Boekbespreking
Betsy Udink, Klein leed. Uitgave Meulenhoff, 105 blz., € 11, 50.
Betsy Udink is bekend geraakt door haar boeken en publicaties over de wereld van het Midden-Oosten met name over de positie van de vrouw, door haar huwelijk met een diplomaat woonde ze jarenlang ln Saoedi-Arabië. In dit boek doet ze verslag van wat haar recent overkomen is toen ze leed aan een depressie: slapeloosheid, zelfhaat, schuldgevoelens. Wie ooit door een drepssie werd of nog wordt getroffen, herkent veel van wat ze beschrijft: je raakt sociaal gestoord, je zou het liefst niemand tegenkomen, boeken waarin talloze lijstjes voorkomen over wat je wel en niet moet doen irriteren je, enz. enz. Openhartig en van binnenuit wordt een blik geschonken in de gevoelens die een depressief mens plagen en isoleren van z'n omgeving. Indringend vond ik het onderdeel waarin ze 'opmerkingen maakt bij de zelfgemaakte dood'. Ze doet dit niet vanuit een christelijke levensovertuiging want die lijkt ze me niet (niet meer?) te zijn toegedaan. Ze haalt met overtuigende argumenten de hele gedachtegang van 'de klaar-met-het-leven-gemeenschap' onderuit. 'Ikzelf was in mijn depressieve fase zeer ontvankelijk voor hun argumenten, maar ik ben er door goede hulp aan ontsnapt.' Het kan fataal voor je zijn als je je eigen leven failliet hebt verklaard en je komt in die fase een dokter of een hulpverlener tegen die het met je eens is dat de wereld zonder jou beter af is, aldus Udink. Ze citeert een psycholoog die aangeeft dat de vraag naar hulp bij zelfdoding te maken heeft met het bijna fanatieke streven van de mens van vandaag om maar te beantwoorden aan het ideaalbeeld van de maakbare mens. Kan hij of zij daar niet (meer) aan beantwoorden dan komt er in plaats van de grootheidswaan een onbeduidendheidswaan. Mensen lijden in onze tijd dan ook vaak aan 'een blessure van het ik'. En in dat denken past de toegenomen vraag naar hulp bij zelfdoding.
Een interessant boek over het 'kleine leed' dat ons mensen zo diep raken kan. Jammer dat ze het nodig vond één keer een knetterende vloek te plaatsen. Naast lasterlijk is het ook geheel ongepast op de plek waar het staat.
J. MAASLAND
Brennan Manning, Kind aan huis. Verlangen naar intimiteit met God. Uitg. Navigator Boeken, 192 biz., € 15, 86.
De schrijver was franciscaner priester, en leraar theologie aan diverse hogescholen en universiteiten in de Verenigde Staten. Als marinier vocht hij in de oorlog in Korea, later leefde en werkte hij onder armen in Europa en de Verenigde Staten en sloot hij zich aan bij een contemplatieve orde die aan een leven onder de armen was gewijd. Nóg later trad hij uit de franciscaner orde. In 1956 had hij, tijdens mediteren over het kruis, een krachtige ervaring van de persoonlijke liefde van Christus. Sinds die tijd werd, zoals hij schrijft, het hele christelijke leven voor hem 'een intieme, hartstochtelijke relatie met Jezus'. Nu is hij schrijver en spreker en geeft hij leiding aan stilteconferenties.
In dit boek schrijft hij, met vele voorbeelden van waar of niet waar gebeurde verhalen, hoe we moeten leren door God geaccepteerd te zijn, wie we ook zijn. We moeten niet zien op onze tekortkomingen, ook niet begeren perfect te zijn. Dat noemt hij 'misleiders'. Het enige wat we moeten doen is bij God onze schuilplaats zoeken. Dat we bezig zijn met onszelf of altijd willen presteren en perfect willen zijn, kan te maken hebben met dat we als kind werden afgewezen. Hij zegt: 'Als we de waarheid omtrent onszelf accepteren en ons ik aan Jezus Christus onderwerpen, worden we met vrede omhuld, ongeacht of we vrede met onszelf hebben gesloten'. Dat heeft gevolgen voor het hele leven. We leren luisteren naar anderen, wie hij of zij ook is en de ander lief te hebben zoals Jezus mensen liefhad.
Jezus' gebod om lief te hebben wordt niet beperkt door status, ras, etnische achtergrond of seksuele voorkeuren. Vooral het geloof in Christus en het zich bewust zijn van Zijn opstandingskracht is daarbij belangrijk.
Het boek is in veel opzichten heel persoonlijk gekleurd door ervaringsverhalen van de schrijver. Dat maakt het vaak niet sterker. Moeite heb ik met de uitdrukking, die hij herhaalde malen gebruikt: ik ben iemand die door Christus wordt geliefd. Geldt dat zomaar voor iedereen? Hetzelfde geldt de uitdrukking 'Abba-ervaring'. Wat moet ik aan met een zin als: 'O ja, mijn Abba is dol op me' of met: 'Als we zo vrij zijn om het mysterie van ons geliefd zijn binnen te treden en onze diepste identiteit als Abba's kind te accepteren, aanvaarden we langzaamaan de autonomie over onze overheersende relaties'. Ook de titel 'Kind aan huis' (bij God) of de oorspronkelijke titel 'Abba's kind', is niet direct een titel die diepgang verraadt. Eerlijk gezegd een boek waar ik niet zoveel mee kan.
H. VELDHUIZEN, WAPENVELD
Bart Voorsluis (red.), Je reinste werkelijkheid. Over hedendaagse mystiek. Uitg. Meinema, 99 blz., ISBN 9021134492, € 11, 10.
De belangstelling voor mystiek is de laatste tijd sterk toegenomen, zowel op religieus of levensbeschouwelijk gebied als op het gebied van de filosofie. Daarbij is vooral sprake van kritiek op de moderniteit. In de religieuze en levensbeschouwelijke belangstelling voor mystiek is dat kritiek op een eenzijdig wetenschappelijke opvatting van mens en maatschappij, die onder andere zijn oorzaak vindt in het rationalisme van de Verlichting. Het gaat om harmonie van hoofd en hart, denken en voelen, individu en gemeenschap, mens en natuur, die in veel opzichten verloren ging. Dat alles gaat ook de kerken niet voorbij. Mensen nemen afstand van wat men ziet als traditionalisme en dogmatisme en zijn op zoek naar een nieuwe vorm van geloven. Op filosofisch gebied wordt afstand genomen van een vast waarheidscriterium en de weg gegaan van mystiek als zelfverwerkelijking. Over deze en dergelijke zaken gaat het in deze paperback, die een bundeling is, gebaseerd op voordrachten die in het najaar van 2000 gehouden werden op een symposium over mystiek aan de Vrije Universiteit. Er zijn vier bijdragen. Prof. dr. I. Bulhof zoekt wat de mystiek betreft naar een oriëntatie in de geschiedenis en komt daarbij uit bij de neoplatoonse denker Plotinus. Dr. G. T. M. Visser, docent aan de universiteit Leiden, onderzoekt de mogelijkheid van een toekomstige spiritualiteit of mystiek, waarbij hij het begrip 'beleving' als dimensie, voorafgaande aan de rationaliteit, benadrukt. Dr. Kick Bras, docent spiritualiteit aan de Theologische Universiteit Kampen, bespreekt de opvattingen van de Amerikaanse trappistenmonnik Thomas Merton, die in zijn denken steeds meer verwikkeld raakte in maatschappelijke problemen als oorlog en vrede, rijkdom en armoede en zich daarbij tevens richtte op andere godsdienstige tradities en de dieptepsychologie, terwijl drs. H. Muijen een middenweg zoekt tussen dogmatisme en fundamentalisme enerzijds en eigentijdse spirituele mogelijkheden anderzijds, waarbij ze onder andere een aantal poëtische teksten van verschillende achtergrond bespreekt. Dr. B. Voorsluis, die de programmacoördinator van het symposium was en onder wiens redactie deze bundel werd samengesteld, schreef een Ten geleide. Een boekje dat voor de gemiddelde lezer minder toegankelijk is, maar zijn weg onder geïnteresseerde lezers wel zal vinden.
H. VELDHUIZEN, WAPENVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's