ben ik hen tot last,
en die op me blijven passen
ook, wanneer het hen niet past.
Zalig zij, die met mij samen,
nog eens teruggaan in de tijd,
en die met mij blijven praten
ook al ben 'k de draad eens kwijt.
Zalig zij, die mij als mens zien
met mijn vreugde en mijn pijn,
die me heel goed laten voelen,
dat 'k niet eenzaam hoef te zijn.
De heer H. F.(lorijn) schrijft in zijn lezenswaardige rubriek 'Naar aanleiding van ...' in De Wachter Sions over 'Goudse graven':
'De meeste bezoekers van de Goudse St.-Janskerk komen, behalve onder kerktijd dan, voor de gebrandschilderde glazen. Tenminste dat neem ik aan. Want het foldertje dat je bij de entree krijgt, is vooral gevuld met een korte beschrijving van het glaswerk. Nu is dat niet zo verwonderlijk, want de Goudse glazen zjjn wereldberoemd, en eerlijk is eerlijk, ze zijn het bekijken zeker waard.
Maar er is meer in de kerk dat boeit. Zo is ook het orgel fraai en ademt het hele gebouw de rust uit, die zo kenmerkend is voor de oude Godshuizen van ons land. Vandaar dat het er goed vertoeven is.
Maar er is meer dat de bezoekers wordt meegegeven. Onderwijs kan men er ontvangen, nagelaten door degenen die allang ontslapen zijn. Door middel van hun zerken wordt in ieder geval onder de aandacht gebracht dat het leven zijn grenzen heeft.
Lopend langs de Goudse graven kun je soms kernachtige spreuken aantreffen. Ik denk allereerst aan de grafsteen van L. L. de Baes, waarop staat:
"Teghen de doodt en is geenen schilt.
Daerom leeft soo ghij sterven wilt."
Een Latijns opschrift is te vinden op een zerk uit ongeveer 1623. Hij bedekte het graf van een zekere Pieter Tristeyn, die op 6 oktober 1623 overleed. Eerder, op 10 december 1614 was zijn vrouw hem voorgegaan. Boven hun laatste rustplaats was te lezen:
"Gloria Dei finis tristitiae". Dat betekent: "De roem van God is het einde van de droefgeestigheid".
Oud is ook de grafsteen van Cornelis Ghoeverts Wijck, die stierf op 2 juli 1572. Meer dan dertig jaar zou zijn vrouw Merietgen Willems hem overleven. Zij overleed op 9 januari 1605. Op hun steen werd gebeiteld:
"Wel hem die in tijts bevroet,
Dat wel leven wel sterven doet."
Het was een spreuk die blijkbaar aansprak, want ook op een ander graf kwam ik hem tegen. En ik geef hem met de andere twee, zodat ook u er even bij stil kunt staan.'
Morgen, 11 januari, hoopt ds. W. van Vlastuin, hervormd predikant te Katwijk aan Zee aan de Theologische Universiteit Apeldoorn te promoveren op een proefschrift, getiteld De geest van opwekking - 'Een onderzoek naar de leer van de Heilige Geest in de opwekkingstheologie van Jonathan Edwards (1703-1758)'. Promotor is prof. dr. W. van 't Spijker. We feliciteren de promovendus van harte met de voltooiing van zijn promotiestudie en wensen hem een goede dag toe in Apeldoorn. Hier volgen enkele stellingen bij het proefschrift:
• Jonathan Edwards' visie op de verhouding tussen Oude en Nieuwe Testament vormt de achtergrond voor zijn acceptatie van gezangen in de eredienst.
• Evenals bij Calvijn wordt het verbond bij Edwards inhoudelijk bepaald door de rechtvaardiging van de goddeloze alleen door het geloof.
• Het feit dat de kanttekeningen op Hebreeën 11: 5 de rabbijnse exegese volgt, is een aanwijzing dat de Statenvertaling haar zelfstandigheid ten opzichte van Calvijn bewaart.
• De gelovige bestudering van de kerkgeschiedenis beoogt evenals de christelijke studie van de bijbelse vakken een dieper verstaan van Gods Woord.
• Handelingen 4: 31 leert ons dat de persoonlijke vervulling met de Heilige Geest in de uitoefening van het ambt onmisbaar is.
• Het bevindelijk aspect van theologie en prediking is essentieel voor het christelijk geloof.
• Men kan niet gereformeerd zijn zonder katholiek te denken.
• Voor gereformeerde oecumene is gemeenschappelijke bezinning op de betekenis van de doop onmisbaar.
• De psychologisering van de theologie betekent een aantasting van haar wezen.
• Hoewel de lichamelijke oefening tot weinig nut is, dienen we dit nut niet te onderschatten, met name voor zware dominees.
v.d.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's