De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dienaren zijn kruisdragers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dienaren zijn kruisdragers

OPENINGSWOORD CONTIO 2002

12 minuten leestijd

Aan het begin van dit nieuwe jaar wensen we elkaar Gods heil en zegen toe. De jaren, ook die van ons leven, zijn in de handen van onze God. '... Deze volle, rijke Naam, (Jezus) uit Gods hart voortgesproten, door engelen bekend gemaakt ... sindsdien door de Kerk met eerbied uitgesproken ... de meest gezegende onder alle namen hier op aarde sta ook aan de poorten van dit jaar en zij ons als ... de zalfolie van Gods hogepriester, die van zijn hoofd neerdruppelt op heel zijn baard en vandaar op zijn klederen. Deze Naam zij het eerste woord, dat kinderen die nog niet kunnen spreken leren, het laatste woord gehoord door stervenden ... Ook in dit jaar klinke deze Naam van dag tot dag, van uur tot uur ... alle landen moeten vervuld worden van Zijn heerlijkheid en alle schepselen uiteindelijk de lofprijzing mede aanheffen: Gezegend zij Jezus Christus'.

Deze gedachten ontleen ik aan een bloemlezing uit de werken van Wilhelm Löhe. Dit gebed ga met ons mee in ons persoonlijk leven en in onze ambtelijke dienst, dit jaar. Hier alleen is onze hoop: de Naam ons door de Vader gegeven. Tegelijk is daar de inhoud van onze verkondiging mee aangeduid: de prediking van Jezus Christus, de Gekruisigde, de Opgestane.

Het zit echter in de aard van onze zondige natuur om altijd weer op een ander fundament te bouwen. Het bloed dat wij in onze aderen hebben, heeft steeds de neiging ons bestaan sterker te beïnvloeden dan het bloed van Jezus Christus, dat voor ons is gestort. Dat is ook voor dienaren van Christus een voortdurende waarschuwing. Een zich steeds verdiepende en heilige oriëntatie op de Naam en het werk van Christus is nodig en bemoedigt ons en houdt ons scherp in prediking, pastoraat en in betrokkenheid op de weg van de Kerk.

Zorg
U kent het woord van Paulus: 'Dagelijks overvalt mij de zorg voor al de gemeenten'. In onze kerkelijke situatie vol verwarring kan het ons ineens overvallen, de zorg voor de gemeente(n). Door God weet u zich geroepen en geplaatst in Zijn dienst. Onze samenleving hier is bijna uit-geseculariseerd! Een beetje radicaal gezegd: Wat kan er nu nog meer ontkerstenen dan al gebeurd is. Wat blijft er van Christus' gemeente over? Zullen we als gemeente van Christus het volhouden dit jaar, en de komende jaren? We bidden dat de jongeren en ouderen van de gemeente het vol zullen houden door de kracht van de Geest van God.

Er is een duidelijk aanwijsbare parallel met de situatie in Israël in de tijd van Gideon. De situatie was uitermate penibel. De Midianieten zijn heer en meester in het land. Legio Israëlieten zijn ondergronds gegaan: in een hol, in een spelonk, in oude, vervallen vestingen. Ze zijn doodsbenauwd. De Midianieten hebben zo'n 135.000 man op de been in Israël. En ze roven het hele land leeg. En dan roept God Gideon! Een man uit het volk! Hij roept hem om leiding te geven aan Zijn volk!
En die leiding betekent hier: verzet en strijd! Want het gaat om: bevrijding en verlossing van onderdrukking en van geweld. Binnen korte tijd heeft Gideon een leger bij elkaar van 32.000 man. Na een tweetal selecties blijven er maar 300 over. Wat is Gods motief om er maar 300 over te laten? Opdat Israël zich niet tegen Mij beroeme, door te zeggen: mijn hand heeft Mij verlost.
De Heere God kent Zijn volk en ons door en door. Altijd weer vertalen we de dingen in onze eigen richting, schrijven we ze op onze rekening. Het bloed in onze aderen dreigt meer dan eens Christus' bloed naar de achtergrond te dringen. Ook dienaren van het Woord hebben last van de oer-zonde en moeten er telkens weer van bevrijd worden om werkelijk dienaar van Christus te zijn. Duidelijk moet blijven uitkomen: de overwinning is Gods geschenk, Gods genade! Het werk is Gods werk. 'Door U, door U alleen', dat is de juiste toonhoogte van dienaren van het Woord. En de hoogte van deze toon leren we juist in de diepte. Dienaren van het Woord zijn bij uitstek kruisdragers achter Christus' aan. Zijn ze dat niet, dan zijn ze een ongeschikt instrument voor Christus.
God kleedt daarom het grote leger helemaal uit. Bovendien, Hij ontwapent de soldaten zelfs. Alleen bazuinen, kruiken en fakkels! Daar kunt u de oorlog niet mee winnen! Daar wint u geen vierkante meter mee! Denken wij ... steeds weer. Maar de Heere God gebruikt Zijn eigen middelen en gaat Zijn eigen weg om Zijn Kerk bijéén te vergaderen en om Zijn Kerk te bewaren door de gang van de tijd.

Gods gang
God gaat Zijn eigen weg, een vreemde gang in onze wereld. De grondlijn daarvan staat haaks op onze manier van doen. Geen wapens maar kruiken, bazuinen en fakkels. Het diepst leren wij dat in de kribbe: God wordt mens!
God Zelf komt deze verloren, vijandige wereld niet binnen met geweld, met oorlogstuig, maar in de gestalte van een Kind, een Knecht, een Lam. En achter de kribbe doemt het kruis op!
Het vloekhout! God overwint door het kruis. Het Lam: dat al mijn roem, dat al mijn kracht, dat heel mijn hoogmoed kruisigt! God gaat de weg van de vernedering, de weg door de diepte. Koning Jezus komt niet met geweld en wapens, maar Hij komt zachtmoedig tot u en Hij rijdt op een ezel. En steeds weer maakt Hij gebruik van de dwaasheid van de prediking: Zie, hier is uw God!

Paulus
Paulus had een scherpe doorn in het vlees! Dat was hem een last, hij werd er door gehinderd in Zijn ambtelijke dienst! Maar, zo heeft Hij geleerd: 'Als ik zwak ben ...'. Wie van Christus' dienaren herkent het niet: iets als een doorn in 't vlees. Een doorn die ons klein houdt, die ons hindert, die als een kruis op onze schouders drukt. Een dienaar draagt de doornen, de splinters van het kruis van z'n Heere en Heiland mee. Een dienaar wil soms meer zijn dan Zijn Meester, maar Hij is het niet! En dat leert Hij ons steeds weer opnieuw. Niet in onze kracht maar in Zijn kracht en Zijn genade dienen we. Juist als ik zwak ben, met een paar kruiken en fakkels, met onmogelijke middelen, juist dan ben ik machtig in de Heere. Paulus klaagt niet. Hij roemt in de Heere en de Heere geeft hem de bazuin van het heilig en helder kruisevangelie.

Hoe houdt Christus gemeente het vol? Hoe houden dienaren van Christus het vol? Een kruik, een fakkel, een bazuin. Gods eigen Woord en biddende handen zijn de vreemde strijdmiddelen in onze moderne hi-techsamenleving!
Als we werkelijk als gemeente, als Kerk volstrekt de Heere nodig hebben, wanneer we in machteloosheid en verlegenheid onze knieën buigen, op God zien, bij Hem schuilen, dan is Hij er en in Zijn kracht. God kruisigt onze hoogmoed. God kruisigt onze christelijke en gereformeerde bolwerken. Ze houden het niet! 'Des Heeren tempel, des Heeren tempel, des Heeren tempel zijn wij': in onze tijd gaat er radicaal een streep door. Slechts de gemeente, de kinderen van God, de knechten van God die biddend op post blijven hebben toekomst. Ook vandaag! In de Naam van God, in de Naam van Christus, door de Heilige Geest. We staan er met eenvoudige middelen van geloof, hoop, liefde, gebed, bijbelstudie. We staan er met gebogen knieën, gevouwen handen. Zo zal Gods Kerk, zo zult u overwinnen in de geestelijke strijd van onze dagen.
Wat ons sterk verontrust, is de voortdurende geest van dwaling. Wat ons evenzeer diep raakt, is de ingezonkenheid onder hen die zich verbonden weten met de belijdenis van de kerk der eeuwen. Gereformeerd-zijn en blijven is geen luxe, maar genade. Het is door en door bijbels zijn en blijven in een voortdurend verlangen steeds dieper verworteld te raken in het Evangelie van de verzoening.

Ingeschakeld
Driehonderd man - de Heere gebruikt ze. Ze stonden op hun plaats. De Heere geeft de overwinning, en toch schakelt Hij ze in! Dat doet Hij ook vandaag. Een klein mens, een zwak mens, is zo een werktuig in Gods hand. Hij zendt u en mij Zijn kerk en de wereld in. Hij zegt: strijdt de goede strijd.
Maar: Ik heb de wereld overwonnen. En toch, en toch bent u tot strijden geroepen. In uw gebed, in uw Schriftstudie, in de dienst in de gemeente, in de wereld. U bent het zout der aarde, het licht der wereld. Maar, opdat zich Israël niet tegen Mij beroeme door te zeggen: mijn hand heeft Mij verlost. Zo is het ook in uw ambtelijke dienst. Dat we ons niet tegen God beroemen, openbaar of slim via een achterdeur. Maar in Hem roemen!

Grote dingen
Broeders, in de ambtelijke dienst maakt God gebruik van u. Daartoe werd u geroepen en bevestigd in uw ambt. U komt uit het volk, uit de gemeente. Christus, het Hoofd van Zijn Kerk, riep u tot Zijn dienst. 'En niemand neemt zichzelf die eer aan, maar die van God geroepen wordt, gelijk ook Aaron' (Hebreën 5: 4). Bovendien 'Gideon' is een nieuwe naam. Zijn oude naam was: Jerubbaäl: dat herinnert aan Baäl: de afgod! Zo is hij genoemd: Baäl make zich groot, betekent dat.
Maar, de Heere neemt hem toch in dienst. Want bij de Heere is vernieuwing, vergeving, verzoening. Bij de Heere is in Christus' bloed: een nieuw begin. Uw en mijn verleden mogen ondergaan in Gods vergevende liefde.
Zo bent u door de Heere God toegerust met gaven: om Hem te dienen in het midden van Zijn gemeente. U ontving van Hem gaven om mede leiding, geestelijke leiding te geven aan de gemeente. De Heere schakelt u in om de gemeente toe te rusten, tot de volmaking van de heiligen, tot het werk van de bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus. Uw ambtelijke zorg voor jongeren en ouderen, voor zieken en stervenden, voor dwalenden en voor gelovigen, kortom, voor heel de gemeente, schijnt onbegonnen werk te zijn. Van alle kanten ligt de gemeente onder spervuur van vijanden. We hebben de strijd tegen machten die de gemeente stukmaken: verdeeldheid, meedoen met de wereld, lauw zijn, onverschilligheid; we worden opgeslokt door de tijd, de leegheid, de uitholling van binnenuit. En we missen steeds weer de kerk die als een moeder ons draagt en leidt en bemoedigt.
Het lijkt onbegonnen werk om in het ambt de Heere te dienen. We doorzien vaak de listen van de duivel niet. Wie al langer in het ambt dient, weet dat je er vreugde aan beleeft. Een heilige vreugde in de Heere. Maar om het met de oudtestamentische profeten te zeggen: het is ook een last waaronder je zucht. In de ambtelijke dienst gaat het om de gestalte van de bedelaar. Je lege handen opheffen naar God. Je ogen opslaan naar de Heere. Bij Hem je toevlucht nemen, schuilen bij Hem! Gideon stond maar met 300 man tegenover 135.000 man. Als je alleen rekent met de feiten, is dat zo. Maar, er is meer. Gods roeping betekent ook Gods belofte! Gods roeping betekent ook liefde voor God en Zijn dienst. Een heilige vreugde in het Evangelie en een heilige vrees voor Gods gerichten en oordelen.

Nederigheid
Als u met Gideon ziet op God die u roept, en als u met Gideon doet wat God u zegt, let op Zijn aanwijzingen, door uzelf voortdurend te oefenen in de verborgenheden van het geloof, dan staat u niet alleen! De Heere roept u niet om u alleen te laten staan, maar om u in Zijn dienst vruchtbaar te maken, tot Zijn eer. Gideon heeft veel ingeleverd! Dit is een les in nederigheid voor ieder die de Heere leert dienen. We staan onder de Heere. Dat is een les in ootmoed! Dit is een les in afhankelijkheid! Er is niets ergers in de Kerk van Christus dan dienaren die in de heilige dingen bezig zijn om er zelf beter of meer van te worden. Voor dienaren van het Woord is Godzaligheid een vereiste. Zo zijn we knechten van God, die uit de volheid die zij van God ontvangen hebben, veel kunnen uitdelen.

De weg die uw Koning ging, was de weg van het offer. En dienaren die het kruis achter Christus dragen, gaan ook die weg. De weg van het offer van tijd en energie, van talenten en krachten voor de dienst aan Christus in Zijn Kerk. Het kruis is het vaandel van Christus' dood. Daarom zijn kruisdragers geen gestroomlijnde dienaren die gladjes met de wereld meekunnen. De theologie van de glorie is ons vreemd, de theologie van het kruis is ons lief. En als u in de Heere bent en blijft, draagt uw werk vrucht. Iedere ambtsdrager die denkt dat hij het kan, is ongeschikt. Iedere ambtsdrager die denkt dat hij het zelf moet doen, is ongeschikt. Wie in het ambt dient, gaat voorop in nederigheid, in gehoorzaamheid aan God, in zuiverheid en oprechtheid. 'Want wij dragen niet, gelijk velen het Woord Gods te koop, maar als uit oprechtheid, maar als uit God, in de tegenwoordigheid Gods, spreken wij het in Christus' (2 Kor. 2: 17).
U volgt het Lam. Hij ging werkelijk voorop. Leeft u uit Christus, de grote Ambtsdrager, dan mag u in alle zwakheid, in alle kleinheid, uw dienst steeds weer aanvaarden. En de fakkel van het Evangelie van Gods zondaarsliefde schijnt in uw woorden en in uw dienst. En de bazuin van het Woord laat een helder geluid horen. Dat betekent dat uw werk, door de kracht van de Heilige Geest, tot glorie van God mag zijn. Tot uitbreiding van Gods koninkrijk!
G. D. KAMPHUIS, AMSTELVEEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Dienaren zijn kruisdragers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's