Antwoord aan ds. Verhoeff
Een open brief aan leden van de Gereformeerde Bond is een tamelijk uitzonderlijk verschijnsel. Omdat het aantal lezers van Woord en Dienst, het magazine waarin de open brief van ds. P. Verhoeff vorige week verscheen, onder de leden van de Gereformeerde Bond niet zo groot zal zijn, plaatsen we zijn brief ook in de Waarheidsvriend. Hoe pijnlijk we zijn redenering ook ervaren - waarop we in onderstaande woorden ingaan - , het mag geen reden zijn om zijn boodschap niet publiek te maken. Het gesprek in de kerk kan alleen gediend worden met een luisteren naar elkaar, naar elkaars intentie, om samen in gehoorzaamheid aan de Bijbel als de hoogste autoriteit onze levensweg te gaan. Ds. Verhoeff is hervormd predikant in Alkmaar en voorzitter van de stuurgroep van 'Op Goed Gerucht', een nieuwe beweging van vooral jongere predikanten uit wat vroeger in de Hervormde Kerk de midden-orthodoxie heette. 'Op Goed Gerucht' is, zoals de open brief meldt, een 'platform van predikanten, die voor iedereen het recht opeisen om het geloof te beleven op een manier die bij hen past'. Zetten we de doelstelling van de Gereformeerde Bond hiernaast - het verbreiden en verdedigen van de Waarheid in de Hervormde Kerk - , dan is bij voorbaat duidelijk dat deze verschillende insteek het lastig zal maken om tot overeenstemming te komen.
'Op Goed Gerucht' neemt een zeer individualistisch en postmodern getoonzet uitgangspunt. Hier worden onze belevingsvormen van geloof de norm. Zo kunnen we de Schrift en de belijdenis van de kerk niet verstaan. De vraag is of wij instemmen met het belijden van de kerk der eeuwen. We verlangen dat de kerk zich daaraan houdt, we verlangen dat allen die in de kerk dienen, zich daaraan houden. Deze belijdenis, al is ze eeuwenoud, blijkt telkens weer nieuw en verfrissend te zijn. We kunnen ons vertrekpunt niet nemen bij 'een manier die bij ons past'. Ons vertrekpunt ligt bij de gehoorzaamheid aan God, aan Zijn Woord. Wij vragen dat ieder van harte het belijden van de vaderen erkent en honoreert, ook in deze tijd. Niemand in de kerk en in de wereld om ons heen is er bij gebaat keer op keer elementen uit het christelijk geloof van de kerk der eeuwen ter discussie te stellen. We raken dan het zicht op de kerk der eeuwen kwijt. We raken het zicht kwijt op de inhoud van het geloof, dat de vaderen hebben geloofd. Wij geloven in gemeenschap met de belijdenis der vaderen en dat kan niet anders betekenen dan ook in overeenstemming met deze belijdenis. We schrijven dit niet uit verlangen om de dingen te conserveren op zich, maar vanuit de overtuiging dat een voortdurende reductie en vervaging van de belijdenis der kerk vruchteloos is. Theologie die al maar relativeert, gaat vroeg of laat aan haar eigen verdeeldheid ten onder. We schrijven dit vanuit een verlangen dat de kerk zal leven. En dat doet ze als acht geslagen wordt op de geboden en beloften van de Heere.
Het Schriftberoep van ds. Verhoeff voor zijn visie in de open brief komt uit 1 Korinthe 12, het hoofdstuk over de verscheidenheid van de geestelijke gaven. Het lijkt ons een vorm van geestelijk buikspreken, om op grond van dit hoofdstuk te komen tot een recht om het geloof op je eigen manier te beleven. Is de verscheidenheid aan gaven niet gericht op de eenheid? Wie de tekst over de hand en de voet uitlegt op de wijze als ds. Verhoeff doet, gaat voorbij aan Paulus' bedoeling dat de enkeling in Gods Koninkrijk nooit in de gemeenschap verdwijnt.
Ds. Verhoeff zet zijn brief in met het uiten van zijn zorgen over het feit dat de Gereformeerde Bond het zegenen van relaties van mensen van hetzelfde geslacht gebruikt om Samen op Weg te blokkeren. Dat is geen eerlijke constatering. Los van de thematiek rond huwelijk en homoseksualiteit heeft de Gereformeerde Bond zich sinds jaar en dag tegenstander van Samen op Weg getoond, op de wijze waarop dit proces zich voltrekt. Dat is bekend en hoeft hier niet herhaald te worden. De verwarring inzake de homoseksualiteit gaat ook de Hervormde Kerk niet voorbij, maar is als gevolg van Samen op Weg wel in een stroomversnelling gekomen.
Wij verzetten ons tegen de gedachte als zou het bezwaar tegen de besluiten van de triosynode door ons massief geuit zijn, of dat er qua terminologie forse woorden gevallen zijn. Er is niet meer dan gepoogd de Schrift na te spreken én daarbij voortdurend te benadrukken dat deze discussie niet gevoerd moet worden ten koste van de homofiele gemeenteleden, met wie onze predikanten in het pastoraat veelal intensieve contacten hebben.
Daarbij is het goed op te merken dat het woord 'perversiteit' in het interview met Woord en Dienst gevallen is in het kader van 'de volle parkeerplaatsen langs de snelwegen'.
Het is binnen de Gereformeerde Bond bekend dat we buiten het paradijs leven en er daarom inderdaad veel méér gebeurt buiten de heilzame bedding waarbinnen God de beleving van seksualiteit bedoeld heeft, namelijk het huwelijk. Dat in onze maatschappij via de moderne media veel aan onkuisheid binnenkomt, verontrust ons. Dat ontrouw en echtbreuk aan de orde van de dag zijn, is ons bekend. De ontworteling van de samenleving wordt daarin op schrijnende manier zichtbaar.
Dat is echter voor ons geen vrijbrief om anders over homoseksualiteit te denken. Onze maatstaven daarvoor liggen niet in de ontwikkeling van de maatschappij, maar in de weg die God in Zijn Woord wijst, de weg die de kerk der eeuwen is gegaan. We herinneren ds. Verhoeff aan Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus - bewust heeft het huwelijk door de kerk van de Reformatie een plaats gekregen in haar kerkorden, later ook in de kerkorde van de Hervormde Kerk - , waar staat dat 'alle onkuisheid van God vervloekt is en dat wij daarom haar van harte vijand zijnde, kuis en ingetogen leven moeten, hetzij in de heilige staat van het huwelijk of daarbuiten'. Een spiegel voor ons allen, op welke plaats in de kerk we ook dienen.
De open brief confronteert ons met een van de grote problemen in ons kerk-zijn vandaag. We putten uit twee bronnen. De bron van de Schrift en de bron van de ontwikkeling van het denken in onze cultuur. Dat drinken uit deze twee bronnen maakt ons als kerk machteloos in deze wereld. We hebben geen woord meer voor de wereld.
Geen profetisch woord dat oproept tot bekering en geloof, tot terugkeer naar Gods heilzame geboden. Gods liefde die ons drijft, is geen liefde die de zonde koestert, maar liefde die de zondaar redt en vernieuwt en heiligt tot Zijn glorie. De kerk schuift de grens van kerk en wereld over. Een van de kenmerken van de eerste christengemeente was de reinheid en zuiverheid op alle terreinen. Daarin onderscheidde ze zich van de wereld. Ze was 'geheel anders'. En daarin lag haar getuigenis. Naar zo'n kerk zien wij uit. Een kerk die niet - in blijvende ademnood - achter de tijdgeest aanholt maar de voetstappen van haar Heere en Meester volgt. Christus wordt daar erkend als 'Kurios', en wij onderwerpen ons aan Hem. Zo willen we graag verder in deze tijd met in onze hand en in ons hart het belijden der kerk.
Een paar opmerkingen over het verstaan van de Schrift. Ds. Verhoeff baseert zich in zijn open brief op Psalm 133, de liefde van de Eeuwige voor allen die in liefde wonen. De Bijbel gaat naar onze mening uit van de uniciteit van het huwelijk, zowel in Genesis 1 en 2, als in het Nieuwe Testament (Mattheüs 19 en Efeze 5), het onderwijs van Christus. Seksualiteit is een scheppingsgave binnen het huwelijk, als levensomvattende band tussen man en vrouw. Wie de bredere verbanden van de Schrift bestudeert, kan hier toch niet omheen? En je kunt van leden van de kerk toch niet vragen om dingen te accepteren die tegen het Woord van God ingaan?
De opmerkingen van ds. Verhoeff dat onze visie op de vrouw in het ambt een gruwel in de ogen van de Eeuwige is, laten we voor zijn rekening. Binnen de kring van de hervormd-gereformeerde gemeenten wordt positief gedacht over de inschakeling van de vrouw inzake de opbouw van de gemeente, waarbij de beperking ligt in het ambtelijke werk. Met die visie is niets mis en niemand heeft dit sinds de aanvaarding van de vrouw in het ambt door de hervormde synode een onmogelijke mogelijkheid genoemd.
Ds. Verhoeff, onze inzet blijft een belijdende kerk, die in gehoorzaamheid aan het Woord van God tot zegen voor al haar leden, tot zegen voor heel ons volk zal zijn. De kerk is van Christus en niet van ons.
Namens het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk,
DS. G. D. KAMPHUIS, VOORZITTER
DRS. P. J. VERGUNST, ALGEMEEN SECRETARIS
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's